Inhoudsopgave H
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

H.A.C.C.P.

Voluit: Hazard Analysis & Critical Control Point.

Een kwaliteitssysteem om de voedsel- en productveiligheid te waarborgen, waartoe de wet ook Defensie verplicht.

HACCP komt voort uit de warenwetregeling hygiëne van levensmiddelen, een Algemene Maatregel van Bestuur (AMVB) die voortvloeit uit de Warenwet. De AMVB stelt eisen aan iedereen die eet- of drinkwaren (klasse I) bereidt, verwerkt, behandelt, verpakt, vervoert of verhandelt. Een van deze eisen geeft aan dat dient te worden gewerkt volgens de principes van HACCP.

De eisen van HACCP zijn door Defensie onder andere vertaald in een werkinstructie voor het vervoer van bederfelijke waren.

Overigens kan de combinatie van wet- en regelgeving tot strijdige situaties leiden. Zo past bij het gebruik van de mobiele veldkeuken de toepassing van Arbowet, Warenwet en HACCP de commandant soms voor de nodige problemen.

Zie ook: klasse en mobiele veldkeuken.

Terug naar Boven

 

HAHO & HALO

Specialistische parachutetechnieken die in gebruik zijn bij Special Forces, zoals het Korps Commandotroepen, om covert insertie diep in vijandelijk gebied mogelijk te maken.

HAHO

HALO

Große Höhe, hohe Öffnung.

Große Höhe, niedrige Öffnung.

High Altitude, High Opening.

High Altitude, Low Opening.

Haute altitude, ouverture haute; chute opérationnelle avec ouverture à haute altitude.

Haute altitude, ouverture basse; chute opérationnelle avec ouverture à basse altitude.

Vliegtuigen op zeer grote hoogte zijn niet voor de radar zichtbaar. Vanaf deze hoogte – tot 8 à 10 km, hoog in de troposfeer – kunnen leden van Special Forces operationeel worden ingezet per parachute om diep in vijandelijk gebied te infiltreren (air infiltration).

De snelle, relatief veilige inzetmethode begint met een vrije val, gevolgd door de opening van de parachute (ram-air parachute of matras) op grote dan wel relatief lagere hoogte. De parachute is redelijk bestuurbaar.

Met deze inzetmethode kunnen grote afstanden worden afgelegd, die kunnen oplopen tot zo'n 120 km.

Feitelijk zijn de enige beperkingen:

► hoeveelheid mee te nemen uitrusting
► weersomstandigheden, met name luchtstroom (jet-stream), turbulentie, windkracht (Beaufort), -richting (windroos) en -snelheid.

Sinds 1998 beschikt het Korps Commandotroepen over tenminste twee operationele HAHO/HALO-ploegen.

Tijdens de sprong houdt de commando zijn instrumentarium (GPS, gyroscoop, hoogtemeter en kompas) nauwlettend in het oog.

Op de foto's operators van de HAHO/HALO-ploeg in vol ornaat: helm, thermohandschoenen, zuurstofmasker, volle bepakking en persoonlijk wapen.

Door de draagkracht van de parachute en de luchtstroom (jet-stream) volledig uit te buiten kan, afhankelijk van de afspringhoogte, de omstandigheden en de morfologie van het terrein, een afstand van 50 à 70 km worden overbrugd:

HAHO

High
Altitude
High
Opening

 

Springen én openen op grote hoogte om naar een ver gelegen doel te zweven.

Afhankelijk van de windkracht, -richting en -snelheid kan op deze manier 50 à 70 km boven vijandelijk terrein worden afgelegd.

De meest gebruikte methode is die van de "verticale trein" (stack-spong), waarbij met vier tot zes operators vanaf ± 4 km hoogte wordt gesprongen.

 

HALO

High
Altitude
Low
Opening

Op grote hoogte, tot maximaal 32.000 voet (± 10 km), springen ("exit") en zo laat mogelijk, op lage hoogte (tot zelfs 2.500 voet), de parachute openen.

Het doel is zo laat mogelijk door de opponent te worden opgemerkt. Afhankelijk van de dreiging kan op deze manier bij nacht tot zo'n 30 km worden afgelegd.

De restafstand van de infiltratie moet te voet worden afgelegd.

HAHO en HALO worden uitgeoefend met de nodige aanvullende uitrusting en instrumenten, zoals:

helm

hoogtemeter (altimeter)

kompas/GPS

persoonlijk wapen

thermo-handschoenen

volle bepakking

zuurstofmasker (> 4.000 meter)

Het HAHO/HALO-brevet D is voorbehouden aan leden van de Instructiegroep Para en de leden van de ploegen van het Korps Commandotroepen die gespecialiseerd zijn in deze inzetmethode.

Per compagnie is slechts één ploeg gespecialiseerd in de inzet per parachute met de HAHO/HALO-methode.

Sinds 1987 heeft een selecte groep para-instructeurs van het KCT zich hiermee beziggehouden, maar pas vanaf 1997 is alle materieel ingevoerd.

Zuurstofmasker

Bij het toenemen van hoogte neemt de luchtdruk af, waardoor de lucht steeds ijler wordt en het lichaam minder zuurstof kan opnemen. Daardoor daalt de hoeveelheid zuurstof in het bloed.

Omdat het lichaam op iedere hoogte dezelfde hoeveelheid zuurstof nodig heeft als op zeeniveau, is boven 4.000 meter een zuurstofmasker vereist, onder andere ter voorkoming van hoogteziekte.

Er wordt onder andere gesprongen in Lapalisse (Frankrijk), Vadum (Denemarken) en Eloy (Arizona, VS).

'Vallen van 35.000 voet. De kick van een extreme parachutesprong' - Sander Koenen (Kijk, maart 2099).'Vallen van 35.000 voet. De kick van een extreme parachutesprong' - Sander Koenen (Kijk, maart 2099).
'HAHO/HALO...dynamisch en fysiologisch grensverleggend!' - Ted Meeuwsen (NMGT, september 2007.)'HAHO/HALO...dynamisch en fysiologisch grensverleggend!' - Ted Meeuwsen (NMGT, september 2007.)

Zie ook: Korps Commandotroepen en operatie LEWE.

Terug naar Boven

 

HALSKRAAG

Cervikalstütze.
extrication collar.
collier cervical.

Binnen het eerste onderzoek van het ABCD-protocol wordt een slachtoffer met (vermeend) nekletsel onmiddellijk geïmmobiliseerd door middel van manuele fixatie van het halsgebied. HIermee wordt verergering van het (vermeende) CWK-letsel voorkomen. In het tweede onderzoek wordt de 'halskraag universeel voor volwassenen' aangelegd, aangevuld met tape, zandzakjes en/of foamkussentjes.

De halskraag maakt het mogelijk de (rotatie)bewegingen van het hoofd ten opzichte van de schouders te minimaliseren, waardoor eventueel letsel aan de wervelkolom kan worden beperkt.

De volgorde voor het aanleggen van de halskraag is:

► Slachtoffer stil laten liggen: hoofd, hals en rug in neutrale positie houden d.m.v. tweehandige fixatie (controleren door vanaf voeteinde te kijken of neus en navel in één lijn liggen; evt. iets onder hoofd leggen)
► Halsgebied op verwondingen controleren
► Maat opnemen voor halskraag: van bovenkant schouder tot onderkant kin (te groot betekent onvoldoende steun; te klein betekent overstrekking van het halsgebied)
► Instellen van de juiste maat van de halskraag: no-neck, small, regular of large (kliksluitingen aan beide kanten vastzetten)
► In positie plaatsen van de halskraag

Bij nekletsel zijn een of meer cervicale wervels (mogelijk) beschadigd door een botbreuk (fractuur) of verschuiving (dislocatie). De oorzaak is in de regel stomp of scherp letsel: een klap, samendrukking van de wervels of een penetrerende verwonding, zoals een schot- of steekwond. Hierbij kan het ruggenmerg beschadigd zijn.

De kleinste beschadiging aan het ruggenmerg zorgt ervoor dat de hersenen minder of in het geheel niet meer met de rest van het lichaam communiceren. Hierdoor ontstaan stoornissen in zowel de motorische respons (beweging) als de sensorische feedback (gevoel). Als regel geldt: hoe hoger en uitgebreider het ruggenmergletsel, des te ernstiger de gevolgen.

De eerste prioriteit van de hulpverlening ter plaatse is het onderkennen van indicaties voor de stabilisatie van het ruggenmerg bij een slachtoffer.

Indicaties zijn onder andere:

► Slachtoffer is buiten bewustzijn (onderkend na aanspreken)
► Zichtbare verwondingen boven het niveau van het sleutelbeen
► Acceleratie-deceleratie (kop-staartongeval)
#9658; Hoog energetisch ongeval
► Ongevalmechanisme ('lezen' van het ongeval)

 
► Slachtoffer geeft pijn aan in de nek en/of de rug

► geen gevoel in of tinteling van ledematen
► laten lopen van ontlasting en/of urine
► niet kunnen bewegen
► spierzwakte
► stoornissen in de ademhaling
► verlamming (t.g.v. beknelling of doorsnijding van een zenuw)

De halskraag moet worden bewaard in open- in plaats van dichtgevouwen toestand en mag alleen door daartoe bekwaamd personeel worden aangelegd.

De halskraag mag pas worden verwijderd als daartoe bekwaamd personeel de nek neurologisch heeft onderzocht in een geneeskundige inrichting en tenminste röntgenfoto's (X-CWK) zijn beoordeeld waarop geen nekafwijkingen zichtbaar zijn. De Laerdal Stifneck® Select, in gebruik bij de krijgsmacht, is transparant en maakt daardoor röntgen, CT en MRI mogelijk.

Handleiding halskraag Laerdal Stifneck® Select.Handleiding halskraag Laerdal Stifneck® Select.

Terug naar Boven

 

HALVE KNOOP

Synoniem: gewone knoop.

De halve knoop wordt gebruikt als veiligheidsknoop:

► maak een oog op ± 20 cm van het einde van de lijn (tamp)
► steek de tamp door het oog en trek de knoop strak

De halve knoop wordt bijvoorbeeld gebruikt bij het aanleggen van een tourniquet of voorzorgsknevel.

Terug naar Boven

 

HAMBURGERMETHODE

hamburger method (of constructive criticism).

Synoniem: sandwichmethode.

Methode om een moeilijke boodschap of opbouwende kritiek te 'verpakken'.

De boodschapper laat zijn kritische opmerking voorafgaan door een compliment waar de ontvanger iets aan heeft of zich goed bij voelt; hiermee zal de ontvanger in de regel ontvankelijker zijn voor wat de boodschapper gaat zeggen. De kritische opmerking wordt afgesloten met een compliment.

De hamburgermethode is effectief: de ontvanger van de 'verpakte' kritiek zal niet de hakken in het zand zetten of in de verdediging gaan en is bereid te zoeken naar positieve aspecten of compromissen.

De hamburgermethode kan bijvoorbeeld worden gebruikt bij het geven van feedback.

Zie ook: feedback.

Terug naar Boven

 

HAMIL

Afkorting voor Handboek KL-militair. Dit is voorschrift 2-1352, dat als uitgangspunt in kennis geldt voor elke individuele militair binnen de Koninklijke Landmacht en behoort tot de Persoonsgebonden uitrusting (PGU). Als zodanig is VS 2-1352 het vervolg op de voorschriften 2-1350 (Handboek voor de soldaat) en 2-1351 (Handboek voor het kader).

Het Handboek KL-militair bevat sinds de 7de Opgave van Wijziging de volgende onderwerpen:

Hoofdstuk Onderwerp
1 Inleiding
2 Organisatie Koninklijke Landmacht
3 Militaire ethiek
4 Bedrijfsvorming
5 Inwendige dienst
6 Militaire vormen en gebruiken
7 Militair recht
8 Vredesoperaties
9 Inlichtingen en militaire veiligheid
10 Vredesbewaking
11 Hygiëne en preventieve gezondheidszorg (HPG)
12 Zelfhulp en kameradenhulp (ZHKH)
13 Lichamelijke oefening, fysieke training en sport
14 AT-4 en LAW
15 Handgranaten
16
17 Mitrailleur MAG
18 Mitrailleur Minimi
19 Geweer Diemaco
20 Hindernissen
21 Ammunition awareness (Munitieveiligheid)
22 Gevechtsdekkingen
23 Verbindingen
24 Elektronische oorlogvoering (EOV)
25 Persoonlijke bescherming tegen NBC-strijdmiddelen en ROTA
26 Luchtnabijbeveiliging
27 Gevechtsopleiding buddysysteem (GOBS)
28 Overleven
29 Pistool Glock
30 Materieelherkenning
31 Wegverplaatsingen
32 Persoonsgebonden uitrusting (PGU)

Het HAMIL is onbruikbaar indien niet op gezette tijden de Opgaven van Wijziging (OvW) worden aangebracht. Tot en met 2003 kent het HAMIL zeven van dergelijke OvW's:

OvW Datum
1onbekend
2onbekend
327 februari 1998
41 oktober 1999
55 oktober 2000
61 juli 2002
73 oktober 2003

Terug naar Boven

 

HAMMER-AND-ANVIL

INederlands: hamer en aambeeld (smidsgereedschap).

Klassieke krijgsmethode die een blokkade inhoudt aan één of meerdere kanten van een omcirkeld gebied. De methode is bruikbaar bij het vernietigen van rebellen (counter-insurgency). Hierbij wordt het grootste deel van de eigen troepen in beweeglijk optreden ontplooid met als doel de vijandelijke strijdmacht te omcirkelen, te overvallen, los te weken van contact met de burgerbevolking en daarna (eventueel) gevangen te nemen en/of te doden. De overblijvende vijandelijke strijdmacht kan met behulp van air power in één richting wordt opgejaagd (hamer) in de richting van de onbeweeglijke, wachtende grondtroepen. Het meest eenvoudig kan een blokkade worden gecreëerd met behulp van een natuurlijke hindernis, zoals een gebergte of rivier.

Vervolgens worden de ontsnappingsroutes van de vijandelijke strijdmacht door de stationaire, wachtende grondtroepen geblokkeerd en geïsoleerd (aambeeld), met name Special Forces, parachutisten (airborne), air manoeuvre-eenheden (heliborne) en overige infanterie.

Terug naar Boven

 

HANDGRANAAT

Projectiel gevuld met een springlading dat is bedoeld om met de hand naar een doel te werpen. Met een handgranaat kan op werpafstand - korte afstand - een vijand buiten gevecht worden gesteld of in ieder geval worden gehinderd. Veelal gebeurt dit in de nabijverdediging of bij een aanval waarbij het doel zich binnen werpafstand bevindt.

Afhankelijk van het soort handgranaat is het mogelijk brand te stichten, een rookgordijn te leggen of te seinen. Naast een lading explosief bevat een handgranaat in de regel een tijdontsteker, die het projectiel een aantal seconden na het werpen laat afgaan. Andere handgranaten exploderen door de schok van het neerkomen na de worp.

Onder van links naar rechts: fragmentatiehandgranaat M72, scherfhandgranaat nr. 20 en scherfhandgranaat nr. 20C1.

De belangrijkste onderdelen van een handgranaat zijn mantel, ontsteker, ontstekingsmechanisme, springlading, veiligheidspin en vertragingselement.

De veiligheidspin houdt de hefboom op zijn plaats. Bij het verwijderen van de veiligheidspin, wordt de hefboom met de werphand tot het moment van werpen op zijn plaats gehouden.

Bij het werpen – loslaten – van de handgranaat wordt de hefboom niet meer op z'n plaats gehouden, waarna op een slaghoedje wordt geslagen. Door het slaan wordt het ontstekingsmechanisme (sasbuis) met een langzaam verbrandend ontstekingsmiddel (sas) ontstoken. Als de sas is opgebrand, detoneert de springlading.

De Nederlandse scherfhandgranaat nr. 20 met de ontsteker nr. 19C2. De detonatiegranaat heeft een olijfkleurig kunststoffen lichaam uit twee delen en een olijfkleurige veiligheidsbeugel. De ontsteker is van aluminiumlegering (zamac).

De scherfhandgranaat nr. 20 is tot 2002 geproduceerd door Eurometaal Zaandam (Artillerie Inrichtingen) ►

Een bekende handgranaat is de Stielhandgranate, door de Duitsers uitgevonden in WO I en gebruikt tot en met WO II.

Kenmerkend is de houten stok, zodat de steelhandgranaat gemakkelijk over grote afstand kon worden geworpen.

Vanwege haar vernietigende werking hadden de geallieerden voor de granaat de bijnaam “potato masher” ►

De volgende soorten handgranaten worden onderkend:

Detonerende handgranaten

Aanvalshandgranaten

Detonatie maar geen sterke scherfwerking. Voordeel is dat ze kunnen worden geworpen zonder dat de werper in dekking hoeft. Met name gebruikt om de opponent te desoriënteren en in verwarring te brengen.

Scherfhandgranaten

Bij de detonatie spatten vele metalen fragmenten (kartets) uiteen - vergelijkbaar met kleine kogels. De detonatie van een scherfhandgranaat is dodelijk.

Chemische handgranaten

Rook(hand)granaten
Brand(hand)granaten
Traangas(hand)granaten

Oefenhandgranaten

 

Instructieve handgranaten

Exercitiehandgranaten
Werpgewichten

De scherf- of fragmentatie handgranaat nr. 330 is voorzien van de ontsteker nr. 331.

De handgranaat is dodelijk tot op 15 meter; het onveilige gebied is 200 meter.

De bolvormige scherfhandgranaat is olijfgroen met gele merken, weegt 465 gram en heeft een vertragingstijd van 3 à 5 seconden.

De dikwandige handgranaat wordt hoofdzakelijk gebruikt in de nabijverdediging tegen vijandelijk personeel.

Nadat de veiligheidsring uit de veiligheidspin is getrokken en de vertragingstijd is verstreken, explodeert de granaat met veel kracht en barst het lichaam van de granaat open.

Door de drukgolf vliegen hierbij vele honderden scherpe metalen bolletjes in het rond, die zwaar lichamelijk letsel dan wel de dood veroorzaken.

 

Ook handgraten gaan met hun tijd mee. Een voorbeeld van een non-lethal weapon is de sting grenade, ook genaamd: stinger of rubber ball grenade.

De 'rubberbalgranaat' is gebaseerd op het ontwerp van een fragmentatiegranaat, maar in plaats van metalen balletjes die bij de detonatie shrapnel (kartets) veroorzaken, bevat de stinger een lading harde rubberen balletjes. Hierdoor raakt de opponent bij de detonatie tijdelijk handelingsonbekwaam (incapaciterend) of gewond ►

 

Gezien de verhouding tussen de werpafstand en het scherfbereik van de scherfhandgranaat, moet deze vanuit een dekking wordt geworpen terwijl een besloten ruimte (bunker, gebouw, loopgraaf) het ideale doelgebied vormt.

Een bijzondere handgranaat is de molotov-cocktail.

Terug naar Boven

 

HANDGREEP VAN RAUTEK

Rautek-Rettungsgriff.
Rautek grip.
manoeuvre de Rautek.

Synoniem: noodvervoersgreep. Vinding van de Oostenrijkse jiu-jitsu leraar Franz Rautek (1902-1989).

Handgreep van Rautek.

Methode die, onder andere door BHV'ers, EHBO'ers en militairen (ZHKH), wordt gebruikt voor het verplaatsen van een slachtoffer uit een moeilijk bereikbare of onveilige plaats waar de noodzakelijke eerstehulpverlening niet mogelijk is.

Noodtransport met de handgreep van Rautek maakt het mogelijk dat het slachtoffer toch wordt verplaatst.

Werkwijze:

►Kniel achter het slachtoffer.

►Til het slachtoffer bij de oksels omhoog en laat het slachtoffer op de knie rusten (voorkom rugletsel door het toepassen van de juiste tiltechniek).

►Breng een van de onderarmen van het slachtoffer horizontaal voor de borst en pak deze met beide handen bovenhands vast.

►Zorg ervoor dat de duimen van beide handen naar beneden wijzen.

►Sleep het slachtoffer aan zijn eigen onderarm achteruitlopend weg.

►Een tweede persoon kan de benen vasthouden en de achteruitlopende helper leiden.

De handgreep van Rautek is ook toepasbaar voor:

► een bewusteloos slachtoffer

► een slachtoffer met een verwonding aan één been, waarbij het gewonde been voorzichtig over het gezonde been wordt gelegd

► eerstehulpverlening bij flauwte om een val te voorkomen

Zie ook P.A.M.A.N.en Z.H.K.H..

Terug naar Boven

 

HAND-OVER/TAKE-OVER

Afgekort: HOTO. Nederlands: overgave/overname. Werkwoord: HOTO'en. Het proces van het overgeven respectievelijk overnemen én zich eigen maken van administratieve zaken, (hoofd)uitrustingsstukken, inventaris, projecten en taakstellingen van de ene verantwoordelijke functionaris aan de andere bij het in- en uitroteren van eenheden.

De overgave en -name vindt niet alleen plaats op een (statische) locatie, maar tevens in de directe werk- en woonomgeving. Voorbeelden zijn het uitvoeren van een patrouille door zowel uit- als inroterend personeel om gezamenlijk inzicht te delen in de area of respnsibility; de kennismaking met belangrijke gesprekspartner; wegwijs maken op een compound. Een HOTO kan ook deel uitmaken van een directe aflossing (van rotaties) van troepen te velde.

De HOTO maakt in de regel deel uit van een programma dat is samengesteld voor de in- en uitroterende militairen, met inbegrip van een volledige briefing, commando-overdracht en verder alles wat belangrijk is om te weten.

Hoewel de HOTO extra werkbelasting vraagt, vinden de Normal Framework Operations (NFO) en overige operationele werkzaamheden gewoonlijk doorgang.

Van belang tijdens de HOTO zijn:

► Coördinatie met overige in- en uitroterende eenheden (werklastverdeling)
► Gebruik maken van checklists
► Gerepareerde en te repareren (hoofd)uitrustingsstukken
► Rekening houden met de opgedragen voorwaarden (coördinerende bepalingen) van de logistieke (onder)commandanten
► Rekening houden met overige afwijkingen en beperkingen
► Timing vanwege NFO en overige operationele werkzaamheden
► Evaluatie van de HOTO

Terug naar Boven

 

HANNIBAL

De naam Hannibal is afkomstig uit het Semitisch en betekent: "uitverkorene van Baäl" of "gunsteling van de Heer".

Hannibal was de legendarische generaal en Romeinsveroveraar van het Carthaagse Rijk. In 247 v.C. werd hij geboren in de hoofdstad, Carthago, als zoon van legeraanvoerder Hamilcar.

Hamilcar liet zijn zoon al op 9-jarige leeftijd, in 238 v. C., eeuwige vijandschap tegen de Romeinen zweren.

In 221 v.C. werd Hannibal, op 26-jarige leeftijd, bevelhebber van de Carthaagse troepen in Spanje.

De 1e Punische Oorlog, verloren onder zijn vader, lag al twintig jaar achter hen, maar de nederlaag van toen, met het verlies van Sicilië, Sardinië en Corsica, stak de Carthagers.

Volgens H.M.F. Landolt maakte de Romeinse krijgskunde, overgenomen van de Grieken en herboren in de Punische Oorlogen, "aanvankelijk weinig vorderingen; Hannibal was hun eigenlijke leermeester."

FABIAANSE STRATEGIE

Uiteindelijk viel Hannibal onder andere ten prooi aan de zgn. Fabiaanse strategie, genoemd naar de Romeinse generaal Fabius.

De Romeinen hadden een aantal nederlagen op rij geleden en waren zelfs in hinderlagen terechtgekomen. De strateeg Quintus Fabius Maximus Verrucosus - bijgenaamd: "cunctator" (treuzelaar) - vermeed voortaan veldslagen.

Ten laatste frustreerde hij Hannibal hier zo mee dat die zich dwong Italië te verlaten.

De Fabiaanse strategie kan worden beschouwd als een voorloper van guerrilla: een uitputtingsslag waardoor de wil van de opponent wordt gebroken.

In 1977 verscheen het 32 pagina's tellende 'Hannibal and His 37 Elephants' van Marilyn Hirsh.

In 1955 publiceerde Sir Gavin de Beer, directeur van het British Museum, het boek 'Hannibal's March. Alps and Elephants'.

In 218 v.C. deed Hannibal wat de Romeinen niet hadden verwacht en onmiddellijk stond het water hen aan de lippen ("Hannibal ante portas").

Vanuit Iberia - het huidige Spanje - trok hij met zijn leger over de Pyreneeën, de rivier Rhône in het zuiden van Frankrijk, de Alpen en de Apennijnen naar de Po-vlakte in het noorden van Italië.

Toen Hannibal in het voorjaar van 218 v.C. uit Carthago Nova (Cartagena, Spanje) vertrok, kwam de invasie voor de Romeinen als een complete verrassing.

Zijn geslaagde campagne is zonder twijfel te danken aan zijn talent (strategisch inzicht, de juiste oorlogstactiek en de perfecte timing), maar zeker ook aan krijgsmansgeluk en moed.

Een gigantisch leger van 90.000 infanteristen, 12.000 ruiters (cavaleristen) en 37 krijgsolifanten ging op weg. De olifant, de levende tank, moest bressen in de Romeinse infanterie slaan.

Met de inval rees Hannibal's ster; zijn campagneplan was tactisch en logistiek briljant. Jaren achtereen was het leger van Hannibal de grootste opponent van de Romeinen.

Veldslagen:

Saguntum
(Spanje)
219 v.C.

Hannibal verovert Saguntum, dat een vriendschapsverdrag met Rome had gesloten.

De inname leidt tot de 2e Punische Oorlog.

 

Trebia
18 december 218 v.C.

Aan de Noord-Italiaanse rivier verslaat Hannibal met ± 26.000 man het Romeinse leger onder Tiberius Sempronius Longus.

Vanuit een hinderlaag valt zijn leger de Romeinen in de rug aan.

Zijn leger lijdt weinig verliezen, in tegenstelling tot dat van de Romeinen. Die raken bijna de helft van hun 45.000 man kwijt.

 

Ticinus
november 218 v.C.

Aan de volgende Noord-Italiaanse rivier staan Hannibal en Publius Cornelius Scipio voor het eerst tegenover elkaar.

De slag vindt plaats tussen 6.000 cavaleristen van Hannibal en 3.000 Romeinse cavaleristen en 5.500 lichte infanteristen.

De toon is gezet met ruim 2.000 Romeinse doden en het gewond-raken van Scipio.

 

Trasimeense Meer
21 juni 217 v.C.

Vanuit een hinderlaag overrompelt Hannibal een Romeinse colonne geleid door Gaius Flaminius.

Rome verliest in Centraal-Italië ruim 20.000 soldaten; 6.000 slaan er op de vlucht.

 

Cannae
2 augustus 216 v.C.

De climax van Hannibal's campagne tegen de Romeinen vindt plaats tussen de rivier Aufidus en de heuvelrug bij Cannae.

70.000 Romeinse infanteristen en ruim 6.000 ruiters onder leiding van beurtelings Gaius Terentius Varro en Lucius Aemilius Paullus, in totaal acht legioenen.

Hannibal heeft 40.000 infanteristen, onder wie ± 8.000 speerwerpers en steenslingeraars, en 10.000 (Carthaagse, Gallische en Numidische) ruiters.

Hij laat zien dat een opponent ook kan worden verslagen door slimmer en origineler te zijn: Hannibal's belangrijkste troef is zijn lichte cavalerie. Hoewel numeriek zwakker, omsingelen zijn ruiters de Romeinen in de ongedekte rug.

Na de overwinning spreekt Hannibal de 10.000 krijgsgevangen gemaakte Romeinse legionairs toe en geeft aan slechts te vechten om prestige en macht.

Hannibal lijkt heer en meester, maar hoewel hij met 8.000 gedode soldaten de Romeinen - met 70.000 gesneuvelden in acht uur tijd - een vernietigende nederlaag toebrengt, verliest hij hier feitelijk de 2e Punische Oorlog.

Cannae is het keerpunt in zijn roemrijke loopbaan als veldheer.

De Slag bij Cannae gaat de annalen in als een schoolvoorbeeld van een omsingelingsslag.

 

Zama
202 v.C.

De laatste en beslissende slag van de 2e Punische Oorlog, in het huidige Naraggara (Tunesië).

Scipio verslaat Hannibal.

Hannibal overleed in 183 v.C. in ballingschap in Libyssa, het huidige Gebze in Turkije.

Zie ook: artikel De verovering van het fort Eben-Emael in mei 1940, artikel Necrologie Norman Schwarzkopf (1934-2012). Populairste Amerikaanse generaal in jaren, expeditionair en Pyrrhusoverwinning.

Terug naar Boven

 

HARD KNOCK

Op niet-vriendelijke, agressieve manier een huis binnengaan.

Hierbij wordt de bewoners, na de overtreffende trap van een 'knock on the door', hardhandig gevraagd naar de handel en wandel bij hen en in hun omgeving.

Een hard knock, met name uitgevoerd door Special Forces en lichte infanterie, wordt in de regel niet gewaardeerd door de locals. Omdat verdachten (jackpots) niet in staat mogen zijn tegenstand te bieden, wordt bij een hard knock op uiterst onvriendelijke wijze snel vuuroverwicht gecreëerd: de deur wordt ingetrapt of opgeblazen, geluids- en/of rookgranaten gegooid en naar binnen gestormd.

Hard knocks worden bij voorkeur 's nachts uitgevoerd: verdachten worden van bed gelicht en geboeid en geblinddoekt afgevoerd. Mannen, vrouwen en kinderen worden gescheiden en naar buiten gestuurd, waarna het huis wordt doorzocht.

Omdat hard knocks allesbehalve routine zijn, vergen dergelijke operaties zeer betrouwbare inlichtingen, ruime voorbereidingstijd en een fase van isolatie.

De gevolgen van een hard knock kunnen de voortgang van een operatie ongunstig beïnvloeden. Te denken valt aan het gewenste positieve effect van hearts & minds. Onverminderd geldt hierbij de uitspraak van luitenant-kolonel Omer Lavoie (commandant 1 Royal Canadian Regiment Battle Group, 2006-2007): "Soft knock by preference, a hard knock as needed."

Zie ook: soft knock.

Terug naar Boven

 

HARD TARGET

Evenement, object of persoon dat door zijn ontoegankelijkheid of onbenaderbaarheid moeilijk te treffen is.

In de regel zijn hard targets militaire en/of industriële doelen.

Militaire en/of industriële doelen zijn met name grond- of oppervlaktedoelen, zoals brandstofopslagplaatsen, zich verplaatsende manoeuvreeenheden, verbindingscentra, verzamelgebieden van militair materieel en eenheden en vliegvelden.

Kenmerken van hard targets zijn:

■ militair doel

■ minder kwetsbaar doel

collateral damage wordt vermeden

■ hoge veiligheidsvoorzieningen: beveiligen en bewaken

■ slecht benaderbaar

■ slecht toegankelijk

Zie ook: soft targets.

Terug naar Boven

 

HARRIS HF7000

Tactische korte golf-radio die gebruik maakt van een laptop-computer voor het verzenden van informatie.

De HF7000 - een station met een radio van 20, 125, 400 of 1000 Watt - is niet alleen ontwikkeld als alternatief communicatiesystemen (met name voor de KL-VSAT), maar ook als primair verbindingsmiddel voor het overbruggen van grotere afstanden dan met de FM9000.

Voor de lange afstandsverbindingen zijn vanaf 1998 de 125, 400 en 1.000 Watt-versies van de HF-7000 serie van Harris ingevoerd bij KCT, 11 LMB, THG, 11 Verbindingsbataljon en de gemechaniseerde brigades.

De Harris manpack radio 20 Watt is de hier afgebeelde KL/PRC-7110.

De KL/PRC-7110 is goed voor tactische data- en spraakverbindingen over afstanden van maximaal 400 km en 20 Watt.

De HF7000 maakt zelfs wereldwijde verbindingen mogelijk. Het frequentiebereik is 1,6 MHz - 29,9999 MHz. Maximaal vijf radionetten per station zijn mogelijk, evenals Battle Scene Of Action (noodoproep) en beveiligd data- en spraakverkeer, onder meer dankzij frequency hopping. De Harris HF7000 is interoperabel met andere High Frequency- (korte golf) en enkelzijband (EZB)-systemen.

De Harris HF7000's zijn in 1994 bij de KL ingestroomd ten behoeve van de commandovoering met behulp van 'rearlinks' en verbindingen binnen het 1e Duits-Nederlandse legerkorps en de Air Manoeuvre Brigade.

De radio's worden gefabriceerd door het Amerikaanse Harris. HF7000 is de vernederlandsing van de RF-5000 Falcon-serie van Harris.

Zie ook: FM9000, KL-VSAT, Multitel en radiotelefonieprocedure.

Terug naar Boven

 

HARSKAMP, MUITERIJ IN DE

Opstand die plaatsvond op zaterdag 26 oktober 1918, aan het einde van WO I, onder de soldaten van het 2e en 3e bataljon van het 1e Regiment Infanterie (1 RI) die waren ingekwartierd op het legerkamp in Harskamp.

Een soldaat op wacht bij de afgebrande barakken.

Op 23 oktober had de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht (OLZ), generaal C.J. Snijders, alle verloven ingetrokken omdat de zich terugtrekkende Duitsers zich door Limburg dreigden te verplaatsen. Nadat op 25 oktober de onrust onder de manschappen al was toegenomen door de te geringe hoeveelheid voedsel die werd uitgegeven en enkele ruiten van bureaus en de officierskantine waren ingegooid, weigerden steeds meer soldaten dienst.

Rond 15.30 uur heerste in het kamp totale anarchie, waarbij de muitelingen onder invloed van uit de kantine geplunderde sterke drank met scherp schoten, officieren met stenen bekogelden, barakken en de officierskantine in brand staken en de telefoondraden doorknipten.

Militairen op de puinhoop van afgebrande gebouwen na de muiterij in Harskamp.

Door optreden van eerste luitenant Vonk, tweede luitenant Evers, de vaandrigs Reienga en Thijssen en twintig manschappen van de voortgezette opleidingsschool die in de lucht schoten, was het gezag op de legerplaats rond 21.30 uur hersteld.

Het legerkamp in Harskamp was gezuiverd van de muitelingen zonder dat er slachtoffers waren gevallen.

NRC Handelsblad schreef hierover: "De wondeplek in ons leger is door het gebeurde schril aan den dag gekomen"; Het Volk vroeg zich af bij wie de schuldvraag voor de muiterij lag: "[...] bij hen, die de barakken verbrandden, of bij hen, die dit niet wisten te voorkomen."

De situatie in Harskamp was het gevolg van na vier jaar mobilisatie gedemoraliseerd geraakte troepen. Door het intrekken van de verloven was het sluimerende gebrek aan tucht tot uitbarsting gekomen.

Voeg daarbij de al heersende grieven, dan was het wellicht verrassender dat de muiterij zo lang op zich had laten wachten:

■ gebrek aan democratisering en modernisering in het leger

■ geringe en slechte voeding

■ machtsvertoon en willekeur van de legerleiding

■ ouderwetse mentaliteit van het officierskorps

■ plaatsingen ver van huis

Ook in tientallen andere legerplaatsen was het dan ook allesbehalve rustig, maar met het naderende einde van WO I liep dit snel ten einde.

Menigeen was destijds bang voor een revolutie in Nederland.

SDAP-leider P.J. Troelstra probeerde de door de muiterij in Harskamp veroorzaakte onvrede te benutten: op 5 november vroeg hij in een debat in de Tweede Kamer om het vertrek van de OLZ. Een dag later verzocht de minister van Oorlog, jonkheer George A.A. Alting von Geusau, generaal Snijders zijn ontslag in te dienen.

Terwijl de regering op 8 november een begin maakte met de demobilisatie van de land- en zeemacht, werd generaal Snijders een dag later eervol ontslag verleend.

Op 11 november, de dag waarop de wapenstilstand van WO I werd getekend, werd luitenant-generaal W.F. Pop (sous-chef van de Generale Staf) benoemd tot waarnemend OLZ.

Troelstra had zich vergist in de massale hang naar revolutie onder de Nederlanders: toen begin 1919 de demobilisatie was voltooid en de muiterij in de Harskamp in de annalen was bijgeschreven, was de vermeende revolutionaire golf Nederland gepasseerd.

Bronnen:

  • 'De vergissing van Troelstra' -Johan S. Wijne
  • 'Niet van God en niet voor het Vaderland' - Ron Blom & Theunis Stelling
  • 'Of geweld zal worden gebruikt!' - Ronald van der Wal
  • 'Inventaris van het archief van de Koninklijke Landmacht: Generale Staf en daarbij gedeponeerde archieven' - H.E.M. Mettes, J.M.M. Cuypers, R. van Velden en E.A. van Heugten

Zie ook: gevechtsbaan, Infanterie Schiet Kamp (ISK) en insubordinatie.

Terug naar Boven

 

HARTKEK

Hartkek; Panzerkekse; Dauerbackware.
hard tack ("soft tack" is vers brood); biscuit; cracker.
biscotte; biscuit de campagne.

Luchtdicht verpakte legerbiscuit die deel uitmaakt van het gevechtsrantsoen en al sinds de Romeinse tijd (panis militaris mundus) geldt als broodvervanger.

De harde, droge hartkeks drogen niet uit, omdat ze worden gebakken van tarwebloem en water, in de regel zonder zout, in een verhouding van 10 : 1.

PANIS MILITARIS MUNDUS

In tegenstelling tot het standaard legerkampbrood, het gegiste panis militaris castrensis, was panis militaris mundus een betere kwaliteit brood.

Panis militaris mundus, ongezuurd witbrood, kon gemakkelijk te velde worden gebakken in een open vuur.

Het brood, bedoeld voor de Romeinse officieren en op feestdagen voor de gewone soldaten, was gedroogd zeer lang houdbaar en werd dan geweekt in water gegeten.

Vanwege de tarwebloem (zetmeel) bestaat 85% van de biscuit uit koolhydraten en vetten.

Dit is de reden dat hartkeks zeer voedzaam zijn: één gram koolhydraten levert vier kilocalorieën (17 kilojoule) energie, één gram vet negen kilocalorieën (38 kilojoule).

Naast het gegeven dat hartkeks een hoge voedingswaarde hebben, zijn ze hongerstillend. Door de neutrale smaak is de hartkek ideaal te combineren met zowel hartig als zoet beleg. Van hartkeks kan ook pap worden gemaakt.

Terug naar Boven

 

H.A.V.E.R.S.A.C.K.S.

Ezelsbruggetje dat in gebruik is ten behoeve van het niet vergeten van essentiële zaken wanneer wordt verplaatst in groepsverband (> 4 personen).

Vertaling van het acroniem uit het Engels: "haverzakken". Van origine in gebruik bij het Korps Mariniers, maar ook gesignaleerd bij de Koninklijke Landmacht:

H

Heb altijd kaart, kompas, potlood, lamp, fluit, reccoblokjes, visibility card, aansteker en/of windlucifers en lawinekoord op de man

A

Altijd de juiste kleding dragen

V

Voor noodgevallen noodrantsoenen

E

Er zeker van zijn de juiste persoonlijke en groepsuitrusting bij je te hebben

R

Routeplanning en een routekaart achterlaten

S

Steeds in groepen van vier of meer personen verplaatsen

A

Altijd op de hoogte zijn van de dichtst bijzijnde mountain rescue post, ziekenhuis en belangrijke telefoonnummers

C

Controleer het gebruik van energie en keer op tijd terug

K

Ken de internationale noodseinen

S

Speciale aandacht voor locale informatie over weer en terrein

Terug naar Boven

 

HAVIK

Falke.
hawk.
faucon.

In tegenstelling tot de duif is de havik begerig, oorlogs- en roofzuchtig en wreedaardig.

De havik, normaliter afgestompt, korzelig en ruw, wil liever vandaag dan morgen ten strijde trekken, ook zonder dat er sprake is van een duidelijke en directe dreiging.

Een havik wacht zijn kans schoon om te dreigen of te bestormen.

  

De havik is een hard-liner, voorstander van een harde aanpak en niet bereid tot een compromis.

In de 21e eeuw vertegenwoordigt de havik vaak het neoconservatieve gedachtegoed.

Hierin staat onder andere het geloof in de doeltreffendheid van militaire middelen centraal (met inbegrip van interventies) om democratische ideeën met geweld op te leggen.

In de regel worden oorlogszuchtige politici eerder aangeduid als haviken dan oorlogszuchtige militairen.

Bij geharde en gestaalde militairen, in casu generaals, spreekt men eerder van een houwdegen of ijzervreter.

Op 20 september 2013 discussieerden vertegenwoordigers uit verschillende geledingen van de maatschappij over de relatie tussen de krijgsmacht en de samenleving.

Aan het einde van de dag nam de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, het resultaat in ontvangst: het Pact van Soesterberg.

"Denker des Vaderlands René Gude was een van de aanwezigen. Hij zei geen havik te zijn, geen vredesduif, maar een duif met tanden.Gude: "Je krijgsmacht moet goed zijn uitgerust. En het idee dat je die krijgsmacht kunt inzetten voor humanitair ingrijpen, vind ik fascinerend. Misschien wordt het tijd om bepaalde emoties in de samenleving te activeren. Een stukje stemmingmakerij. Verontwaardiging en boosheid over humanitaire schendingen aan de ene kant, angst en vrees voor een aanval op rechtsveiligheid aan de andere kant."

Bron: artikel 'Burgers en militairen discussiëren over rol Defensie', Defensiekrant, 3 oktober 2013.

 

"De baaierd aan adviezen die staatshoofden in tijden van spanningen en conflicten krijgen, valt meestal in twee categorieën uiteen.

Aan de ene kant staan de haviken: zij geven doorgaans de voorkeur aan krachtdadig optreden, zijn meer geneigd strijdkrachten in te zetten, en zullen eerder betwijfelen of het een goed idee is om concessies te doen.

Zij ontwaren in het verre buitenland veelal onwrikbaar vijandige regimes, die maar één taal verstaan: geweld.

Aan de andere kant staan de duiven, sceptisch over het gebruik van geweld, en meer geneigd om naar politieke oplossingen te zoeken.

Waar haviken bij hun tegenstanders vrijwel uitsluitend vijandigheid waarnemen, wijzen duiven dikwijls op aanknopingspunten voor een dialoog."

Bron: 'Over oorlog en vrede wordt niet rationeel beslist: waarom haviken vaak winnen van duiven', psychologen Daniel Kahneman en Jonathan Renshon, NRC Handelsblad, 3 februari 2007.

Zie ook: duif.

Terug naar Boven

 

HAZMATID PORTABLE CHEMICAL IDENTIFIER

De HazMatId, geproduceerd door het Franse bedrijf Smiths Detection, is een hightech draagbaar meettoestel voor de identificatie van onbekende vloeistoffen en poeders en gassen.

Het toestel kan ruim 32.000 stoffen identificeren, waaronder zenuwblokkerende en blaartrekkende strijdmiddelen, (toxische industriële) chemicaliën, explosieven, drugs en pesticiden.

Het apparaat, waarvan er één is ingedeeld bij de HPG-groep op brigadeniveau (Operationeel Ondersteuningscommando Land: twee stuks), herkent stoffen aan de hand van infrarood spectroscopie. Binnen 20 à 120 seconden kan het apparaat uit de aangetroffen, onbewerkte stof een vergelijking maken met de stoffenlijst in het eigen databestand. Hierdoor is het mogelijk de commandant in een vroeg stadium te informeren over aangetroffen stoffen in het inzetgebied.

De koffer van de HazMatID is waterdicht; het toestel heeft een touchscreen en is via muis en toetsenbord te benaderen.

afmetingen

44,4 x 30,5 x 19 cm

decontaminatie

ontsmetting mogelijk met water (alleen indien werkend op batterijen)

vochtigheid

0-100%

temperatuur

7-50° Celsius

gebruikte technologie

FTIR-spectroscopie (Fourier-Transform Infrarood Spectroscopie)

gewicht toestel zonder koffer

10,4 kg

oplaadtijd batterijen

3 uur

prijs

€ 55.000

spanning

220 Volt, verwisselbare batterijen, sigarettenaansteker 12-24 Volt DC (gelijkstroom)

toebehoren

batterijen, batterijlader, batterijoplader via sigarettenaansteker voertuig (12-24 V DC), elektrisch snoer voor aansluiting op netspanning, handleiding, oprolbaar toetsenbord, muis, transportkoffer, USB-sleutel van 512 MB

werktijd op batterijen

2 uur

Terug naar Boven

 

HEARTS & MINDS

Letterlijk: "harten en zielen" . De "battle for the hearts and minds" is een serieuze opgave voor moderne krijgsmachten. Immers: wie de harten van de lokale bevolking wint, wint hun mening en dus gemakkelijker hun steun. Door middel van hearts and minds-projecten zal moeten worden geïnvesteerd in een goede verstandhouding met de lokale bevolking, die tevens een waardevolle bron van informatie is wat betreft activiteiten die de eigen troepen kan benadelen.

Uiteindelijk geldt: "To fight the battle for hearts and minds is to to win the hearts and minds of the local population."

Ten behoeve van de (tactische) Force Protection is - naast goede inlichtingen, materieel en moreel van de troepen - ook de bevordering van de steun aan de bevolking door middel van hearts and minds-projecten belangrijk. Dat weten de Britten als gevolg van hun campagnes van de Special Air Service (SAS) in Borneo, Maleisië en Oman en leerden de Amerikanen in de Vietnamoorlog.

Bij de SAS ontfermden de medics zich over de gezondheid van de lokale bevolking, peuterden intussen informatie uit hen los, leerden hun taal en gebruiken en gaven hen brandstof e.d. Een erfenis uit de Vietnamoorlog is PsyOps (psychologische operaties). In een poging om de hearts and minds van de Zuid-Vietnamezen voor zich te winnen, hielpen de Amerikanen oorden die zich afkeerden van de Vietcong. Maar PsyOps had een schaduwzijde: oorden die niet met de Amerikanen wilden samenwerken werden gestraft.

Bij hearts and minds draait alles om de acceptatie van de aanwezigheid van een vreemde mogendheid op andermans grondgebied. Hearts and minds is dan ook, niet vreemd, een combinatie tussen CIMIC (Civiel-Militaire Samenwerking) en PsyOps.

Hearts and minds-projecten zijn meestal kleinschalig en worden uitgevoerd door of onder leiding van CIMIC. Defensiematerieel of aangekocht civiel (bouw)materieel wordt aangewend ten bate van de lokale economie: bijvoorbeeld verbindingen, openbare voorzieningen, scholen en water- en energievoorzieningen worden verbeterd (door de genie) en medische hulp wordt geboden (door de geneeskundige dienst). Vaak raken hearts and minds-projecten het werkgebied van de ontwikkelingssamenwerking.

Zie ook: inktvlekstrategie en W.H.A.M.

Terug naar Boven

 

HECHTEN

In de film ‘First Blood’ (1992) hecht John Rambo zelf met naald en draad, zonder verdoving, zijn gapende armwond nadat hij is gewond geraakt.

Terug naar Boven

 

HECKLER & KOCH HK 416

Wapen ten behoeve van de leden van het Korps Commandotroepen dat medio 2010 haar intrede deed ter vervanging van de Diemaco-karabijn C8A1GD (met geluiddemper of suppressor). De HK 426 is de kleinkalibervariant van de HK 417 (7.62 mm). Het wapen heeft een zgn. Quad Rail (gepantenteerd railsysteem van Heckler & Koch: Free Floating Handguard System), waarop alle accessories gemakkelijk aan het wapen worden gemonteerd (helderheidsversterker, infrarood, laser, richtmiddel, witlicht e.d.). Na onderhoud aan het wapen hoeft de Quad Rail met zijn accessoires niet steeds opnieuw te worden ingesteld.

De HK416 beschikt over een verbeterde kolf met verschillende stelmogelijkheden, een bolle en holle schouderpad en opbergmogelijkheden voor bijvoorbeeld batterijen, inbussleutels, wapentoebehoren e.d.

Vanuit het water kan het wapen onmiddellijk worden gebruikt, zonder het eerst droog te maken en te onderhouden. Daarnaast heeft het wapen allerhande ultramoderne noviteiten, zoals het gebruikmaking van alle gangbare types geluiddempers en de bevestiging van vertical foregrips. Voor het verschieten van brisante munitie op middellange afstanden kan de binnen de KL gebruikte granaatwerper van Heckler & Koch onder het wapen worden gemonteerd.

Ook beschikt het wapen over een verbeterde kolf met zes verschillende stelmogelijkheden, een holle en bolle schouderpad en opbergmogelijkheden voor bijvoorbeeld een inbussleutel, batterijen of wapentoebehoren.

Specificaties:

effectieve dracht

365 meter

gewicht met 10,4 inch loop en gevuld 30-schotsmagazijn

3,64 kg

gewicht met 14,5 inch loop en gevuld 30-schotsmagazijn

4,11 kg

kaliber

5.56 x 45 mm

loop

eenvoudig te wisselen van standaard 14,5 inch naar 10,4 inch

mondingssnelheid 10,4 inch loop

774 meter per seconde

mondingssnelheid 14,5 inch loop

850 meter per seconde

patroonmagazijn

stalen magazijn voor 20 of 30 patronen

vuursnelheid700 à 900 schoten per minuut

vuurregeling

semi- of volautomatisch

Terug naar Boven

 

HEILDRONK

einen Toast auf jemands Wohl aussprechen.
drink a toast to somebody.
porter un toast à quelqu'un.

Synoniemen: feestdronk, toost.

Binnen Defensie is het goed gebruik om de verbondenheid met het Koninklijk Huis te onderstrepen in het organiseren van heildronken. De uitvoering van de heildronk is een vorm van ceremonieel die met het nodige decorum dient plaats te vinden.

Met de heildronk wordt gedronken op iemands welzijn, waaronder zijn/haar goede gezondheid.

Traditiegetrouw wordt door het op een militaire locatie bijeengekomen personeel gezamenlijk een heildronk uitgebracht. Het uitbrengen van de heildronk geschiedt staande en vindt in front van de troep plaats met het uitspreken van de heilwens door de oudste officier in rang. Daarna wordt een toost uitgebracht.

Bij het uitbrengen van de toost wordt het gevulde glas bij de steel vastgehouden en geheven. Er wordt uitsluitend gericht naar de uitbrenger van de toost. Het uitbrengen van de toost kan met alle soorten (alcoholhoudende) drank, maar oranjebitter geniet de voorkeur. Op het staatshoofd wordt bij voorkeur getoost met witte wijn, nooit met bier.

Uit eerbied voor en gepaste nederigheid naar het Koninklijk Huis dient het heffen van het glas met gebogen in plaats van gestrekte armen plaats te vinden.

In koor wordt: "Dat zij/hij leve" uitgesproken. Het zgn. narichten blijft bij de heildronk achterwege. Tot slot wordt een slok genomen; daarna mag het glas ad fundum worden leeggedronken.

Na de heildronk kan het Wilhelmus ten gehore worden gebracht, waarbij iedereen in de houding staat (zonder glas in zijn/haar hand).

Binnen de Nederlandse krijgsmacht vindt de heildronk plaats ter gelegenheid van de verjaardagen van het staatshoofd, zijn echtgenote, het vorige staatshoofd en de eerste in de lijn van troonopvolging:

Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander

27 april (1967)

Hare Majesteit Koningin Máxima

17 mei (1971)

Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix

31 januari (1938)

Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Catharina-Amalia
(Prinses van Oranje)

7 december (2003)

Op de verjaardagen van Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima, Prinses Catharina-Amalia en Prinses Beatrix geldt tevens de officiële vlaginstructie. Deze is vastgesteld door de minister-president en houdt in dat de Nederlandse vlag op Rijksgebouwen uithangt. Alleen voor het staatshoofd geldt het uitgebreid vlaggen; voor zijn echtgenote en de beide prinsessen geldt het beperkt vlaggen.

Vindt de verjaardag van de leden van het Koninklijk Huis plaats op een zater-, zon- of feestdag, dan vindt de heildronk plaats op de eerste werkdag hierna.

Zie ook: Koninklijk Huis.

Terug naar Boven

 

HEIMLICH-MANOEUVRE

Heimlich-Manöver; Heimlich-Handgriff.
Heimlich maneuver.
manoeuvre de Heimlich; méthode de Heimlich.

Genaamd naar de Amerikaanse arts dr. Henry J. Heimlich (1920), die de methodein 1974 als eerste beschreef. De Heimlich-manoeuvre is een methode om een blokkade van de luchtwegen te verhelpen en aldus verstikking te voorkomen.

Wanneer bij een acute verstikking de luchtwegen niet kunnen worden vrijgemaakt, zit de obstructie meestal in de buurt van het strottenhoofd. Als de luchtwegen boven de splitsing in de twee hoofdbronchiën (bifurcatie of carina) zijn verstopt met een zgn. 'vreemd lichaam', waardoor er geen zuurstofuitwisseling meer plaatsvindt, moet onmiddellijk de Heimlich-manoeuvre worden toegepast.

Hierbij wordt met kracht de in de longen aanwezige lucht naar buiten geperst, waarmee wordt geprobeerd de obstructie te verhelpen en het materiaal naar buiten te werken.

De Heimlichmanoeuvre kan op twee manieren worden uitgevoerd:

Kloppen op de rug:

►houd het slachtoffer met de borstkas rechtop;

►laat het hoofd van het slachtoffer zover mogelijk voorover zakken om de zwaartekracht te benutten;

►geef een serie van 3 tot 5 stompen met de vuist op de rug van het slachtoffer tussen de schouderbladen.

Duwen op de buik:

ga achter het slachtoffer staan;

►sla de armen om zijn middel;

►grijp met de ene hand de vuist van de andere hand;

►plaats de handen tegen de buik van het slachtoffer tussen de navel en de onderzijde van het borstbeen;

►druk krachtig en snel de vuist in de buik en omhoog;

►bij geen resultaat: handeling tot 5 maal herhalen.

Terug naar Boven

 

HELICOPTER HANDLING INSTRUCTOR

Afgekort: HHI.

Eindverantwoordelijke voor alle helicopter-handling op de grond: alle handelingen die nodig zijn om het optreden met helikopters uit zowel binnen- als buitenland, militair en/of civiel, zowel bij dag als bij nacht, voor alle betrokken partijen op een zo veilig mogelijke wijze te laten verlopen.

De functie van HHI is gericht op de organisatie en alle helikoptertechnisch gerelateerde handelingen op een landing point.

Hieronder vallen:

► alternatief in- en uitstijgen van een helikopter
► cargo-nets
► Dangerous Air Cargo (DAC)
► Helicopter Underslung and Loading Equipment (HUSLE)
► interne en externe ladingen
► paradroppingen
► troop-drills conform Basis Helikopter Training (BHT)
Under Slung Loads (USL).

De HHI, die in een cursus bij de School Grond Lucht Samenwerking (SGLS) wordt opgeleid en gecertificeerd, is bevoegd om:

  • Air Loading Table (helikopterbeladingstabel) voor verplaatsingen door de lucht samen te stellen; dit is de tabel waarop de verdeling van pax en interne/externe cargo over de beschikbare helikopters staat vermeld
  • air movement table (luchtvervoerschema) voor verplaatsingen door de lucht samen te stellen; dit is het brondocument
  • eenheden te adviseren over welk materiaal een bepaald helikoptertype kan vervoeren
  • landingsterreinen te verkennen
  • luchttransportabel materieel gereed te (laten) maken voor het vervoer per helikopter
  • mogelijke landingsterreinen te vrijwaren van vijand of landmijnen
  • personeel verplicht te briefen in het kader van de veiligheid bij luchtverplaatsingen door helikopters (o.a. brown out, downwash, white out)

De HHI kan bij ernstinzet met helikopters deel uitmaken van een Mobile Air Operations Team (MAOT), dat vooraf landingsplaatsen verkend.

Zie ook: Basis Helikopter Training (BHT), brown out,  landing point en Under Slung Load (USL).

Terug naar Boven

 

HELI(COPTER) LANDING SITE (HLS)

Afgekort: HLS. Duits: Hubschrauberlandeplatz. Frans: site de posé d'hélicoptère. Nederlands: helikopterlandingsplaats; landing point voor een helikopter.

Landing point waar één helikopter geacht wordt te kunnen landen ten behoeve van de pickup en/of drop-off van personeel en/of materieel.

Het organiseren (verkennen, uitzetten/markeren en beveiligen) van een HLS is een voorwaardenscheppende activiteit, die in de regel wordt uitgevoerd door een militair die is opgeleid tot Helicopter Handling Instructor (HHI).

Een helikopter kan niet op elke willekeurige locatie landen: de selectiecriteria zijn de 5S’n: Size, Surface, Slopes, Shoots en Security. Verder zijn leidend:

►De meest gunstige invliegrichting wordt bepaald door de windrichting en de geografische omstandigheden ter plaatse.

►De windrichting is doorslaggevend voor de invliegrichting. Het verdient de voorkeur een helikopter tegen de wind (head wind) in te laten opereren.

►Het coördinaat van de HLS is van belang voor de bereikbaarheid van en toegang tot (afgelegen) (ongevals)locaties: het is het dichtstbijzijnde pick-up-point van een helikopter. Vergelijk de 'A'(Access to the scene) van METHANE. Op deze wijze dient de locatie voor de grondafvoer naar de HLS ten behoeve van een AeroMEDEVAC gegarandeerd te zijn.

►HLS is beveiligd.

►HLS is vrij van vijandelijke activiteiten.

In de nabijheid van een mobiel checkpoint (MCHP) en op geringe afstand van de role 1 geneeskundige inrichting (hulppost) of role 2/3 geneeskundige inrichting, wordt altijd een verkende HLS gemarkeerd. In het geval van de hulppost is dit een locatie-eis.
 
Leidend voor het markeren van een HLS zijn de Allied Tactical Publication (ATP)-49(D), 'Use of Helicopters in Land Operations' (STANAG 2999) en HB 4-42 (Handboek Helicopter Handling). Een HLS kan worden gemarkeerd door:

Bij dag:

Flashcard

►Groene rook van een rookgranaat *

►Grote stenen bespoten met UXO-marker

►Inverted Y (omgekeerde Y) of NATO-T (vijf lichtbronnen uitgezet in de vorm van T)

►Lichtarmatuur Fire Fly

Marker panel uitgezet op het maaiveld

Marshaller met marker panel in de handen

►Marshaller met sleeves (mouwen) in dezelfde kleuren als het marker panel

►Noodseinspiegel

Bij nacht of verminderd zicht

►Infrarood breaklight

►Infrarood strobelight

►Inverted Y of NATO-T met lampen of breaklights

►Marshaller voorzien van lampen of breaklights

 
* Groene rook markeert een locatie die 'cold' is, rode rook een locatie die 'hot' is. Rood is het signaal om niet te landen.

Veel van de opgesomde materialen zijn aanwezig in de helikopterlandingsplaatsuitrusting.

Zie ook: brown out, helikopterlandingsplaatsuitrusting, landing point en METHANE.

Terug naar Boven

 

HELIKOPTER

Synoniemen: draaivleugelvliegtuig, hefschroefvliegtuig; Rotary Wing; wentelwiek (Vlaams).

Al in 1944 werden evacuaties van gewonden (medevacs) onder oorlogsomstandigheden uitgevoerd met de eerste helikopter de in serieproductie werd genomen: de Amerikaanse Sikorsky R-4. Met dit toestel voerde de U.S. Army in WO II onder andere reddingsmissies in Birma uit.

Ook tijdens de oorlog in Korea is dit toestel veelvuldig ingezet voor de aanvoer van gewonden naar een Mobile Army Surgical Hospital (MASH).

Sinds de ingebruikname van de helikopter als hulpmiddel bij gewondentransport daalde het sterftecijfer onder gewonde militairen aanzienlijk.

Het gebruik van de gevechtshelikopter gaat terug tot de jaren '60 van de 20e eeuw, toen de Fransen hun H-21 Shawnee, bewapend met raketten, inzetten tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog. De Amerikanen gebruikten ditzelfde toestel tijdens de Korea-oorlog (1950-'53) voor het transport van cargo en troops en Search and Rescue. Daarmee werd de helikopter in één klap een niet meer weg te denken onderdeel van de oorlogsvoering.

Vanaf 1962 zetten de Amerikanen ook hun Bell UH-1 Iroquois, bijgenaamd "Huey", in tijdens de Vietnamoorlog: voor luchtgewondentransport bij het US Army Medical Service Corps én bewapend met machinegeweren en raketlanceerders.

Voor de Amerikanen noodzaakten de Vietnamoorlog tot de inzet van zwaarbewapende gevechtshelikopters, uitgerust met verfijnde richtmiddelen en antitankwapens.

Een hellikopter van de Stabilization Force (SFOR) landt op de compound in Novi Travnik in Bosnië.

Nederland

Ook de Nederlandse krijgsmacht maakt gebruik van helikopters, bijvoorbeeld sinds 1963 de Alouette, sinds 1975 de Bölkow BO-105 en sinds 1976 de Westland Lynx (bij de Marine Luchtvaartdienst).

Een Nederlandse Sikorski van de Marine Luchtvaartdienst (MLD) cirkelt boven de Hr. Ms. Karel Doorman. Dit vliegkampschip was van 1948 tot '68 bij de Koninklijke Marine in de vaart. Vanaf dit schip opereerden de Sikorski's onder andere ten behoeve van onderzeebootbestrijding.

Terug naar Boven

 

HELIKOPTERLANDINGSPLAATSUITRUSTING

Uitrusting die nodig is bij het aan de grond zetten en/of laten wegvliegen van helikopters.

De uitrusting bestaat uit:

► anemometer (windsterktemeter) ¹

clinometer (hellingshoekmeter)

gronddoek (marker panel)

► kompas Recta DP-6

► markeerlint

► noodseinspiegel (heliograaf) ²

► reflecterende mouwstukken (sleeves)

► scherfwerende bril

► static probe ³

► stroboscooplamp (firefly)

zaklantaarns

 

¹ De windsterktemeter registreert de snelheid van de verplaatste lucht.

² Als de zon schijnt kan met de seinspiegel een straal licht op de helikopter worden gericht.

³ De static probe is een aardkabel. Voordat aan de helikopter een lading wordt aan- of afgehaakt, moet de haak worden gekoppeld om de statische elektriciteit af te voeren van de heli.

Terug naar Boven

 

HELM

Formeel: gevechtshelm, composiet, para. Duits: Gefechtshelm. Engels: helmet. Frans: casque.

De gevechtshelm, composiet, para (M95)

De helm is sinds de 15de eeuw een van de oudste militaire beschermingsmiddelen. De huidige Nederlandse helm is in 1995 krijgsmachtbreed ingevoerd voor alle reguliere eenheden is de M95, die door de fabrikant het model Schuberth B826 wordt genoemd. Dit is een van origine Duitse helm, die wordt geproduceerd door Schuberth GmbH in Duitsland en Induyco SA in Spanje.

De helm is de opvolger van de Amerikaanse M53, die in Nederland ruim vier decennia dienst heeft gedaan. Sinds de Eerste Wereldoorlog volgde Nederland achtereenvolgens de Duitse (Stahlhelm M16), Franse, Britse en Amerikaanse helmdracht.

De M95 - een Personnel Armour System Ground Troop-helmet (PASGT-helm) - weegt, afhankelijk van de maatvoering, 1.350 tot 1.500 gram, is verkrijgbaar in de maten XS, S, M, L en XL en wordt geperst uit zestien lagen van de hoogwaardige kunststof aramide-fenol (Kevlar®) en hars. De helmrand is verstevigd met twee ringen aramide-fenol. De M95 biedt hierdoor een optimale bescherming.

De M95 met camouflagepatroon desert

De RBH 303 AU-helm zoals die wordt gedragen door het Korps Commandotroepen

De helm bestaat uit de helmschaal, het noppenbinnenwerk met draagnet, een verstelbare lederen hoofdband en een driepunts kinriem die is voorzien van snel- en veiligheidssluiting.

Bij de Nederlandse Special Forces wordt sinds 2004 de RBH 303 AU (Australian) van Rabintex Industries uit Israël gedragen. Deze helm, ook bekend als de Enhanced Combat Helmet (ECH), is niet door Defensie aangekocht maar door het Korps Commandotroepen zelf. De helm weegt 1.300 gram en is verkrijgbaar in de maten S, M, L en XL. Redenen voor de aanschaf waren onder andere de integratie van communicatieapparatuur die met de reguliere helm onmogelijk bleek; het lichtere gewicht in verband met langdurig en vaak optreden te voet; en het feit dat de voorzijde (rand) van de helm de liggende schiethouding negatief beïnvloedt.

De Kevlar® legerhelmen fungeren, behalve als ballistisch beschermingsmiddel, ook als geluidsversterker, zonneklep, oorbeschermer en bescherming tegen koude, regen en zon. Beide helmen voldoen aan de normen zoals die zijn vastgelegd in de STANAG 2902 (Criteria for a NATO Combat Helmet').

Medio 2011 zal binnen de krijgsmacht een lichtere helm met meer draagcomfort instromen zoals die momenteel door de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO Integrated Head Protection van het Soldier Modernisation Programme) wordt ontwikkeld.

De Kevlar® helm Schuberth B826.

Het beschermingsniveau hiervan kan worden opgeschaald met beschermingsstukken voor kin, nek en oren die op de nieuwe helm worden geplaatst. Daarnaast zal de helm geheel zijn aangepast aan het meenemen van nu nog losse onderdelen, zoals ballistische stof- of zonnebril, driedimensionaal kompas, earplug voor communicatie en nachtkijker.

In maart/april 2008 werd er nog hevig discussie gevoerd door vakbonden en sommige politici, omdat sommige militairen ten behoeve van de missie in Uruzgan zelf een helm kochten. De huidige, uit de jaren '90 stammende uitrusting zou niet berekend zijn op uitzending naar extreme gebieden als Irak en Afghanistan.

De Commandant der Strijdkrachten, generaal Dick Berlijn, reageerde op 4 april 2008:

"Ik zie veel mensen lopen met 'non-government issued' zaken. Niet alleen laarzen, maar ook helmen, magazijnen, jassen en zelfs richtmiddelen worden zelf aangeschaft. En wat nog bijzonderder is, worden getolereerd." [...] "Het gras van de buurman is altijd groener", luidt een bekend gezegde. Het feit dat anderen met andere spullen rondlopen, wil niet zeggen dat de eigen spullen slecht zijn. Een eenheid die er uitziet als een allegaartje, geen eenheid van tenue laat zien, boezemt geen gezag in." [...] "Als Defensie spullen voert die niet goed zijn, hebben we procedures om ervoor te zorgen dat er betere spullen komen. Het zelfstandig uitrusting aanschaffen en dat als commandant bovendien tolereren is niet goed. Help mij de goede zaken aanschaffen en handhaaf eenheid van tenue."

Zie ook: Soldier Modernisation Programme (SMP) en Verenigde Naties (VN).

Terug naar Boven

 

HELOCASTING

Inzetmethoden waarbij via het luchtruim kleine eenheden boven het water in vijandelijk gebied worden gedropt.

De eenheid wordt per transporthelikopter ingevlogen naar een insertiepunt boven het water. Daar blijft de helikopter juist boven het wateroppervlak hoveren, waar personeel en materieel het toestel te water verlaten.

De methode wordt met name gebruikt door kleine eenheden, zoals Special Forces.In Nederland betreft dit met name de operators van de waterploegen van het Korps Commandotroepen, operators van de Netherlands Maritime Special Operations Forces (NLMARSOF) van het Korps Mariniers en specialisten van 11 Luchtmobiele Brigade.

De insertietechnieken zijn met name boat drop en hover jump:

► BOAT DROP

Naast personeel wordt ook een opblaasbare rubberboot (Combat Rubber Raiding Craft, CRRC) afgeworpen, als samengepakt pakket of volledig opgebouwde Medium Inflatable Boat (MIB); de zeewaardige MIB is uitgerust met buitenboordmotor en biedt plaats aan tenminste vier operators.

HOVER JUMP

Personeel springt vanuit een hoverende helikopter met zwemuitrusting aan het water in.

Op 21 november 2013 vond voor het eerst een helocast training in Nederland plaats. De locatie was boven en op de Oude Maas in Raamsdonksveer.

Zie ook: Air Manoeuvre Brigade (11 Luchtmobiele Brigade), hover jump, insertie, Korps Commandotroepen (KCT), Korps Mariniers (NLMARSOF) en Special Forces.

Terug naar Boven

 

HERCULES C-130

Het meest gebruikte transportvliegtuig na de Tweede Wereldoorlog is sinds 1994 ook in gebruik is bij de Koninklijke Luchtmacht. In de Verenigde Staten vloog de eerste Hercules al op 23 augustus 1954. Ruim veertig luchtmachten ter wereld vliegen met dit toestel.

Nederland heeft vier Hercules toestellen: twee in de H-30 uitvoering (met 4½ meter verlengde versie) en twee in de generieke lengte die indertijd zijn overgenomen van de U.S. Navy:

Registratienummer

Type

Naam

G-273

Lockheed C-130H-30 Hercules

Ben Swagerman

G-275

Lockheed C-130H-30 Hercules

Joop Mulder

G-781

Lockheed C-130H Hercules

Bob van der Stok

G-988

Lockheed C-130H Hercules

Willem den Toom

Alle toestellen zijn ingedeeld bij 336 Squadron op de Vliegbasis Eindhoven.

Een van de vier Hercules transportvliegtuigen van het Commando Luchtstrijdkrachten: de C-130H Hercules 'Willem den Toom' met registratienummer G-988.

De C-130 Hercules beschikt over een zeer ruime actieradius en uitstekende Short Take Off & Landing (STOL-) eigenschappen. Dit maakt het middelzware, viermotorige transportvliegtuig bij uitstek geschikt voor het landen en opstijgen op primitieve vliegvelden met onverharde start- en landingsbanen en gevarieerde strategische luchtopdrachten, zoals humanitaire hulpvluchten naar afgelegen gebieden.

Door de grote achterlaadklep (ramp) is de Hercules niet afhankelijk van speciale be- en ontladingsfaciliteiten op vliegvelden. De ramp kan tijdens de vlucht ook worden geopend voor het afwerpen van parachutisten.

Een Hercules landt op de dirt strip van Tarin Kowt in de Afghaanse provincie Uruzgan.

Specificaties:

bemanning

2 piloten, 1 flight-engineer en 1 loadmaster

breedte40 meter 41

hoogte

11 meter 61

kruissnelheid556 km per uur (300 knopen)
leeggewicht40.000 kg

lengte

29 meter 79 (C-130H-30: 34 meter 37

maximaalgewicht70.455 kg
maximale lading30.455 kg

maximumsnelheid

602 km per uur (325 knopen)

motoren

4 x Allison T56-A-15LFE turboprop

motorvermogen

4.591 pk (3.373 kW) per motor

spanwijdte

40 meter 41

vleugeloppervlak

162,11 m²

vliegbereik

8.100 km (5.035 mijl)

vliegplafond

13.075 meter (bijna 43.000 voet)

zelfbeschermingsmiddelentegen infrarood- en radargeleide raketten (chaff en flares)
  

336 Hercules Squadron, gestationeerd op de Vliegbasis Eindhoven, is opgericht op 23 oktober 2007.

Feitelijk gaat het om de heroprichting van 336 Squadron, dat voor het eerst het levenslicht zag in 1961 in toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea. 336 verzorgde vanaf de vliegbasis Mokmer (Biak) in Nederlands Nieuw-Guinea met zes Douglas C-47 Dakota's het militaire luchttransport op het eiland. Dit suadron ging in 1962 ter ziele.

In 1981 zag 336 in Soesterberg opnieuw het levenslicht. Vanaf de luchthaven Hato bij Willemstad (Curaçao) voerde het met Fokker F-27 Maritime's taken uit boven de Nederlandse Antillen. De inzet betrof voornamelijk kustwachtpatrouilles, Search and Rescue (SAR), surveillance en transport. In 2000 verdween 336 opnieuw in de mottenballen en werd de taak overgenomen door de Lockheed Orions van de Marine Luchtvaart Dienst. De Fokker F-27's werden afgestoten.

De wapenspreuk van 336 Squadron is 'Sudore ac pulvere' ("Zweet en stof").


In 2012 is de volledige Nederlandse Hercules-vloot gemoderniseerd. De door de Britse Marshall Aerospace and Defence Group uitgevoerde modificaties betroffen onder andere het digitaliseren van de cockpit, verbeteren van de veiligheid van de cabine en maatregelen op het gebied van zelfbescherming en toegepaste luchtvaartelektronica (avionica).

Zie ook: chaff, fixed wing, flares, loadmaster en V.L.A.G.E.S.

Terug naar Boven

 

HERKENNINGSPLAATJE

Erkennungsmarke.
dog tag; identity disc; identification tag.
plaque d'identité militaire.

Afgekort: hepla.

Synoniemen: hondenpenning; identiteitsplaatje; val-dood-plaatje.

Metalen plaatje dat door de militair wordt gedragen met als doel identificatie wanneer hij om het leven is gekomen. Het herkenningsplaatje wordt aan een ketting om de hals gedragen en kan in twee delen worden gebroken; op elk deel staat dezelfde informatie.

Naast het herkenningsplaatje kan een opgemaakte gebitsstatus eveneens dienen als identificatiemiddel. Als de militair gewond raakt, kan de informatie op het herkenningsplaatje worden gebruikt bij bloedtransfusies van militaire en civiele donors.

Een Nederlands herkenningsplaatje.

De Nederlandse geoloog, bioloog en ontdekkingsreiziger Gustaaf Adolf Frederik Molengraaff (1860-1942) stichtte in 1899 het Informatiebureau van het Transvaalse Rode Kruis, een jaar voordat Transvaal verzeild raakte in de Boerenoorlog.Het Identiteitsbureau wisselde gegevens uit over gevangenen, gewonden en gesneuvelden van beide oorlogvoerende partijen.

Het Nederlandse leger neemt bij Ministeriële Beschikking van 10 mei 1905 de eerste identiteits- of herkenningsplaatjes in gebruik.

In het buitenland waren dergelijke plaatjes al eerder bekend, maar Molengraaff bedacht het Nederlandse herkenningsplaatje. In zijn beschikking staat onder andere: "Overwegende dat het wenschelijk is, de identiteit van in den oorlog gewonde of gesneuvelde militairen op eenvoudiger en betere wijze te kunnen vaststellen, dan door toepassing van de ter zake thans geldende voorschriften het geval zal zijn."

Vervolgens zijn bij de landmacht rechthoekige celluloid identiteitsplaatjes met afgeronde hoeken ingevoerd. Op de voorzijde stonden naam en voorletters, geboortejaar, woonplaats en de aanduiding van naaste bloedverwanten/familiebetrekkingen, op de achterzijde rang of stand, korps, stamboeknummer en het jaartal van de lichting van de militie of landweer.

Het huidige Nederlandse herkenningsplaatje is medio 1953 in gebruik genomen. Het is van chirurgisch staal, blijft daardoor onder alle weersomstandigheden degelijk, meet 57 mm (lengte) bij 50 mm (breedte) en is voorzien van voorletters, achternaam, registratienummer, nationaliteit (NL), geloofsovertuiging (ten behoeve van de Geestelijke Verzorging), bloedgroep en rhesusfactor.

De informatie is in het metaal gestanst, terwijl de hoeken van het herkenningsplaatje zijn gerond. Het wordt gedragen aan een ±70 cm lange ketting die bij overbelasting op de schakels breekt. Het Gezondheidscentrum bestelt met een formulier voor bloedgroepbepaling (DF 3508002) het herkenningsplaatje bij de Militaire Bloedbank (MBB) en verstrekt het plaatje vervolgens door aan de drager.

De draagplicht van het herkenningsplaatje is vastgelegd in de Landmachtorder (LAO) 53/15A: “Al het personeel in werkelijke dienst dient in het bezit te zijn van een herkenningsplaatje en dit op de voorgeschreven wijze (om de hals en op de blote borst) te dragen. Uitzonderingsbepalingen in vredestijd: indien het militaire uniform niet wordt gedragen is de verplichting niet van kracht. Voor personeel werkzaam aan machines of motoren met onvoldoende afgeschermde draaiende delen dient door werkplaats cq. eenheidscommandanten voor duur van die werkzaamheden een draagwijze te worden voorgeschreven die de bedrijfsveiligheid niet in gevaar brengt.”

In Landmachtorder 15/3A van 29 juni 1998 is in punt 2B weergegeven: “Indien het dragen van het herkenningsplaatje om de hals risico’s met zich mee brengt, dient het te worden meegedragen in de linker borstzak.” Beide Landmachtorders zijn terug te vinden in VS 2-1100. Ook in hoofdstuk 5 (Inwendige dienst) van het HAMIL is de bepaling terug te vinden.

Op de man wordt de ketting van het herkenningsplaatje dikwijls in een schoenveter geregen, wat het draagcomfort verbetert.

In artikel 16 van het eerste Verdrag van Genève (1929) is bepaald dat de “bij een conflict betrokken partijen binnen de kortst mogelijke tijd alle gegevens moeten registreren welke van nut kunnen zijn om de in haar handen gevallen gewonden, zieken en doden van de tegenpartij te identificeren.” In artikel 17 van de tweede Conventie van Genève (1949) staat onder andere dat "de bij het conflict betrokken partijen er zorg voor dragen dat het begraven of verbranden der doden wordt voorafgegaan door een nauwkeurig onderzoek teneinde de dood en identiteit vast te stellen en een verslag mogelijk te maken. De helft van het tweedelige identiteitsplaatje, of het enkelvoudige plaatje in zijn geheel, zal daarbij aan het lijk bevestigd blijven."

Artikel 17 gaat uit van cremeren of begraven der doden. Hetzelfde geldt voor VS 10-12 (Gravendienst), dat spreekt van de Tijdelijke Militaire Begraafplaats (TMB); in hoofdstuk 6, punt 25D, staat dat de TMB "de ene helft van het herkenningsplaatje door zorg van het Gravendienstpersoneel wordt bevestigd aan een voorgenummerd grafteken en de andere helft om de hals van de dode blijft."

STANAG 2070 (Emergency War Burial Procedures) standaardiseert de procedures voor een noodbegrafenis (veldgraf) van een andere NAVO-lidstaat, de opponent en non-combattanten. Het geeft onder meeer aan dat, in geval van een noodbegrafenis, de ene helft van het plaatje op het lichaam blijft en de andere helft wordt afgevoerd met de persoonlijke bezittingen. Nederland wijkt hier echter vanaf: bij Nederlandse doden blijft het herkenningsplaatje tweedelig om de hals. Na identificatie volgt zo spoedig mogelijk repatriëring van het stoffelijk overschot naar Nederland.

Het herkenningsplaatje blijft te allen tijde om de hals van de overledene. Pas indien de Gravendienst de zorg voor de overledene overneemt kan het scheiden van beide delen van het herkenningsplaatje plaatsvinden met behulp van de breekrand. Vervolgens kan het aan een grafmarkeringsteken (bijvoorbeeld een kruis) op een TMB worden vastgemaakt, die alleen geldt bij een noodbegrafenis:

■ bij CBRN-besmette patiënten
■ wanneer geen afvoercapaciteit voor de overledene beschikbaar is
■ wanneer iemand is overleden aan de gevolgen van een besmettelijke ziekte

Zonder herkenningsplaatje wordt de kans op identificatie aanzienlijk gereduceerd; ook patiënten moeten daarom altijd het herkenningsplaatje dragen. Tevens behoort, indien wordt gevlogen, de controle op aanwezigheid van het herkenningsplaatje tot de handelingen op afwachtings- en chalkverzamelpunt. Ook moet de baancommandant van een schietdag al vóór vertrek uit de vredeslocatie hebben gecontroleerd of iedereen het herkenningsplaatje draagt.

Zie ook: Militaire Bloedbank en meat tag.

Terug naar Boven

 

HERSTELTIJDGRENZEN

Grenzen die worden toegekend aan de maximaal te benutten hersteltijd van defect materieel óf defecte maar herstelbare reservedelen per eenheid.

De hersteltijdgrens voor de Sergeant-Majoor Onderhouds Diagnosticus (SMOD) bij de compagnie bedraagt 2 uur – de zgn. Battle Damage Repair (BDR).

Binnen het bataljon – d.w.z. het herstelpeloton van de herstelcompagnie – bedraagt de hersteltijdgrens 6 uur. In het brigadegebied bij de herstelcompagnie is die hersteltijdgrens dezelfde.

In het divisieachtergebied, bij de directe steun-eenheden van de divisie, is de hersteltijdgrens 12 uur.

De hersteltijdgrenzen van 2, 6 of 12 uur maken het ideaal gesproken mogelijk om zo veel als mogelijk de goederenstroom in de richting van de voorste lijn eigen troepen (VLET) te kunnen continueren, juist ook wanneer het gevecht wordt gevoerd.

Terug naar Boven

 

HESCO'S

Voluit: HESCO Concertainer®. Vierkante, gegalvaniseerd stalen omhulsel met een stoffen bekleding van 2 mm dik geotextiel (ongeweven polypropyleen, vergelijkbaar met jute) die wordt volgestort met grind, puin of zand om een defence-wall (verdedigingsmuur) te bouwen ter bescherming tegen detonaties en blast. Het gepatenteerde ontwerp van de HESCO Concertainer® is voor het eerst gebruikt tijdens de Golfoorlog van 1990/’91.

De defence-wall is bestand tegen de impact van projectielen van kleinkaliberwapens, mitrailleurs en mortieren, maar in de regel niet (tenzij extra verstevigd, eventueel met zandzakken) tegen de impact van projectielen van artillerie en tanks.

In missiegebieden met een hoog dreigingsniveau worden 20-voet-containers ommuurd met HESCO’s om bunkers en andere schuilplaatsen voor personeel en materieel te creëren. Door een bovendekking aan te brengen van hetzelfde materiaal, eventueel aangevuld met zandzakken, is sprake van een redelijke bescherming tegen artillerie- en tankvuur. Om een 20-voet-container te ommuren tot bunker is 170 kubieke meter (in VS en UK: 222 kubieke yard) vullingsmateriaal - grind, puin of zand - nodig.

HESCO’s kunnen daarnaast onder meer worden gebruikt voor het construeren van:

checkpoints

gescheiden woon- en werkgedeelten op een compound

observatieposten (OP’s)

omheiningen van een compound

opslagplaatsen voor klasse V (munitie) en overig materieel

parkeerplaatsen

wachtposten

De firma HESCO claimt dat het aantal manuren bij gebruik van de zeer snel te bouwen HESCO’s ruim zesmaal lager is dan bij het gebruik van zandzakken, zoals te zien in onderstaand schema:

muur bouwen van ± 1.500 zandzakken

vergelijkbare muur bouwen van HESCO’s

10 militairen doen er 7 uur (420 minuten) over

3 militairen doen er 20 minuten over

X 3

X 10

30 militairen doen er 1.260 minuten over

30 militairen doen er 200 minuten over

Zie ook: prefab en vuurpositie.

Terug naar Boven

 

HET NIEUWE WERKEN

Afgekort: HNW. Bij de Hoofddirectie Informatievoorziening & Organisatie (HDIO) van de Bestuurstaf van het Ministerie van Defensie is gewerkt aan een beleidsdocument over deze nieuwe werkvorm, die voorlopig de titel ‘Genetwerkt samen werken’ (GSW) heeft meegekregen.

 

Terug naar Boven

 

HEUPVUUR

Afgekort: hpvu. Ook genaamd: sproeivuur. Het afgeven van vuur tegen plotselinge doelen op korte afstand, waarbij snel vuur afgeven de voorkeur heeft boven gericht vuur afgeven.

Met heupvuur kunnen al rennend 2 à 3 schoten worden afgevuurd, waarna in dekking dient te worden gegaan. Ideale wapens voor het afgeven van heupvuur zijn handzame (semi-)automatische kleinkaliberwapens, zoals de pistoolmitrailleur UZI en de Kalasjnikov AK-47.

Terug naar Boven

 

HEUTSZ, JOHANNES BENEDICTUS VAN

Nederlands officier, geboren in Coevorden in 1851 en overleden in Montreux in 1924.

De lijfspreuk van generaal Van Heutsz, naamgever van het Regiment Van Heutsz, is: "Het moet, dus het kan."

In 2011 verscheen de masterscriptie De militaire identiteit van het Regiment Van Heutsz, 1950 - 2000 van L.A.M.A. (Laurens) Schaberg, met als ondertitel: "Het kan omdat het moet!"

In 1873 meldt Van Heutsz zich aan bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL); zijn eerste optreden in Atjeh leverde hem in 1876 als eerste luitenant al meteen de Militaire Willems-Orde op.

Vanaf 1896 slaagde hij erin - eerst als militair commandant en later als civiel en militair gouverneur - de slepende Atjeh-oorlog na harde strijd ten goede van het Nederlandse gouvernement te keren.

In september 1897 werd hij chef van de generale staf in Batavia (Jakarta). Het veroveren én vestigen van het Nederlandse gezag in de Indonesische archipel - toentertijd pacificatie genoemd - kreeg aan het begin van de 20e eeuw dankzij Van Heutsz een stevige impuls.

In 1900 werd Van Heutsz bevorderd tot generaal. Nadat Atjeh geheel was gepacificeerd werd hij in 1904 (tot 1909) zelfs gouverneur-generaal van Nederland-Indië. Hij kreeg de bijnaam 'Pacificator van Atjeh'.

Generaal J.B. van Heutsz.

Van Heutsz was bij leven controversieel: hij was geen meeloper en bekritiseerde alles en iedereen.

Bekend is zijn opmerking tegen pas gearriveerde KMA-officieren in Nederlands-Indië: "Kom je van de academie? Dan ken je natuurlijk niets" ('J.B. van Heutz, leven en legende', J.C. Witte, 1976).

Door daadkrachtig uitvoering te geven aan de buitenlandpolitiek heeft hij het koloniaal prestige van Nederland kunnen herstellen. Ook beijverde hij zich serieus voor de ontwikkeling van de plaatselijke economie en organiseerde volksonderwijs.

Helaas werd zijn positie tegen het einde van zijn ambtstermijn ondermijnd door de kritiek op geweldsexcessen die waren begaan bij het breken van het verzet in Atjeh.

Desondanks heeft Van Heutsz voor de erkenning en vestiging van het Nederlands gezag in Nederlands-Indië veel gedaan. Onder zijn onderhebbenden was Van Heutsz daarnaast zeer gezien, omdat hij zich altijd temidden van zijn troepen bevond.

Op 1 juli 1950 werd het Regiment Van Heutsz opgericht, in eerste instantie als een opleidingseenheid die de traditie van het KNIL moest voortzetten. Het eerste wapenfeit voor het nieuwbakken regiment was de deelname aan de Korea-oorlog in het Nederlands Detachement Verenigde Naties.

Vervolgens leidde het regiment de Suriname-compagnieën voor de Troepenmacht in Suriname (TRIS) op. Daarna maakte het regiment naam met de Infanterie Beveiligings Compagnieën (IBC), 48 Pantserinfanteriebataljon op de Koning Willem I-kazerne te 's-Hertogenbosch en 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault (AASLT) op de Oranjekazerne te Schaarsbergen.

De meest verspreide foto van luitenant-generaal J.B. Van Heutsz werd op 3 februari 1901, de 50e verjaardag van de bevelhebber, gemaakt door Christiaan Benjamin Nieuwenhuis (1863-1922).

De fotograaf was op uitnodiging van Van Heutsz met de militaire expeditie vanuit Kota Radja meegegaan naar Samalanga, waar hij zijn krijgsverrichtingen volgde.

In de regio Samalanga, aan de noordoostkust van Atjeh, lag de benteng (fort) Batoe IIiq, een belangrijk centrum van waaruit de rekrutering van guerrillastrijders werd geleid. Een felle verzetshaard die zelfs Generaal Eenoog had weten te trotseren.

Onder dekking van een afdeling infanterie, sloeg Van Heutsz op die bewuste dag de bestorming van de benteng Batoe IIiq gade. Achter hem op de heuvel stond zijn staf, die meekeek naar het slagveld. Van links naar rechts: kolonel J.G.H. van der Dussen (chef-staf), kapitein van de Generale Staf R.G. Doorman, kapitein P.J. Spruyt (Van Heutsz' adjudant), luitenant S.H. Schutstal van Woudenberg (adjunct) en controleur der tweede klasse (inlandse bestuurder) W. Frijling.

Van 31 januari tot en met 2 februari werd de sterk bezette heuvelstelling Batoe IIiq onder vuur genomen met het geschut van de zware artillerie. De volgende dag gaf Van Heutsz het bevel om Batoe Iliq te vermeesteren. Dit was gemakkelijker gezegd dan gedaan: het 12e Bataljon Infanterie moest eerst een bijna ondoordringbare versperring van bamboe doeri (doornbamboe) slechten.

Door de doornachtige bamboescheuten werd de klim naar boven bemoeilijkt. Op de beplante hellingen van de glé (berg) werden doorgangen gekapt, maar de militairen haalden zich hieraan open en liepen tropenzweren op. Eenmaal op de borstwering van de benteng, plantte de dardenel (manusje-van-alles en lijfwacht) van onderluitenant van het Korps Marechaussee A.H.C.F.E. Freiherr Von Und Zu Egloffstein de Nederlandse driekleur.

Na de succesvolle bestorming door het 12e Bataljon Infanterie, onder leiding van majoor A.B.J. Prakken, was het fort eindelijk Nederlands. In de benteng lagen de lijken van 71 Atjehers; aan Nederlandse kant waren slechts drie gesneuvelden en 41 gewonden, van wie er drie die dag overleden. Na het ontruimen van de benteng, werd deze in brand gestoken.

De ervaringen van Nieuwenhuis in de Slag om Batoe IIiq resulteerden in het 36 pagina's tellende fotoboek 'De Expeditie naar Samalanga. Dagverhaal van een fotograaf te velde'. Dit schreef Nieuwenhuis samen met Bintang Djaoeh ("Verre Ster"), pseudoniem van Jan François Leopold de Balbian Verster, redacteur van het Nieuws van den Dag. Dat boek verscheen in 1901.

Generaal van Heutsz, geschilderd door Jos Gelissen. Acryl en airbrush. Het doek van 100 x 80 cm is op 12 oktober 2015 door de maker, Jos Gelissen, aangeboden aan de Regimentscommandant van 12 Infanteriebataljon (Air Assault), Regiment Van Heutsz.

© Jos Gelissen (externe link).

Zie ook: egelstelling en Voorschrift voor de uitoefening van de Politiek-Politionele Taak van het Leger (VPTL).

Terug naar Boven

 

HIGH PAY-OFF TARGET

lohnendes Ziel.
objectif à haut rendement.

Nederlands: lonend doel. Afgekort: HPT. Ook genaamd: lucrative target; remunerative target.

Een HPT is een High Value Target (HVT) dat succesvol zal moeten worden aangegrepen om de eigen opdracht tot een goed einde te brengen. Wanneer de opponent dit doel verliest, zal dat in belangrijk mate bijdragen aan het succes van de eigen wijze van optreden.

HPT's zijn doelen uit de lijst van High Value Targets die met prioriteit moeten worden opgespoord en bestreden, omdat er per definitie te weinig middelen zijn om alle geïdentificeerde High Value Targets te bestrijden.

Zie ook: lonend doel.

Terug naar Boven

 

HIGH READINESS FORCES

Afgekort: HRF.

De HRF bestaan uit een beperkt, militair essentieel gedeelte van de verschillende land-, lucht- en zeestrijdkrachten van de NAVO-lidstaten.

HRF zijn in ieder geval geschikt om binnen 90 dagen voor grootschalige operaties in het kader van artikel 5 van het Handvest van de NAVO (Collective Defense Operations) dan wel non-artikel 5-operaties (Crisis Response Operations) te worden ingezet.

De indeling van de gereedheidstermijnen binnen de NAVO is:

Notice To Move

HRF

High Readiness Forces

< 90 dagen

FLR

Forces of Lower Readiness

90 tot 180 dagen

LTBF

Long Term Build-up Forces

> 365 dagen

Zie ook: Forces of Lower Readiness (FLR) en Long Term Build-up Forces (LTBF).

Terug naar Boven

 

HIGH READINESS FORCES (LAND) HQ 1 GNC

Afgekort: HRF (L) HQ 1 GNC.

Snel inzetbaar hoofdkwartier binnen het NAVO-concept van de High Readiness Forces (Land) Headquarters. Vroeger was 1 HRF (L) 1 GNC het hoofdkwartier van 1 (GE/NL) Corps, het 1e Duits-Nederlandse legerkorps, en is dan ook gevestigd op dezelfde locatie in Münster, Westfalen, Duitsland.

HRF (L) 1 GNC stuurt snel inzetbare eenheden als onderdeel van de zgn. Initial Entry Capability aan, waaronder 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.

Deze aansturing vindt, normaal gesproken binnen 20 à 30 dagen Notice To Move, plaats in het kader van Crisis Response Operations (CRO) van de Europese Unie of de NAVO.

Onderdelen van HRF (L) 1 GNC:

Onderdeel

Uitgeschreven

Locatie

Aantallen personeel

Staff HRF (L) 1 GNC

Münster (DEU)

450

CIS Battalion

Communication and Information Systems Battalion

Eibergen (NLD)
&
Garderen (NLD)

300 (vredestijd)
850 (inzet)

StSptBn

Staff Support Battalion

Münster (DEU)

450

Terug naar Boven

 

HIGHTECH

Hoogwaardige en uiterst moderne technologische middelen. Binnen de moderne krijgsmachten neemt de behoefte aan hightech toe. Elke krijgsmacht wil graag een (hightech)oorlog kunnen voeren om door de hoogst mogelijke precisie zowel de lengte van het oorlogvoeren als de aangerichte nevenschade (collateral damage) zoveel mogelijk te beperken.

Het militair-industrieel complex van de westerse landen is er dan ook veel aan gelegen om met steeds weer met verbeterde noviteiten op de markt te komen. Hightech kost dan ook veel geld, terwijl overheden liever bezuinigen op het defensiebudget, tenzij zich een nieuwe vijanddreiging aandient.

Met name hightechwapens met een steeds betere trefzekerheid en een steeds hogere vuurkracht – zoals precisiemunitie en smart bombs (infrarode, GPS-geleide en lasergeleide bommen) – leveren op het gevechtsveld een belangrijke meerwaarde, maar in Peace Support Operations en zeker ook in irregulier optreden kunnen conventionele en traditionele middelen nog altijd een beslissende factor kunnen zijn. Met gezond verstand en logisch nadenken over lokale denkwijzen, kan wel degelijk militair succes worden geboekt.

Voorbeelden hiervan zijn:

De Somalische krijgsheer Mohammed Farah Aideed frustreerde in 1993 de pogingen van de Amerikaanse krijgsmacht om zijn (GSM-)verbindingen te storen, door over te schakelen op verbindingen door middel van drums.

 

De Amerikaanse krijgsmacht maakte in Panama in 1988 een einde aan het bewind van Manuel Noriega, die zijn toevlucht had gezocht in de pauselijke nuntiatuur, door de dictator met psychologische oorlogvoering tot overgave te dwingen door het keihard spelen van muziek als ‘Somebody’s Watching Me’ (Rckwell) en ‘Voodoo Chile’ (Jimi Hendrix).

Zie ook: psychological operations.

Terug naar Boven

 

HIGH VALUE TARGET

Afgekort: HVT. Vertaald: lonend doel. Duits: lohnendes Ziel, Schlüsselziel, Vorrangziel.

Volgens STANAG 2484 (NATO Field Artillery Tactical Doctrine) een doel dat voor de vijand essentieel is voor het welslagen van zijn operatie en daarom van grote waarde.

In de regel zijn HVT’s belangrijke, kostbare, kwetsbare of schaarse middelen, die door de vijand zijn ge-earmarked om te vernietigen of veroveren. Het verlies van HVT’s zal het functioneren van de vijand ernstig benadelen, in zowel aanvallende als verdedigende operaties.

HVT’s worden bepaald in de inlichtingenvoorbereiding door de Sectie 2; zij leggen de methode van opsporing en bestrijding vast in een zgn. High Value Target List (HVTL), waarna het doelbestrijdingsproces van de HVT’s kan aanvangen.

In het kader van de commandovoeringoperatie worden ook air manoeuvre-, inlichtingen- en verkennings-eenheden, commandoposten, verbindingscentra en verkeerscentra aangemerkt als High Value Targets.

Terug naar Boven

 

HILLEBERG KERON 4GT VIERPERSOONSTENT

Tent van Zweedse makelij die in arctisch en bergachtig terrein bescherming biedt aan de ploegen van het Korps Commandotroepen. Voor het Optreden in Bergachtig Terrein (OBT) zijn per ploeg twee tenten aangeschaft; elke tent biedt ruimte aan vier personen.

De Hilleberg Keron 4GT is een lichtgewicht all-seasons trekkerstent die binnen 8 minuten kan worden opgezet en afgebroken. Diverse Scandinavische krijgsmacht(del)en maken gebruik van deze tent.

Specificaties:

accessoires

4 bogen en 22 haringen

bijzonderheden

twee in- en uitgangen; twee ventilatieopeningen; vestibule om te koken dan wel verbindingen te onderhouden; ruimte voor uitrustingsstukken

binnenafmetingen (l x b x h)

240 cm x 220 cm x 120 cm

buitenafmetingen (l x b x h)

465 cm x 250 cm x 125 cm

gewicht

4,8 kg

Terug naar Boven

HINDERLAAG

Hinterhalt.
ambush.
embuscade; embûche.

Synoniem: embuscade.

Een hinderlaag leggen

In een hinderlaag liggen

einen Versteek legen.
lay an ambush.
dresser une embuscade.

in einem Versteek liegen.
be in ambush.
être en embuscade.

De hinderlaag is een offensieve activiteit tegen een zich verplaatsende opponent om die te vernietigen, te misleiden, krijgsgevangen te nemen of essentiële middelen en/of informatie buit te maken.

In de regel vindt een hinderlaag plaats vanuit een verdekte opstelling, bijvoorbeeld dichte begroeiing of een heuveltop, van waar de opponent op korte afstand onverhoeds onder vuur wordt genomen.

Onderscheiden worden een hinderlaag na voorbereiding en een gelegenheidshinderlaag.

Hinderlaagleggers proberen door het verrassingseffect hun voordeel uit te buiten: door het afsnijden van ontsnappingsroutes kan een vijandelijk element worden vernietigd of overlevenden gevangen worden genomen ten behoeve van inlichtingen.

De tactiek wordt toegepast om een beweeglijke vijand (colonne, koerier, konvooi) of een vijandelijke beweging, zoals een opmars (advance to contact), liefst een die een zich tijdelijk ophoudt, te treffen.

In guerrillaoorlogvoering is het leggen van hinderlagen aan de orde van de dag, waarbij de directe confrontatie, het shockeffect en de wanorde die ontstaan het meest in het oog springen; een goed uitgevoerde hinderlaag gaat vrijwel altijd gepaard met verwarring en (relatief) zware verliezen.

Hinderlaag of overval?

Een hinderlaag wordt uitgevoerd op een zich verplaatsende opponent, een overval (raid) op een statische.

Een overval vindt bijvoorbeeld plaats op een vijandelijke logistieke installatie, met als doel die te vernietigen of informatie te verkrijgen.

Waar een hinderlaag kan plaatsvinden op eigen of vijandelijk gebied, vindt een overval altijd plaats in vijandelijk gebied.

Tactisch teken voor een hinderlaag.

Wanneer in een hinderlaag wordt gelopen dient dan ook zo snel mogelijk eenheid van inspannig te worden bereikt om het initiatief te heroveren.

Een vaak toegepaste methode is het tot stoppen dwingen van het eerste voertuig door gebruik te maken van explosieven; de overige voertuigen worden daarmee automatisch ook tot stoppen gedwongen, waarna de inzittenden van alle voertuigen als sitting ducks kunnen worden beschoten.

Andere manieren zijn het uitschakelen van de bestuurder van het eerste voertuig door een sluipschutter ("one shot stop") of juist het leggen van een hinderlaag in de nabijheid van een vijandelijk gebied - waar de tegenpartij zich zorgeloos waant.

Afgeleide doelen van het uitvoeren van hinderlagen zijn het verzamelen van inlichtingen over de vijand en/of het verkrijgen van (enige) controle over een bepaald gebied.

AR RUMAYTHAH, 2004

In de nacht van 14 op 15 augustus 2004 werden tientallen Nederlandse militairen van SFIR-4 in Ar Rumaythah in de Iraakse provincie Al Muthanna in een hinderlaag beschoten met kleinkaliberwapens en RPG's. De Nederlanders beantwoordden het vuur met onder meer Diemaco's, MAG's en Minimi's.

'Ar Rumaythah' was de grootste hinderlaag uit de recente krijgsgeschiedenis. Het vuurgevecht duurde 3 à 4 uur en hield pas op nadat een Nederlandse Apache-gevechtshelikopter zich boven de stad vertoonde.

Vier militairen waren een uur lang afgesneden van hun collega's omsingeld in de stad. In de hinderlaag kwam wachtmeester der eerste klasse Jeroen Severs van de KMar om het leven.

Een andere marechaussee en vier landmachtmilitairen raakten ernstig gewond en werden met een Amerikaanse Black Hawk-helikopter geMedEvact naar het veldhospitaal in As Samawah.

Naslag:

► 'Dodelijke hinderlaag in Irak', Zembla (VARA-documentaire, 39 minuten, regie Hans Hermans), 7 april 2005.

► 'Een hinderlaag met dodelijke afloop', E. Mustert (Infanterie, 2005).

► 'Reconstructie: Nachtelijke hinderlaag in Ar Rumaythah, Irak', Eric Vrijsen, Elsevier, 18 december 2004.

► 'Ar Rumaythah 14-15 augustus 2004. Reconstructie van gebeurtenissen', luitenant-generaal b.d. C.J.M. de Veer (Den Haag, 16 november 2004, bijlage bij Kamerstuk 23432, nr. 182).

► 'Hinderlaag in Irak. Een sociaalwetenschappelijke analyse', Roos Delahaij, Wim Kamphuis, Bart van Bezooijen, Ad Vogelaar, Eric-Hans Kramer en Paul van Fenema (Faculteit Militaire Wetenschappen, Nederlandse Defensie Academie, 2009).

Landolt schrijft over de hinderlaag in zijn 'Militair woordenboek':

"Het stellen van hinderlagen wordt begunstigd door eene slechte waarneming van de veiligheidsdienst aan de zijde des vijands, zoo als zeer dikwijls na het behalen eener overwinning plaats heeft, door eene slechte marschdiscipline, traagheid in de evolutiën, eindelijk door de juiste terreinkennis van hem, die in hinderlaag ligt. Ook uit deze omstandigheid is het duidelijk, dat hinderlagen op kleiner schaal veelvuldiger voorkomen dan grootere."

'Hinderlaag' van de Vlaamse schilder Sebastian Vrancx uit 1630, tentoongesteld in de Národní Galerie in Praag.

 

AN NASIRIYAH, 2003

Op 23 maart 2003 liep een konvooi in de Iraakse stad An Nasiriyah in een hinderlaag. Het konvooi, waar de Amerikaanse 507th Maintenance Company deel van uitmaakte, was onderweg naar Bagdad.

Diverse voertuigen kregen pech, waarna de compagnie uren achter lag op de routetijdtabel. Mede hierdoor én als gevolg van een zandstorm miste de compagnie de juiste afslag en reed door de Iraakse troepen gecontroleerd gebied in.

Daar reed de rest van het konvooi de hinderlaag in, waarbij negen Amerikaanse militairen om het leven kwamen. De enige overlevende was de 19-jarige private 1st class Jessica Lynch, die - zo bleek later - slechts gewond raakte toen haar Humvee op een ander voertuig reed. Hierna werd ze gevangengenomen door de Irakezen.

Een week later, op 1 april, werd Lynch door Navy SEALS en Army Rangers uit het Saddam Hussein General Hospital in An Nasiriyah 'bevrijd'.

Achteraf bleek de bevrijding van prisoner of war Lynch allesbehalve spectaculair. De Amerikaanse Defensie en media hadden haar avontuur in Irak tot propagandistische proporties opgeblazen. In de hinderlaag had ze geen enkel schot gelost omdat haar M16 door het woestijnzand weigerde; de bevrijding uit het ziekenhuis bleek niets minder dan een goed geregisseerde kunstgreep in het kader van de mediaoorlog in Irak.

Zie ook: Apache, choke point, colonne, coup-de-main, guerrilla, initiatief, konvooi, MEDEVAC, opmars (advance to contact), raid (overval), RPG, tactiek en verrassing.

Terug naar Boven

 

HINDERNIS

Hindernis.
obstacle.
obstacle.

Een uitgebreide of gewijzigde terreingesteldheid of constructie, waardoor vijandelijke troepenbewegingen worden belemmerd, gestopt, van richting veranderd of vertraagd. Hindernissen zijn in de regel moeilijk te ruimen of te omtrekken.

Een hindernis is natuurlijk of kunstmatig; een kunstmatige hindernis kan relatief gemakkelijk effectief worden aangelegd en toch de operationele snelheid reduceren.

Een hindernis maakt vaak deel uit van een hindernisgordel; tactisch samenhangende hindernisgordels vormen samen een hindernissenstelsel.

Overzicht van natuurlijke en kunstmatige hindernissen die moeten worden doorbroken, doorschreden of overschreden:

Waterhindernissen

■ grote wateroppervlakten
■ kanalen
■ meren
■ moerassen
■ rivieren

Landhindernissen

■ bossen
mijnenvelden
oorden
■ vernielingen van bruggen, viaducten, wegen e.d.

Overige hindernissen

■ (draad)versperringen (concertina, Friese ruiter, hekversperring)
■ boomstamstapels
■ CBRN-besmet gebied
■ geaccidenteerd terrein
■ geulen
■ hellingen
inundaties
krateringen
■ tankgrachten
verhakkingen
■ verticale wanden

Een mijnenveld is een kunstmatige hindernis.

Het gebruik van hindernissen bereikt pas een optimaal effect als die:

■ (in)direct onder vuur liggen

■ een onderlinge samenhang hebben (hindernissenplan)

■ permanent onder waarneming liggen

Binnen de krijgsmacht draagt de genie zorg voor verbetering van de mobiliteit voor de eigen troepen en contramobiliteit van de vijandelijke troepen.

De verhakking is een wegversperring met omgevallen bomen.

Tijdens het verdedigend gevecht verstoort het opwerpen van eigen hindernissen de vijandelijke verplaatsingen op het gevechtsveld.

Tijdens het aanvallend gevecht bevordert het doorbreken, doorschrijden of overschrijden van vijandelijke hindernissen juist het eigen optreden op het gevechtsveld.

Alle hindernissen zijn afgestemd op het optreden van de gevechtseenheden, maar tijdens gevechtsoperaties zal het overwinnen van hindernissen alleen plaatshebben als het noodzakelijk is.

Zo komt het optreden van tank-eenheden optimaal tot zijn recht in relatief open terrein met weinig hindernissen: hindernissen zijn dan immers pantserremmend of -stoppend. Daarentegen zijn luchtmobiele eenheden juist zeer geschikt voor het overwinnen van hindernissen.

Bossen hebben als nadeel dat ontplooid bereden optreden niet of slechts beperkt mogelijk is. Voor zowel luchtmobiele als (pantser)infanterie is bosrijk en sterk geaccidenteerd terrein min of meer gunstig. Oorden hebben als nadeel dat uitgestegen optreden een hindernis an sich is.

Hindernissen kunnen het vijandelijk optreden kanaliseren: de vijand dwingen naar een voor het eigen optreden gunstig terreindeel.

Zo is een nabijoperatie gericht op het aangrijpen van de vijand met - behalve beweging en vuur - hindernissen. Ook dragen hindernissen door een concentratie van middelen bij aan het vormen van een zwaartepunt.

Tot slot kunnen schijnhindernissen in het kader van misleiding opzettelijk een verkeerd beeld creëren voor de aanvallende vijand.

Voorbeeld van een kunstmatige hindernis: draadversperring in de vorm van concertina's

De hinderniswaarde van een hindernis kan remmend of stoppend zijn. In principe kan iedere hindernis worden overwonnen, afhankelijk van de factor tijd en de aanwezigheid van (organiek dan wel specifiek) personeel en materieel. Indien een hindernis niet te omtrekken is, zal naar locaties worden gezocht waar de vijand het doorbreken, doorschrijden of overschrijden niet verwacht.

Zie ook: checkpoint, contramobiliteit, drakentandversperring, genie, Friese ruiter, hinderniswaarde, H.N.B.W.V., kratering, obstacle belt (hindernisgordel), pantserremmend, pantserstoppend, parcours militair, roadblock, terreinoriëntatie, verbonden wapens en verhakking.

Terug naar Boven

 

HINDERNISBAAN

Hindernisbahn.
obstacle course.
piste d’obstacles.

Afkorting: hiba.

De hindernisbaan komt voor in de variaties 'standaard' (15 hindernissen) en 'internationaal' (20 hindernissen).

Voor de hindernisbaan gelden, onderverdeeld per functiecluster, de volgende maximale tijdseisen in het kader van de Militaire Lichamelijke Vaardigheid:

Functiecluster 1 & 2 3 4
Tenue GVT zonder wapen GVT zonder wapen BGU met wapen
Standaard hindernisbaan maximaal 6'00''  maximaal 5'00''  maximaal 6'15''
Internationale hindernisbaan maximaal 6'55'' maximaal 6'00''  maximaal 7'15''

De hindernisbaan is de vredeslocatie-uitvoering van het verplaatsen door het terrein en het optreden in verstedelijkt gebied. Veelvuldig voorkomende functionele activiteiten als klimmen, klauteren, kruipen en verschillende vormen van springen komen aan bod in de hindernisbaan.

De hindernissen moeten op de voorgeschreven wijze worden genomen, d.w.z. conform het Reglement ZMV 1998. Omdat de accenten bij het nemen van de hindernissen liggen op zowel techniek als veiligheid, wordt het afspringen tot een minimum beperkt en zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de uithangtechnieken.

Als de hindernisbaan met wapen wordt genomen, volgt het wapen dezelfde weg als de deelnemer. De hindernis moet opnieuw worden genomen als het wapen valt tijdens het nemen van de hindernis. Vrouwelijke militairen mogen gebruik maken van de opstapjes.

Onderstaand de volgorde en officiële benaming van de hindernissen op de Johannes Postkazerne in Havelte:


hindernis 1: kettingladder

Naar boven en beneden klimmen, afspringen in de looprichting


hindernis 2: dubbele balk

Over de twee hoge balken heen, onder de twee lage balken door



hindernis 3: kruipdraden

Tijgeren onder de draden naar de andere zijde



hindernis 4: loopdraden

Springen over de draden naar de overzijde



hindernis 5: evenwichtsbalken

Lopen naar de andere zijde, daarbij het evenwicht bewarend



hindernis 6: doorwaadbare plaats

Lopend naar de andere zijde, daarbij gebruikmakend van de waadplekken 



hindernis 7: kruipgangen (rioolbuizen)

Kruipen, zo min mogelijk op de knieën, naar de andere zijde



hindernis 8: schuin/horizontaal rek

Lopen naar de andere zijde, uithangen aan het einde van het rek



hindernis 9: Ierse tafel

Jezelf op de tafel slingeren, afspringen aan de andere zijde



hindernis 10: springkuil (tankgracht)

Aan de ene zijde doorsteken en afspringen, aan de andere zijde jezelf opduwen of -trekken



hindernis 11: springbord met sloot

Over de sloot springen, via touw naar boven lopen, uithangen en afspringen



hindernis 12: klimraam

Naar boven en beneden klimmen, afspringen in de looprichting



hindernis 13: stormmuur

Jezelf opduwen of -trekken, afflanken in de looprichting



hindernis 14: muur met ramen

In een raam springen, doorsteken, afflanken



hindernis 15: springsloten

In en uit drie opeenvolgende sloten springen, evt. met gebruikmaking van de handen.

Terug naar Boven

 

HINDERNISWAARDE

Sperrwert.
stopping power; hindrance value.
valeur-obstacle.

De hinderniswaarde is de mate waarin een hindernis het daaraan gestelde doel of onderkende effect kan bereiken. Het doel/effect is het belemmeren dan wel stoppen van de inzet van de beschikbare gevechtskracht van een ontplooide (gemechaniseerde) eenheid.

Hierbij wordt aangegeven of een hindernis of terrein(deel) remmend of stoppend is:

Geen belemmeringen
(GO)

■ Terrein waar in het terrein ontplooide (pantser)voertuigen kunnen verplaatsen.

Remmend
(SLOW GO)

■ Een voertuig kan een hindernis niet op eigen kracht overwinnen; hiervoor zijn hulpmiddelen vereist.
■ Het terrein(deel) is zodanig begroeid, doorsneden of zwaar begaanbaar dat een (pantser)voertuig zich daarin slechts met moeite kan verplaatsen dan wel de hindernis slechts met moeite kan passeren.
■ Een remmende hindernis zal het uitbuiten van gevechtskracht en de voorwaartse beweging van een ontplooide eenheid slechts tijdelijk of deels stoppen of beperken.

Zie ook: pantserremmend.

Stoppend
(NO GO)

■ Een eenheid (groep, peloton, compagnie etc.) kan met de organieke middelen de hindernis overwinnen, maar de passage wordt tijdelijk belemmerd en er treedt tijdverlies op.
■ Een stoppende hindernis maakt de voorwaartse beweging van een ontplooide eenheid onmogelijk.
■ In een stoppende gebiedshindernis (no go gebied) kunnen zich doorgangen bevinden waar voertuigen zich alleen of in colonneverband doorheen kunnen verplaatsen: passages in dichtbebost gebied, doorgaande wegen in stadscentra of passen in bergketens.

Zie ook: pantserstoppend.

  

◄ Tekens hinderniswaarde van boven naar beneden:

■ remmend voor tanks
■ remmend voor pantservoertuigen
■ stoppend voor tanks
■ stoppend voor pantservoertuigen
■ remmend voor tanks van west naar oost en stoppend voor tanks van oost naar west
■ stoppend voor pantservoertuigen van west naar oost en remmend voor pantservoertuigen van oost naar west

 

De meeste remmende/stoppende hindernissen kunnen wél te voet worden overwonnen.

De hinderniswaarde kan worden verhoogd door hindernissen onder waarneming en vuur (vuur- en zichtdekking) te houden. Hiermee wordt voorkomen dat ze in korte tijd geruimd worden en hun waarde verliezen.

De hinderniswaarde van (natuurlijke) hindernissen wordt voor het grootste deel bepaald door de terreinbegaanbaarheid, d.w.z. factoren als afwatering, begroeiing (vegetatie), bodemgesteldheid en reliëf.

Algemeen geldt:

Terreinbegaanbaarheid

Hinderniswaarde

Voorbeelden

Gevecht

Slecht

Sterk

► bosrijk gebied
► helling
mijnenveld
oord
► tankgracht
► waterhindernis

 

verdedigend gevecht
vertragend gevecht

Goed

Gering

► open terrein

aanvallend gevecht

In bosrijk gebied is, door de (zeer) dichte begroeiing, het optreden van bereden eenheden niet of slechts beperkt mogelijk. De bewegingsvrijheid in deze natuurlijke hindernis is beperkt tot onmogelijk.

Aangezien de hinderniswaarde de mate van contramobiliteit aangeeft, heeft het bos in dit opzicht een sterke hinderniswaarde en begunstigt de contramobiliteit.

Zie ook: aanvallend gevecht, contramobiliteit, hindernis, mijnenveld, oord, pantserremmend, pantserstoppend, verdedigend gevecht en vertragend gevecht.

Terug naar Boven

 

HIPPOCRATES, EED VAN

Eid des Hippokrates.
Hippocratic Oath.
Serment d'Hippocrate.

De legendarische Griekse arts en filosoof Hippocrates (± 460-375/370 v.C.) leefde op het eiland Kos en wordt beschouwd als de 'Vader van de Geneeskunde'.

In zijn verzameld werk over verschillende medische problemen, 'Corpus Hippocraticum', wordt de nadruk gelegd op de waarneming en de rationele verwerking ervan in relatie tot de natuurlijke invloeden op de menselijke lichaam en geest.

Zijn werk geeft blijk van een wetenschappelijke en praktische geest en bevat onder meer aanwijzingen voor het chirurgische herstel van breuken en hygiënische voorschriften.

Hippocrates stelde de patiënt centraal en zocht de oorzaak van ziekten niet in bovennatuurlijke krachten, zoals in de Oudheid tot dan toe gebruikelijk was.

De Eed van Hippocrates, die hij zijn leerlingen al liet afleggen en die ook nu nog altijd door artsen wordt afgelegd, kan worden beschouwd als de grondslag van de moderne ambtseed: hierin zijn de ethische en morele principes voor het uitoefenen van de geneeskunde vastgelegd.

In de Eed van Hippocrates wordt de nadruk gelegd op:

■ absolute eerbied voor het menselijk leven vanaf de bevruchting

■ geheimhoudingsplicht

■ zo goed mogelijk uitoefenen van het beroep van arts

"Wie chirurg wil worden, moet eerst de oorlog in."

Dit gezegde uit Hippocrates geschrift 'On the Surgery' (400 v.C.) geeft hoog op van de chirurgische capaciteiten in oorlogstijd.

Hippocrates' dictum is het motto van de dissertatie 'Task Force Uruzgan, Afghanistan 2006-2010. Medical Aspects and Challenges' van luitenant ter zee-arts der eerste klasse Rigo Hoencamp. Op 31 maart 2015 verkreeg Hoencamp aan de Universiteit van Leiden de graad van doctor.

In zijn proefschrift, dat zich richt op ervaringen van de Nederlandse krijgsmacht in de Afghaanse provincie Uruzgan (2006-2010), worden onder andere invloeden rond Battle Casualties (gevechtsgewonden) beschreven: van directe consequenties tot en met de impact die deze gebeurtenissen hebben op medestrijders, medisch personeel en familieleden.

Zie ook: Rigo Hoencamp promoveert op gezondheidseffecten Uruzgan (31 maart 2015).

De oorspronkelijke Eed van Hippocrates dateert van 1878 - en is vastgelegd in de Wet op de Uitoefening van de Geneeskunst uit 1865; in 1997 vervangen door de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) - en is in 2003 vervangen door een modernere versie.

In de nieuwe versie is toegevoegd dat de arts zijn medische kennis niet zal misbruiken, ook niet onder druk. Deze toevoeging is gebaseerd op de Declaration of Geneva van de World Medical Association uit 1948, bedoeld om misbruik van medische kennis, zoals die plaatsvond in WO II, te voorkomen.

De Eed van Hippocrates heeft strikt gezien geen juridische betekenis, maar het uitspreken van de belofte aan het einde van de universitaire opleiding tot arts wordt alom gezien als een belangrijk moment van reflectie.

De nieuwe Nederlandse artseneed uit 2003 is nog altijd gebaseerd op de Eed van Hippocrates en luidt:

"Ik zweer dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens.
Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten.
Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen.
Ik zal aan de patiënt geen schade doen.
Ik luister en zal hem goed inlichten.
Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.
Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen.
Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden.
Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving.
Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.
Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk.
Ik zal zo het beroep van arts in ere houden.
Zo waarlijk helpe mij God almachtig."

Terug naar Boven

 

HIT-AND-RUN

Letterlijk vertaald: “slaan en rennen” .

Soort tactiek die behoort de asymmetrische oorlogvoering en met name wordt toegepast door - maar evengoed tegen - guerrillero's, etnische zuiveraars, leden van militante afscheidings- en verzetsbewegingen en terroristen.

Hit-and-run houdt in dat een (zeer) kortdurende aanval wordt gevolgd door een even snel terugtrekken om personeels- en materiële verliezen zo klein mogelijk te houden én vijandelijke represailles te vermijden.

Hit-and-run?

Het doel van deze verrassingstactiek is niet om controle te verkrijgen over het grondgebied van een getalsmatig grotere en/of kwalitatief sterkere krijgsmacht, maar om schade aan te richten aan een specifiek doel.

Bij conventionele, symmetrische oorlogvoering wordt dezelfde tactiek toegepast door Special Forces, zoals het Korps Commandotroepen, maar ook door luchtstrijdkrachten bij het uitvoeren van een air raid (luchtaanval of airstrike).

In deze vorm van guerrillaoorlogvoering duiken kleine groepen met kleinkaliberwapens en Improvised Explosive Devices vaak 's avonds, 's nachts of bij slechte weersomstandigheden op in stegen en tunnels om bijvoorbeeld, in of buiten een oord (zie ook: optreden in verstedelijkte gebieden), een hinderlaag te leggen voor een konvooi. Behalve dat het juist gebruikelijk is dat (delen van) de burgerbevolking meedoen aan de guerrillaoorlog, vallen er behalve militaire ook civiele slachtoffers.

Hoewel hit-and-run acties militairen van hightech-krijgsmachten provoceert tot reactie en op de proef stelt, weten zij er géén gepast antwoord op.

Zie ook: coup-de-main.

Terug naar Boven

 

H.N.B.I.W.V.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt binnen het proces dat het beoordelen van de toestand (BVT'en) heet. Dit is een continue proces. BVT'en maakt deel uit van het OTVOEM'en.

De "T" van O.T.V.O.E.M. neemt een uit te lichten positie in en is het meest gemakkelijk te onthouden aan de hand van het ezelsbruggetje "Henk naait Bep watervlug":

H

Hindernissen, natuurlijke en kunstmatige

N

Naderings- en terugtochtmogelijkheden

B

Belangrijke en essentiële gebieden uit tactisch oogpunt

I
Infrastructuur

W

Waarnemingsmogelijkheden en schootsvelden

V

Vuur- en zichtdekking

Bij de invoering van het O.A.T.D.O.E.M. is de I toegevoegd aan HNBWV: "Henk naait Bep inderdaad watervlug".

Zie ook: hindernis, infrastructuur, O.C.A.K.A., O.A.T.D.O.E.M., O.T.V.O.E.M. pantserremmend, pantserstoppend en vuur- en zichtdekking.

Terug naar Boven

 

HOFMEESTER

Terug naar Boven

 

HOGERE MILITAIRE VORMING

Afgekort: HMV. Opleiding waarbij de beste excellerende officieren worden opgeleid tot opperofficier: officier in de rang hoger dan kolonel.

Militairen die slagen voor de opleiding, sinds 1992 gegeven aan het Instituut Defensie Leergangen (IDL) in Rijswijk en voorheen aan de Hogere Krijgsschool in Den Haag, ontvangen het brevet voor Hogere Militaire Vorming. Dienovereenkomstig wordt de HMV-gevormde militair "gebrevetteerd' genoemd.

De opleiding HMV is met name gericht op managementgebied, waar het potentieel hoger leidinggevend personeel voor zijn toekomstige taak wordt voorbereid.

Als de opleiding HMV met goed gevolg is afgesloten is de officier gerechtigd tot het dragen van de ‘Gouden Zon' (bijgenaamd: "Gouden Tiet"). Ook wel genoemd: “de aansluiting voor het hart”.

De geslaagde, gebrevetteerde militairen zijn gereed voor het uitoefenen van de belangrijkste functies in de rang van generaal binnen de Koninklijke Landmacht.

Luitenant-generaal Maarten Schouten, Bevelhebber der Landstrijdkrachten van 1996 tot 2001, met rechts op zijn tenue - boven batons en wing - het insigne van het brevet HMV.

Terug naar Boven

 

H.O.L.K.-BLOEDINGEN

Het acroniem H.O.L.K. voor bloedingen die zich voordoen aan slagaders die oppervlakkig en dus relatief onbeschermd liggen. H.O.L.K. staat voor hals, oksels, liezen en knieholten.

Zoals alle slagaderlijke bloedingen zijn H.O.L.K.-bloedingen levensgevaarlijk, pijnlijk en stroomt het arteriële bloed stootsgewijs uit de wond.

Zo’n ernstige H.O.L.K.-bloeding kan worden gestelpt met behulp van een drukpunt (halsslagader, ondersleutelbeenslagader, liesslagader). Handgrepen worden tegenwoordig NIET meer uitgevoerd; volstaan wordt met het aanleggen van een noodverband (snelverband) en/of wonddrukverband en drukpunten. Let wel: het uitvoeren van drukpunten is niet voorbehouden aan gespecialiseerd geneeskundig personeel.

Na het controleren van een patiënt op de aanwezigheid van H.O.L.K.-bloedingen, wordt gekeken naar overige ernstige bloedingen en de pols gecheckt.

SLAGADER

LATIJN

BLOEDING

dijbeenslagader

arteria femoralis

been & liesstreek

halsslagader

arteria carotis

halsstreek

knieholteslagader

arteria poplitea

onderbeen & knie

ondersleutelbeenslagader

arteria subclavia

oksel & bovenarm

Zie ook: Combat Application Tourniquet (CAT), circulation, drukpunten, snelverband en Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Terug naar Boven

 

HOLLE LADING

Animatie van de werking van een holle lading

Duits: Hohlladung. Engels: hollow (shaped) charge. Frans: charge creuse.

Bepaalde vorm die aan een springstoflading wordt gegeven.

Aan de voorzijde (d.w.z. aan de zijde van het doelwit) heeft de antitankpatroon een koperen cilindrische uitholling. Aan de tegenoverliggende zijde heeft de patroon een explosief als aandrijflading.

Wanneer de holle lading door de aandrijflading tot detonatie wordt gebracht, zal alle energie worden geconcentreerd op het midden van de cilindrische uitholling.

De energiebundeling creëert weliswaar een inschotopening met een relatief kleine diameter, de vernietigende uitwerking in het beschoten object (tank) is buiten proporties.

Na de inslag op het beschoten object smelt de koperen cilinder tot een speervormig projectiel en wordt zij met hoge snelheid door het pantser van de tank 'gedrukt'.

De holle lading wordt met name toegepast bij antitankwapens, zoals Gill M.R.A.T., Hellfire, Maverick, Milan, Panzerfaust-3 en RPG-7. Uitvinder van de holle lading is de Amerikaanse chemicus Charles Edward Munroe (1888).

De holle lading is voor het eerst militair gebruikt door Duitse para’s (Fallschirmjäger) bij de aanval op het Belgische Fort Eben-Emael op 10 mei 1940 (‘Fall Gelb’). De pantserkoepels van het verdedigingsfort ten zuiden van Maastricht, dat tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog werd gebouwd, waren géén partij voor de Duitse holle ladingen tot 50 kg.

Terug naar Boven

 

HONEST JOHN

Ongeleide tactische korteafstandsraket tegen gronddoelen, aanvankelijk met een bereik van 25 à 30 km. De schootsafstand is vrijwel gelijk aan die van het zware geschut van de veldartillerie.

De raket, die na het afvuren een tevoren ingestelde baan naar het doel vliegt en niet meer kan worden bijgericht/gecorrigeerd, was 'dual capable': te voorzien van zowel een conventionele brisantlading als een nucleaire lading. Van de nucleaire lading, die onder Amerikaans beheer bleef, werd de uitwerking eerst geheim gehouden.

De functie van de Honest John was het elimineren van troepenconcentraties, materiële doelen zoals veldartillerie en raketopstellingen, voertuigconcentraties, logistieke installaties en commandoposten.

De Honest John is duchtig beproefd door de Amerikaanse krijgsmacht. In mei 1950 begonnen de aerodynamicaonderzoekingen op de basis Redstone Arsenal in Alabama, VS; in augustus 1951 werd de eerste raket afgevuurd in White Sands, de woestijn in de Amerikaanse staat New Mexico; en in januari 1953 nam Douglas Aircraft Corporation op grote schaal de productie ter hand.

Uiteindelijk zijn tot 1965 ruim 7.000 Honest John-raketten geproduceerd, waarvan het merendeel naar West-Europa ging.

De eerste versie van de Honest John was de M31. De compleet herziene versie, M50, werd vanaf 1960 geproduceerd.

Nederland nam de Honest John in 1959 in gebruik, waarmee vanaf dat jaar werd meegedaan aan de nucleaire wapenwedloop. In 1960 arriveerden de eerste Amerikaanse nucleaire raketkoppen in Nederland en in juli 1960 werd de eerste Honest John van de Nederlandse veldartillerie afgevuurd op het oefenterrein Grafenwöhr in Duitsland. Op 1 september 1978 werd de Honest John buiten dienst gesteld.

Juli 1960. De eerste lanceeroefening met de Honest John van de Nederlandse veldartillerie op het Amerikaanse oefenterrein in het Duitse Grafenwöhr.

De Nederlandse veldartillerie heeft tussen 1959 en '78 beide typen in de bewapening gehad bij 19, 49, 109 en 119 Afdeling Veldartillerie. In Nederland werd de Honest John opgevolgd door de Lance, met een bereik van maximaal 120 km.

De lanceerinrichting M289 voor de raket 762 mm was gemonteerd op een vrachtauto, 5 ton, 6x6, M139D (International). Ten behoeve van het raketvervoer had de vrachtauto een aanhanger, 3 ton, M329A1. Een takelauto M62, 5 ton, 6x6 (International) bracht de raket op de lanceerinrichting. De M139D en M62 behoorden tot de M39-serie van de Amerikaanse fabrikant International, vrachtauto's uit de jaren '50.

De eerste eenheid die de beschikking kreeg over de Honest John was 109 Afdeling Veldartillerie van het 1 Legerkorps. 109 Afdva had de beschikking over vier lanceerinrichtingen met de bijbehorende voertuigen, meteo- en verbindingsapparatuur. De vier lanceergroepen vormen samen een lanceerbatterij. Met twee batterijen was 109 Afdva hiermee een kleinere artillerieafdeling dan organiek het geval was: alle andere artillerieafdelingen bestonden uit drie geschutsbatterijen met vier stukken. Elke lanceerbatterij bestond verder uit een assemblage- en transportpeloton.

De raketkoppen voor 19 en 49 Afdeling Veldartillerie in 't Harde werd bewaard op de Special Ammunition Storage (SAS) in Doornspijk, die voor 109 en 119 Afdeling Veldartillerie in Havelte op SAS Darp. De raketkoppen bleven onder beheer van de Amerikaanse strijdkrachten in Europa; terrein en gebouwen op het binnenterrein waren Amerikaans grondgebied en werden bewaakt door Amerikaanse militairen. De Nederlands militairen - op SAS Doornspijk 425 Infanteriebeveiligingscompagnie (IBC), op SAS Darp 434 IBC - beperkten zich tot het buitenterrein. Militairen van de IBC'en, beiden behorend tot het Regiment Van Heutsz, liepen hier sitewacht en patrouilles.

Het duurde het 50 à 60 minuten voordat een lancering kon plaatshebben, met inbegrip van het correct opstellen van de lanceerinrichting, het richten en scherpstellen van de raket en het uitvoeren van diverse correcties (barometer, kruittemperatuur, kracht van de grondwind, weersinvloeden e.d.). Het herladen van de afvuurinrichting duurde ± 80 minuten. De uitwerking van een nucleaire lading was echter zo groot dat een afwijking in de koers van de raket niets zou uitmaken voor het te bereiken effect.

Aangezien mobiliteit een eerste vereiste was, werd de raket afgevuurd vanaf een speciale carrier die met grote snelheid door geaccidenteerd terrein kon rijden. Omdat het afvuren van de raket gepaard ging met een op kilometers afstand waarneembare rook- en vuurontwikkeling, moest de lanceerinrichting binnen enkele minuten na de lancering een gecamoufleerd heenkomen hebben gevonden. Daarnaast speelde een rol dat vanwege het geringe bereik van de raket, deze dichtbij de vijandelijke linies moest worden afgevuurd

Achter de lanceerinrichting stond een sector van 60 graden met een diepte van 600 meter aan vernietiging bloot; de lanceerinrichting en het voertuig liepen hierbij minimale schade op.

Een oefenraket kostte ± 40.000 gulden (ruim € 18.000).

Specificaties:

bediening

18 (1 commandant, 3 chauffeurs, 4 korporaals en 10 kanonniers)

diameter

76 cm

diameter HJ

76 cm

fabrikant

Douglas Aircraft Corporation, VS

gewicht M139D

9.035 kg

gewicht raket

2.640 kg (M31); 1.960 kg (M50)

in gebruik geweest bij

19 en 49 Afdeling Veldartillerie in 't Harde (in 1960 aan beide parate divisies toegevoegd) en 109 en 119 Afdeling Veldartillerie (legerkorpstroepen in Havelte)

lading, conventionele

nucleaire kernkop (tot 40 kT) of 680 kg conventionele High-Explosive (HE)

lading, nucleaire

5 tot 40 kiloton (kt)

lengte HJ

8 meter 30 (M31); 7 meter 57 (M50)

maximale dracht

25 km (M31); 48 km (M50)

maximale vlieghoogte

ruim 9 km

motoren M139D en M62

benzinemotor Continental R6602

motorvermogen

196 pk (144 kW)

raketversies

M31 en M50

snelheid

Mach 2,3

spanwijdte vinnen

2 meter 64 (M31); 1 meter 42 (M50)

startmassa HJ

2.040 kg

startsnelheid HJ

382 kiloNewton (kN)

Zie ook: Lance en sitewacht.

Terug naar Boven

 

HOOFDSCHIETINSTRUCTEUR

Afgekort: HSI.

Taken van de hoofdschietinstructeur:

► Organiseert de uitvoering van de schietoefeningen;

► Gebruikt de beschikbare tijd zo doelmatig mogelijk (afstemming van de capaciteit van de schietbaan en de beschikbare middelen);

► Instrueert de schietinstructeurs (SI'n) over de bijzonderheden van de te schieten oefeningen;

► Legt de te schieten oefeningen aan de schutters uit en geeft een perfecte demo van de schietoefening met alle op de schietbaan aanwezige SI'n;

► Houdt toezicht op de uitvoering van de te schieten oefening;

► Geeft bij onvoldoende resultaat aanvullende instructie en laat de schietoefening overschieten;

► Laat de resultaten van de schietoefeningen bijhouden en stelt deze na iedere serie bekend;

► Draagt zorg voor de juiste doelvoorstelling per schietoefening;

► Houdt toezicht op het munitiecorvee.
 

Als gevolg van veranderde inzichten is door specialisten van het Opleidings- en Trainingscommando het Schiethuis Kleinkaliberwapens Onderofficieren Koninklijke Landmacht opgesteld. Dit is in 2007 geïntroduceerd.

Behalve dat hierin is geregeld dat de schietbanen worden gecentraliseerd en alle eenheden worden getraind volgens het principe Every Soldier A Rifleman (ESAR), is de opleiding voor Schietinstructeurs (SI) en Hoofdschietinstructeurs (HSI) vernieuwd.

In het opleidingsprogramma worden de schietinstructeurs voortaan breder getraind op de schietoefeningen vuur en beweging.

Nieuw is dat de HSI op niveau 1 (HSI 1, links) of op niveau 2/3 (HSI 2/3, rechts) is opgeleid, te onderscheiden aan een armband met respectievelijk één Colt of twee gekruiste Colts.

De HSI 1 is, als hoofdschietinstructeur en/of baancommandant, belast met het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van schietoefeningen met kleinkaliberwapens op niveau 1, zowel bij dag als bij nacht. De HSI 1 is minimaal sergeant.

De HSI 2 is, als hoofdschietinstructeur en/of als baancommandant, belast met het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van gevechtsschietoefeningen, gevechtsdrills en basisgevechtstechnieken (BGT'en) op niveau 2 en 3 met scherpe munitie op een daartoe ingerichte schietbaan. De HSI 2, minimaal sergeant der eerste klasse en zijn startfunctie gedraaid, is idealiter een functionaris als CSM, SMO, OPC/PS of commandant mortiergroep/SLA-groep.

Beide cursussen worden gegeven door de Instructiegroep Lichte Wapens (IGLW) van de Schiet Training School van het OTCMan op de Legerplaats Harskamp/Generaal Winkelmankazerne.

Zie ook: baanfunctionarissen, Every Soldier A Rifleman, Instructiegroep Lichte Wapens (IGLW), kleinkaliberwapens, niveautraining en schietbaanorganisatie.

Terug naar Boven

 

HOOFDTAKEN KRIJGSMACHT

De hoofdtaken van de krijgsmacht zijn:

► de bescherming van de integriteit van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied (inclusief de Nederlandse Antillen en Aruba);

► de bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit;

► ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal.

Bron: Defensienota 2000 (ingediend op 29 november 1999).

Terug naar Boven

 

HORIZONTAAL-EFFECT-WAPEN

Scherflading nr. 269 met een niet-elektrisch slagsysteem nr. 270. De scherflading heeft een horizontale werking, vergelijkbaar met die van de claymore. Het HEW wordt op of boven het maaiveld geplaatst en kan dan tot op maximaal 300 meter worden bediend met behulp van het slagsysteem nr. 270; bijgevolg is het gebruik enkel mogelijk in door eigen troepen gecontroleerd gebied. Het slagsysteem nr. 270 reageert niet als iemand of iets het per ongeluk dan wel met opzet aanraakt.

Het HEW is binnen de Koninklijke Landmacht ingevoerd in 1997 en primair bedoeld voor het bestrijden van vijandig personeel én ter voorkoming van het ruimen van zelfgelegde landmijnen. Daarom is het HEW vergelijkbaar met een beschermend mijnenveld. Met een beetje sluwheid kan het HEW evengoed worden gebruikt als storend mijnenveld: met een speciale ontsteker en een struikeldraad (trip-wire) is het HEW te gebruiken als anti-personeelsmijn.

Zie ook: ammunition awareness, B.M.W., Bouncing Betty en Explosieven Opruimingscommando KL

Terug naar Boven

 

HORLOGEMETHODE

Vergelijkbaar met de klokmethode zoals die bekend is uit de ezelsbruggetjes R.A.D.U.S.A. en V.E.I.T.O.N.O.

Het analoge horloge – horloge met een wijzerplaat – kan dienen als hulpmiddel bij het bepalen van plaats en dus ook van richting. Voorheen werd met behulp van een zonnewijzer bepaald waar het zuiden lag; de wijzers van een zonnewijzer kunnen vergeleken worden met de kleine wijzer van het horloge.

Het navigeren met behulp van het horloge wordt ernstig beperkt als de zon niet zichtbaar is.

Als natuurkundige wetmatigheid geldt:

zon komt op

in het oosten

zon bereikt hoogste punt

in het zuiden

zon gaat onder

in het westen

zon bereikt laagste punt

in het noorden

Omdat de zon te allen tijde dezelfde cyclus heeft, kan met behulp van het horloge gemakkelijk worden bepaald waar zich het zuiden bevindt:

Leg het analoge horloge met het platte vlak voor je

Zorg ervoor dat de KLEINE wijzer naar de zon wijst

Exact in het midden van het cijfer 12 en de KLEINE wijzer bevindt zich het ZUIDEN

In geval van de zomertijd ga je uit van het cijfer 11, omdat er tijdens de zomertijd 1 uur in mindering dient te worden gebracht

Terug naar Boven

 

HORS DE COMBAT

Duits: außer Gefecht. Engels: out of action. Nederlands: buiten gevecht. Franse term, die in het humanitair oorlogsrecht (ius in bello) verwijst naar combattanten die niet meer in staat zijn te strijden en daarom niet langer deelnemen aan de vijandelijkheden. Hors de combat betekent ook zichzelf niet meer (kunnen) verdedigen en niet aangevallen mogen worden.

Mits personen zich onthouden van vijandige handelingen en niet proberen te vluchten, wordt als hors de combat beschouwd:

► iedereen in de macht van de tegenpartij (opponent, vijand)

► iedereen die weerloos is vanwege bewusteloosheid, schipbreuk, verwonding, ziekte of detentie (krijgsgevangenschap)

► iedereen die duidelijk voornemens is zich over te geven

Het niet menselijk behandelen van combattanten die hors de combat zijn gesteld is een ernstige schending van het humanitair oorlogsrecht en vormt een oorlogsmisdaad. Eenzelfde speciale bescherming met betrekking tot humanitaire aspecten als beperking van het oorlogsleed, bescherming en bijstand geldt burgers, non-combattanten en personeel dat niet rechtstreeks deelneemt aan de vijandelijkheden (RDAV).

Uit de regels wie te beschouwen als hors de combat volgt de plicht kwartier te verlenen. Een combattant hors de combat behoort speciale bescherming te krijgen, waardoor hij officieel non-combattant wordt. Daaronder valt bijvoorbeeld menselijke behandeling in gevangenschap. Volgens de Conventies van Genève (artikel 41, Protocol I) wordt dit voorrecht ook verleend aan illegitieme combattanten die hors de combat zijn. In tegenstelling tot legitieme combattanten kunnen illegitieme combattanten echter worden onderworpen aan berechting en bestraffing, met inbegrip van executie.

BUITEN GEVECHT STELLEN

außer Gefecht stellen; Kampfunfahig machen.
disable.
mettre hors de combat.

Zie ook: combattant, Conventies van Genève, humanitair oorlogsrecht (HOR), krijgsgevangene, kwartier verlenen en oorlogsmisdaad.

Terug naar Boven

 

HOSPIK

Sanitäter.
medic.
sanitaire.

Synoniem: genezerik.

In militair jargon de informele benaming voor een hospitaalsoldaat: een militair van de Geneeskundige Dienst die in een (veld)hospitaal werkt. Het woord dateert uit het begin van de 20e eeuw en is een samentrekking van "hospitaal" en "pik" - de laatste in de overdrachtelijke betekenis van man, vergelijkbaar met kantoor- en corpspik.

De hospik, behorende tot het Regiment Geneeskundige Troepen, heeft zich vanaf het begin bewezen als een onmisbare factor op het gevechtsveld, ook vanwege de toegevoegde morele waarde voor het personeel van de manoeuvre-eenheden.

Zie ook: Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV) en Regiment Geneeskundige Troepen.

Terug naar Boven

 

HOST NATION SUPPORT

Afgekort: HNS. Nederlands: gastlandsteun. Gastlandsteun houdt in dat NAVO-bondgenoten en bevriende landen elkaar (logistieke) bijstand verlenen als één of meer bondgenoten of bevriende landen zich op het nationaal grondgebied van een andere bondgenoot of bevriend land bevinden dan wel op doortocht zijn.

In vredestijd kan het een doortocht naar een manoeuvre betreffen, ten tijde van crises een doortocht naar een operatiegebied.

Gastlandsteun is onder te verdelen in:

bewaking- en beveiligingstaken

faciliteren van vervoerstaken

regelen van het verkeer

Nederland faciliteert bijvoorbeeld in het kader van een HSN-overeenkomst met de Verenigde Staten regelmatig de doorvoer (transit) van Amerikaans militair materieel en personeel via zijn luchtruim, zijn luchthavens en zijn havens.

Gastlandsteun tijdens de oefening REturn of (United States) FORces to GERmany (REFORGER). Amerikaanse troepen krijgen tijdelijk onderdak tijdens hun transit in Nederland onderweg naar Duitsland.

Vaak wordt de gastlandsteun uitgevoerd door reservisten (NATRES).

Zie ook: REFORGER.

Terug naar Boven

 

HOT LZ

Landingpoint, landingsite of landing zone (LZ) die door de vijand wordt bezet, door de vijand met vuur wordt beheerst (onder vuur ligt) en/of niet wordt beveiligd door eigen troepen.

Een hot LZ hoeft niet per se een “no go” te zijn. Dit is ondergeschikt aan de mogelijkheden er iets aan kunnen of willen doen én de aanvaardbaarheid van de risico’s. Wanneer de risico's als te hoog worden ingeschat, zal worden uitgeweken naar een reserve of alternate LZ. Maar ook het uitwijken naar een niet vooraf verkende en onvoorbereide LZ houdt risico’s in.

Verkenners hebben de Landing Zone (LZ) voor de Cougar met rook gemarkeerd.

Indien mogelijk wordt een hot LZ wordt door eigen troepen gemarkeerd met een rode rookgranaat, terwijl een safe LZ kan worden aangeduid met gele rook.

Terug naar Boven

 

HOUR

Met hour worden verschillende aanvangstijdstippen aangeduid die plaatsvinden bij militair optreden:

Hour

Betekenis

Bijzonderheden

F-Hour

Tijdstip waarop de eerste helikopters in een air manoeuvre operatie de voorste lijn eigen troepen (VLET) passeren.

air manoeuvre operatie

F-Hour

Tijdstip waarop de minister van Defensie (Secretary of Defense) zijn reserve-eenheden mobiliseert

Verenigde Staten

G-Hour

Tijdstip waarop 1UP of 2UP opdracht geeft tot het inzetten dan wel ontplooiien van een of meer ondereenheden.

 

H-Hour
(Uur-U)

Tijdstip waarop een operatie of oefening aanvangt. Tevens het tijdstip waarop de voorste elementen in een aanval de startlijn overschrijden en daarmee de aanvang van het grondtactisch plan.

 

 

L-Hour

Vertrek van de verkenningsparty (brigade recce detachment, pathfinders), verbindings- en verkenningsvoertuigen.

air manoeuvre operatie

L-Hour

Tijdstip van de stand-down van de eerste helikopter van de eerste lift of wave op een landing site (LS) of drop off point (DOP). Hierbij worden dus arriverende militairen afgezet. Gerelateerd aan en backward-planned vanaf de duur van de verplaatsing en het tijdstip waarop de verplaatsing is aangevangen.

air manoeuvre operatie

M-Hour

Vertrek van de wegverplaatsing van de hoofdmacht. Soms gekscherend de "Magical Road Move" genoemd.

 

N-Hour

Tijdstip waarop, niet op basis van een notice to move, een contingency operation begint. In de regel de periode vanaf de initiële kennisgeving aan de eenheid tot en met de ontscheping (POD, RSOMI).

 

P-Hour

Tijdstip waarop de eerste parachutisten landen in de drop zone.

air manoeuvre operatie

R-Hour
(Retaliation Hour)

Tijdstip waarop wedervergelding wordt geautoriseerd door middel van de inzet van nucleaire wapens.

AAP-15

T-Hour

Tijdstip waarop transfer of authority plaatsvindt.

 

X-Hour

Tijdstip waarop eenheden beginnen met planning en voorbereiding ter ondersteuning van een potentiële contingency operation.

 

Y-Hour

Tijdstip van de take-off van de eerste helikopter van de eerste lift of wave vanaf een landing site (LS) of pick up point (PUP). Hierbij zijn dus vertrekkende militairen opgepikt.

air manoeuvre operatie

Zie ook: air manoeuvre, data & tijden, datumtijdgroep, drop off point (DOP), landing site, pick up point (PUP), Zulu.

Terug naar Boven

 

HOUWITSER

Haubitze.
howitzer.
obusier.

Term uit het Boheems "houfnice" ("steenwerper"), in de 15e eeuw in Duitsland bekend geworden door de Hussietenoorlogen op het grondgebied van wat nu Tsjechië is.

De houwitser wordt in de moderne variant gebruikt vanaf de Eerste Wereldoorlog. Een schoolvoorbeeld hiervan is het M-Gerät (bijgenaamd "Dikke Bertha"), een voor het eerst door de Duitsers ingezette houwitser bij de verovering van de forten rond Luik. Het kaliber was 42 cm, het bereik minimaal 9 km.

De houwitser is een getrokken of zelfbewegend artilleriewapen (kanon) met een relatief korte loop. Door de korte loop is de mondingsnelheid laag en de ballistische baan krom. Hierdoor kunnen houwitsers granaten verschieten die, in tegenstelling tot die van kanonnen (vlakbaangeschut dat projectielen bijna horizontaal afvuurt), ver weg gelegen doelen aangrijpen. Voordelen zijn dat doelen waarop geen direct zicht mogelijk is vanaf veilige afstand over de eigen troepen heen kunnen worden beschoten.

Anno 21e eeuw kunnen de doelen verder dan 30 km in de diepte liggen en dient te worden gevuurd op aanwijzingen van een voorwaartse waarnemer.

Dikke Bertha.

Ook de Nederlandse krijgsmacht maakt gebruik van houwitsers: de PZH2000-pantserhouwitser, voor het eerst door Nederland operationeel ingezet vanuit Kandahar in Afghanistan in september 2006 ter ondersteuning van operatie MEDUSA.

Bij operatie MEDUSA probeerden NAVO-troepen de Taliban te verdrijven. De twee PzH2000's van 14 Afdeling Veldartillerie werden ingezet op verzoek van de commandant van het Regional Command South.

In de Slag om Chora, in juni 2007 (operatie TROY), is de PZH2000 ook ingezet, ditmaal vanaf Kamp Holland in Tarin Kowt. De beschietingen moesten verhinderen dat de Taliban in een grootschalig offensief oprukte naar het centrum van het oord Chora.

Van het kamp 40 km ten zuidwesten van Chora is 21 maal met de PZH2000 gevuurd. De vuurleidingofficieren van de PZH2000 hebben een sleutelrol gespeeld bij het ondersteunen van vuurcontact door grondgebonden eenheden.

Terug naar Boven

 

HOVER-JUMP

Tactische methode om uit te stijgen uit een transporthelikopter.

De helikopter wordt springend verlaten, terwijl het toestel hovert (een standvlucht maakt) en laag boven het maaiveld stilhangt. De troepen stijgen pas uit na toestemming van de loadmaster.

Deze alternatieve manier van uitstijgen wordt uitgevoerd als de begaanbaarheid van het maaiveld landen onmogelijk maakt, omdat:

■ de helikopter niet met de wielen op het maaiveld kan landen
■ de hellingshoek (slope) van het maaiveld groter is dan 15%
■ het draagvermogen van het maaiveld onvoldoende is (surface)
■ op het landingpoint een hindernis aanwezig is

In geval van sneeuw (white out) of zand (brown out) wordt niet of nauwelijks met een hover-jump uitgestegen: de turbinemotoren van de helikopter kunnen sneeuw of fijn zand aanzuigen en defect raken.

De maximale (spring)hoogte is 2 meter: bij abseiling is dit maximaal 60 meter, bij roping down maximaal 30 meter.

Zie ook: abseiling, brown out, roping down, white out.

Terug naar Boven

 

HR. MS. KAREL DOORMAN

Ter herinnering aan de schout-bij-nacht Karel Doorman (1889-1942) die in februari 1942 het bevel voerde over een geallieerde vloot (Combined Striking Force) tijdens de Slag in de Javazee ("Ik val aan, volgt mij" ) werd na de Tweede Wereldoorlog het eerste en tot dusver enige Nederlandse vliegkampschip vernoemd. Overigens kwam Karel Doorman tijdens die zeeslag op 28 februari 1942 om het leven.

Vliegkampschip Hr. Ms. Karel Doorman.

De bouw van de Hr. Ms. Karel Doorman begon op 3 december 1942 bij Cammel Laird & Co. Ltd. In Birkenhead', Merseyside, Engeland ; op 17 januari 1945 werd de Hr. Ms. KD bij de Royal Navy in dienst gesteld als Her Majesty's Ship (HMS) Venerable.

De Venerable werd vervolgens in 1948 aangekocht door Nederland voor een bedrag van 27 miljoen gulden (€ 12,2 miljoen) en werd op 28 mei 1948 in Portsmouth door kapitein ter zee F.J. Kist omgedoopt tot Hr. Ms. KD. Op 2 juni 1948 kwam het schip voor het eerst in Nederland (Rotterdam) aan.

Het vliegkampschip, met een lengte van 212 meter en een waterverplaatsing van ± 17.000 ton, kon ongeveer 20 vliegtuigen meevoeren.

Het werd van halverwege 1955 tot halverwege 1958 bij de scheepswerf Wilton Feijenoord in Schiedam verbouwd om het geschikt te maken voor gebruik door straaljagers. Daarbij werd het vliegdek vervangen door een hoekdek met een helling van acht graden, en in plaats van de hydraulische katapult werd een stoomkatapult aangebracht.

Tot 1968 maakte de Hr. Ms. Karel Doorman deel uit van de Nederlandse vloot; op 8 oktober 1968 werd het schip van de sterkte afgevoerd om op 14 oktober 1968 voor 9,5 miljoen gulden (€ 4,3 miljoen) te worden verkocht aan de Argentijnse marine, die het omdoopte tot ARA Vientecinco de Mayo.

Tijdens de Falklandoorlog speelde het schip géén rol van betekenis.

Het schip zou in 1999 of 2000 bij Alang, 's werelds grootste sloopwerf voor zeeschepen in India, op het strand zijn gesloopt.

Hr. Ms. Karel Doorman, geschilderd door oud-marineman Joop Henneveld.

Terug naar Boven

 

HUDDLE

Huddle uitgevoerd door Britse militairen na het uitstijgen uit een Chinook.

Helikopterdrill, waarbij een chalk militairen, al dan niet met uitrusting, voorafgaand aan het tactisch instijgen of direct na het tactisch uitstijgen van een helikopter zo dicht mogelijk bij elkaar gaat liggen of knielen bovenop de meegedragen uitrustingsstukken.

Na het uitstijgen wordt gewacht met de vervolgactie, zoals het innemen van vuurposities, tot de helikopter is weggevlogen.

Omwille van de persoonlijke veiligheid liggen of knielen de militairen op het afwachtingspunt met het gezicht naar het maaiveld, ter bescherming tegen opwaaiend sneeuw, stof, zand e.d. als gevolg van de downwash (brown out en white out).

Het afwachtingspunt bevindt zich in de buurt van het touch down point (TDP), in de regel op 5 à 10 meter van het punt waar de helikopter de grond raakt.

De chalk- en stickcommandanten liggen/knielen met het gezicht naar het TDP, met de stofbril geplaatst.

De in- of uitstijgende chalk van de helikopter hurkt op een knie of ligt op de buik, dicht tegen elkaar aan, met de gezichten naar elkaar én het maaiveld toe. De rugzak bevindt zich in het midden van de huddle dan wel aan de niet-geknielde schouder.

De huddle kan met een lamp of breaklight worden gemarkeerd.


Zie ook: breaklight, brown out, chalk, Chinook, Cougar, downwash, maaiveld en white out.

Terug naar Boven

 

HULPVERLENINGSVERZAMELPUNT

Afgekort: HVP.

Afgesproken en in de regel gemarkeerde plaats waar hulpbehoevenden en hulpverleners (hulpdiensten) elkaar in het geval van een calamiteit, bijvoorbeeld een ongeval met gewonden, kunnen treffen. Het HVP dient dan ook in coördinaat en klare taal bij alle relevante partijen bekend te zijn.

Het HVP is als uitgangsstelling (UGS) aangegeven op standaardoefenkaarten (SOK), zoals die te vinden zijn in het voorschrift 'Gebruik oefen- en schietterreinen' (VS 2-1014).

Vanaf het HVP zal de civiele ambulance het transport naar het ziekenhuis verzorgen. Afhankelijk van de ernst van de situatie en de hulpmogelijkheden kan ervoor worden gekozen vanaf het HVP met de hulpverleners het terrein in te gaan of gewonde naar het HVP te verplaatsen.

De markering van een hulpverleningsverzamelpunt aan de rand van het oefenterrein Garderense Veld.

Terug naar Boven

 

HUMAN DIMENSION

Betekenis: menselijke dimensie.

De cognitieve, fysieke en sociale componenten ten behoeve van de ontwikkeling en prestaties van (leidinggevende) militairen en burgermedewerkers bij Defensie, alsook de Defensieorganisatie zelf, welke essentieel zijn om de krijgsmacht in het algemeen en de Koninklijke Landmacht in het bijzonder in (land)operaties te verbeteren, voor te bereiden en ontplooien.

De menselijke dimensie is gebaseerd op een holistische kijk van hoe mensen functioneren in systemen, zoals cultuur, gemeenschap, maatschappij, milieu en politiek.

Zie ook: Geospatial Analist, Human Terrain Analist en JISTARC.

Terug naar Boven

 

HUMAN INTELLIGENCE

nicht-technische Aufklärung.
renseignement d'origine humaine (ROHUM).

Afgekort: HUMINT.

Synoniem: Human Resources Intelligence.

Informatie die wordt verzameld door mensen uit andere mensen om intenties te kunnen achterhalen, inlichtingen te verkrijgen over het terrein en de opponent en/of zicht te krijgen op minder tastbare zaken die leven, zoals gevoelens, opinies, spanningen en visies.

HUMINT vindt plaats als onderdeel van het inlichtingenproces en completeert daarbij de andere methoden van inlichtingenverwerving, zoals die bijvoorbeeld wordt verzameld door Special Forces en Unmanned Aerial Vehicles (UAV's).

Alle mensen - eigen, opponent of neutraal - zijn mogelijke informatiebronnen, niet alleen infiltranten en informanten. Hierbij kan worden gedacht aan diplomaten, eigen personeel (militairen), gevangen genomen strijders, gidsen, koeriers, lokale bevolking en bestuurders, medewerkers van Non-Gouvernementele Organisaties (NGO's), oorlogsjournalisten en vluchtelingen.

Hiervan zijn lokale bevolking en bestuurders veruit de belangrijkste bron van inlichtingen. Het aangaan van een goede relatie met de bevolking (hearts & minds) onderstreept het belang van HUMINT. Sociale patrouilles - ook genoemd: HUMINT-patrouilles - zijn een ideaal middel om het contact met de bevolking aan te gaan, mits te voet uitgevoerd.

Nadelen van HUMINT:

► bescherming van bronnen is cruciaal om mensen zo ver te krijgen informatie te delen en deze gedurende langere tijd te gebruiken

► informatiebronnen drogen na verloop van tijd op

► mensen hebben week- en zwakheden die niet altijd zijn in te schatten (zoals de dubbelrol van een informant)

► niet correct gerekruteerde informanten of infiltranten in de verkeerde organisaties zijn een gevaar

Iedere militair in een operatiegebied heeft de plicht en verantwoordelijkheid om, vanuit inlichtingen- en veiligheidsbewustzijn, waargenomen bijzondere situaties door te geven aan de sectie 2 van de eigen eenheid. De meest interessante bijzondere situaties zijn in de regel van culturele, demografische, infrastructurele, militaire en sociaal-economische aard.

HUMINT wordt steeds belangrijker, omdat grondige kennis van de situatie in het gebied van levensbelang is. In het kader van force protection is het van het grootste belang om tijdig de juiste operationele, tactische en strategische inlichtingen beschikbaar te hebben.

Binnen de Koninklijke Landmacht is binnen het JISTARC 105 Field HUMINT Eskadron (105 FHE) werkzaam.

De NAVO verdeeld HUMINT in:

Overt

■ Geüniformeerde activiteiten die openlijk en zonder noemenswaardig risico plaatsvinden.
■ Uitgevoerd door elke individuele militair in een operatiegebied.
■ Daarnaast kan een militair, vaak in opdracht van de Ops-Room of sectie 2, optreden als lid van een sociale patrouille, Field Liaison Team (FLT) of Monitoring, Observation, Surveillance and Targeting (MOST) of Liaison Observation Team (LOT).
■ De aard van de werkzaamheden richt zich in hoofdzaak op het onderhouden van contacten op lokaal niveau met lokale bevolking (locals), lokale autoriteiten en lokaal en regionaal optredende International Organisations (IO's) en Non-gouvernemental Organisations (NGO's).

Discreet

■ Geüniformeerde maar verhulde activiteiten die door daartoe geworven, geselecteerd, opgeleid en getraind specialistisch personeel worden uitgevoerd.
■ Vaak gaat het hierbij om personeel dat binnen een Field HUMINT Team (FHT) gevoelige "low-profile" informatieverzameloperaties uitvoert ten behoeve van de operationele commandant.
■ Het specialisme wordt contact-handling genoemd en uitgevoerd in een risicovollere omgeving binnen een per operatie vastgestelde werkwijze.

Covert

■ Operaties in burgerkleding of uniform die binnen het gegeven wettelijke kaders vallen van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.
■ De operaties zijn uitsluitend voorbehouden aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).
■ Het specialisme wordt agent-handling genoemd.
■ De informatie die via Covert Operations (geheime operaties) wordt verkregen is hoogwaardig, niet voor iedereen toegankelijk en derhalve uniek.

Gerelateerde werkgebieden van HUMINT, ingedeeld naar wervingsmethode, zijn onder andere:

ACINT

Acoustic Intelligence

Inlichtingen verzameld uit geluidssensoren, zoals sonar.

IMINT

Imagery Intelligence

Inlichtingen verzameld uit beelden van o.a. luchtfotografie en satellieten.

OSINT

Open Source Intelligence

Informatie verzameld uit voor het publiek toegankelijke, open bronnen, zoals bevolking, dagbladen, internet, radio, televisie, tijdschriften en andere ongerubriceerde informatie.

RADINT

Radar Intelligence

Inlichtingen verzameld uit radargegevens.

SIGINT

Signals Intelligence

Inlichtingen verzameld door het onderscheppen van signalen, zoals afluisteren, radio-interceptie of anderszins.

TECHINT

Technical Intelligence

Inlichtingen verzameld over wapens, materieel en uitrustingen die door de krijgsmachten van buitenlandse naties worden gebruikt.

Zie ook: 105 Field HUMINT Eskadron, Covert Operation (geheime operatie), force protection, JISTARC, inlichtingen, Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), Non-Gouvernementele Organisaties (NGO's), oorlogsjournalisten, Open Source Intelligence (OSINT), Ops-Room, sectie 2 (secties), Special Forces en Unmanned Aerial Vehicles (UAV's).

Terug naar Boven

 

HUMANITAIR OORLOGSRECHT

Afgekort: HOR.

Verzameling internationale rechtsregels (rules of law) die de schadelijke gevolgen van gewapende conflicten probeert te beperken en mensen probeert te beschermen.

Er zijn:

► regels ter bescherming van mensen die niet deelnemen aan de strijd
■ burgers
■ gewonden
krijgsgevangenen
■ zieken

► regels die bepaalde wapens verbieden
■ chemische wapens (gifgas)
■ kogels die in het lichaam exploderen

► regels die de manier van oorlogvoering beperken
■ alleen militaire doelen mogen worden aangevallen
combattanten moeten voorbereidingen treffen om het aantal burgerslachtoffers te beperken
■ aanvallen die ernstige schade toebrengen aan het milieu zijn verboden

De kern van de regels van het humanitair oorlogsrecht wordt gevormd door de Conventies van Genève uit 1949 en de Aanvullende Protocollen uit 1979, die oorlogvoering in zowel inter- als intranationale (lees: interne) conflicten aan banden legt.

Vrijwel alle landen ter wereld hebben deze verdragen ondertekend en het grootste deel van de Aanvullende Protocollen is inmiddels bindend gewoonterecht geworden.

Een voorbeeld van een schending van het internationaal humanitair recht is het bombardement van een kliniek van Médecins Sans Frontières (Artsen Zonder Grenzen) in de stad Kunduz, Afghanistan, op 3 oktober 2015.

Een Lockheed AC-130U van de U.S. Air Force voerde 's nachts een luchtaanval (airstrike) op het ziekenhuis uit.

Het AZG-hospitaal werd deels verwoest; tenminste 42 mensen werden gedood en ruim dertig raakten gewond. Onder de doden waren veertien medewerkers van AZG en 24 patiënten.

Op 13 december van dat jaar verscheen een eerste onderzoeksrapport van de Amerikaanse krijgsmacht, waaruit bleek dat het bombardement een vergissing was.

Hoewel het AZG-ziekenhuis op een No Strike List stond en dus onder het internationaal humanitair recht en/of de Rules of Engagement beschermd was, hadden de Amerikanen het gebouw in het vizier omdat er zich gewonde Talibanstrijders bevonden - an sich al strijdig met het internationaal humanitair recht. Opnamen uit de cockpit lieten horen dat de crew van de AC-130U zich op het moment suprême vraagtekens stelden over de legitimiteit van de aanval.

Op het moment dat de Amerikaanse luchtaanval plaatshad, verdedigden Amerikaanse Special Forces en Afghaanse regeringstroepen op ruim een halve kilometer afstand van het ziekenhuis de gouverneur van de provincie Kunduz in een vuurgevecht.

Een ander onderzoeksrapport van de Amerikaanse krijgsmacht, in april 2016, stelde dat het bombardement geen oorlogsmisdaad was, "maar een opeenvolging van menselijke en technologische vergissingen".

Sommige bij de operatie betrokken militairen hadden de elementaire beginselen van de Rules of Engagement en het oorlogsrecht niet nageleefd en kregen disciplinaire straffen, maar werden ondanks hun strafrechtelijke aansprakelijkheid niet gerechtelijke vervolgd.

Aanvallen op medische faciliteiten zijn verboden onder het internationaal humanitair recht - Verdrag (IV) van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, artikel 18 en 20 - tenzij die, buiten hun humanitaire functie, worden gebruikt voor het plegen van voor de vijand schadelijke handelingen (artikel 19).

De luchtaanval op het AZG-ziekenhuis in Kunduz was een schending van het internationaal humanitair recht, waarbij onder andere de beginselen militaire noodzaak, humane behandeling en onderscheid burger en militair zijn geschonden.

De naleving van het humanitair oorlogsrecht is een verplichting: zo moeten strijdende partijen hulpkonvooien toelaten en zijn staten verplicht om schendingen van het oorlogsrecht te voorkomen en te bestraffen.

Elke individuele militair van een staat die de verdragen heeft ondertekend dient zich te houden aan de basisregels uit het humanitair oorlogsrecht.

Zie ook: combattant, Conventies van Genève, huurling, krijgsgevangene, non-combattant en oorlogsrecht.

Terug naar Boven

 

HUMAN PATIENT SIMULATOR

Afgekort: HPS.

Computergestuurde simulatiepatiënt die een realistisch beeld geeft van de circulatie en respiratie van de (gewonde en/of zieke) mens. De HPS wordt geproduceerd door het Amerikaanse onderneming Medical Education Technologies Incorporated (METI), gevestigd in Sarasota, Florida, Verenigde Staten. De HPS kost € 135.000 per stuk.

De computergestuurde simulatiepatiënt Human Patient Simulator.

De HPS wordt softwarematig aangestuurd door een computer die de fysiologische en metabolische toestand van een vooraf gekozen gefingeerde patiënt simuleert. De computer bevat een database met allerlei gefingeerde patiënten met een eigen medisch dossier.

Met de HPS kunnen nagenoeg alle denkbare situaties realistisch worden nagebootst, uiteenlopend van een allergische reactie tot gecompliceerde ziektebeelden.

De computergestuurde simulatiepatiënt reageert, goed of slecht, op de interventies die het geneeskundige personeel uitvoert.

De levensgrote HPS haalt adem (borstkas gaat zichtbaarop en neer), heeft een zachte huid met een voel- en zichtbare ribstructuur, kan geluiden maken en spreken, knippert met de ogen en reageert op toegediende medicijnen. Daarnaast kunnen de halsaders opzetten, kan de luchtpijp verschuiven en is de pols voelbaar. Tenslotte kunnen de menselijke lichaamsfuncties worden nagebootst: ademhaling, bloeddruk, lichaamstemperatuur en pols.

Amerikaanse fotopresentatie Human Patient Simulator.Amerikaanse fotopresentatie Human Patient Simulator.

Op het Defensie Gezondheidszorg Opleidings- en Trainingscentrum (DGOTC, voorheen IDGO) in Hilversum bevinden zich exemplaren van de HPS voor opleidings- en trainingsdoeleinden.

De hightech pop dient als onderwijsleermiddel in verschillende geneeskundige opleidingen.

Bepaalde handelingen, zoals de Heimlich-manoeuvre, het reinigen van mond en keel bij een ademwegobstructie, het dichtdrukken van slagaders, het inbrengen van catheters en drains en reanimatie, zijn bij een LOTUS-slachtoffer behalve verre van plezierig vooral ook levensgevaarlijk: deze handelingen kunnen veilig worden uitgevoerd op een fantoompatiënt als de Human Patient Simulator.

Terug naar Boven

 

HUMAN TERRAIN ANALIST

Afgekort: HTA.

Werkzaam bij het Joint ISTAR Command (JISTARC) in ‘t Harde. Militair specialist met als vooropleiding een Bachelor of Master in sociaal-maatschappelijke richting, zoals criminologie, culturele antropologie, geschiedenis, politicologie of sociale wetenschappen.

De Human Terrain Analist maakt ter voorbereiding en ondersteuning van oefeningen en missies analyses van de zgn. Human Dimension van het betreffende gebied van inlichtingenfocus met als doel het operationele besluitvormingsproces te ondersteunen. In de meeste gevallen van inzet, oefeningen en projecten bestaat de directe werkomgeving van de Human Terrain analist uit een multidisciplinair team van analisten en ondersteunende inlichtingenfunctionarissen.

Zie ook: Geospatial Analist, Human Dimension en JISTARC.

Terug naar Boven

 

HUURLING

Mietling, Söldner.
mercenary, soldier of fortune, dog of war.
mercenaire.

Een huurling is een militair die geen ingezetene is van enige partij in een gewapend conflict; gedreven door persoonlijk en/of financieel gewin neemt de huurling in vreemde krijgsdienst deel aan met name krijgshandelingen. In de regel is een huurling apolitiek.

Zichzelf verhuren vindt bijvoorbeeld plaats om directe of gelieerde taken uit te voeren voor een krijgsmacht - meestal in de beveiliging (bodyguard), logistiek of techniek (bedienen hoogwaardige technologische apparatuur) - of om te helpen orde op zaken te stellen in politiek-economische geschillen.

Officieel behoort de huurling niet tot een gewapende macht en kan geen aanspraak maken op de status van combattant, zoals die is vastgelegd in artikel 47 van de Additionele Protocolen van de Conventies van Genève.

Op 4 december 1989 nam de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties een verdrag aan tot bestrijding van de inzet van huurlingen, de 'International Convention on Recruitment, Use, Financing and Training of Mercenaries'. Artikel 1 van dit verdrag beschrijft de huurling als:

"A mercenary is any person who:

(a) Is specially recruited locally or abroad in order to fight in an armed conflict;

(b) Is motivated to take part in the hostilities essentially by the desire for private gain and, in fact, is promised, by or on behalf of a party to the conflict, material compensation substantially in excess of that promised or paid to combatants of similar rank and functions in the armed forces of that party;

(c) Is neither a national of a party to the conflict nor a resident of territory controlled by a party to the conflict;

(d) Is not a member of the armed forces of a party to the conflict; and

(e) Has not been sent by a State which is not a party to the conflict on official duty as a member of its armed forces.”

Al in de 16e eeuw had de Italiaanse schrijver en diplomaat Niccolò Machiavelli een uitgesproken aversie tegen huurlingen.

In 'Il Principe' ('De Vorst', 1513) schreef hij: "Het fundamentele probleem van huurlingen is dat ze loyaal zijn aan het loon en niet aan de vorst, en een loon onvoldoende motivatie voor een man is om zijn leven op te offeren..."

Volgens Machiavelli is een huurlingenleger ongeschikt om een rijk op te bouwen.

Zo vindt Machiavelli huurlingen erg duur, terwijl ze - zodra een andere partij beter betaalt - niet loyaal blijken en overlopen.

Daarnaast roven ze in vredestijd het land leeg. Huurlingen gedragen zich doorgaans laf tegenover de vijand. En ook excelleren ze door gebrek aan discipline en eensgezindheid.

Zie ook de column 'In Europa is de sneuvelbereidheid minimaal' van Arnon Grunberg (de Volkskrant, 16 april 2015).

De Egyptische farao Ramses II (1304-1237) zette in 1.274 voor Christus ruim 10.000 huurlingen in bij de Slag bij Kadesh tegen een strijdmacht van de Hettitische koning Muwatalli II. Sindsdien zijn huursoldaten niet meer weg te denken uit gewapende conflicten.

Ramses II zette zowel Libiërs als Shardana in als huurlingen. De inzet van huurlingen was niet vreemd: buitenlandse expedities werden gevreesd vanwege de kans te sneuvelen en vervolgens niet de gewenste begrafenisrites te krijgen. Daarom werden buitenlanders ingehuurd om te vechten buiten het rijk.

De Slag bij Kadesh was het hoogtepunt in de twisten tussen het Egyptische en het Hettitische rijk. Beide imperiums troffen elkaar in het grensgebied, het huidige Syrië. De Hettieten waren naar Syrië afgezakt om overlopers terug te plaatsen onder Hettitisch gezag, terwijl de Egyptenaren er juist alles aan deden om de deserteur te behouden.

Vermoedelijk was de Slag bij Kadesh de grootste strijdwagenslag ooit: ± 5.000 voertuigen werden ingezet. Uiteindelijk behielden de Hittieten de controle over Qadesh.

 
◄ Om te begrijpen hoe de verbreiding van privélegers de internationale betrekkingen beïnvloedt, blikt Sean McFate in 'The Modern Mercenary. Private Armies and what they for World Order' (2014, Oxford University Press) terug naar de Middeleeuwen, toen in Europa veel oorlogen werden uitgevochten.

Nationale legers bestonden nog niet, huurlingen en contractoorlogvoering waren de norm. De huurling stelde zich beschikbaar aan de hoogste bieder: wie in dienst van het ene privéleger een veldslag overleefde, vocht mogelijk enige tijd later in het leger van de opponent.

Volgens McFate - van 1992 tot 2000 officier in de 82nd Airborne Division - hebben de internationale betrekkingen in de 21e eeuw meer gemeen met de Middeleeuwen dan met de 20e eeuw. McFate noemt dit "neomedievalism".

In zijn boek toont McFate overtuigend aan dat de Verenigde Staten geen oorlog meer kunnen voeren zonder hulp van Private Military Companies (PMC's).

Sinds het eind van de Koude Oorlog geldt als moderne variant de Private Military Contractor die deel uitmaakt van een Private Military Company (PMC). PMC's inhuren voor deelname aan gewapende conflicten is sneller, goedkoper en effectiever dan er (inter)nationale krijgsmachten op afsturen.

De bekendst geworden Nederlandse huurlingen uit de periode na de Koude Oorlog zijn Johan Tilder en Marco van Eekeren, respectievelijk in Kroatië en Kosovo.

EXECUTIVE OUTCOMES

De moeder aller Private Military Companies (PMC's) is Executive Outcomes (EO).

Tot haar ontbinding eind 1998 was EO geregistreerd in Hennopsmeer, Pretoria, Zuid-Afrika. Uiteindelijk moest EO haar activiteiten onder druk van de Zuid-Afrikaanse overheid en op basis van wetgeving aldaar staken.

Met EO startte de ontwikkeling van de particuliere sector in militaire operaties, gebaseerd op privatisering en uitbesteding en de toenemende (goedkopere?) vraag naar militaire expertise.

Het bedrijf is in 1989 opgericht door Eeben Barlow, oud-plaatsvervangend commandant van 32 'Buffalo' Battalion van de South African Defence Force (SADF). Na de afschaffing van de apartheid was het grootste deel van EO's personeel afkomstig uit de SADF. Op haar hoogtepunt telde EO 2 à 3.000 "veiligheidsspecialisten".

In opdracht van de regeringen van die landen zorgen de dogs of war van EO er halverwege de jaren '90 voor dat de rebellen van UNITA en het Revolutionary United Front (RUF) in respectievelijk Angola (tot 1996) en Sierra Leone (tussen 1995 en '97) werden verslagen.

Sindsdien heeft wereldwijd nergens militaire inzet plaatsgevonden zonder de aanwezigheid van tenminste één PMC, die met tactische militaire service invloed uitoefent op het verloop van conflicten.

Van links naar rechts: 'Executive Outcomes. Against All Odds' (2007) van EO-oprichter Eeben Barlow, 'Bloodsong!' (2002) van Jim Hooper en 'Four Ball, One Tracer' (2012) van Roelf van Heerden en Andrew Hudson.

Het aantal contractors in Irak na de Tweede Golfoorlog (2003) was groter dan de Britse militaire presentie in Irak. Contractors beveiligden voor honderden dollars per dag niet alleen gebouwen, konvooien en personen, maar repareerden ook elektriciteitscentrales en olie-installaties en trainden het nieuwe Iraakse leger.

Daarnaast wordt een groot deel van de logistiek van de Amerikaanse krijgsmacht tegenwoordig gerealiseerd met behulp van contractors, met name die van Kellog, Brown & Root (KBR).

Eind 2014 eindigde de NAVO-missie International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan. Volgens opgave van het U.S. Central Command waren er begin 2015 nog 20.416 Amerikaanse militairen in dit land, tegenover 54.700 contractors.

 

Blackwater, een Amerikaanse Private Military Company, werd in 1987 opgericht door Eric Prince. Het werken voor een PMC heeft schaduwzijden.

Door slechte voorbereiding vonden op 31 maart 2004 vier employees van Blackwater de dood in de Iraakse stad Fallujah bij het begeleiden van een konvooi. Het viertal werd gelyncht en door de straten gesleept. De verminkte en verkoolde lijken werden opgehangen aan een brug over de Eufraat. De schokkende beelden zorgden ervoor dat de Amerikaanse president George Bush mariniers opdroeg de stad aan te vallen. Grondgevechten en luchtaanvallen volgden.

Op 16 september 2007 openden bewakers van Blackwater op Al-Nusur Square in het westen van Bagdad het vuur: zeventien burgers vonden de dood. Ooggetuigen claimden dat de burgers zonder enige voorafgaande beschieting of zelfs bedreiging waren vermoord. Velen werden doodgeschoten terwijl ze zich juist verwijderden van de plaats des onheils. Hoewel de Iraakse regering eiste dat Blackwater zich uit Irak terugtrok, bleef de PMC.

De Amerikaanse krijgsmacht maakt dankbaar gebruik van Blackwater.

Het uitzenden van huurlingen is nauwelijks aan politieke controle onderhevig. Ook vallen huurlingen/contractors niet onder Amerikaanse jurisdictie. Ook worden gesneuvelde huurlingen niet meegeteld in de officiële lijst van oorlogsslachtoffers. Het schaduwleger van de Verenigde Staten heeft mogelijk nog een schaduwzijde, zoals verwoord door de Amerikaanse Democraat Dennis Kucinich: "Als oorlog geprivatiseerd wordt, dan hebben particuliere contractpartijen er belang bij om de oorlog aan de gang te houden. Hoe langer de oorlog doorgaat, hoe meer geld zij verdienen."

 

"Ik heb de nieuwe mens gezien. Hij is huurling. Anders dan Machiavelli meende, kunnen huurlingen effectief zijn. Ze weten maar één ding: dat het beter is om te doden dan om gedood te worden. Wie het verhaal van de nieuwe mens wil optekenen zou embedded moeten gaan bij de huurlingen. Of beter nog: zelf huurling worden."

Artikel 'Ik heb de nieuwe mens gezien' van Arnon Grunberg die in Bagdad van checkpoint naar checkpoint reisde door de Groene en Rode Zone.
(NRC Handelsblad, 20 juni 2008)

 
Word huursoldaat - Sander Koenen (Kijk, maart 2010).Word huursoldaat - Sander Koenen (Kijk, maart 2010).

Zie ook: close protection, combattant, Conventies van Genève, Johan Tilder, krijgsgevangene en non-combattant.

Terug naar Boven

 

HUZAAR

Husar.
hussar.
hussard.

Via de van origine Servische spelling "khazar" overgegaan naar het Hongaarse "huszár" (vrijbuiter). De Hongaarse naamgeving is waarschijnlijk afgeleid van "husz” (20), omdat van elke twintig soldaten er indertijd één ruiter moest zijn.

Binnen de Koninklijke Landmacht is een huzaar de benaming voor een soldaat bij de cavalerie.

Van oudsher was de huzaar lid van een eenheid lichte cavalerie, die opvielen vanwege hun sierlijke, bontgekleurde en nationale klederdracht. De huzaar draagt als hoofddeksel een kolbak, als jasje een dolman die rijkelijk is versierd met knopen en tressen (gevlochten band van goud- of zilverdraad), rijlaarzen, een sabel en een licht vuurwapen (karabijn of pistool).

Aan de uniformen werd vanaf het begin veel aandacht besteed en vaak was hun haardracht eveneens karakteristiek: grote hangende knevels en donkere lokken die voor hun ogen hingen.

Voor een aanval legden de huzaren zich zo plat mogelijk tegen de hals van hun paarden, zodat zij moeilijker te ontdekken waren; vervolgens was de infanterie vrijwel machteloos voor de maaiende sabels van de huzaren.

Van oorsprong kwamen de huzaren uit Hongarije, later ook uit Kroatië, Polen en Slowakije. In 1495 gaf de Hongaarse koning Matthias Corvinus (1458-1490) de naam 'huzaar' aan de leden van zijn lichte ruiterij. Corvinus richtte een huzarenkorps op en onder zijn leiding namen de huzaren, al snel bekend om hun grote paardrijkunst, succesvol deel aan het begin van de oorlog tegen de Ottomanen (Turken) en Mammelukken (Egyptenaren) in 1485.

Na Corvinus' dood werd zijn "Zwarte Leger", dat zo'n 30.000 huurlingen telde, bekend als het eerste staande leger (permanente leger dat niet alleen in tijd van oorlog in stand gehouden wordt) in Centraal-Europa. Tezelfdertijd vluchtten echter ook veel huzaren naar andere Centraal- en West-Europese landen om daar de kern van gelijksoortige lichte cavalerieformaties te vormen.

Houtgravure van een Pruisische huzaar in de Frans-Duitse oorlog (1870-1871).

Onder koning Lodewijk werden in 1692 de huzaren in de Franse krijgsmacht geïntroduceerd. Oostenrijk huurde in de oorlogen tegen Lodewijk XIV aan het einde van de 17e eeuw Hongaarse huzaren voor het voeren van oorlog tegen de Ottomanen.

De aanvankelijk nogal ruwe, bandeloze soldaten waren door Corvinus omgevormd tot sterke, goed getrainde en gemotiveerde huzaren, die niet alleen succesvol bleken tegen het cavaleriekorps der Sipahi's van de Ottomanen, maar ook tegen Bohemen en Polen.

Toen, tot grote schrik van hun aartsvijanden, de Pruisische generaals der cavalerie Hans Joachim von Zieten en Friedrich Wilhelm Freiherr von Seydlitz in de 18e eeuw hun huzareneenheden perfectioneerden, wilde iedere zichzelf respecterende staat in Europa ook huzaren in de gelederen van de krijgsmacht.

In de 18e en 19e eeuw werden huzaren dientengevolge wijdverbreid 'geïmiteerd' in de rest van Europa, waarbij Frederik de Grote huzaren inzette tijdens de Oostenrijkse Successieoorlogen, Groot-Brittannië Duitse huzaren inhuurde voor de gewenste samensmelting met huurlingen uit Hesse en uiteindelijk zelfs huzaren in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog vochten.

In het laatste decennium van de 18e eeuw deden de huzaren blijvend hun intrede in het Staatse leger, waar ze als verkenningsafdelingen bij de cavalerie werden ingedeeld. Naar hun dracht werden ze aanvankelijk onderscheiden in rode en blauwe huzaren.

Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog waren er weliswaar tijdelijk een paar huzarenkorpsen in dienst van de Republiek geweest, maar deze huzaren waren grotendeels gevluchte Hongaren.

Tegenwoordig houden moderne militaire eenheden traditiegetrouw de benaming huzaar en leeft de naam voort in regimenten die zijn omgevormd tot pantsereenheden.

Zowel de historische als de moderne huzaar worden organiek ingezet om vijandelijk gebied te verkennen en te dienen als ogen voor de rest van een leger.

Al bij het ontstaan onderscheidde de lichte cavalerie zich in het gebruik van andere (snellere en lichtere) paarden, maar ook door haar functies. Naast het uitvoeren van verkenningen zijn andere functies van de huzaren, traditiegetrouw, het beschermen van de eigen troepen, hinderen van de verbindingen van de opponent en achtervolgen van én verliezen toebrengen aan de vluchtende opponent om de overwinning optimaal uit te buiten.

In Nederland zijn er sinds 2015 vier regimenten huzaren, die de bereden en getrokken tradities voortzetten:

Regiment Huzaren van Boreel

Regimentskleur: Nassau-blauw.

In opdracht van Koning Willem I in 1814 opgericht, geformeerd en als eerste gecommandeerd door luitenant-kolonel jonkheer Willem Francois Boreel. Tegenwoordig vertegenwoordigd in de Grondgebonden Verkenningseskadrons (GGVE) van het JISTARC.

Straatnaam op de mouw van een militair van het Regiment Huzaren van Boreel.

Regiment Huzaren van Sytzama

Regimentskleur: wit.

Opgericht in 1951. Op 16 september 2012 werd het Regiment ontbonden in Den Haag, waarbij de standaard van het regiment werd opgelegd. De traditie wordt sindsdien bewaard door het Regiment Huzaren van Boreel.

Regiment Huzaren Prins Alexander

Regimentskleur: ponceaurood.

Opgericht in 1950 en opgeheven in 2007.

Regiment Huzaren Prins van Oranje

Regimentskleur: oranje.

Op 16 september 2012 werd het Regiment ontbonden in Den Haag, waarbij de standaard van het regiment werd opgelegd. De traditie wordt sindsdien bewaard door het Regiment Huzaren van Boreel.

 

Alle regimenten dragen een Nassau-blauwe halsdoek met het onderdeels- dan wel regimentsembleem.

Ten behoeve van ceremonieel is er de bereden Cavalerie Ere-Escorte, die weliswaar is verbonden met het Regiment Huzaren van Boreel, maar waarin ook cavaleristen van andere regimenten mogen deelnemen.

Huzaar van het Regiment Huzaren Nr. 6, zoals afgebeeld door Willem Constantijn Staring.Het regiment ontstond in april 1815 uit het Regiment Huzaren nr. 4, dat op zijn beurt in november 1814 voortkwam uit het Regiment Huzaren, dat in opdracht van Koning Willem I was geformeerd door luitenant-kolonel jonkheer Willem Francois Boreel. Hij voerde ook als eerste het bevel. Het Regiment Huzaren Nr. 6 nam deel aan de gevechten bij Quatre Bras (12 juni 1815) en de Tiendaagse Veldtocht in 1831 en werd ontbonden in 1841.

Zie ook: cavalerie, Cavalerie Ere-Escorte, huurling, organiek, regiment en verkenning.

Terug naar Boven

 

HV-RICHTKIJKER munos ws-4

De helderheidsrichtkijker MUNOS WS-4.

Helderheidsversterker (HV) voor de korte afstand.

MUNOS staat voor: Multiple Use Night Observation and Aiming Sight.

WS betekent: Weapon Sight.

Het principe van de helderheidsversterker is gebaseerd op het versterken van het restlicht van bijvoorbeeld maan en sterren.

De HV-richtkijker MUNOS WS-4 is geschikt voor de Colt, mitrailleur MAG en FN Minimi-mitrailleur.

Specificaties:

afmetingen

210 x 95 x 78 mm

batterijen

2 x AA

gewicht, excl. batterijen

850 gram

gewicht, incl. batterijen

900 gram

levensduur batterijen

150 uur (AA-alkaline)

oogvrijheid

28 mm

vergroting

4 maal

zichtgebied

10 graden

Producent is Delft Sensor Systems, onderdeel van Thales.

De HV-Richtkijker MUNOS WS-4 is in 1998 aangekocht door de Koninklijke Landmacht.

Terug naar Boven

 

HYBRIDE OORLOG

Hybridkrieg.
hybrid war(fare).
guerre hybride.

Paraplubegrip voor de militaire strategie die conventionele en onregelmatige oorlogvoering over het gehele spectrum van het conflict mengt. 'Hybride' volgens het woordenboek:: "Iets dat uit heterogene elementen bestaat, dat (dientengevolge) tegenstrijdige eigenschappen bezit."

Cartoon van Arend van Dam (externe link) bij het opinieartikel Hybrid war: the real reason fighting stopped in Ukraine (externe link) van Fiona Hills. Gepubliceerd in The Japan Times van 3 maart 2015.

© Arend van Dam

Hybride oorlogvoering is een mengvorm van reguliere en irreguliere oorlogsvoering: een waar schemergebied tussen oorlogvoering en het niet openlijk voeren van oorlog.

De ingrediënten van hybride oorlogvoering zijn onder andere een onverstoorbare politieke wil; zich niet laat afleiden door de publieke opinie of internationale druk; weigeren te onderhandelen met een opponent en razendsnelle beïnvloeding van autoriteiten, bevolkingen en/of doelgroepen via internet, radio, social media en televisie.

Hybride oorlogvoering combineert alle traditionele elementen van oorlogvoering met de inzet van niet-conventionele middelen in interstatelijke rivaliteit of conflict en is gericht op het - openlijk, in het geheim of anoniem - ondermijnen van de eenheid, geloofwaardigheid en stabiliteit van een land of organisatie.

'Hybrid Wars. The Indirect Adaptive Approach to Regime Change' - Andrew Korybko

In Hybrid Wars. The Indirect Adaptive Approach to Regime Change (2015) analyseert Andrew Korybko de situatie in Oekraïne en Syrië en 'bewijst' dat de Verenigde Staten een nieuwe strategische oorlog voeren.

Alle elementen die een staat of actor ter beschikking heeft kunnen worden ingezet:

■ criminaliteit

cyberaanvallen op nutsbedrijven en financiële netwerken

■ desinformatie via het internet

■ digitale spionage

■ economische sancties

■ gebruik van internet, radio, sociale media en televisie (Information Operations om de publieke opinie te beïnvloeden)

geheime operaties

■ investeringen in buitenlandse staatsbedrijven en -fondsen

propaganda

■ steun aan separatisten, bijvoorbeeld in een oorlog bij volmacht

■ strafrechtelijke en gezagsondermijnende activiteiten

■ strategieën gericht op het ondermijnen van de solidariteit tussen opponenten

terrorisme

Bij de opponent is de oorzaak van dergelijke incidenten vaak niet onmiddellijk duidelijk; daarnaast zal de actor die het veroorzaakte stelselmatig elke betrokkenheid ontkennen.

De elementen worden ingezet waar, tijdelijk en plaatselijk, een effect moet worden bereikt. De mengelmoes van elementen wordt voortdurend aangepast en heeft daardoor steeds andere kenmerken. Dat maakt het in de regel gecompliceerd om een passend antwoord op hybride oorlogsvoering te hebben of vinden.

Zie ook: covert operation (geheime operatie), cyber, effect, interstatelijk conflict, irregulier optreden, oorlog bij volmacht (proxy war), propaganda, regulier optreden en terrorisme.

Terug naar Boven

 

HYGIËNE EN PREVENTIEVE GEZONDHEIDSZORG

Binnen de KL wordt de HPG weergegeven in het VS 2-1352 (Handboek KL-militair, HAMIL) en , uitgebreider, in de voorschriften 8-120 (Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg) en 8-121 (Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg voor artsen en HPG-specialisten).

Het werkwoord "HPG'en" is synoniem geworden van haar- en baardverzorging, tanden poetsen en wassen: de primaire verzorging die van elke militair mag worden verwacht - thuis, op vredeslocatie (kazerne), tijdens oefeningen te velde en op missie.

Logo van de HPG.

In militaire conflicten wordt slechts 20% van de ziekenhuisopnamen veroorzaakt door oorlogsverwondingen: 80% door ziekte en ongevallen. Statistisch zijn de vijf hoofdoorzaken voor dit verlies aan gevechtskracht:

► hitte (warmteletsels)
► kou (koudeletsels)
► vectoren (bijtende of stekende insekten en spinachtigen, zoals muggen, teken, vliegen of vlooien)
diarree
► slechte lichamelijke en/of geestelijke conditie

HPG is primair gericht op het voorkomen van gezondheidsrisico's om Diseases and Non-Battle Injuries (DNBI) te voorkomen: ziekten en niet-gevechtsverliezen.

Het beheersen van en toezien op het voorkomen van DNBI zijn zowel een individuele als een commandantenverantwoordelijkheid.

Regionale, levensbedreigende of voor het vervullen van de functie ongeschikt makende ziekten beperken de gevechtskracht. Iedereen is gebaat bij het naleven van de HPG-regels. De HPG’er heeft een adviserende functie naar commandanten en artsen.

Bij het onderkennen van gezondheidsrisico’s tijdens een missie kan binnen het geneeskundig ondersteuningsplan een HPG-specialist een zeer nuttige rol vervullen. Daarom zal een HPG’er te allen tijde deel uitmaken van een verkenning (recce party) naar een missiegebied waardoor de gezondheidsrisico's nader kunnen worden gepreciseerd en aangevuld; daarbij neemt de HPG’er tevens alle aspecten van arbeidsomstandigheden en milieu onder de loep.

Bewustzijn van de besmettingsketen betekent dat de bron, besmettingsweg en/of bestemming kunnen worden aangepakt:

De bron (schakel 1) kan een ziek mens of dier zijn, een drager (iemand die wel de ziekteverwekkers draagt maar – nog – niet de verschijnselen van de ziekte heeft) of een lijk/kadaver. Door het isoleren en behandelen van de zieke, het opsporen van dragers (zeer moeilijk) en het op de juiste manier begraven of cremeren van lijken/kadavers kan de bron worden verbroken.

De besmettingsweg (schakel 2) is de route die ziekteverwekkers afleggen van de bron naar de bestemming: via contact (aanraken), door de lucht, orofecaal (ontlasting die, via de handen, in contact komt met de mond) of via een vector die ziekten overbrengt. Het verbreken van de besmettingsweg is onder andere afhankelijk van de virulentie (besmettelijkheid) van de ziekte.

De bestemming (schakel 3) is de vatbare mens. Het verbreken van de bestemming betekent dat de mens minder gevoelig moet worden gemaakt voor ziekten, onder andere door goede voorlichting en de toepassing van preventiemaatregelen (zoals immunisatie).

De HPG'er doet onder andere metingen in de lucht, de bodem, het voedsel en het water. Als gevolg van de verkenning zal de HPG'er voor een missiegebied een toegesneden voorlichting kunnen geven waarin informatie wordt verstrekt over ziekten die in het missiegebied voorkomen en op welke manier dergelijke ziekten kunnen worden voorkomen.

Het vakgebied van de HPG'er wordt dan ook meegenomen in de rapportages onder medische aspecten (Military Medical Information).

Commandanten en artsen kunnen terugvallen op het specialisme HPG bij het onderkennen en beperken van besmettelijke aandoeningen als gevolg van HPG-aspecten.

De vijf pijlers van de HPG:

Een constante aandacht voor water- en voedselveiligheid bij hygiëne te velde (zoals afvalverwerking, gezonde voeding, omgaan met voedsel en veilig drinkwater), 'groene' arbeidsomstandigheden en milieu (zoals preventie van stress), flora & fauna, epidemiologie (voorkomen van infectieziekten door het bestuderen van de oorzaken en verspreiding), medische aspecten van CBRN en persoonlijke hygiëne, zorgt ervoor dat de inzetbaarheid van het personeel hoog blijft en het verlies aan gevechtskracht aanmerkelijk afneemt.

HPG te velde. Nederlandse kwartiermakers in het Franse Camp Serval in Gao, 900 km ten noordoosten van de Malinese hoofdstad Bamako.

Terug naar Boven

 

Laatste update:23.03.2017