Inhoudsopgave P
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

P5

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt om de voorbereidingsvaardigheden van de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250), ook bekend als "de witte kaart", weer te geven:

Proper

P

Proper

Preparation

P

Preparation

Produces

P

Prevents

Perfect

P

Poor

Performance

P

Performance

Kortom: een goede voorbereiding is het halve werk. Ook aangeduid als: "Prior Planning and Preparation Prevents a Pretty Poor Performance" (P7).

Terug naar Boven

 

P90 PDW PISTOOLMITRAILLEUR

In de jaren '80 van de 20e eeuw ontwierp de Belgische wapenfabrikant Fabrique Nationale Herstal het P90 Personal Defense Weapon (PDW), dat in 1994 in gebruik is genomen.

De P90 is een compacte pistoolmitrailleur zonder uitstekende delen (geen kolf), die is bedoeld voor gebruik op korte afstand.

Sinds 2000/'01 wordt de P90 in Nederland gebruikt door het Korps Commandotroepen en de Bijzondere Bijstands Eenheid van het Korps Mariniers, omdat het met name een ideaal wapen is voor close protection en optreden in verstedelijkte gebieden.

Het transparante magazijn met 50 patronen is horizontaal geplaatst bovenop de loop.

De speciaal ontworpen SS190 pantserdoorborende munitie is in staat om kogelwerende vesten (Kevlar) en gepantserd glas te penetreren; proefondervindelijk slaagde de P90 erin vanaf 150 meter 48 lagen Kevlar te doorboren.

Het storingspercentage van de P90 is zeer laag, het wapen bestaat slechts uit vijf onderdelen (snel ineen te zetten en schoon te maken), kan worden voorzien van een hightech geluiddemper en is zowel door links- als rechtshandigen te gebruiken.

Specificaties:

gewicht, met geladen magazijn

3,1 kg

gewicht, zonder magazijn

2,8 kg

kaliber

5,7 x 28 mm

lengte loop

26,4 cm

lengte wapen

50,5 cm

magazijn

50 patronen

maximaal effectieve dracht

200 meter

vizier

tritium richtkijker zonder vergroting
(KCT: aimpoint-kijker op loop/magazijn)

vuursnelheid

850 tot 1.100 patronen per minuut

vuurstanden

semi- en volautomatisch

Terug naar Boven

 

P-CLASSIFICATIE

Zie ook: triage.

Terug naar Boven

 

PAALSTEEK

De paalsteek komt van origine uit de scheepvaart en de zeilsport, maar wordt tegenwoordig met name gebruikt bij basisreddingstechnieken en bergredding.

Het is een niet-schuifbare lus aan het einde van een lijn, die ook weer gemakkelijk kan worden losgemaakt:

► Maak een lus aan het einde van de lijn, waarbij het korte gedeelte bovenop het lange gedeelte ligt;

► Haal de tamp van onder naar boven door de lus heen;

► Haal de tamp onder het lange gedeelte van de tamp door;

► Steek de tamp terug in het begin van de lus;

► Trek de knoop aan;

► Eindig met een veiligheidsknoop (halve knoop) om het losschieten te voorkomen.

De paalsteek trekt strakker naarmate er meer spanning op staat. De paalsteek kan altijd eenvoudig worden losgemaakt, al heeft er nog zo'n grote trekkracht op gestaan.

Terug naar Boven

 

PAKLIJST WAARDE-OPGAVE

Afgekort: PWO. Legerformulier (LF) 15296.

Lijst die de details aangeeft van te vervoeren goederen (cargo), met name in het geval dat grensoverschrijdend moet worden opgetreden.

Per hoofduitrustingsstuk (artikel) dat is beladen dan wel organiek behoort tot een (trekkend of getrokken) voertuig wordt de waarde in euro's vermeld. Dit is van belang voor de douanetechnische afhandeling van het vervoer. Op een PWO staan behalve de benamingen van de hoofduitrustingsstukken, NATO Stock Number (NSN), aantallen, afmetingen en gewichten. Ook het gegeven of het hoofduitrustingsstuk al dan niet een gevaarlijke stof is of bevat, wordt genoemd.

In elk voertuig moet zichtbaar een PWO liggen. De chauffeur van het voertuig overhandigt de PWO desgevraagd aan douane, MovCon, Sectie 4, sergeant distributie of stafofficier verplaatsingen & vervoer.

Het opmaken van een PWO geldt bijvoorbeeld ook wanneer op een militaire vlucht extra uitrusting wordt meegenomen buiten de toegestane hoeveelheid ruimbagage.

Zie ook: pax.

Terug naar Boven

 

PALMPItje

Regimentsdrank van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen.

De naam is een samentrekking van de bakermat van het regiment, de Kolonel Palmkazerne, en de pit van het regiment.

Op de Kolonel Palmkazerne in Bussum bevond zich tot medio 2005-'06 het Opleidings- en Trainingscentrum Logistiek (OTCLog) van de Koninklijke Landmacht, de geÔntegreerde logistieke opleidingen die het gevolg waren van het fuseren van de Intendance en de Aan- en Afvoertroepen in het regiment Bevoorradings- en Transporttroepen.

Daarna verhuisde het OTCLog naar de Du Moulinkazerne in Soesterberg.

Tijdens de regimentsdiners in maart 2005 introduceerde de toenmalige regimentsleiding, luitenant-kolonel A.L.J. Postmus en adjudant P. Vrancken, de nieuwe regimentsdrank.

Alle deelnemers aan het diner ontvingen het aardewerken kruikje met 0,2 liter palmpit. Op het kruikje staat de tekst: "Dit voortreffelijk drankje wordt u aangeboden door het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen".

De palmpit is ook de kern van de vrucht van de oliepalm (Elaeis guyneensis), waaruit boter, olie en vet worden bereid.

Zie ook: akkefietje en Regiment Bevoorrading & Transport.

Terug naar Boven

 

P.A.M.A.N.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor de handelingen die moeten worden verricht in het kader van de organisatie op en rond de plaats van het ongeval voordat eerstehulp kan worden verleend:

P Persoonlijke veiligheid waarborgen
A Andermans veiligheid door anderen te attenderen op gevaar
M Markeren van de plaats van het ongeval
A Alarmeren van de commandant of de civiele hulpverleningsdienst(en)
N Noodtransport toepassen met behulp van de handgreep van Rautek
Noodzakelijke eerstehulp verlenen

Het ezelsbruggetje is terug te vinden in zowel Instructuctiekaart 2-22 als het Handboek KL-militair (VS 2-1352).

Terug naar Boven

 

PANDIT

In het Sanskriet is de Toewan pandita de leraar, schriftgeleerde, geestelijke.

De hindoestaanse priester, Geestelijk Verzorger (GV'er) in de krijgsmacht, is de pandit.

Van origine maakt de pandit deel uit van de hoogste kaste van het hindoeÔstische kastensysteem.

De Dienst Hindoe Geestelijke Verzorging (DHGV) is opgericht op 5 maart 2003.

Sinds 1 juni 2003 kent de krijgsmacht twee Surinaams-Hindoestaanse pandits, onder wie hoofdkrijgsmachtpandit Dewinder Djwalapersad.

Het tweetal biedt hun diensten niet alleen aan voor de krijgsmachtpopulatie van Ī 150 hindoes, maar eveneens voor niet- en anders-gelovigen.

In het hindoeÔsme wordt grote waarde gehecht aan reinheid. Daarnaast zit het leven van de hindoe vol rituelen, vanaf de geboorte tot de crematie.

De pandit oefent zijn ambt uit op basis van de uitgangspunten van het hindoeÔsme, zoals discipline, gerechtigheid, geweldloosheid, respect, solidariteit, trouw, vrede, zelfbeheersing en vooral vertrouwelijkheid.

Bij het bieden van geestelijke zorg wordt, behalve van het gebed en de rituelen, met name gebruikgemaakt van ademhalingstechnieken, ayurveda (traditionele geneeswijzen), meditatie, reciteren van beschermingsmantra's, vedische astrologie en yoga.

Zo wordt yoga binnen sommige westerse krijgsmachten aangewend om de posttraumatische stressstoornis (PTSS) te behandelen. Vooral met de pandits van het Britse Queen Gurkha Regiment is er een nauwe samenwerking, met name op het gebied van PTSS.

Zie ook: Geestelijke Verzorging (GV), Gurkha's en posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Terug naar Boven

 

PANTSER

Bewapend en gepantserd (voertuig).

Een pantservoertuig is weliswaar gepantserd, maar niet per se een gevechtsvoertuig. Onderscheiden worden pantserrups- en pantserwielvoertuigen. Een pantserrupsvoertuig is bijvoorbeeld een YPR-765, een pantserwielvoertuig bijvoorbeeld een Boxer PWV, Fennek LVB of Patria XA-188 GVV.

De gewondentransport-uitvoeringen (GWT) van de genoemde voorbeelden geven al aan dat pantservoertuigen evengoed voertuigen van gevechtssteunverzorgingseenheden kunnen zijn die initieel niet aan het gevecht deelnemen.

Aparte vormen van panstervoertuigen zijn de tanks en gemechaniseerde pantservoertuigen ten behoeve van de artillerie (geschut en houwitser).

Infanterie-eenheden zijn vandaag de dag gepantserd en gemechaniseerd, tenzij zij deel uitmaken van de lichte infanterie (11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault, Korps Commandotroepen en Korps Mariniers).

Terug naar Boven

 

PANTSErinfanterie

Manoeuvre-eenheid die deelneemt aan het gevecht van de verbonden wapens door met (in)direct vuur vijandelijk personeel en bijbehorend materieel te bestrijden. Pantserinfanteristen zijn opgeleid en getraind in het gebruik van gepantserde rups- en/of wielvoertuigen. De militairen die het grondgevecht voeren worden met gepantserde voertuigen naar de plaats van actie gebracht, waar zij beschikken over (semi-)automatische kleinkaliberwapens, antitankwapens, boordkanonnen, lichte mortieren en mitrailleurs.

De bewapening maakt het mogelijk dat de slagkracht onder vrijwel alle omstandigheden tot haar recht komt. Ook bezit de pantserinfanterie geavanceerde communicatie- en laserapparatuur en allerlei soorten nachtzichtapparatuur.

De pantserinfanterie is in staat om – klokrond (24/7) en onder alle zicht- en weersomstandigheden – beweeglijk op te treden. Zij heeft korte reactietijden, is tactisch zeer mobiel en heeft voldoende escalatiedominantie. Daarnaast beschikt de pantserinfanterie organiek over voertuigen, welke hoe dan ook meer bescherming bieden (force protection) dan bij gewone (lichte) infanterie-eenheden.

Zij treedt op in alle soorten terrein, maar is het meest geschikt voor optreden in (meer) bedekt en geaccidenteerd terrein; in dit terrein kunnen snel verschillende opstellingen worden betrokken en kleinschalige tegenaanvallen en –stoten worden uitgevoerd. De pantserinfanterie is in staat een (stuk) terrein te veroveren, te beheersen of bezet te houden én de vijand te vernietigen en/of terrein fysiek te bezetten of met vuur te beheersen.

Voor het bestrijden van vijandelijk pantser beschikt het pantserinfanteriebataljon over (pantserbestrijdings- of) antitankwapens, maar het accent van haar optreden ligt bij personeelsbestrijding; primair is het optreden dan ook gericht tegen vijandelijke infanterie en haar (pantser)voertuigen.

De pantserinfanterie is minder geschikt voor optreden in (relatief) open terrein; hiertoe kan een pantserinfanterie-eenheid worden versterkt met tanks. Voor de uitvoering van een opdracht kan op compagniesniveau een taakgroep worden samengesteld, bestaande uit pantserinfanterie-, tank- en pantserrupsantitankpelotons (team). Ook kan een hogere commandant een gevechtseenheid samenstellen waarin zich meer subeenheden met pantserinfanterie dan met tanks bevinden; dit wordt pantserinfanteriezwaar genoemd. Het tegenovergestelde – een samengestelde gevechtseenheid met meer subeenheden tanks dan pantserinfanterie – wordt tankzwaar genoemd.

In het algemeen geldt bij haar optreden dat de doorschrijdbaarheid van het bos en de dichtheid van het wegen- en padennet bepalend zijn of het optreden bereden, uitgestegen of te voet kan worden uitgevoerd. In het meest ongunstige geval – optreden te voet – worden de bewapening en mee te nemen munitie aangepast. De bemanning die bij de voertuigen achterblijft wordt tot het minimum beperkt.

Gegeven haar bewapening en de beschikbaarheid van voertuigen komt de pantserinfanterie voornamelijk tot haar recht bij het leggen van een cordon (keten van posten of personen rondom of langs een gebied om een afsluiting te vormen) of het uitvoeren van verkennings- en/of vernietigingsoperaties. Daarmee ligt de nadruk van haar optreden bij het consolideren en veiligstellen van de omliggende gebieden.

Een eenheid pantserinfanterie heeft het vermogen snel te kunnen wisselen tussen verschillende (technische) wijzen van optreden:

Bereden

Alle personeel bevindt zich in het gevechtsvoertuig; het optreden beperkt zich tot de inzet met en vanuit het gevechtsvoertuig met boordbewapening (boordkanon).

Uitgestegen

De meerderheid van het personeel treedt op buiten het gevechtsvoertuig; het voertuig en de groep steunen elkaar wederzijds.

Te voet

De meerderheid van het personeel treedt op buiten het gevechtsvoertuig; het voertuig en de groep kunnen elkaar niet wederzijds steunen.

In Nederland maakt de pantserinfanterie deel uit van de Gemechaniseerde Brigades (13 en 43), die daarnaast – behalve een staf – pantsergenie, tanks, veldartillerie, verkenningseenheden en geringe eigen gevechtsverzorgingssteun (logistiek) bevat.

De Koninklijke Landmacht telt 4 pantserinfanteriebataljons (afgekort: painfbat):

■ 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prins Irene (GFPI)
■ 42 Pantserinfanteriebataljon Regiment Limburgse Jagers
■ 44 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Johan Willem Friso
■ 45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG)

PANTSERINFANTERIEBATALJON

Panzerinfanteriebataillon.
armoured infantry battalion.
bataillon d'infanterie.

Een Nederlands pantserinfanteriebataljon telt Ī 650 militairen.

In de Defensienota 2000 is voorzien dat alle pantserinfanteriebataljons (17, 42, 44 en 45) van de Koninklijke Landmacht, onder het motto 'Meer groen op de grond', met een parate vierde compagnie worden versterkt om het expeditionaire vermogen te verstevigen. Om diverse redenen - onder andere omdat voor de vulling van 45 Pantserinfanteriebataljon RIOG is gebruik gemaakt van het materieel van de voormalige mobilisabele Delta-pantserinfanteriecompagnieŽn van de overige painfbats - bleef de gevechtssterkte aanvankelijk beperkt tot drie pantserinfanteriecompagnieŽn.

Sinds 2004 beschikken de pantserinfanteriebataljons niet langer over twee pelotons met de (zware) 120mm mortieren die achter de YPR worden getrokken. De mortier 120 mm (H.B. Rayť, bereik ± 8 km) is uitgefaseerd ten gunste van een lichte mortier. Vooralsnog is een pantserinfanteriebataljon met name uitgerust met pantserrupsvoertuigen, maar de invoering van Fennek LVB, het infanteriegevechtsvoertuig CV-9035 Mark III en Boxer PWV brengen hier verandering in.

Een pantserinfanteriebataljon bestaat uit de volgende subeenheden:

Staf-, stafverzorgings- en ondersteuningscompagnie

SSVOST-Cie

Alfa-(pantserinfanterie)compagnie

A-Cie

Bravo-(pantserinfanterie)compagnie

B-Cie

Charlie-(pantserinfanterie)compagnie

C-Cie

YPR-PRI

Elke pantserinfanteriecompagnie is onderverdeeld in 4 pelotons: één AT-peloton met 4 YPR-PRAT (pantserrupsantitank), toegerust met een dubbele lanceerinrichting voor TOW-antitankraketten (bereik 3.750 meter), en drie pantserinfanteriepelotons met 4 YPR-PRI (pantserrupsinfanterie), toegerust met een 25 mm snelvuurkanon Oerlikon KBA.

De YPR-PRI biedt plaats aan een infanteriegroep (10 militairen), die beschikken over onder andere Diemaco, Minimi en AT-4. Verder heeft het painfbat nog de beschikking over pantserrupsvoertuigen voor artilleriewaarneming, bergingswerkzaamheden (YPR-806), Command & Control ("commandobakken") en gewondentransport (YPR-GWT).

YPR-PRAT

De SSVOST-Cie herbergt een verkennings-, bevoorradings- en geneeskundig peloton. Het verkenningspeloton beschikt over zeven YPR'n, het geneeskundig peloton en de gewondenafvoergroepen van de compagnieŽn beschikken over de YPR-GWT's.

45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG) volledig ontplooid.45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG) volledig ontplooid.

Zie ook: infanterie.

Terug naar Boven

 

PANTSERINFANTERIEBATALJON

Een volledig ontplooid pantserinfanteriebataljon, in dit geval 45 Painfbat Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG). Het bataljon heeft de modernste middelen, onder andere de CV90, Fennek, CV90 en Panzerhaubitze 2000.

45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG) volledig ontplooid.45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG) volledig ontplooid.

Terug naar Boven

 

PANTSERREMMEND

Hinderniswaarde. Betekent dat een gevechtsvoertuig in staat is zonder af te remmen of te stoppen een hindernis te overwinnen. Er hoeven geen speciale maatregelen te worden getroffen om met het voertuig de hindernis te overschrijden.

De hindernis kan natuurlijk of kunstmatig zijn (H.N.B.W.V.).

Zie ook: hindernis, hinderniswaarde en pantserstoppend.

Terug naar Boven

 

PANTSERSTOPPEND

Hinderniswaarde. Betekent dat een gevechtsvoertuig met zijn organieke middelen niet in staat is een hindernis te overwinnen. Het voertuig kan zonder hulpmiddelen de hindernis niet overschrijden.

Een hindernis is voor een eenheid pantserstoppend als de eenheid niet zonder steun van andere (gevechtssteun)eenheden de hindernis kan overschrijden.

De hindernis kan natuurlijk of kunstmatig zijn (H.N.B.W.V.).

Zie ook: hindernis, hinderniswaarde en pantserremmend.

Terug naar Boven

 

PANTSERSTORM

Voor veel dienstplichtigen “angstaanjagende” en vermaarde gevechtstraining die van 1964 tot 1995 werd gehouden bij het Korps Commandotroepen op de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal en op de Rucphense Heide ten zuidoosten van Roosendaal.

Individueel en in pelotons- en compagniesverband werden ze tot het uiterste fysiek en mentaal getest in en rondom het commandokamp August Bakhuis Roozeboom, tentenkamp Van der Meer en hindernisbaan Arnhem.

De eerste Pantserstorm ging in november 1964 van start. De drie weken durende cursus die bedoeld was om naast de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de militair ook de groepsbinding te versterken, ging in 1966 terug naar twee weken. De oefeningen op de hindernis- en touwbanen en de 21 meter hoge klimtoren in Roosendaal staan veel militairen nog helder voor ogen.

Voor veel infanterie-eenheden was de jaarlijks terugkerende oefening het hoogtepunt op de oefenkalender. Toen de Koninklijke Landmacht in 1995 omvormde naar een beroepsleger, hield de oefening op te bestaan.

Pantserstorm was bedoeld om het personeel van de parate pantserinfanterie- en infanteriebeveiligingscompagnieŽn van 1 Legerkorps (1 LK) op te leiden.

Buiten het aanleren en opfrissen van kennis en kunde om de eenheden te laten overleven op het gevechtsveld, waren de doelen van Pantserstorm:

► bevorderen van eigenschappen als doorzettings-, improvisatie- en incasseringsvermogen

► laten groeien van het zelfvertrouwen in de eigen militaire capaciteiten

► onder zware omstandigheden leren zelfstandig te handelen, zowel individueel als in groepsverband

► stimuleren van de kameraadschap en onderlinge samenwerking

► verbeteren van de fysieke vaardigheden

► vergroten van de individuele gevechtsvaardigheid en het verbeteren van het optreden in pelotonsverband

  

Het was niet de bedoeling om van 'gewone' militairen geoliede vechtmachines te maken, maar op enig moment werd de korporaal Speciale OperatiŽn voor het KCT zelfs mede geworven uit de gevechtseenheden die Pantserstorm hadden gevolgd.

Tijdens de eerst gevechtscursus stonden baan Arnhem, bootexercitie, drijfpakket maken, het slachten van een kip, de klimtoren, het marsen met volle bepakking en dekenrol (berenlul), speedmars en touw(hindernis)baan op de agenda.

De fysieke belasting werd op het psychische vlak vaak verhevigd door zowel slaap- als voedseldeprivatie. De geest werd zodanig geprikkeld dat, behalve een constant gevoel van honger, guppen vaak het gevolg was.

Na Pantserstorm werd het aantal gevechtscursussen uitgebreid: ook de cadetten van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) en het Opleidingscentrum Officieren Speciale Diensten (OCOSD), de aspirant-onderofficieren van de Koninklijke Militaire School (KMS) en de onderofficieren in opleiding van de Koninklijke Marechaussee kwamen voor hun eigen gevechtscursus naar Roosendaal.

Vanaf 1978 werd de individuele lichamelijke conditie van alle dienstplichtigen en beroepsmilitairen van de parate eenheden gedurende ťťn dag getest door middel van de oefeningen MARATHON (voor gevechtseenheden), STEUNZOOL (voor ondersteunende eenheden) en LOGBOEK (voor staven en logistieke eenheden). Op het programma van deze eendaagse oefeningen stonden marsen, het lopen met boomstammen of het afleggen van de hindernisbaan met het NBC-masker in beschermstelling en handgranaten werpen.

Op 2 december 1980 presenteerde de Vereniging van Dienstplichtige Militairen (VVDM) het 'Zwartboek Pantserstorm'.

Door de "onverantwoord zware" oefening Pantserstorm, zo vond de VVDM, werden de soldaten aan de rand van de lichamelijke en geestelijke afgrond gebracht. Afknijpen, vernederingen en uitputting leidden volgens de VVDM tot wantoestanden.

De toenmalige minister van Defensie, Pieter de Geus was ongevoelig voor de kritiek en bleef erbij dat de risico's van Pantserstorm aanvaardbaar waren.

Zie ook: 1 Legerkorps, berenlul, guppen, deprivatie, Korps Commandotroepen, snelmars en white noise.

Terug naar Boven

 

PANZERBATALLION 414

Afgekort: PzBtl 414.

Formeel sinds het integratie-appŤl op 17 maart 2016 valt Panzerbataillon 414 onder 43 Mechbrig.

Anno 2016 deels nog inactief Duits-Nederlands tankbataljon dat is geÔntegreerd in 43 Gemechaniseerde Brigade (43 Mechbrig), dat ressorteert onder 1. Panzerdivision (Henning-von-Tresckow-Kaserne, Oldenburg).

De overige manoeuvrecapaciteit in 43 Mechbrig bestaat uit:

► 43 Brigade Verkennings Eskadron
(Regiment Huzaren van Boreel)
► 44 Pantserinfanteriebataljon
(Regiment Infanterie Johan Willem Friso)
►45 Pantserinfanteriebataljon
(Regiment Infanterie Oranje Gelderland)

Na activering van 1991 tot 2006 is Panzerbatallion 414 in 2015 gereactiveerd.

De eenheid is nu gevestigd op Camp Hohne in Lohheide (Landkreis Celle, Land Niedersachsen) en zal volledig operationeel 430 militairen tellen.

De eenheid zal over een aantal jaren drie Duitse tankeskadrons en een Nederlandse (4. Kompanie) tellen.

Ongeveer een kwart van alle militairen zal de Nederlandse nationaliteit hebben, verdeeld over de Stabs- und Versorgungskompanie (1. Kompanie) en 4. Kompanie.

4. Kompanie bestaat dan uit achttien (18) Leopard-2A6 tanks. Het eskadron komt voort uit het Opleidings-, Trainings- en Kennisbehoudpeloton (OTK-peloton) Leopard-2A6, dat op 12 januari 2015 is opgericht in Havelte, werd ondergebracht bij 43 Brigade Verkennings Eskadron en registratief ingedeeld bij het Regiment Huzaren van Boreel.

Volgens de Commandant Landstrijdkrachten moest de kennis over en de ervaring met het tankoptreden gewaarborgd blijven, met name bij commandanten van gemechaniseerde eenheden en Battle Groups om hen te trainen in het optreden met tanks en de mogelijkheden en beperkingen van dit wapensysteem in tijd en ruimte onder diverse operationele omstandigheden.

Bron: website Regiment Huzaren van Sytzama/Vereniging Officieren Cavalerie (externe link).

De eerste commandant van Panzerbataillon 414 is Oberstleutnant (luitenant-kolonel) Marco Niemeyer.

De eenheid bestaat uit Leopard 2A6 Main Battle Tanks, waarvan de snelheid, terreinvaardigheid en vuurkracht het verschil kunnen maken.

Zie ook: 43 Gemechaniseerde Brigade onder bevel van 1. Panzerdivision (17 maart 2016) en Leopard 2A6 Main Battle Tank.

Terug naar Boven

 

PANZERFAUST-3

Modern terugstootloos antitankwapen tegen gepantserde doelen op korte afstand.

De Panzerfaust-3 (Pzf-3) - een Short Range Anti-Tank (SRAT) - is een Portable Antitank Rocket System voor infanterie- en antitankeenheden dat geschikt is in het gebruik tegen bunkers, pantservoertuigen, tanks en versterkte opstellingen.

De Panzerfaust-3, ontwikkeld tussen 1978 en '85, kwam in 1992 bij de Bundeswehr in de bewapening.

Compilatiefoto van de Panzerfaust-3.

Het Bazooka-achtige wapen is de vervanger van de antitankwapens Carl Gustav 82 mm bij het Korps Mariniers en de AT-4 (M-136) bij de Koninklijke Landmacht, beiden uit het begin van de jaren '80 van de 20e eeuw. In 2004 tekende het Ministerie van Defensie het contract met de Duite producent Dynamit Nobel Defence A.G.

De Panzerfaust-3 was oorspronkelijk bedoeld om het pantser van de Russische T-72 tank te kunnen slechten. Het is een raket van de derde generatie met een enkelvoudige holle lading ('mono'); de Panzerfaust-3 is uitgerust met twee holle ladingen achter elkaar ('tandem warhead').

De voorste gevechtskop heft het beschermende reactieve pantser van de tank op, waarna de hoofdlading de tank doorboort. Met dit antitankwapen, dat voldoende effectief is tegen alle tanks vanaf de T-72, kan ook vanuit dekkingen en afgesloten ruimten worden gevuurd.

Specificaties:

kaliber

110 mm

leeggewicht

10,6 kg

lengte

1 meter 21

maximaal bereik mobiele doelen300 meter
maximaal bereik statische doelen400 meter

mondingssnelheid (VO)

595 km per uur

penetratievermogen

70 cm pantserstaal; 160 cm beton

schietgereed gewicht

12,9 kg

veiligheidsbereik

10 meter

zelfdestructiena 920 meter (maximaal bereik)

De verschillende soorten munitie voor de Panzerfaust-3 zijn:

DM18A1 (oefenversie)

TP-RA
(Target Practice-Rocket Assisted)

DM12A2

HEAT-RA
(High Explosive Anti-Tank-Rocket Assisted)

DM32

HEAT-MP-RA
(High Explosive Anti-Tank-Multi Purpose-Rocket Assisted)

DM72

HEAT-IT-RA
(High Explosive Anti-Tank-Improved Tandem-Rocket Assisted)

De Pzf-3 is, behalve in Nederland, in gebruik bij de krijgsmachten van onder andere Duitsland, ItaliŽ, Japan, Zuid-Korea en Zwitserland.

Zie ook: AT-4 en Bunkerfaust.

Terug naar Boven

 

PANZERHAUBITZE 2000

Afgekort: PZH 2000.

Nederlands: pantserhouwitser 2000.

's Werelds meest up-to-date artilleriesysteem.

De eerste gepantserde vuurmond van het type Panzerhaubitze 2000 werd in juli 1998 door de Duitse producent Krauss-Maffei Wegmann overgedragen aan de Duitse krijgsmacht.

In maart 2002 stemde het Nederlandse kabinet ermee in om 57 stuks PZH 2000 aan te schaffen voor de parate afdelingen veldartillerie van de drie gemechaniseerde brigades.

In december 2004 werden 18 stuks afgezegd (afdeling van 41 gemechaniseerde brigade).

De PZH 2000 vervangt de verouderde M109 en M114.

Naast de schietbuis beschikt de PZH 2000 over een mitrailleur 7.62 mm en rookgranaatwerpers.

De Panzerhaubitze 2000 schiet maximaal 40 km met de (in Afghanistan) voor handen zijnde munitie DM131 IHE granaten gecombineerd met de DM92 modulaire ladingen (van Duitse makelij).

Specificaties:

Duitse uitvoeringen van de Panzerhaubitze 2000.

actieradius

420 km

bemanning

5 (1 x stukscommandant, 1 x plaatsvervangend stukscommandant/richter, 1 x chauffeur en 2 x munitiewerker)

(De richter hoeft alleen in te grijpen als de vuurmond om de een of andere reden niet zelf wil uitrichten. De munitiewerker, tevens MAG-schutter, dient ervoor wanneer het pneumatisch blok of de automatische laadinrichting ermee ophoudt.)

bewapeningnaast 155 mm L52: torendak-boordmitrailleur MAg en rookgranaatwerpers

breedte

3 meter 56

brugclassificatie

60 ton

diepwaden

1 meter 50

dracht met NATO-standaardmunitie

30 km

dwarshelling

25%

gevechtsgewicht

55,3 ton

hoogte met mitrailleur en periscoop

3 meter 46

kaliber schietbuis

155 mm

klimvermogen

60%

lengte met schietbuis

11 meter 63

lengte zonder schietbuis

8 meter 33

maximale effectieve dracht

41,8 km

motor

8-cilinder dieselmotor

motorvermogen

736 kW (1.000 pk)

munitievoorraad

60 stuks 155mm-granaten

opstap

1 meter

overschrijdingsvermogen

3 meter

schietbuis

Rheinmetall Detec L52

schietsnelheid 8 à 10 schoten per minuut

snelheid

± 65 km per uur; 45 km per uur te velde


Zie ook: houwitser, M-109 houwitser 155 mm en shoot and scoot.

Terug naar Boven

 

PANZERRINGSTRAßE

Brede betonplaat- en asfaltweg met een lengte van Ī 65 km die de NATO TruppenŁbungsplštze Bergen en MŁnster-SŁd in het noorden van Duitsland omsluit.

Omdat de Nederlandse krijgsmacht houdt hier viermaal per jaar schietoefeningen, de Schietoefeningen Bergen/Schietoefeningen MŁnster-SŁd (SOB-SOMS), maken ook Nederlandse militaire voertuigen frequent gebruik van de Panzerringstrasse.

Plattegrond van de Panzerringstraße rondom de NATO TruppenŁbungsplštze Bergen en MŁnster-SŁd.

De Panzerringstrasse is een brede tankbaan, geen normale verkeersweg.

De breedte van de weg en het soort wegdek (asfalt) nodigen uit tot snel rijden, wat juist hier levensgevaarlijk is. Het wegdek is altijd met modder en zand bevuild, omdat aan de Panzerringstrasse tientallen bivakplaatsen, kazernes (Bergen-Hohne, Fallingbostel, Langemannshof en Oerbke) springplaatsen en schietbanen grenzen.

Bij vorst, sneeuw en ijs is het wegdek nog gevaarlijker.

Het is dan ook belangrijk dat de militaire gebruiker zich aan de ter plaatse aangegeven maximumsnelheid houdt, want:

■ er is nauwelijks bewegwijzering, verlichting of wegmarkering langs de Panzerringstrasse

■ er zijn (zeer) zachte bermen en de overgang tussen weg en berm is vaak moeilijk te zien

■de NATO Trüppenübungsplätze zijn het domein van groot wild (herten, zwijnen) die ongehinderd de Panzerringstrasse kunnen oversteken

■ vanaf de aan de Panzerringstrasse grenzende bivakplaatsen, kazernes, springplaatsen en schietbanen kan plotseling verkeer oprijden

■ de Panzerringstrasse heeft veel korte hellingen, vaak gecombineerd met scherpe en daardoor onoverzichtelijke bochten (sommige bochten hebben een helling naar de foutieve zijde, de zgn. 'negatieve verkanting', waardoor extra voorzichtigheid is geboden bij het insturen)

Tips voor de Panzerringstrasse:

► Ga bij voorkeur niet alleen op weg.

► Houd de kentekenplaten, lampen, reflectoren, ruiten en spiegels schoon.

► Keer nooit op de Panzerringstraße.

► Ontsteek altijd de lichten van het voertuig

► Overschrijd nooit de toegestane maximumsnelheid

► Toon, voorafgaand aan een oefenperiode op de NATO Truppenübungsplätze Bergen en Münster-Süd aan chauffeurs een instructie-DVD die de specifieke gevaren van de tankbaan belicht.

► Verstrek, voorafgaand aan een oefenperiode op de NATO Truppenübungsplätze Bergen en Münster-Süd, de folder die eveneens wijst op de specifieke gevaren van de Panzerringstraße. De folder dient in het bezit te zijn van iedere chauffeur.

► Vertel uw commandant altijd welke route u gaat volgen (onder- of bovenlangs).

 
Kaart van de Panzerringstrasse.Kaart van de Panzerringstrasse.

Zie ook: Baan 41 en SOB-SOMS.

Terug naar Boven

 

PARAATHEIDREGELING

Voluit: Paraatheidsregeling Koninklijke Landmacht.

De griffioen: logo van 41 Pantserbrigade.

Op 1 augustus 1990 vervielen de paraatheidsappŤls voor de Nederlandse troepen in Duitsland: 41 Pantserbrigade (41 Pabrig) en het Commando Nederlandse Troepen Seedorf/Hohne/Langemannshof (Co NL Tr S/H/L).

Het paraatheidsappŤl maakte deel uit van de paraatheidregeling, die inhield dat in de weekeinden - zowel op zaterdag en zondag als op feestdagen - op een verplicht appŤl de aanwezigheid van het personeel werd gecontroleerd.

In deze tijd van dienstplichtigen gold die verplichte aanwezigheid ůůk voor het buiten de kazerne wonende beroepspersoneel.

Tevens betekende de regeling (afwijkende) werktijden in de weekeinden en het vervullen van extra diensten.

Vanaf 1966 gold de paraatheidregeling voor de parate (operationele) eenheden van de Koninklijke Landmacht.

Indirect berustte de regeling op internationale afspraken (NAVO): de hoge staat van paraatheid was noodzakelijk om het juist functioneren van het eenheden van de Koninklijke Landmacht reactiesnelheidin de bondgenootschappelijke verdediging uit oogpunt van reactiesnelheid mogelijk te maken.

In uitgebreidere zin, op politiek-strategisch niveau, betrof de paraatheidregeling het aantal parate en mobilisabele eenheden en alles wat daarbij hoort.

De aankondiging van kolonel S.H. (Steef) Gruintjes, de waarnemend commandant van 41 Pantserbrigade, dat de paraatheidregeling zou vervallen.

Directe oorzaak van het wegvallen van de paraatheidregeling waren de "snelle positieve ontwikkelingen en de internationale ontspanningspolitiek", zoals de val van de Berlijnse Muur, het einde van de Koude Oorlog en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

De verlofregeling van de militairen was afgestemd op deze paraatheidregeling. Per acht weken hadden de militairen een periode lang en kort verlof. Het lange verlof duurde 10Ĺ dag, inbegrepen de reistijd van en naar Nederland, zater- en zondagen. Het korte verlof duurde 4Ĺ dag.

Overeenkomstig de paraatheidregeling moest steeds minimaal 50% van de troepen 'binnen' zijn. In crisisperioden, zoals tijdens maandenlang durende Berlijncrisis in 1961, waren de paraatheidseisen verscherpt en de voertuigen te allen tijde beladen. Normaliter waren de eenheden gereed om binnen ťťn uur na een waarschuwing met de gereedstaande, nog te beladen voertuigen ťn de complete gevechtsuitrusting te verplaatsen naar een afwachtingsgebied.

Door de paraatheidsappŤls waren de mogelijkheden om uit te gaan beperkt. Mits op tijd terug voor het paraatheidsappŤl waren korte uitstapjes naar onder meer BremervŲrde, Rotenburg, Selsingen, Stade of Zeven wel mogelijk.

Op 15 februari 1972 ging de indertijd geldende paraatheidregeling al deels op de helling: met uitzondering van het wacht- en andere dienstdoend personeel zouden de kazernes in Nederland voortaan gedurende de weekeinden geen personele bezetting meer kennen. De minister van Defensie ging hiertoe over nadat was gebleken dat in geval van nood de militairen ook via radio, telefoon en andere communicatiemiddelen konden worden opgeroepen in het kader van de paraatheidregeling.

De afslag naar de Legerplaats Seedorf aan de BundesstraŖe 71 (B-71).

De versoepeling van de paraatheidregeling gold ook voor het buiten de kazerne wonende beroepspersoneel van 41 Pantserbrigade en het Commando Nederlandse Troepen Seedorf/Hohne/Langemannshof, niet voor de dienstplichtigen in Duitsland.

Defensie wilde in die tijd niet overgaan tot het verkorten van de dienstplichttijd, maar de flexibiliteit vanuit de Defensietop hield in zekere zin verband met druk die door linkse belangengroepen, zoals de oppositiepartijen en de Vereniging voor Dienstplichtige Militairen (VVDM), was uitgeoefend. Beiden achtten het nut van militaire paraatheid niet hoog; in 1971 had de VVDM bijvoorbeeld nog een enquÍte gehouden over de paraatheidregeling.

De 'progressieve' belangengroepen hadden het gelijk echter niet aan hun zijde. Juist de razendsnelle technologische ontwikkelingen op het gebied van communicatie- en wapensystemen, maken korte waarschuwings- en reactietijden en een voortdurende paraatheid noodzakelijk.

Zie ook: afwachtingsgebied, Algemene Verdedigingstaak, appŤl, dienstplicht, Koude Oorlog, Legerplaats Seedorf en NAVO.

Terug naar Boven

 

PARACHUTIST

Synoniemen: para; valschermspringer.

Fallschirmspringer; Fallschirmjšger.
paratrooper; para
parachutiste; para.

Militair die tot een eenheid behoort die is bedoeld om per parachute luchtlandingen uit te voeren:

Luftlandetruppen.
airborne troops.
troupes parachutistes.

In 1970 verscheen 'Airborne' van Charles MacDonald, met een voorwoord van brigadegeneraal Anthony Farrar-Hockley. In Nederland kwam het boek in 1977 uit onder de titel 'Luchtlandingstroepen'.

Terug naar Boven

 

PARACOMMANDO

De paracommando's zijn de elitetroepen van de Belgische krijgsmacht.

Het woord "paracommando" is een samentrekking van para(chutist) en commando: een militair die de commando-opleiding heeft voltooid en het brevet parachutist bezit.

De Belgische paracommando’s zijn met name getraind in airborne en airmobile optreden. In die hoedanigheid zijn de paracommando's in hoofdzaak bekend als deelnemers aan diverse out of area operaties (onder andere Peace Support Operations) en beschermers van Belgische staatsburgers in het buitenland, waaronder de voormalige Belgische koloniŽn.

Het devies van de paracommando's is "Nec jactantia, nec metu" ("Zonder woorden, zonder vrees").

Paracommando's zijn gerechtigd de maroonkleurige (rode) baret te dragen.

De paracommando's kwamen In de Tweede Wereldoorlog voort uit twee eenheden:

► 5th Belgian SAS Squadron (5th SAS), dat voortkwam uit de eerste Belgische compagnie parachutisten (Belgian Independent Parachute Company). Opgericht op 8 mei 1942 in Engeland.
► No. 4 Belgian Troop, dat deel uitmaakte van No. 10 Inter-Allied Commando. Opgericht door de Belgische regering in ballingschap in Londen op 27 juli 1942.

Het logo van de paracommando's.

 

In 1952 werden deze parachutisten- en commando-eenheden samengebracht in het Regiment Para-Commando.

Tegenwoordig vormen de paracommando's binnen de Landcomponent van de Belgische krijgsmacht de kern van de Paracommando Brigade, die tot 2005 Immediate Reaction Cell (IRC) heette en daarna Immediate Reaction Capability Command (IRCC).

De paracommando's leverden tot de opheffing in 2002 bijdragen aan het Allied Command Europe Mobile Force (Land) (AMF(L) en de Multi-National Division Central (MND-C).

Sinds 2011 maken de overgebleven bataljons deel uit van de Lichte Brigade, waarvan het hoofdkwartier is gevestigd in Marche-en-Famenne.

'Immediate Reaction' geeft al aan dat de paracommando's op zeer korte termijn in crisissituaties in actie kunnen komen.

Om haar taken goed te kunnen uitvoeren hebben de paracommando's te allen tijde een hoge graad van strategische en operationele mobiliteit. De infanteriebataljons beschikken onder andere over Milan-antitanksystemen en mortieren.

De paracommando's werken nauw samen met de 15e Wing Luchttransport, die voorziet in Hercules C-130 transportcapaciteit.

Het Immediate Reaction Capability Command (IRCC) telt de volgende eenheden:

Hoofdkwartier IRCC

Evere
Kwartier Koningin Elisabeth

(Vlaams-Brabant)

2e Bataljon Commando
(2 Bn Cdo)

Flawinne
Kwartier Onderluitenant Thibaut

(Namen)

Franstalig

3e Bataljon Parachutisten
(3 Bn Para)

Tielen
Kwartier Kapitein P. Gailly

(Antwerpen)

Nederlandstalig

Batterij Veldartillerie Paracommando
(Bij VA ParaCdo)

Brasschaat
Kwartier Brasschaat-West

(Antwerpen)

 

Tot 10 december 2010 maakte ook het 1e Bataljon Parachutisten (1 Bn Para) deel uit van de slagkracht van de Belgische paracommando's. Die dag werd de eenheid ontbonden en de Citadel in Diest (Kwartier Luitenant Limbosch), de kazerne van 1 Bn Para, gesloten.

Beiden waren het gevolg van een herstructureringsplan van Minister van Landsverdediging Pieter de Crem."Eenheden waar men nu niet eens aan de helft van de bezetting raakt, worden samengevoegd, zodat ze op 100% komen", aldus De Crem.

De militairen van 1 Bn Para - de enige tweetalige eenheid van de paracommando's en tevens het bataljon met de rijkste tradities van de Belgische landstrijdkrachten - zijn uiteindelijk herverdeeld over de kazernes in Flawinne en Tielen.

De opleiding tot paracommando wordt gevolgd aan het Centrum voor Basisopleiding en Scholing (CBOS) in Leopoldsburg, het Trainingscentrum voor Commando in Marche-les-Dames en het Trainingscentrum voor Parachutisten in Schaffen. Daarna treedt de paracommando toe tot een van de infanteriesecties binnen de eenheden, die uit acht militairen bestaat.

Pathfinders van de paracommando's verkennen tijdens de oefening MAPLE FLAG (Canada, 2013) dropzones.

Een zwarte dag in de geschiedenis van de paracommando's was de laffe moord op tien collega's van het 2e Bataljon Commando in de Rwandese hoofdstad Kigali op 7 april 1994.

370 paracommando's vormden in de Rwandese hoofdstad het Kigali Battalion (KIBAT) van de United Nations Assistance Mission In Rwanda (UNAMIR). KIBAT werd geleid door kolonel Luc Marchal. Tien van hen, uit het mortierpeloton onder leiding van luitenant Thierry Lotin, waren belast met de beveiliging en escorte van premier Agathe Uwilingiyimana.

De tien paracommando's werden omsingeld door militairen van de Forces Armťes Rwandaises (FAR), het leger van het door Hutu's gedomineerde Rwandese regime; vervolgens werden ze gevangen genomen en in koelen bloede gelyncht. Enkele dagen later trok de Belgische regering haar UNAMIR-contingent terug uit Rwanda.

De tien kregen postuum het Ereteken van Ridder in de Leopoldsorde toegekend; in BelgiŽ is 7 april sindsdien de herdenkingsdag voor alle gesneuvelden bij vredesoperaties sinds 1945.

Hoogtepunt in de geschiedenis van de Paracommando's was - na de onafhankelijkheidsverklaring van de voormalige Belgische kolonie Congo (30 juni 1960) - het ontwapenen van muitende Congolese troepen.

Toen de rebellen plunderden en achtergebleven Belgische staatsburgers bedreigden, greep BelgiŽ eenzijdig in om de buitenlanders te beschermen en desnoods te evacuren. Extra troepen werden ingevlogen. De pracommando's kwamen tussenbeiden en de Europese staatsburgers werden in veiligheid gebracht.

Onder meer in het mijngebied Katanga en Elisabethstad werden de rebellen tot de orde geroepen, in Luluaburg bevrijdden de paracommando's de Belgen die door rebellen waren gevangengenomen en ook in de havenstad Matadi werd opgetreden. Tenslotte vielen de Belgische militairen in het kader van de heroveringsacties Leopoldstad (het huidige Kinshasa) binnen, waar zowel het Europese stadsdeel als het vliegveld werden bezet. In augustus 1960 verlieten de Belgische troepen Congo.

Paracommando gewapend met de FN F2000 ® Standard, kaliber 5.56 x 45mm NATO.

Zie ook: aidman, boek Geschiedenis van de paracommando-eenheden van hun oorsprong tot heden (Emile Genot), Marche-les-Dames en rode baret.

Externe links: paracommando.com en para-commando.be.

Terug naar Boven

 

PARADUMMY

Vertaald: parachutistenpop. Duits: Fallschirmpuppe.

Dummy (model met menselijke gelijkenis) dat voor de eerste maal in de Tweede Wereldoorlog als decoy is gebruikt om een invasie van luchtlandingseenheden veel groter te laten lijken dan zij in werkelijkheid was.

Paradummies kunnen ook worden gebruikt:

  • als afleidingsmanoeuvre voor een andere of andersoortige militaire operatie elders
  • om angst en paniek onder de vijand te zaaien
  • om vijandelijke troepen in een hinderlaag te lokken door een luchtlanding op een vooraf geplande locatie te ensceneren

De Britten gebruikten paradummies – bijgenaamd “Rupert” – tijdens Operatie Titanic om de Duitse verdediging in Normandië in verwarring te brengen.

Deze operatie, in juni 1944, maakte deel uit van de geallieerde invasie op D-Day (Operatie Overlord). De Amerikanen noemden hun paradummies “Oscar”. Zowel de Britten als de Amerikanen maakten ook gebruik van keramische of metalen paradummies, die van zichzelf zwaar genoeg waren voor een paradropping.

Paradummy aan de kerk van Sainte Mère Eglise in Normandië.

In de regel werden de parachutistenpoppen gemaakt van canvasdoek, jute of stof en opgevuld met stro, zand of schaafsel om de pop voldoende gewicht te geven. De dummies, normaliter ± 80 à 100 cm groot, waren meestal in uniformen gekleed.

Paradummies zijn onder andere te zien in het Imperial War Museum Duxford te Cambridgeshire (GBR), het Verzetsmuseum Friesland te Leeuwarden (NLD) en aan de kerk te Sainte Mère Eglise (FRA).

Deze laatste is een eerbetoon aan alle parachutisten die deelnamen aan D-Day en de onfortuinlijke landing van de Amerikaanse paratroopers John Steele (101st Airborne)  en Ken Russel (82nd Airborne) in het bijzonder. Zij bleven met hun valschermen aan de kerktoren hangen, waar zij door de Duitsers onder vuur werden genomen, maar overleefden door zich dood te houden.

Zie ook: misleiding.

Terug naar Boven

 

PARAKOORD

Duits: Fallschirm Leine. Engels: para cord. Frans: ligne de parachute.

Gevlochten polyamide nylon koord in camouflagekleur. Parakoord is zeer sterk (door meerdere interne draaiingen), lichtgewicht, voorgekrimpt en beschikbaar in elke lengte.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte de Amerikaanse krijgsmacht parakoord als parachutelijn, maar de para’s ontdekten na het springen dat de stevige lijn veel meer toepassingsmogelijkheden had, met name in het kader van overleven op het gevechtsveld.

Het organieke èn meest gebruikte parakoord is MIL-C-5040H type III, zoals dat nog altijd door de Amerikaanse krijgsmacht wordt gebruikt, met een doorsnede van 7 of 9 mm en een breeksterkte van 550 pounds (250 kg; vandaar de bijnaam “550 cord”).

Terug naar Boven

 

PARANG

Kapmes of machette zoals die in Indonesië, Maleisië en andere landen met jungle wordt gebruikt. Het slagwapen wordt ‘op de man’ gedragen en gehanteerd om de dicht begroeide secundaire jungle te kappen en er aldus een weg doorheen te banen. Wordt ook wel “mandau” genoemd.

Het Korps Mariniers hield al in de jaren ’60 jungletrainingen in Nieuw-Guinea – onder andere op het eiland Waigeo – onder de naam ‘Oefening Parang’.

De militair van 11 Luchtmobiele Brigade of het Korps Mariniers die tegenwoordig na de jungletraining (Jungle Warfare Course) in Suriname op voordracht van de instructeurs wordt gekozen als ‘best man’, ontvangt een parang op een hardhouten plank met inscriptie.

Zie ook: jungletraining.

Terug naar Boven

 

PARCOURS MILITAIR

Frans: parcours militaire.

Van oorsprong fysiek zware militaire wedstrijd met als achterliggend idee een exfiltratie naar eigen troepen uit vijandelijk gebied.

Hierbij moeten op een vastgestelde route hindernissen worden genomen en opdrachten worden uitgevoerd, bedacht door instructeurs van de LO/Sport. Bepaalde opdrachten komen vrijwel altijd in een parcours militair terug, zoals de brancardrace.

Parcours militair draait om doorzettings-, improvisatie- en uithoudingsvermogen, fysieke en mentale gehardheid en een goede samenwerking - zodat onbewust teamvorming plaatsvindt.

Normaliter ligt een tevoren onbekend aantal (van in de regel tientallen) hindernissen over zo’n 7 à 15 km verspreid, waardoor het volbrengen van het parcours uren in beslag kan nemen. De teams starten met een ruime interval, zodat ze van elkaar niet weten hoe ze presteren. Het parcours dient zo snel mogelijk te worden afgelegd; bij de onderweg uit te voeren opdrachten staan algemene militaire kennis en vooral fysieke vaardigheden van de individuele militair en diens verrichtingen binnen de groep centraal.

De Koninklijke Landmacht kent twee standaard terugkerende parcoursen militair: het KL kampioenschap parcours militair en Bakker’s Bluff – het jaarlijks georganiseerde parcours militair van de Nationale Reserve dat zijn naam ontleent aan sergeant Ben Bakker en sinds 1990 wordt georganiseerd.

Terug naar Boven

 

PARESTO

Voluit: PAarse RESTauratieve Organisatie. DC (Dienstencentrum) Paresto. SSO (Shared Service Organisatie) Paresto.

Om uniformiteit aan te brengen in de dienstverlening, een grotere doelmatigheid te bereiken en marktconform te werken, is Paresto vanaf 1 april 2004 de cateraar voor alle krijgsmacht(onder)delen.

Paresto is ontstaan uit de samenvoeging van de traditionele horeca- en cateringorganisaties die voorheen bij de afzonderlijke krijgsmachtdelen waren ondergebracht.

Het DC Paresto is een vraaggestuurde baten- en lastenorganisatie. De dienstverlening van Paresto berust op de vraag vanuit de defensieonderdelen.

Paresto maakt onder andere gebruik van het KEK-gebouw (keuken, eetgelegenheid, kantine) op het Complex Zuidkamp van de voormalige Vliegbasis Twente.

  

Op Defensielocaties in binnen- en buitenland verzorgt Paresto de catering (het leveren van ontbijt, lunch en warme maaltijden) en bijbehorende faciliteiten, zoals die wordt aangeboden in bars, bedrijfsrestaurants, kantines, KEK-complexen (keuken, eetgelegenheid, kantine), messes en winkels.

Hiertoe behoort ook de verzorging van automaten, cadi-artikelen (bier, frisdrank, snoep e.v.a.) en roomservice.

Desgevraagd draagt Paresto ook zorg voor de 'groene' militaire catering (bereiding van voeding tijdens missies, oefeningen e.d.) en partycatering.

In de eerste vijf jaar van haar bestaan verstrekte Paresto bijvoorbeeld 81,6 miljoen sneeŽn brood, 11 miljoen blikjes fris, ruim 8 miljoen liter melk, 2 miljoen lunchpakketten en 715.000 kilo koffie.

Alle catering voldoet aan de (inter)nationale en Defensiespecifieke wet- en regelgeving op het gebied van cateringdiensten, voedselkwaliteit en -veiligheid (Hazard Analysis and Critical Control Point).

Defensiepersoneel kan dagelijks gebruik maken van de voorzieningen van Paresto. De kosten daarvan komen voor 'rekening Rijk' wanneer militairen recht hebben op een vaste voedingsonkostenvergoeding, zoals dit geldt voor binnenslapers en personeel dat een eigen huishouding voert.

De Hoofddirectie Personeel (HDP) stelt het assortiment en de prijzen van de catering binnen Defensie vast. Jaarlijks stijgen de prijzen van het voedingsmiddelenassortiment in de bedrijfsrestaurants overeenkomstig de inflatie. Prijsstijgingen van dit assortiment kunnen ook het gevolg zijn van voedselprijsstijgingen wereldwijd (en de doorberekening hiervan door de toeleveranciers aan Defensie) of van prijsbeleid (om luxe en minder gezonde voedingsmiddelen in prijs te verhogen terwijl gezonde en milieuvriendelijke en biologische voeding juist te verlagen).

Paresto, dat deel uitmaakt van de Divisie Facilitair en Logistiek van het Commando Diensten Centrum (CDC), levert uitsluitend diensten aan Defensie tegen een vast bedrag per maaltijd(component). In 2014 telde Paresto ruim 800 VTE'n, in 2011 nog bijna 1.050.

Binnen Paresto zijn ook militaire functionarissen tewerkgesteld, die het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) kan oproepen om te worden ingezet in de Operationele Catering.

Paresto is jaren achtereen onderwerp van het project Uitbesteding Cateringdiensten geweest. In september 2015 is het dossier om outsourcing (uitbesteding) van de huiscateraar naar de marktsector te overwegen door de minister van Defensie beŽindigd.

Zie ook: CaDi, Defensie draait outsourcing Paresto terug (23 september 2015), HACCP en KEK.

Terug naar Boven

 

PARTIZAAN

Partisan.
partisan.
partisan.

Synoniemen: franc-tireur (zie kader); verzetsstrijder.

Van origine uit het Italiaans: "partisano" en "partigiano" (aanhanger van een partij).

Benaming voor een vrijwilliger die in een gewapend conflict aan de kant staat van lichte of ongeregelde troepen om de vijand in bezet gebied afbreuk te doen.

De partizaan - weliswaar niet gebonden maar wel degelijk een medestander - spant samen met de ongeregelde troepen, die op hun beurt samenwerken met de geregelde troepen.

Roemruchte partizanen waren de Servische Četniks. Nadat de Duitsers in 1941 JoegoslaviŽ overliepen, wilden de Četniks de Joegoslavische Koninklijke familie opnieuw aan de macht te brengen. De guerrillastrijders werden geleid door de charismatische oud-generaal Dragoljub "Draža" Mihailović.

Zonder voldoende voorraden en onder extreme ontberingen vochten de Četniks vanuit de bergen in kleine eenheden (van vier man) tegen de Duitsers: “Četnik” is afkomstig van het Servisch “četa” (militaire compagnie) en “četiri” (vier).

Zo verborgen en redden Mihailović’ partizanen meer dan 500 boven bezet JoegoslaviŽ neergeschoten Amerikaanse piloten.

Hiervoor ontving Mihailović’ dochter Gordana op 9 mei 2005 in Belgrado uit handen van een delegatie Amerikaanse veteranen alsnog de al op 29 maart 1948 door president Harry Truman toegekende Legion of Merit.

 

Letterlijk uit het Frans: vrijschutter. Synoniem voor partizaan.

Een burger die probeert een militaire opponent met opgenomen wapens nadeel te berokkenen, bijvoorbeeld tijdens een bezetting.

De franc-tireur behoort niet tot de geregelde troepen, staat niet onder militair commando, draagt geen uniform en opereert buiten het oorlogsrecht.

Vanwege lokale/regionale bekendheid met het terrein, komt het veel voor dat de partizaan ongeregelde troepen door of langs vijandelijk gebied gidst.

Het woord 'partizaan' wordt onder andere toegepast op verzetsbewegingen, zoals de burgers die zich verzetten tegen de nazi's in verschillende landen in WO II.

In Nederland zijn bijvoorbeeld de Bospartizanen uit Baarlo aan het einde van WO II actief geweest.

Baarlo, ten zuidwesten van Venlo-Blerick, lag vanaf 14 november 1944 aan het front. Hoewel het dorp al op 22 november 1944 was bevrijd, bleef het frontzone tot het voorjaar van 1945; Venlo kon pas op 2 maart 1945 worden heroverd op de Duitsers.

De Bospartizanen hebben onder andere gewapende overvallen gepleegd op distributiekantoren en Duitse militairen gegijzeld. Daarbij kregen ze steun van de bevolking. Zo hielpen boeren in de omgeving hen aan voedsel e.d.

In de bossen bij Baarlo hielden de Bospartizanen zich in afwachting van de geallieerde bevrijding tien weken lang schuil in een provisorisch kamp met onderaards hol, samen met 29 gevangen genomen Duitsers.

Boeken over de lotgevallen van de Bospartizanen zijn onder andere 'De Bospartizanen van Baarlo. En andere episoden uit het verzet van Limburg' van Jan Derix (1980) en 'Verzet: de 66 dagen van Baarlo' van J.W. Hofwijk (1982).

Op basis van beide boeken schreef Jan Blokker de driedelige televisieserie 'De partizanen' (1995, regie Theu Boermans), met in de hoofdrollen Andre van den Heuvel, Cas Baas, Huub Stapel en Rik Launspach.

'De Bospartizanen van Baarlo' van Jan Derix.

Zie ook: bajonet (kader Irwin Shaw), oorlogsrecht en verzet.

Terug naar Boven

 

PAS

Voetstap; steeds wanneer de ene voet voor de andere wordt gezet.

De lengte van een pas wordt gemeten vanaf de achterzijde van de hak tot de hak of vanaf de voorzijde van de teen tot de teen. De gemiddelde paslengte wordt gedefinieerd als 75 cm.

Verschillende soorten passen zijn (1):

Looppas (2)

80 cm

180 passen p/min

Versnelde pas (3)

130 passen p/min

Gewone pas (4)

70 cm

112 passen p/min

Pas achterwaarts

40 cm

112 passen p/min

Pas zijwaarts

40 cm

112 passen p/min

Verkorte pas voorwaarts

40 cm

112 passen p/min

Vertraagde gewone pas (5)

70 cm

80 passen p/min

Langzame pas

60 cm

70 passen p/min

Aanmarcheerpas

50 cm

Alle tempi

  

1

Volgens DP 20-20 (Krijgsmachtexercitie).

2

Volgens 'Militair woordenboek' (1861-'62) van Heinrich Mathias Friedrich Landolt: 165 passen per minuut (gebruikt door de cavalerie bij het verzamelen, verspreiden etc.) of 165 à 180 passen per minuut (gebruikelijk bij de Fransen als pas gymnastique). In GBR: double march. In USA: double time.

3

Volgens H.M.F. Landolt de pas die als stormpas (pas de charge) voor bajonetaanvallen werd gebruikt.

4

Volgens H.M.F. Landolt was de gewone pas van de Pruisische infanterie 76 of 77 passen per minuut. Daarnaast werd gedurende de Franse omwenteling voor de beweging van gesloten troepen op het slagveld de gezwinde pas gebruikt (108 passen per minuut). In GBR: quick march. In USA: quick time.

5

Zoals bij de vaandelwacht of -groep. In het Angelsaksisch taalgebied wordt de ceremoniŽle snelheid van 40 à 60 passen per minuut slow march genoemd.

Militairen van de infanterie verplaatsen in looppas over de Stationsweg in Leiden. De ansichtkaart is gedateerd vůůr 1920.

 

LOOPPAS

Laufschritt.
quick march; on the double.
au pas de course.

Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal is de looppas een pas "waarbij men snel en met gebogen knieŽn loopt; in 't bijzonder [...] bij militairen in gebruik".

De looppas is een verplaatsing te voet (VTV) waarin de snelheid zodanig is vermeerderd dat 1 km in Ī 7 minuten kan worden afgelegd. De gemiddelde snelheid bedraagt dan bijna 9 km per uur.

Het verplaatsen in looppas wordt onder andere uitgevoerd:

■ aan opleidingscentra als trainings- en vormingsdoel
■ bij het oversteken van open terreindelen, zoals wegen, bij dag
■ in afwisseling met de gewone pas tijdens de uitvoering van de snelmars

Zie ook: snelmars.

Terug naar Boven

 

PAS-AAN, OEFENING

Sinds 1973 aan de Koninklijke Militaire School georganiseerde tweeweekse introductieperiode in de vorm van een velddienstoefening die de aspirant-onderofficier vanaf de opkomstdag doorliep.

In de oefening werd onder andere geslapen in een Limburgse grot, over een touw over een riviertje geklommen en heel veel gelopen.

KMS-leerlingen tijdens de oefening Pas-Aan.
 

Dictaat 23, 'Handleiding introductieperiode oefening PAS-AAN'.

Volgens de doelstelling beoogde de oefening: "Het leggen van een zo breed mogelijke basis voor de verdere ontwikkeling tot militair leider (groepscommandant, instructeur) [...]" door in groepsverband op te treden.

Naast het aankweken van het groepsgevoel bij de leerlingen en het smeden van een band tussen de leerlingen en de instructeurs, moest de oefening Pas-Aan ook de onderlinge relaties in de leerlingenpopulatie zichtbaar maken.

Hierbij werden "de geboren leiders, de vermoedelijke mislukkeling en de kleurloze middelmatige" opgemerkt. De noodzaak om met elkaar samen te werken werd sterk benadrukt.

Bij Pas-Aan hoorde ook de confrontatie van veel leerlingen met eigen en andermans mogelijkheden en beperkingen, het omgaan met teleurstellingen en het tonen van doorzettingsvermogen.

In de jaren '80 van de 20ste eeuw waren ook in de oefening Pas-Aan de eerste tekenen van vermaatschappelijking van de krijgsmacht voelbaar. Toch bleef de eerste kennismaking met de vele facetten van het militaire leven voor veel leerlingen niet alleen fysiek en psychisch een schok, maar - vooral voor de spijkerbroeken - een cultuurschok.

In Dictaat 23, 'Handleiding introductieperiode oefening PAS-AAN', uitgegeven door de Afdeling Opleidingszaken van de KMS, stond onder andere de doelstelling omschreven.

Bron onder andere: 'De onderofficier in het Nederlandse leger 1568-2001', Willem Bevaart (2001).

Zie ook: Koninklijke Militaire School (KMS).

Terug naar Boven

 

PASPOORT, MILITAIR

Legerformulier (Lf) 13972. Paspoort dat werd afgegeven wanneer iemand in de krijgsmacht dienst nam. Het militair paspoort was vastgesteld bij beschikking van de Staatssecretaris van Defensie KL/KLu d.d. 18 juli 1960, nummer 248.240.A.

Het militair paspoort telde 32 genummerde bladzijden en had dezelfde afmetingen als het gewoon paspoort.

Voor de Koninklijke Landmacht was de kaft legergroen, voor de Koninklijke Luchtmacht blauw.

Tijdens het verblijf in werkelijke dienst bevatte het paspoort een bladzijde waarop de legeringsplaats, het onderdeel en de geldigheid waren vermeld.

Het militair paspoort vermeldde daarnaast:

► pasfoto met registratienummer;
► data van bevordereingen;
► geneeskundige gegevens, zoals vaccinaties en de tandheelkundige sanering;
► aantekeningen met betrekking tot de Persoonlijke Standaarduitrusting (PSU, later PGU), zoals wapennummer en maten van NBC-masker en NBC-beschermende NBC-kleding;
► opgenomen voorschotten bij de kassier;
► aantekeningen met betrekking tot de rijbevoegdheid voor militaire voertuigen.

Bij legering in Duitsland was het militair paspoort tevens voorzien van het stempel 'NATO Zusatzabkommen'. Deze gaf aan dat de paspoorthouder een bijzondere NATO-status had en daarom, in overeenstemming met de regelingen uit het Zusatzabkommen zum NATO-Truppenstatut, aanspraak kon maken op belastingvrije brandstof, drank, goederen en tabakswaren.

In 2000 is het militair paspoort vervangen door de smartcard.

Zie ook: smartcard.

Terug naar Boven

 

PASSAGIEREN

ans Land gehen.
go ashore; go on shore leave.
liberty (U.S. Navy, U.S. Marine Corps).
aller en permission (ŗ terre).

Afgeleid van het Maleis "pasisir" ("strand").

Voor ontspanning aan wal (land) gaan om op stap te gaan, uit te gaan, te winkelen, zich te vermaken.

De term was aanvankelijk alleen in gebruik bij zeelieden van de koopvaardij en personeel van de marine, wanneer ze van boord gingen in een buitenlandse haven om een periode aan land door te brengen.

Passagieren, in het kader van Ontwikkeling & Ontspanning (O&O), wordt in de regel toegestaan in militair uitgaanstenue of juist burgerkleding.

Volgens artikel 18, lid 2, van de Wet Militair Tuchtrecht kan ook het gedrag van de militair in het buitenland - "die geen dienst doet of behoort te doen, en zich niet bevindt op een militaire plaats" - onder het tuchtrecht worden gebracht.

Dit geldt dus ook voor passagierende (geen dienst doende of zich niet op een militaire plaats bevindende) militairen in buitenlandse havens of andere, niet-militaire locaties.

Passagieren kan bijvoorbeeld:

► alleen worden toegestaan na toestemming van de kapitein of Leider der Oefening (LDO)

► worden beperkt in verband met een bepaalde situatie in de host nation (feestdag, ongeregeldheden, andere veiligheidsoverwegingen)

► worden toegestaan tot een bepaald tijdstip

► worden verboden in militair tenue

► worden verboden om risico's te beperken, zoals indien tussen Nederland en de host nation geen Status of Forces Agreement (SOFA) is - waardoor Nederlandse militairen bij vermeende strafbare feiten onder de jurisdictie van de host nation vallen, of uit vrees voor desertie, terroristische aanslagen e.d.

Terug naar Boven

 

PASSING-OUT

Militaire ceremonie naar Brits gebruik. De passing-out is een parade die wordt gehouden bij het afscheid van een militair (opleidings)instituut, zoals bijvoorbeeld:

► bij de promotie tot soldaat der tweede klasse bij de afsluiting van de opleiding bij het schoolbataljon van het OCIO

► bij de uitreiking van de rode baret ter afsluiting van de opleiding tot luchtmobiel militair bij het Schoolbataljon Luchtmobiel van het OCIO

► bij de uitreiking van het onderofficiersdiploma aan de Koninklijke Militaire School

Tijdens deze ceremoniële plechtigheden treedt een lichting symbolisch uit.

Passing-out op de Koninklijke Militaire School.

In ruimer verband is een passing-out elke parade die met militaire ťgards en plichtplegingen wordt gehouden ter ere van het behalen van een opleiding e.d. Indien nodig krijgen de betrokken militairen bijbehorende emblemen en/of rangonderscheidingstekens uitgereikt.

Bij een passing-out staan zo veel mogelijk militairen van de eenheden van het betreffende opleidingscentrum aangetreden.

Terug naar Boven

 

PATHFINDER

De 'gevleugelde toorts', het onderscheidingsteken van de pathfinder.

De opleiding tot pathfinder is indertijd geÔnitieerd door generaal James Gavin (1907-1990) van de 82nd Airborne Division. Dat gebeurde na de amfibische Operation HUSKEY tijdens de invasie van SiciliŽ (1943).

De droppings van veel parachutisten eindigden door de hevige wind desastreus. Veel Amerikaanse para's van 504th Parachute Infantry Regiment van 82nd Airborne Division, maakten hun eerste exit onder gevechtsomstandigheden, landden in zee, verdronken of raakten verstrikt in hun lijnen.

Bij de eerste daaropvolgende grootschalige geallieerde actie, Operation Overlord (D-Day), werden voor het eerst pathfinders gedropt om de dropzones te markeren en van radiobakens te voorzien.

De grondcomponent van 11 Air Manoeuvre Brigade kent eveneens de pathfinder. Het principe is overgenomen naar het voorbeeld van 16 (GBR) Air Assault Brigade én 101 (USA) Airborne Division.

Het pathfinderpeloton is opgericht in 2007 en ontving initieel zijn pathfindercursus bij de Belgische krijgsmacht in Schaffen.

De pathfinder is een 'verkenner+' die deel uitmaakt van het Brigade Recce Detachment (BRD). De gespecialiseerde verkenner kan zowel airborne (parachute) als heliborne (fast-roping) worden ingezet, maar in beginsel in teams op brigadeniveau. De meest vanzelfsprekende inzet van de pathfinders is in een diepe operatie, met name air assault. Het is de taakstelling zo risicoloos mogelijk pax en/of cargo van de hoofdmacht op het grid te laten droppen of uitstijgen.

Het BRD is een deels voor de gelegenheid geformeerde eenheid die direct onder bevel staat van de brigadecommandant. Het BRD is samengesteld uit de verkenners van de infanteriebataljons luchtmobiel ťn de pathfinders. De pathfinder zelf is deels instructeur bij de Heli Instructie Groep (HIG) van de School Grond Lucht Samenwerking (SGLS), deels paraatgesteld als BRD-pathfinder. Indien nodig kan een team pathfinders worden aangevuld met forward air controllers (FAC'ers), schutters-lange-afstand (SLA's) en andere terzake doende functionaliteiten.

Voorafgaand aan inzet wordt benodigde verkenningscapaciteit gecentraliseerd voor een zgn. 'Advance Force Operation'; in de regel vindt deze 24 ŗ 48 uur voorafgaande aan de inzet van de hoofdmacht plaats, maar kan - afhankelijk van de dreiging - evengoed vlak voor de landing plaatsvinden.

Eigen verkenningscapaciteit op brigadeniveau in de vorm van een BRD of team is noodzakelijk om een complete situational awareness van het inzetgebied te krijgen. De door pathfinders verzamelde inlichtingen zijn vitaal om het operationeel besluitvormingsproces (OBP) binnen de brigadecommandopost of Joint Command Post (JCP) positief te beÔnvloeden.

De taken van de pathfinder:

► Dirigeren de eerste troepen na landing op de LZ's naar de chalkverzamelpunten
► Houden de LZ's in het gebied van de komende actie onder waarneming (eyes on target) vanuit uitgebrachte observatieposten (OP's), opdat de in te zetten hoofdmacht (main force) niet wordt gecompromitteerd
► In kaart brengen van onverkend gebied met een 'area search'
► Inrichten van heli landing sites (HLS)
► Uitvoeren van specifieke doelverkenningen (pathfinding missions)
► Verkennen van alternatieve LZ's
► Verkennen van gebieden voor de inrichting van een staging area (SA) dan wel forward operating base (FOB) en forward arming and refuelling point (FARP) in het kader van air mechanised optreden
► Verkennen van geschikte, al dan niet pre-planned (te voren bepaalde), landingzones (LZ's) met de beste naderings- naar ťn derouteringsroutes uit vijandelijk gebied
► Voorzien de moedereenheid steeds van real-time informatie over de LZ's: zowel sterkte en locatie van de vijand als uit te schakelen luchtafweergeschut (Triple A) hebben eerste prioriteit

Pathfinders kunnen ook, vanwege hun bescheiden aantal, beperkte offensieve acties uitvoeren ter ondersteuning van de komst van de hoofdmacht, waarna exfiltratie zal volgen.

Pathfinders dragen als onderscheidingsteken de 'gevleugelde toorts'.

Pathfinder 'Madju' Peloton - Leo van Westerhoven (Dutch Defence Press: 12, 18 en 24 februari 2010).

Pathfinder 'Madju' Peloton - Leo van Westerhoven (Dutch Defence Press: 12, 18 en 24 februari 2010).
Dutch Defence Press (externe link).

Zie ook: chalk, hot LZ, landing point, marshaller, Mobile Air Operations Team (MAOT) en riggen.

Terug naar Boven

 

PATRIA XA-188 GVV

Het Finse pantserwielvoertuig Patria XA-188 (voorheen: Sisu) is zowel in gebruik bij het Korps Mariniers als de Koninklijke Landmacht. Het Gevechtsvoertuig voor Vredesmissies (GVV) werd speciaal aangeschaft voor taken in het kader van crisibeheersingsoperaties.

De Patria dient voor het vervoer van personeel en lading, als escorte voor konvooien en als patrouillewagen en beschikt onder meer over kogelbestendige banden.

Patria XA-188 GVV in de uitvoering GWT (gewondentransport)

Werkruimte van de Patria XA-188 GVV-gewondentransport

De airconditioning aan boord maakt het mogelijk ook in warmere klimaten te opereren. Nederland heeft drie versies gekocht: infanterie, commandovoering en gewondentransport. Het gewondentransport is mogelijk voor maximaal 3 liggende tot maximaal 7 zittende gewonden.

Op 15 oktober 1988 heeft de toenmalige BLS, luitenant-generaal Maarten Schouten, de eerste exemplaren van de Patria in ontvangst genomen. Behalve Nederland hebben ook Finland, Ierland, Noorwegen en Zweden de Patria aangeschaft ten behoeve van crisisbeheersingsoperaties.

Specificaties:

actieradius

800 km

bepantsering

tegen 14,5 mm pantserdoorborend

bewapening

7,62 mm MAG of .50 mitrailleur

breedte

2 meter 93

cilinderinhoud

7.400 cc

doorwaaddiepte

1 meter 50

draaicirkel

maximaal 20 meter

gewicht beladen

22 ton

gewicht onbeladen

20 ton

hoogte dek

2 meter 44

lengte

7 meter 52

maximumsnelheid

90 km per uur

motor

6-cilinder turbodiesel

motorvermogen

275 pk

Terug naar Boven

 

PATRIOT

Acroniem: Phased Array Tracking Radar to Intercept On Target (volgen en onderscheppen van een doel met een elektronisch gestuurde radarbundel). Voluit: MIM-104 PATRIOT. Duits: Flugabwehrraketensystem PATRIOT.

Amerikaans grondgebonden (ground-based) luchtverdedigingsraketsysteem, geproduceerd door Raytheon Company, met Surface-to-Air Missiles (SAM, grond-luchtraketten), bedoeld om inkomende vijandelijke ballistische raketten, helikopters en vliegtuigen op te sporen en uit te schakelen. Het systeem maakt gebruik van hit-to-kill technologie.

Aanvankelijk was de Patriot, ter vervanging van de Nike-Hercules batterijen, alleen bedoeld voor de gebiedsverdediging van bevolkingscentra en objecten in Europa (Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, ItaliŽ, Noorwegen en Turkije).

Militaire tekens voor de Patriot-luchtverdediging.
Links een Patriot-eenheid van de eigen troepen (kleur blauw), rechts een vijandelijke Patriot-installatie (kleur rood).

Tegenwoordig wordt de Patriot ingezet voor het uitvoeren van defensieve luchtacties voor het behoud van luchtoverwicht boven het eigen territorium of operatiegebied (Theater Missile Defence, TMD) of het verdedigen van uitgezonden eigen eenheden. Hierbij gaat het om gebieds- of puntverdediging tegen een scala aan vijandelijke luchtsystemen. TMD valt in drie categorieen uiteen: de Patriot behoort tot de Lower-Tier Defenses, ook genaamd: Low-Altitude Defenses of Lower-Layer Defenses. Deze systemen onderscheppen het gehele dreigingsspectrum tot op 35 km hoogte, d.w.z. endo-atmosferisch (binnen de dampkring) of anders gezegd: short- to-medium-range.

De Patriot, die begrensd is in bereik en mobiliteit, opereert hierbij vanaf het eigen of bondgenootschappelijke grondgebied.

De Patriot blinkt uit door haar real-time reactievermogen, de mogelijkheid om in een omgeving van Electronic Counter-Measures (ECM, elektronische tegenmaatregelen) te blijven functioneren en het aanpassingsvermogen onder wijzigende dreigingsscenario's.

Een Patriot-luchtafweerraketsysteem van het DGLC beschermt NAVO-bondgenoot Turkije tegen mogelijke raketbeschietingen vanuit buurland SyriŽ.

De twee Nederlandse Patrioteenheden met in totaal 200 ŗ 250 militairen opereerden vanaf het civiele vliegveld van de stad Adana en vanaf Incirlik Air Base ten oosten van de stad.

In totaal ontplooide de NAVO in het kader van operatie ACTIVE FENCE zes Patriot-batterijen; naast Nederland leverde initieel ook de Verenigde Staten en Duitsland batterijen om de Turkse verdedigingscapaciteit te versterken. De drie landen zijn de enige die over de nieuwe PAC-3 beschikken.

Het Patriot-systeem bestaat uit een aantal componenten:

► Engagement Control Station (AN/MSQ-104 ECS), inclusief wapencontrolecomputer

► geleide raketten

► Identification Friend or Foe (IFF) door de AN/TPX-46(V)7

► lanceerinrichting (tube-launcher) voor 4 raketten

► radarantenne (phased-array radar AN/MPQ-53) die het doel opspoort en volgt

► generatoraggregaten 150 kilowatt (2 stuks)

Een Patriot-batterij kan uit meerdere lanceerinrichtingen bestaan en over meerdere reserveraketten beschikken.

Het radarbereik van de radarantenne is Ī 100 km. De radar detecteert doelen, bepaalt vriend of vijand (Identification Friend or Foe, IFF) en wijst het doel aan. Daarna wordt de Patriot-raket met behulp van de radarreflectie naar het doel geleid. Het werkingsprincipe van de radar gaat ervan uit het inkomende ballistische projectiel, helikopter of vliegtuig zo dicht mogelijk te naderen en door een explosie te vernietigen of zodanig uit koers te brengen dat het doel wordt gemist. De bescherming die de Patriot kan bieden wordt uitgedrukt in een 'footprint': het gebiedsoppervlak dat met ťťn Patriot-raket kan worden bestreken.

Het Patriot-systeem kan volledig automatisch werken, onder andere omdat de enorme snelheid van de raketten weinig reactietijd toelaat.

De radar en de daaraan gekoppelde (wapen)computersystemen in het controlestation kunnen meer dan honderd doelen tegelijkertijd detecteren en meerdere raketten tegelijk geleiden.

Specificaties:

aanschaf door Nederland

1987

bereik raket

60 tot 80 km

diameter raket

40,6 cm

gewicht projectielkop (warhead)

90 kg

gewicht raket

700 kg

lengte raket

5 meter 31

operationeel

Sinds 1985

projectielkop

Fragmenten raken met hoge snelheid de vitale systemen van inkomende ballistische raketten, helikopters en vliegtuigen

snelheid raket

Mach 3 tot 5

varianten

PAC-1, PAC-2 en PAC-3 (PAC: Patriot Advanced Capability, upgrades van het gehele systeem)

vlieghoogte

20 km

Naast de Verenigde Staten en Nederland hebben alleen Duitsland, Griekenland, Japan en Spanje de Patriot in hun bewapening. De gemoderniseerde versie van de Patriot, de PAC-3, is geschikt voor de verdediging tegen al dan niet met massavernietigingswapens uitgeruste tactische ballistische raketten en kruisvluchtwapens.

NEDERLAND

Sinds 1 april 2012 vallen de Nederlandse Patriot-batterijen onder een Single Service Management (SSM)-eenheid van de Koninklijke Landmacht; daarvoor ressorteerden de Patriot-batterijen onder de Groep Geleide Wapens (GGW) van de Koninklijke Luchtmacht. De drie van de vier overgebleven Patriot-batterijen (Fire Units) uit de tijd van de GGW zijn in de SSM-eenheid samengevoegd met de Ground Based Air Defence (GBADS) van het Commando Luchtdoelartillerie. Iedere Patriot-batterij beschikt over zes lanceerinrichtingen (totaal: 18).

De SSM-eenheid is het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC), gestationeerd op de Luitenant-generaal Bestkazerne in Vredepeel. De Patriotsystemen vallen onder 802 Squadron (802 SQN) van het DGLC. Verder bestaat het DGLC uit AIM-120 AMRAAM (Advanced Medium Range Air-to-Air Missile)-luchtdoelraketten en Stinger-luchtverdedigingssystemen.

De Nederlandse Patriots zijn een zgn. niche-capaciteit. De capaciteit valt onder de Land- and Sea-based Theater Missile Defence-eenheden.

De taken van de grondgebonden luchtverdediging Patriot in Nederland zijn: het beschermen van eenheden, objecten en gebieden tegen een onderkende lucht- en raketdreiging in diverse luchtlagen, het samenstellen en verspreiden van een geÔdentificeerd, geclassificeerd en betrouwbaar luchtbeeld (surveillance) en het controleren en coŲrdineren van de uitvoering van het doelbestrijdingsproces (Control & Coordination Operations).

Van begin 2013 tot begin 2015 nam Nederland met haar Patriots deel aan de NAVO-operatie Active Fence ter bescherming van het grondgebied van bondgenoot Turkije. De Nederlandse Patriotmissie in Turkije stond bekend onder de naam 1 (NLD) Ballistic Missile Defence Task Force, afgekort 1 (NLD) BMDTF.

Nederland heeft met de Verenigde Staten en Duitsland gezamenlijk een Extended Air Defence Task Force (EADTF) opgericht met een permanent hoofdkwartier. Sinds 2008 is dit gelegen op Ramstein Air Base (Allied Air Command Ramstein); de naam is gewijzigd in het Competence Centre for Air and Missile Defence (CC SBAMD). De samenwerking beoogt het verbeteren van de planning en coŲrdinatie van gezamenlijke luchtverdedigingsactiviteiten, training en oefeningen.

GOLFOORLOG

In de Golfoorlog van 1991 (operatie Desert Storm) bewees de Patriot zeer effectief te zijn bij het vernietigen van tactische langeafstandsraketten (Al Hussein, Scud) die Irak lanceerde om Saoedi-ArabiŽ, IsraŽl en Turkije aan te vallen. Nederlandse Patriots werden ingezet in IsraŽl (Tel Aviv en Haifa) en Turkije (Diyarbakir). In 2003 zijn nog eens drie Patriot-systemen verplaatst naar Turkije om de steden Dyarbakir en Batman te beschermen tegen aanvallen vanuit Irak.

Naar aanleiding van de Golfoorlog van 1991 is het Joint Project Optic Windmill (JPOW) opgezet: een internationale oefening met onder andere de Verenigde Staten en Duitsland in het verdedigen tegen aanvallen met ballistische raketten, kruisvluchtwapens en vliegtuigen. De eerste editie van JPOW dateert van 1996.

 

Time-lapse-fotomontage van de Patriot bij een test in november 2012 op McGregor Range Base Camp in White Sands (New Mexico, VS).

Zie ook: Ballistical Missile Defence Task Force (BMDTF)

Terug naar Boven

 

PATROL MEDICAL COURSE

Engelstalige NAVO-cursus op het gebied van Advanced Trauma Life Support aan het International Special Training Center (ISTC) op de Generaloberst-Von Fritsch-Kaserne in Phullendorf, Baden-Württemberg, Duitsland.

Tot eind 2000 heette het ISTC de International Long Range Reconnaissance Patrol School (ILRRPS).

Naast een staf bestaat het ISTC uit een viertal Divisions: Patrol-, Survival-. Medical en Recognition Division. In deze vier disciplines worden Special Forces-eenheden van aan het ISTC verbonden landen opgeleid en getraind. Voor Nederland worden onder de noemer Special Forces militairen geschaard van het Korps Commandotroepen, 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault en de drie Brigade Verkennings Eskadrons.

Het ISTC biedt in totaal een tiental trainingen en cursussen, waarvoor jaarlijks gemiddeld 400 à 500 cursisten slagen. Nederland doet sinds 1992 mee aan ILRRPS/ISTC. In de Patrol Medical Course, gegeven door de Medical Division, komt met name de rol van de Special Operations Force (SOF) Medic in zijn groep tot uitdrukking. Ruimschoots aan bod komen aspecten als:

Day-to-day-health (Hygiëne & Preventieve Gezondheidszorg)

Medical equipment

Medical instruction (first aid, health and hygiene, casualty evacuation)

Pre-mission planning

Trauma management (ATLS)

De Generaloberst-Von Fritsch-Kaserne in Phullendorf, Baden-Württemberg, Duitsland

Begonnen wordt met elementaire anatomie, fysiologie en pathologie, afgesloten met een Field Training Exercise (FTX) waarin een op te sporen piloot, gecrasht in vijandelijk gebied, in leven moet worden gehouden en met behulp van een correcte MEDEVAC-procedure (nine-liner) afgevoerd. Veelvuldige casustrainingen (moulages) ontbreken niet op het programma: zowel bij dag als nacht dient in maximaal twintig minuten een eerste en tweede onderzoek te worden uitgevoerd.

(In aangepaste vorm ook verschenen in FALCON, augustus 2002, 9e jaargang, pagina's 30/31).

Terug naar Boven

 

PATROON

Een scherpe patroon (ball) is opgebouwd uit:

 

Engels

Beschrijving

Kogel

Bullet

Het eigenlijke projectiel, in de regel van lood of hardlood (legering van lood en antimoon), dat in de huls van de patroon zit.

Huls

Casing

De ommanteling van de patroon die alles samenhoudt, in de regel van koper of messing. De mantel zorgt onder andere voor een goede geleiding in de trekken en velden.

Kruit

Gunpowder

De onstekende, voortdrijvende lading (buskruit, cordiet, zwart kruit) die de vulling is van de huls aan de achterzijde van de patroon bij het slaghoedje.

Bodem

Rim

De onderzijde van de huls die nodig is om de patroon uit te werpen. In de bodem van de huls staat onder andere het lotnummer. De patroon heeft een rand (rimmed) of is randloos.

Slaghoedje

Primer

De ontsteking van de voortdrijvende lading die is bevestigd in de bodem. Bij het vuren slaat de slagpin van het wapen tegen het slaghoedje. Het slagsas in het slaghoedje komt tot ontbranding, waardoor het kruit in de huls ontsteekt en veel gas vormt. Door de gasdruk schiet de kogel uit de huls naar het doel. De lege huls blijft achter in het wapen of wordt uitgeworpen.

Het kaliber .50 (12,7 mm) behoort, evenals bijvoorbeeld 5.56 mm en 7.62 mm, tot de munitie voor kleinkaliberwapens (kleiner dan 20 mm). In dit munitiekistje bevinden zich 100 geschakelde scherpe patronen kaliber .50.

Terug naar Boven

 

PATROUILLE

Patrouille; Streife.
patrol.
patrouille.

Afkorting: patr.

Troepen die worden uitgestuurd in een specifiek gebied met als doel gegevens te verzamelen of een opdracht uit te voeren. De opdracht, doorgaans in vijandelijk gebied, kan onder andere een gevechts-, verkennings- of sociale patrouille inhouden.

Patrouilles kunnen bereden, uitgestegen of te voet plaatsvinden.

Soorten patrouilles:

 

Gevechtspatrouille

■ Stoßtrupp
■ Sicherung im Gefecht
■ Gefechtspatrouille

■ combat patrol

■ patrouille de combat

Sociale patrouille

■ Soziale Patrouille

■ social patrol

■ patrouille sociale

Verkenningspatrouille

■ Spähtrupp
■ Aufklärungspatrouille

■ reconnaissance patrol (recce patrol)

■ patrouille de reconnaissance

Waarnemings- en luisterpost (WLP)

■ Feldposten
■ stehender Spähtrupp

■ standing patrol
■ Observation Post/Listening post (OP/LP)

■ patrouille en attente

Een Australische militair leidt een patrouille tijdens operatie BAZ PANJE in de Afghaanse provincie Uruzgan. Op de achtergrond volgen Nederlandse militairen.

BAZ PANJE ("Valkenklauw") vond plaats van september tot en met november 2009 in de Mirabad-vallei.

Zie ook: bereden, patrouille te voet, uitgestegen.en waarnemings- en luisterpost (WLP).

Terug naar Boven

 

PATROUILLE TE VOET

Een patrouille te voet wordt uitgestuurd met als doel gegevens te verzamelen of een opdracht (veelal in vijandelijk gebied) uit te voeren, zoals arresteren, beveiligen, bewaken, brandstichten, chaos en onrust veroorzaken, maken van krijgsgevangenen, uitschakelen, vernielen of buitmaken van vijandelijk materieel of zuiveren.

Normaliter wordt een patrouille te voet tenminste uitgevoerd door een groep of sectie met tenminste één Combat Life Saver of daaraan gelijkgestelde functionaris.

In missiegebieden kan hieraan bijvoorbeeld een enabler worden toegevoegd, zoals een tolk.

Patrouille te voet.

Mee te nemen benodigdheden zijn tenminste: draagbare radio, gewondentas, Global Positioning System, handgranaten, helderheidsversterker, kijker, kompas, mijnenprikkers, lichte mitrailleur (groepswapen), rookhandgranaten, stafkaart en UXO-marker.

Na het verlaten van de compound zal de patrouille te voet onderweg alleen afwijken van de route in overleg met de opsroom, waaraan alle bijzonderheden a.s.a.p. worden gemeld. Bij een patrouille te voet neemt de voorste verkenner waar op de grond in verband met mijnen, struikeldraden en valstrikken, de tweede verkenner neemt waar tussen 10 en 2 uur (klokmethode), de overigen nemen afwisselend links en rechts waar en de laatste waarnemer neemt achter de colonne waar.

Afhankelijk van de toestand in het gebied zijn de minimale eisen aan een patrouille te voet:

► Vůůr de patrouille: alle patrouilleleden op de hoogte stellen van doel, route en optreden bij onvoorziene omstandigheden
► Contact met de bevolking alleen waar nodig
► Draagwijze van het persoonlijk wapen is op de rug of schietbereidheid laag, middel of hoog
► Iedere patrouille zorgvuldig voorbereiden om verrassingen te voorkomen; verander elke dag van route
► Na de patrouille: alle patrouilleleden debriefen door patrouillecommandant (patrouillerapport)
► Tussenruimte onderling minimaal 5 ŗ 10 meter; bij open en vlak terrein groter; bij slecht zicht tussenruimte op zichtafstand
► Waarnemingssectoren in verstedelijkte gebieden naar binnen gedraaid (naar de overzijde van de weg) met speciale aandacht voor deuren, ramen e.d.
► Wanneer gebouwen moeten worden betreden: pas na overleg met de opsroom en voorgegaan door de lokale bevolking
► Wanneer halt wordt gehouden: rondom waarnemen en spreiding handhaven

Een patrouille te voet kan contact maken met en/of informeren naar de toestand van de bevolking (sociale patrouille) of patrouilleren in het kader van human intelligence (uitdelen van pamfletten), showing the flag dan wel langs bestands- of demarcatielijnen patrouilleren. Een patrouille te voet tijdens optreden in het kader van counter-insurgency kan zeer gevaarlijker zijn.

De sociale patrouille wordt pas uitgevoerd als de situational awareness het toelaat of het gewenst is dat het contact met de lokale bevolking (of partijen) wordt hersteld of geÔntensiveerd.

Speciale soorten patrouilles zijn beveiligingspatrouilles, bewakingspatrouilles, gevechtspatrouilles, Long Range Reconnaissance Patrols en spitspatrouilles.

Zie ook: emergency rendezvous, Personal Role Radio (PRR), schietbereidheid, tail end charlie en verkenningspatrouille.

Terug naar Boven

 

PAX

Acroniem: Personnel Assigned to Exercise. Ook Latijn voor "vrede" (als in Pax Americana, Brittanica, Neerlandica of Romana).

Passagier (helikopter, trein, vliegtuig), clientŤle (hotel, ressort) of persoon in het algemeen. Als meervoud wordt soms "paxen" gebruikt.

Binnen Defensie wordt het aantal personen met uitrusting dat als passagier aan boord van een helikopter of vliegtuig wordt vervoerd, genoteerd op een Pax- of Passenger List (flashcard).

Het tegenovergestelde van pax is cargo (goederen); het equivalent van de Pax List is de Cargo List (Paklijst Waarde-Opgaven of PWO).

Een speciale categorie cargo is de Dangerous Air Cargo (DAC), die 'controlled' dan wel 'restricted' is. DAC-flights zijn vluchten die gemaakt worden door vliegtuigen die gevaarlijke goederen (stoffen) vervoeren, volgens de regelgeving van de International Air Transport Association (IATA).

Terug naar Boven

 

PEACE SUPPORT OPERATION

Afgekort: PSO. De verrichtingen en activiteiten van alle ontplooide militaire en civiele organisaties om in een bepaald gebied of land de vrede te handhaven, af te dwingen, het menselijk lijden te verlichten of het uitbreken van een conflict te voorkomen. PSO kunnen onder andere omvatten:

►Peace-keeping (PK, vredeshandhavende operatie)
►Peace-enforcing (PE, vredesafdwingende operatie)
►Conflictpreventie
►Peace-making & Peace-building
Humanitaire operaties (HumOps)

Sinds het einde van de Koude Oorlog is het aantal PSO zowel aanzienlijk toegenomen als aan verandering onderhevig. PSO vereisen de inzet van personeel en wapensystemen op alle niveaus, van alle krijgsmachtdelen en liefst multinationaal. Naast de collectieve defensie in het kader van de Algemene Verdedigingstaak (AVT) zijn PSO voor krijgsmachten een belangrijke bestaansreden geworden.

De Nederlandse regering ("De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde" , artikel 90 van de Grondwet) -  en derhalve ook de krijgsmacht ("De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht" , artikel 98, 2de lid, van de Grondwet) - draagt bij tot de internationale vrede, stabiliteit en veiligheid. In dit verband neemt Nederland deelt aan PSO, zowel in NAVO- als VN-verband.

Overzicht van PSO waaraan Nederland een bijdrage heeft geleverd:

WAAR WANNEER WIE WAT NEDERLANDSE DODEN
Korea 1950-1955

VN
(Nederlands Detachement Verenigde Naties)

peace-enforcement 123
Libanon 1979-1985 UNIFIL (VN) peace-keeping 9
SinaÔ 1982-1995 MFO (VN) waarneming & peace-keeping 1
Irak/Koeweit 1990-1991 Golfoorlog (o.a. Provide Comfort) peace-enforcing, humanitaire interventie & afdwingen embargo geen
Cambodja 1992-1993 UNTAC (VN) mijnenruiming & peace-keeping 2
Haïti 1993-1996 UNMIH (VN) peace-keeping geen
Voormalig JoegoslaviŽ 1992-2004 UNPROFOR (VN), IFOR (NAVO) & SFOR (NAVO) peace-keeping 14
Cyprus 1998-2001 UNFICYP (VN) peace-keeping geen
Kosovo 1999-2000 KFOR (NAVO, o.a. Extraction Force) peace-enforcement & peace-keeping 1

EthiopiŽ,
Eritrea
& Djibouti

2000-2001 UNMEE (VN) peace-keeping 1
MacedoniŽ 2001-2002 NAVO ontwapening, beveiliging en waarneming verkiezingen geen
Afghanistan 2002-heden ISAF (NAVO) veiligheidsmacht voor bescherming regering 21
Irak 2003-heden SFIR stabilisatiemacht o.l.v. VS en GB 2

De besluitvorming over de Nederlandse deelname aan een PSO vindt plaats aan de hand van het zgn. Toetsingskader .

Een ideaal naslagwerk op het gebied van Peace Support Operations is Van Korea tot Kosovo. De Nederlandse militaire deelname aan vredesoperaties sinds 1945 van Christ Klep en Richard van Gils (Sectie Militaire Geschiedenis, Sdu Uitgevers, Den Haag, 1999, ISBN 901208766X).

Eind 2009 bedroeg het aantal VN-militairen mondiaal 120.000 - viermaal zoveel als in 1999. Hieruit blijkt dat de vredesmissies van de Verenigde Naties voor de internationale gemeenschap een belangrijk instrument van crisisbeheersing zijn. Verspreid over de wereld waren er eind 2009 zeventien VN-vredesoperaties actief.

De financiering van deze missies komt vooral uit hert westen, met als grootste geldschieters China, Duitsland, Frankrijk, Groot-BrittanniŽ, ItaliŽ, Japan en de Verenigde Staten. De militairen komen vooral uit de Derde Wereld, met landen als Bangladesh, Ghana, India, Nepal, Nigeria, Pakistan en Rwanda als grootste troepenleveranciers.

Het budget voor VN-vredesoperaties van 01-07-2008 tot 30-06-2009 bedroeg Ī 7,1 miljard dollar. Dit is 0,5% van de geschatte 1,2 biljoen dollar die wereldwijd worden uitgegeven aan defensie.

In de jaren ’90 van de 20e eeuw hebben de Verenigde Naties harde lessen geleerd over vredesmissies. Na de genocide in Rwanda, het bloedbad in Somalië en de val van de enclave Srebrenica is de VN ervan doordrongen geraakt dat haar troepen, indien nodig, robuust moeten kunnen optreden. Was het bemensen van een bufferzone tussen twee staten nog relatief overzichtelijk, het is veel moeilijker een situatie te stabiliseren waarin allerlei ongeregelde milities strijd leveren met een regeringsleger dat zelf ook weinig discipline kent en een instrument is van een zwakke, corrupte staat.

Bron: 'VN-militairen moeten zonodig robuust optreden', NRC Next, 31 december 2009.

Zie ook: Opplan 17 en Verenigde Naties.

Terug naar Boven

 

PEDOMETER

Handzaam apparaatje, mechanisch of elektronisch, dat het aantal passen telt. Met behulp van een vooraf ingestelde pasgrootte kan de afgelegde afstand worden bepaald.

Om de pasgrootte in te stellen, dient van tevoren een testafstand te worden gelopen, bijvoorbeeld over 1 km.

Met de gelopen afstand gedeeld door het aantal gemeten passen is dan de gemiddelde pasgrootte bekend. Vervolgens kan het aantal kilometers worden gemeten. Er zit een onnauwkeurigheid in de afstandregistratie van de pedometer, omdat de pasgrootte kan variŽren met:

de ondergrond (stijgend of dalend in plaats van horizontaal
het nemen van ongelijke stappen
het dragen van verschillend schoeisel
het maken van een plotselinge stop of sprong

Zie ook: pas.

Terug naar Boven

 

PELJOB, MINI-BOUWMACHINE

Voluit: Peljob EL 451 mini-bouwmachine. Deze mini-bouwmachine is in 1993 ingestroomd ten behoeve van de genisten van 11 Geniecompagnie Luchtmobiel.

Door zijn geringe gewicht en afmetingen is de Peljob gemakkelijk door de lucht te transporteren.

Taakstellingen onder andere:

►Aanleggen van wallen rondom een Forward Arming and Refuelling Point (FARP)
►Egaliseren van landingsplaatsen
►Graven van dekkingen
►Graven van opstellingen voor 120 mm-mortieren
►Overslaan en opslaan van goederen
►Versterken van posities

Specificaties:

bediening

1 machinist

breedte

1 meter 28

gewicht

1.600 kg

hoogte

2 meter 23

hulpstukken

  • betonbreker
  • dichte bak (300 liter)
  • grondboor (diameter 15 cm)
  • palletvork (hefvermogen 600 kg)
  • puinvork (227 liter)

lengte

3 meter 42

motor

3-cilinder diesel

motorvermogen

18,7 kW (24 pk)

Zie ook: JCB Backhoe Loader graaflaadmachine 4CX-M.

Terug naar Boven

 

PELOTONSSERGEANT

Afgekort: PS. Verouderde benaming voor Opvolgend Pelotons Commandant (OPC). Was de PS vroeger een ervaren sergeant der eerste klasse, de OPC heeft de rang van sergeant-majoor.

Taken waar de PS/OPC in pelotonsverband het voortouw in zal nemen - behalve zijn expertise op materieelgebied - zijn de discipline en het corvee.

Terug naar Boven

 

PENETRATIE

Synoniem: doorbreking (afkorting: doorb). Uit het Frans: binnendringen.

Duits: Einbruch; Eindringen; Durchbruch. Engels: penetration; breakthrough. Frans: attaque de rupture; pťnťtration.

Een van de manoeuvrevormen van de aanvallend gevecht, naast de frontale aanval (frontal attack), omtrekking (turning movement) en omvatting (envelopment).

Bij de penetratie wordt snel in het geplande aanvalsdoel - de voorste vijandelijke posities – binnengedrongen om de samenhang in de vijandelijke verdediging  te verbreken. Na het doorstoten in de diepte van het gevechtsveld ontstaat op die manier een gat in de vijandelijke verdediging.

Het verschil tussen de frontale aanval en de penetratie/doorbreking ligt in het feit dat bij een penetratie er nog voor kan worden gekozen de aanval uitsluitend te richten op zwakke of minder goed voorbereide delen van de vijandelijke verdediging. Bij de frontale aanval zijn alle vijandelijke posities het aanvalsdoel.

Onderscheiden worden een gelegenheidsdoorbreking en een voorbereide doorbreking.

De penetratie/doorbreking wordt in de regel voorafgegaan door een voorbereidende beschieting, rivierovergang, misleidingaanval e.d. op de voorste vijandelijke posities. Tijdens de uitbraak krijgt de vijand niet de gelegenheid zich (tijdig) terug te trekken en wordt buiten gevecht gesteld. Het achtergebleven gedeelte van de zich terugtrekkende vijand wordt eventueel achtervolgd.

Wanneer de vijandelijke flanken - numeriek of tactisch - te sterk zijn, kan de penetratie worden uitgevoerd als onderdeel van de frontale aanval. Tijdens de inbraak wordt de verdediging tot in het aanvalsdoel aangegrepen, waarbij in een smalle sector (frontbreedte) de vijandelijke verdediging wordt ontwricht of verbroken. Daarna worden de van elkaar gescheiden vijandelijke troepen buiten gevecht gesteld en volgt de doorbraak. De penetratie eindigt met de uitbraak, waarbij de (reserves van de) vijand buiten gevecht worden gesteld en eventueel achtervolgd.

Hoewel de aanval door het midden (centrum) - op de flanken gecoŲrdineerd met een gelijktijdig uitgevoerde nevenaanval en een goede bescherming van de eigen flanken - de bekendste vorm van de penetratie is, is tactisch de eerste keus voor de penetratie die via de vijandelijke flanken. Zijn de flanken eenmaal doorbroken, dan kan de rug van de vijand opnieuw worden aangevallen. Hierbij heeft de penetratie via de vijandelijke flanken veel weg van de tangbeweging (pincer movement).

Penetraties worden uitgevoerd door eenheden in groter verband of door kleine, gespecialiseerde verkenningseenheden of Special Forces. In dit laatste geval wordt een diepe penetratie (deep penetration) in vijandelijk gebied uitgevoerd of een verdediging in de diepte binnengedrongen. Doel van de diepe penetratie is de vernietiging van een specifieke aanvalsdoel of het aangrijpen van een bepaalde functionaris. Diepe penetraties creŽren altijd veel angst en onzekerheid bij de vijand.

Een voorbeeld van een penetratie is de infiltratie. Hierbij wordt het terrein van de vijand, fysiek of virtueel, ongezien binnengedrongen om meer inzicht in de vijandelijke activiteiten te krijgen dan wel ter voorbereiding op de uitvoering van een andere, groter uitgevoerde offensieve actie.

Een ander voorbeeld van een penetratie is de raid. Dit is een kleinschalig uitgevoerde, snelle penetratie van vijandelijk gebied, waarbij informatie wordt veiliggesteld, vijandelijke installaties vernietigd, een high value target opgepakt of de vijand in verwarring gebracht. Hierna volgt een planmatige terugtrekking.

Terug naar Boven

 

PEOPLESOFT

PeopleSoft is de benaming van het self-service personeelsinformatiesysteem dat de P(ersoneels-) & O(rganisatie)-processen binnen de krijgsmacht ondersteunt. De Defensiemedewerker wordt via PeopleSoft in staat gesteld om zelfstandig een aantal personeelsprocessen uit te voeren.

Op informatiezuilen en desktops op de werkplek kan met de smartcard toegang worden verkregen tot het Defensie-intranet en vervolgens tot het intranetadres van PeopleSoft. De eerste personeelsprocessen die de Defensiemedewerker 'self service' kan uitvoeren zijn het aanvragen van verlof en zich ziekmelden.

Het gevolg van de introductie van PeopleSoft zal zijn dat de administratieve omhaal zal dalen en de kwaliteit van de opgeslagen personeelsgegevens zal stijgen. In PeopleSoft zijn de persoonsgegevens beschermd, beveiligd en opgeslagen conform de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Tezamen met PeoplePoint wordt Defensiebreed een koppeling gemaakt met regelgeving op het gebied van P & O, processen en begrippen.

In 2002 heeft het Ministerie van Defensie binnen het personele functiegebied gekozen voor het softwarepakket van PeopleSoft. De keuze is gevallen in het kader van Enterprise Resource Planning (ERP), Integrale Informatievoorziening (IV) en het Project P & O 2000+.

Project P & O 2000+ heeft als doel om de werkwijze op het gebied van P & O binnen Defensie te harmoniseren. Daarbij kan worden gedacht aan de werkwijzen bij onderwerpen als sollicitaties, beoordelingen, overplaatsingen, promoties e.d.

De introductie van PeopleSoft is een stap op weg naar een samenhangend en geïntegreerd informatiesysteem en levert doelmatigheidswinst op, bijvoorbeeld omdat minder personeel nodig is om de informatiestromen te beheren en te controleren. Naast standaardisatie van zaken als beleidsregels en processen zullen vanuit P&O 2000+ ook managementrapportages kunnen worden opgeleverd.

PeopleSoft is eerder bij grote organisaties als de Amerikaanse krijgsmacht, British Telecom, Shell en Unilever ingevoerd.

Terug naar Boven

 

P.E.P.A.

Engelse afkorting van: Personal Equipment Preparation Area. Dit is een gebied waar de persoonlijke uitrusting van de militair, voordat wordt vertrokken naar een missie- of oefengebied, kan worden voorbereid. Een PEPA is vaak gelegen op of nabij het vliegveld waar vandaan eenheden vertrekken naar het inzetgebied.

Ten behoeve van het vertrek van eenheden van het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps (1 GNC) naar de NRF-oefening Iron Sword in Noorwegen (mei/juni 2005) was de PEPA bijvoorbeeld gelegen op de LŁtzow-Kaserne in MŁnster-Handorf, voorheen een Duits militair vliegveld, gelegen in de nabijheid van het 1 GNC-hoofdkwartier in MŁnster.

Activiteiten die op een PEPA kunnen plaatsvinden:

Controleren op aanwezigheid van alle klassen

Controleren van de verkeersveiligheid van het voertuig adhv de gebreken op de 1-IWK ("roze lijst")

Wegen van de maximum massa, inclusief belading, van voertuigen in het kader van lucht-, weg- en/of zeevervoer

Terug naar Boven

 

PERIMETER DEFENCES

Letterlijk: nabijverdediging. Obstakels en versterkingen rondom een compound of kamp, positie, observatiepost (OP), checkpoint e.d.

Perimeter defences zijn bijvoorbeeld anti-tankgrachten, bunkers, concertina's, lichtseinen, prikkeldraad, struikeldraad en zoeklichten.

Terug naar Boven

 

PERSONAL ROLE RADIO

Afgekort: PRR. Officiële naam: AN/PRC-343 Personal Role Radio of H4855.

Producent is het Brits-Italiaanse Marconi Selex Communications.

Compact, persoonlijk verbindingsmiddel voor close combat acties op de korte afstand, met een bereik van ± 500 meter (t/m derde verdieping).

Met name te gebruiken bij uitgestegen optreden ter verbetering van de commandovoering bij beperkt zichtcontact (bij patrouilles), het delen van real time informatie en optimaal communiceren bij gevechtshandelingen.

De PRR, een item uit het Soldier Modernisation Programme, wordt met name gebruikt ten behoeve van de interne communicatie tijdens patrouilles te voet en konvooirijden.

De AN/PRC-343 Personal Role Radio (PRR).

De Push-to-Talk (PTT)-schakelaar van de PRR.

Omdat leden van infanteriegroepen zo ver mogelijk uit elkaar lopen teneinde de gevolgen van een eventuele aanslag te beperken en de kans op slachtoffers door eigen vuur te verkleinen, gebruiken zij lokale, onderlinge communicatie via de PRR.

De PRR wordt bediend met een handsfree Push-to-Talk (PTT)-schakelaar, die bijvoorbeeld is bevestigd op het handvat van de Diemaco of om een vinger.

De gesprekken worden ontvangen via een headset (die compatibel is met alle helmen) of earplug. Ook kan de PRR worden gebruikt als afstandsbediening ten behoeve van de organieke combat net radio (FM9000).

De twee varianten zenden/ontvangen zijn single mode (alleen PRR’s) of dual mode (PRR en combat net radio). Door een dual push-to-talk kan een groepscommandant zowel zijn groepsradio (PRR) als zijn pelotonsradio (RT9100 handheld) bedienen; door een single push-to-talk kunnen de groepsleden onderling communiceren.

Specificaties:

compatibiliteit

High Frequency (HF), Ultra High Frequency (UHF) en Very High Frequency (VHF)

energiebron

2 AA-batterijen (penlite)

frequentiebereik

2.400 – 2.483 MHz

gewicht

1,5 kg

kanalen

256 (waarvan 16 voorgeprogrammeerd)

Terug naar Boven

 

PERSONEELSCOMMANDO

Afgekort: Persco. Een van de commando’s die ten dienste staan van de Commandant der Landstrijdkrachten (CLAS).

Persco draagt in de rol van werkgever zorg voor het vullen én gevuld houden van de Koninklijke Landmacht (KL) en de door de CLAS aangewezen organisatiedelen buiten de KL met daartoe geschikt, opgeleid en gemotiveerd personeel.

Historie naar Personeelscommando:

1945-1950

Dienst Adjunct-Generaal (AG)

1950-1955

Directie Personeel

1955-1963

Directie Militair Personeel

1963-1976

Dienst Opperofficier Personeel KL (DOOP/KL)

1976-1995

Directie Personeel KL (DPKL)

1995-2001

Centrale Dienst Personeel & Organisatie (CDPO)

2001-2004

Directie Personeel & Organisatie (DP&O)

2004-2010Personeelscommando (Persco)

2004-heden

Personeels Logistiek Commando (PLC)

Terug naar Boven

 

PERSONEELSLOGISTIEK

Voorheen: operationele personeelsverzorging.

Personeelslogistiek richt zich in het bijzonder op activiteiten die het personeelsbestand op de vereiste sterkte houden en dus een eenheid effectief besturen.

De vereiste sterkte is, zowel kwantitatief als kwalitatief, noodzakelijk om operaties in stand te kunnen houden en voortzettingsvermogen (sustainability) te genereren.

Het op niveau houden van de personeelslogistiek draagt bij aan het behalen van de doelstelling met gevechtskracht. Daarnaast bevordert personeelslogistiek het langer operationeel optreden van een eenheid dan de periode van logistieke zelfstandigheid waarvoor de eenheid is uitgerust.

De vereiste sterkte wordt onder andere bereikt door de verzorging van het aanwezige personeel met overwegend immateriŽle middelen.

Personeelslogistiek wordt verdeeld in:

Personeelsbeheer

Personeelsmanagement. Alle activiteiten gericht op het kwalitatief en kwantitatief op peil houden van het personeel van de ingezette eenheden.

Onder andere:

► bevorderingen
militair straf- en tuchtrecht
► onderscheidingen
► personeelsaanvulling
► waarderingen (gratificaties, tevredenheidsbetuigingen)

 

Personeelszorg

Alle activiteiten en regelingen met als doel op te komen voor de fysieke, psychische en sociale belangen van het personeel van ingezette eenheden met overwegend immateriŽle middelen.

Onder andere:

► bewegingsvrijheid, rust en verlof
geestelijke verzorging
► handhaven discipline
► informatievoorziening en voorlichting
krijgsgevangenen
► ontspanning en ontwikkeling
► psychische zorg (MGGZ)
veldpost
► voorbeeldfunctie commandanten
► welzijnszorg

 

Militaire gezondheidszorg

Voorheen: operationele gezondheidszorg.

► afvoer, behandeling en verpleging van zieken en gewonden (door o.a. medische evacuatie, behandelen overledenen en role 0 t/m 4)
► gevechtsstress
hygiŽne en preventieve gezondheidszorg

Zie ook: logistiek.

Terug naar Boven

 

PERSON UNDER CONTROL

Afkorting: PUC. Uitgesproken als “puck”. Verkapte benaming voor een gevangene. De nieuwbakken kreet wordt door de Amerikaanse krijgsmacht gehanteerd voor een gevangene (“detainee”) in de wereldwijde War on Terror. Volgens de Verenigde Staten heeft een Person Under Control principieel een andere rechtsstatus dan een krijgsgevangene (POW).

De VS bieden geen rechtsbescherming aan de PUC en willen zich in voorkomend geval niet aan de Conventies van Genève moeten houden. PUC's worden met name gearresteerd in Afghanistan en Irak, waar de VS zich sinds respectievelijk 2001 en 2003 bevinden in de strijd tegen het internationaal terrorisme.

Volgens bronnen op het internet wordt de term PUC in Amerikaans militair jargon gebezigd in minachtende en allesbehalve verzachtende uitspraken als “fucking a PUC” (slaan of martelen van een gevangene) en “smoking a PUC” (een gevangene uitputten met fysieke oefeningen).

Terug naar Boven

 

P.E.S.-STRUCTUUR

P.E.S. staat voor:

P

Problem

probleem, klachten, gezondheidsverstoringen en de reactie van de zorgvrager op de ziekte

 

E

Etiology

ziekteoorzaak (samenhangende factoren, oorzaken)

 

S

Signs & Symptoms

aanwijzingen en signalen van het probleem

•  Signs: objectieve, voor de zorgverlener waarneembare bevindingen

•  Symptoms: subjectieve, voor de zorgvrager  waarneembare bevindingen

De P.E.S.-structuur is ontwikkeld door prof. dr . Marjory Gordon.

Gordon ontwikkelde een ordening in gezondheidspatronen ten behoeve van de verpleegkundige anamnese. Deze gezondheidspatronen, al dan niet verwerkt in een verpleegplan, zijn fungeren in de dagelijkse verzorging en verpleging van een zorgvrager. De 11 gezondheidspatronen ( structuren die inzicht verschaffen in deelgebieden van de gezondheidsstatus van de zorgvrager) zijn:

1

Gezondheidsbeleving en -instandhouding

2

Voeding & Stofwisseling

3

Uitscheiding

4

Activiteiten

5

Slaap & Rust

6

Cognitie & Waarneming

7

Zelfbeleving

8

Rollen & Relatie

9

Seksualiteit & Voortplanting

10

Stressverwerking

11

Waarden & Levensovertuigingen

De P.E.S.-structuur wordt bijvoorbeeld gebruikt door de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er) in relatie met S.O.A.P. en de R.U.M.B.A.-eisen.

Terug naar Boven

 

PETROL BARET

Kleur van de baret van reguliere KL-eenheden sinds 2005. Draagplicht sinds 1 september 2005, tegelijkertijd met het nieuwe dagelijks tenue (DT).

De blauwig groene (petrol) baret is een kleuraanpassing van de “KL-baret algemeen” zoals die in 2003 werd ingevoerd ter vervanging van de olijfkleurige baret.

De aanpassing volgde nadat bij actief dienende en oud-commando’s – verenigd in de Stichting ‘Redt de Groene Baret’, spreekbuis van de oud-commando’s – bezwaren waren gerezen tegen de kleur van de nieuwe Kl-baret algemeen. Die leek te veel op de groene kleur van de baret die de commando gerechtigd is te dragen na het voltooien van de fysiek en mentaal zware Elementaire Commando Opleiding (ECO).

De Stichting ‘Redt de Groene Baret’ onder aanvoering van oud-commando Wim Wentink startte een bodemprocedure tegen het Ministerie van Defensie om de groene baret exclusief voor commando’s te reserveren. Op 4 september 2003 bepaalde de rechtbank in Den Haag echter dat de kleur groen niet uitsluitend was voorbehouden aan de baret van het Korps Commandotroepen en dat Defensie die kleur ook voor hoofddeksels bij andere legeronderdelen mag gebruiken. Onder meer omdat de groene kleur van de commando’s slechts berust op een ongeschreven, op traditie berustende regel.

Intussen maakte ook ZKH Prins Bernhard, zelf in 1992 tot erecommando benoemd, zich op meerdere momenten hard voor de exclusiviteit van de groene commandobaret, onder andere tijdens het bevrijdingsdefilé in Wageningen.

Toch besloot de toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS), luitenant-generaal Marcel Urlings, in maart 2005 tot de aanpassing van de KL-baret algemeen.

Met de aanpassing kwam de BLS tegemoet aan de bezwaren. Generaal Urlings had hierover overlegd met verschillende Wapen- en Korps Traditie Raden in de KL – voorop de Wapen Traditie Raad Infanterie (WTRI), waarin alle Regimentscommandanten van de infanterie zijn vertegenwoordigd – de Uniform- en Traditie Commissie van de KL en de Stichting ‘Redt de Groene Baret’. Uiteindelijk was de nieuwe petrol baret voor alle partijen een acceptabel alternatief dat duidelijk te onderscheiden is van de groene baret.

Vóór Prinsjesdag 2005 hebben alle 24.000 militairen van de reguliere eenheden van de KL de nieuwe baret ontvangen.

Terug naar Boven

 

PETTENCEREMONIE

Traditionele plechtigheid op de Parade van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) te Breda.

De plechtigheid houdt in dat, aansluitend aan de bul- en diploma-uitreiking door de Gouverneur van de KMA, de cadetten tezelfdertijd met de rechterhand de platte pet in de lucht gooien, terwijl zij onder de linkerarm bul en/of diploma geklemd houden.

De in Dagelijks Tenue met platte pet aangetreden cadetten nemen met de pettenceremonie in het bijzijn van militaire en civiele autoriteiten, familie en vrienden afscheid van hun opleidingsperiode aan de KMA.

Terug naar Boven

 

P.H.P.D.

Betekenis: “Pijntje hier, pijntje daar”. Ironisch bedoeld. Nieuw ziektebeeld dat – helaas – ook opgeld doet bij Defensie. Door de meesten omschreven als een welvaartsziekte. Is, geheel volgens de hooggespannen verwachtingen, niet behandeld tijdens de opleiding tot Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV’er).

Komt met name voor bij luilakken, verwende nesten, simulanten, fiksniksen, piepers, mooiweersoldaten, lijders aan aandachtstekortstoornis of hospitalisatiedrang en op maandagochtend (na zon- of feestdagen). Specifiek bij geplande oefeningen en trainingen zijn al dan niet geveinsde aandoeningen en/of weersomstandigheden die veeleer nopen tot de centrale verwarming karakteristiek.

Terug naar Boven

 

P.H.T.L.S.

Betekenis: Pre-Hospital Trauma Life Support.

Amerikaanse methodiek voor de preklinische/prehospitale behandeling - dat wil zeggen: voorafgaand aan de aankomst in het ziekenhuis - van zwaargewonde patiŽnten. Afgeleid van de Advanced Trauma Life Support (ATLS), die in 1980 is ontwikkeld door het Amerikaanse College of Surgeons (ACS).

Intussen is PHTLS in vele tientallen landen dť internationale standaard voor het uitvoeren van levensreddende handelingen bij meervoudige traumaslachtoffers. Hierbij wordt het slachtoffer in een gestandaardiseerde volgorde behandeld.

In PHTLS wordt de nadruk gelegd op de behoefte aan een snelle, nauwkeurige ABC-beoordeling van de toestand, het vaststellen van shock en hypoxie (zuurstofgebrek), het starten van interventietechnieken zoals 'rapid extraction' en een snel maar veilig transport.

De Amerikaanse cursus is in Nederland in eerste instantie alleen ingevoerd voor ambulanceverpleegkundigen, later ook voor ambulancechauffeurs. In Nederland is Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) Ambulancezorg/Instituut Ambulancezorg Nederland licentiehouder voor de Nederlandse Stichting Pre-Hospital Trauma Life Support (PHTLS), die toeziet op de kwaliteit en de organisatie van de PHTLS-cursussen (Provider Course en Instructor Course).

De tweedaagse cursussen worden gegeven op de Ambulance Academie (gebouw 49), die is gevestigd op de Korporaal Van Oudheusdenkazerne in Hilversum.

De Provider Course bevat de volgende onderwerpen:

Kinematics of trauma

Assessment and management

Airway management and ventilation

Shock and fluid resuscitation

Head trauma

Spinal trauma

Thoracic trauma

Abdominal trauma

Musculosketal trauma

Considerations in the pediatric and elderly patient

Thermal trauma

Golden principles of pre-hospital trauma care

Bron: 'De Nederlandse uitgave van PHTLS, Pre-Hospital Trauma Life Support', tweede druk (Elsevier Gezondheidszorg, 2007, ISBN 9789035229532).

Zie ook: Advanced Trauma Life Support (ATLS).

Terug naar Boven

 

P.I.F.W.C.

Person Indicted For War Crimes. Duits: eine wegen Kriegsverbrechen angeklagte Person. Frans: personne inculpťe de crimes de guerre. Nederlands: wegens oorlogsmisdaden aangeklaagd persoon.

De term raakte, na de instelling van het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY, JoegoslaviŽ-tribunaal) in Den Haag, in gebruik voor een persoon die op last van het ICTY op het grondgebied van voormalig JoegoslaviŽ wordt gezocht, opgespoord en aangehouden voor schendingen van het internationaal humanitair recht en/of de mensenrechten sinds 1991.

De rechtsbevoegdheid van het ICTY betreft de aanhouding in verband met genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en schendingen van de Conventies van GenŤve.

Tijdens de burgeroorlog in voormalig JoegoslaviŽ, vooral die op het grondgebied van BosniŽ-Herzegovina, werden door alle strijdende partijen - Bosniakken, Kroaten en ServiŽrs - (grove) misdaden begaan, zowel tegen combattanten als tegen de burgerbevolking. Daarbij kwamen naar schatting 100.000 mensen om het leven en werd een veelvoud hiervan verdreven van huis en haard.

In de perioden na United Nations Protection Force (UNPROFOR) - achtereenvolgens: de Implementation Force (IFOR), de Stabilization Force (SFOR) en de European Union Force (EUFOR) in BosniŽ-Hercegovina (1995-heden) - zijn veel gezochte PITFWC's aangehouden door Special Forces en Joint Commission Observers (JCO's).

Hoewel in het debat over de omvang en de precieze rol van de NAVO in BosniŽ-Herzegovina de arrestatie van PIFWC's aanvankelijk leek te leiden tot een mission creep - omdat in de Akkoorden van Dayton de arrestatie van oorlogsmisdadigers een primaire verantwoordelijk van de lokale partijen was - konden PIFWC's als Goran Jelisić, Milaan Simic, Miroslav Tadic en Simo Zaric door Special Forces worden aangehouden. Tot die speciale eenheden behoorden onder meer de Naval Special Warfare Development Group en Delta Force (beiden VS) en de Britse Special Air Service.

Nederlandse militairen werden hiertoe toegerust met een instructiekaart: 'Instructies voor SFOR-militairen betreffende het omgaan met personen die zijn aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden (Persons Indicted For War Crimes: PIFWC)'.

Niet te verwarren met een Prisoner of War (POW, krijgsgevangene), die in gevangenschap wordt gehouden door een oorlogvoerende partij tijdens of direct na een gewapend conflict.

Terug naar Boven

 

PIJN

Ezelsbruggetje dat zijn dienst kan bewijzen bij het stellen van een anamnese van pijn is 'PATIENT'. Hierbij gaat het er om wat de patiŽnt met betrekking tot de voorgeschiedenis van zijn pijn(beleving) kan vertellen - met in het achterhoofd de definitie van pijn (1968) van Margo McCaffery: "Pijn is wat de patiŽnt zegt dat het is, en treedt op wanneer hij het zegt".

P

Plaats

  • Wat is de locatie van de pijnklachten?
  • Is er sprake van uitstraling (referred pain)?
  • Is dat 'nieuwe' pijn of is die pijn er al lang?

A

Aard

  • Omschrijf de pijn (woordelijk): knagend, krampend, stekend, zeurend, pijn bij inspanning, druk- en/of loslaatpijn, pijnlijk gevoel bij aanraking

T

Tijd

  • Wanneer is de pijn begonnen?
  • Wat is het (dag)verloop van de pijn?
  • Wanneer wordt de pijn erger/minder erg?

I

Intensiteit

  • Visual Analogue Scale (VAS, 0 t/m 10); VAS ≥ 4?
  • Wat verergert of verzacht de pijn?

E

Eigen idee

  • Wat is, denkt u zelf, de oorzaak van de pijn?

N

Nevenverschijnselen

  • Wat zijn de bijeffecten die door die pijn worden veroorzaakt?
  • Wat zijn de gevolgen?
  • Wat doet de pijn met u (chagrijnig, geÔrriteerd, misselijk, moe)?

T

Therapie

  • Medicatie?
  • Interventies?

Terug naar Boven

 

PINKIE

Landrover Defender 110. Afgekort: Def 110. Uitgesproken: "Land Rover One-Ten". Roze geschilderd terreinvoertuig met een verlengde wielbasis zoals die wordt gebruikt door de Mobility Troop van de Special Air Service. De kleur roze (“pink”) is erg moeilijk in de woestijn te zien en gaat nagenoeg op in de omgeving. Het voertuig wordt al sinds de Tweede Wereldoorlog ingezet ten behoeve van infiltraties (Long Range Desert Patrols) tijdens woestijnoperaties.

Vaak is het voertuig voorzien van een mix aan wapens, zoals een mitrailleur .50 inch Browning M2 HB (GPMG), Mk 19 granaatwerper 40 mm en Milan-antitankraket.

Terug naar Boven

 

P.I.O.F.A.H.

P.I.O.F.A.H.-factoren zijn de interne bedrijfsvoeringprocessen die zoveel mogelijk gedecentraliseerd worden tot op het bestuursniveau van de eenheidsoverkoepelende Resultaat Verantwoordelijke Eenheid (RVE).

De P.I.O.F.A.H.-factoren omvatten de ondersteunende in plaats van de primaire bedrijfsvoeringprocessen: gevechtskracht cq. crisisbeheersingsvermogen.

Ook binnen de Defensieorganisatie betreffen de P.I.O.F.A.H.-factoren de overheadkosten. Dit zijn de kosten die niet voortkomen uit de totstandkoming van het direct zichtbare product dat de krijgsmacht levert – gevechtskracht cq. crisisbeheersingsvermogen – maar kosten die voortkomen uit de interne bedrijfsvoering. Indirecte kosten dus, die in het geheel niet of nauwelijks kunnen worden toegeschreven aan het genereren van gevechtskracht cq. crisisbeheersingsvermogen.

P

Personeel en opleiding

I

Informatievoorziening en automatisering

O

Organisatie

F

FinanciŽn (budgetten)

A

Aanschaffingen (logistiek)

H

Huisvesting en infrastructuur

In het concept van het integrale management van de Defensieorganisatie krijgen commandanten van RVE’en, die zichzelf moeten besturen, volledig de beschikking over de bedrijfsvoeringbudgetten met betrekking tot de P.I.O.F.A.H.-factoren.

Tot de P.I.O.F.A.H.-factoren worden ook gerekend:

advies & assistentie

communicatie

integrale beveiliging

materieellogistiek beheer

onderzoek & ontwikkeling

vervoer

Terug naar Boven

 

P.I.O.L.O.

Format dat op compagniesniveau kan worden gehanteerd bij een terugkoppeling aan compagniesstaffunctionarissen en PC’n aan het begin van de werkweek. Loopt redelijk parallel aan de indeling in secties op bataljonsstaven en hoger.

P

Personeel

CC, (O)PC’n

Aan- en afwezigheid van personeel
Planning “in a nutshell”
Bijzonderheden
Zaken die leuk, (niet) goed zijn of er anderszins uitspringen

 

I

Inlichtingen

PlvCC, CA, (O)PC’n, OCD

OCD-dienst
Telling van de wapenkamer
Opplannen
Inwendige dienst (o.a. inspecties)
Overige relevante veiligheidsaspecten

 

O

OperatiŽn,
Opleiding & Training
Ondersteuningen

PlvCC, SMO (Stoo), (O)PC’n

Weekrooster en SJP
Ondersteuningen en onderbevelstellingen
Lopende en 1UP/2UP verzochte steunverleningen

 

L

Logistiek

PlvCC, PC Log

Algemeen
Aanvragen, onderhoud en tellingen
Bijzonderheden

 

O

Overigen

CC, (O)PC’n, overigen

Sport
Andere zaken dan genoemd onder PIOL
WVTTK (Wat verder ter tafel komt)
Rondvraag

Terug naar Boven

 

PIONIER

Duits: Pionier. Engels: pioneer. Frans: pionnier. Traditionele benaming van een militair van het wapen der genie die zich, in de letterlijke zin van het woord, heeft gespecialiseerd in het als eerste verkennen van onbekend gebied (baanbreker of wegbereider) en het uitbrengen van inlichtingen hieromtrent.

Al sinds de Middeleeuwen kennen krijgsmachten de pionier, die gewapend met bijl, houweel, schop en zaag wegen of legerplaatsen begaanbaar maakte. Daarnaast is de pionier tegenwoordig de genist bij uitstek voor het aanleggen of opruimen van hindernissen, vellen van bomen, maken of vernielen van bruggen, bunkers, tunnels en overige bouwwerken (brugslag, wegherstel) en vernielen van explosieven. De pionier doet traditiegetrouw praktisch al het geniewerk dat nodig is om de vijand te hinderen of vertragen.

Binnen de infanterie voert de infanteriepionier (pionier-geweerschutter, verkenner-pionier) als voorste verkenner van de infanteriegroep zelfstandig verkenningstaken uit. Hierbij is de pionier specifiek belast met het her- en onderkennen van boobytraps, IED’s, landmijnen, struikeldraden, valstrikken e.d. en opwerpen dan wel verwijderen van kunstmatige en/of natuurlijke hindernissen.

Bij Legerorder no. 57 uit 1947 zijn de vier emblemen – van goudkleurig metaal op een bruine achtergrond – voor de genie vastgesteld.

Het pioniersembleem bestaat uit een gekruiste houweel en spade, met in het midden de sappeurshelm.

Vůůr de Tweede Wereldoorlog omschreef de Gevechtshandleiding de pionier als volgt: “Pioniers zijn infanteristen die vechten met technische middelen."

Zie ook: genie, mineur, pontonnier en sappeur.

Terug naar Boven

 

PIONIERPANZER 3 KODIAK

De Pionierpanzer (PiPz) 3 Kodiak

Armoured Engineer Breaching Vehicle (AEBV) Kodiak. Ook genaamd: Pionierpanzer (PiPz) 3 Kodiak. Vervaardigd door de Duitse fabrikant Rheinmetall Land Systemen.

Het Ministerie van Defensie besloot in april 2006 tien genie-/doorbraaktanks aan te schaffen, die vanaf 2011 zijn ingevoerd.

De PiPz 3 Kodiak, gebouwd op het onderstel van de Leopard 2A5, heeft de beschikking over een scharnierend graafwerktuig dat centraal voorop de tank staat en kan worden uitgerust met zowel een bulldozerblad als een mijnploeg.

De genie-/doorbraaktank is een multifunctioneel geniesysteem. Het voertuig kan dozeren (grond schuiven), graven, hijsen, lieren en beton breken/verpulveren. De graaf- en grijpbak kan geheel om zijn as draaien. Met behulp van twee flatracks kan het voertuig worden omgebouwd in een mijndoorbraak- en fascinesysteem. Hierdoor is de Kodiak in staat om doorgangen te forceren in gebieden met diverse natuurlijke en kunstmatige hindernissen, zoals aarden wallen, barricaden, greppels en mijnenvelden. Daarnaast kan de Kodiak overeenkomstige hindernissen opwerpen om het optreden van de opponent te vertragen.

Indien nodig onder vijandelijk vuur, kan de Kodiak de volgende werkzaamheden verrichten:

  • afgraven, afvlakken en opwerpen van aarden wallen
  • bergen of (weg)slepen van voertuigen (tot zijn eigen gewicht)
  • creëren van doorgangen door mijnenvelden voorzien van begraven of aan de oppervlakte liggende mijnen
  • graven van (afwaterings)grachten en beschermende opstellingen
  • grijpen, hijsen en verplaatsen van zware lasten
  • openwroeten of opbreken van harde oppervlakten
  • opvullen of dichtschuiven van gaten in wegen en greppels
  • uiteen- of wegtrekken van versperringen, obstakels en puin
  • wegduwen van versperringen, obstakels en puin

Specificaties:

bemanning3

breedte

3 meter 54

genie-uitrustinggrondboor, hydraulisch handgereedschap, 145 mm motorflex doorslijpschijf, motorkettingzaag, wroetertanden
gewicht62 ton
 

hoogte

2 meter 30

lengte

10 meter 20

mijnbeschermingzwevende tweede vloer boven buikpantser voertuig

Military Loading Class (MLC)

70

Zie ook: Leopard 2A6 Main Battle Tank.

Terug naar Boven

 

PIONIERSCHOP

Ook genaamd: infanterie-, Linnemann- of pioschop. Deens: Linnemannska spaden. Duits: Klappspaten. Engels: entrenching tool; E-tool. Frans: pelle bêche.

De pionierschop is een opvouwbare schop die als draagbaar gereedschap tot de uitrusting van elke militair behoort. Met de pionierschop kan ook worden gehakt en gezaagd, maar het hoofddoel is het uitvoeren van graafwerkzaamheden. Behalve ten behoeve van het a.s.a.p. ingraven bij beschietingen óf bij kans op vuurcontact, kunnen met een pionierschop ligsleuven, onderkomens en kakgaten worden gegraven én gevechtsdekkingen worden verbeterd.

Uitvinder van de pionierschop is de Deense kapitein der infanterie M.J.B. Linnemann (1830-1889), die in 1867 een schop construeerde die niet langer was dan ½ meter en 700 à 750 gram woog. Al sinds 1876 behoort de pionierschop tot de uitrusting van de Nederlandse militair.

De tegenwoordige, 3-delige pionierschop in foedraal behoort bij de Koninklijke Landmacht tot de basisgevechtsuitrusting. Doorgaans wordt de pionierschop op het achterpand van de rugzak bevestigd dan wel midden op het achterpand van het draagsysteem/opsvest.

De stalen pionierschop is olijfgroen van kleur, meet in dubbelgevouwen toestand 24 cm en de bladgrootte is 21 bij 15,5 cm. Het handzame schopje weegt 1 kg.

Om roestvorming tegen te gaan wordt de pionierschop vaak ingesmeerd met wapenolie (BreakFree); dit is uit milieu-oogpunt echter niet toegestaan.

Zie ook: pionier.

Terug naar Boven

 

PISTOOL

Pistole pistol pistole.

Handzaam, licht en semi-automatisch vuistvuurwapen (kleinkaliberwapen) met een magazijn in het handvat en een korte loop, dat met ťťn hand kan worden afgevuurd en geschikt is voor gebruik op korte afstanden. Het pistool was en is met name bedoeld voor het voeren van loopgraafgevechten, nabijverdediging en het gebruik tijdens een verkenningspatrouille.

Het vuursteenpistool dat Edward Oxford in 1840 gebruikte bij zijn mislukte aanslag op Koningin Victoria.

H.M.F. Landolt noemde het pistool "het korte vuistroer der kavallerie", genoemd naar de kurassiers die de eerste vuistvuurwapens bedienden.

Door de uitvinding van het radslot in de 16e eeuw - een nieuw soort (vuursteen)ontstekingsmechanisme - verscheen het radslotpistool in groten getale op het slagveld. Het radslotpistool verving zowel het lontslotpistool als de voorlader.

De Apache revolver, kaliber 7 mm (.27), is vernoemd naar Franse zware jongens met de naam Les Apaches.

De revolver-annex-boksbeugel-annex-dolk, ontworpen door wapenmeester Louis Dolne uit Luik, weegt 385 gram en is in opgevouwen toestand slechts 20 cm lang.

Ondanks een effectieve dracht van slechts 5 ŗ 10 meter, verving het pistool uiteindelijk de lans als het primaire wapen van de cavalerie, met name vanwege het vernietigende effect van een (vol)treffer. Voortaan waren ruiters toegerust als pistoliers, met de ene hand aan de teugels en de andere om de handgreep van het pistool. Pistoliers gingen niet langer het man-tot-mangevecht aan: herladen duurde te lang.

Het pistool had en heeft een zekere distinctie, wat onder andere te danken is aan zowel de Toscaanse stad Pistoia - waarmee de uitvinding van het radslotpistool in 1517 wordt geassocieerd - als het uit vroeger tijden bekende en als 'romantisch' getypeerde duelleren met pistolen.

Beenholster.

Hoewel het pistool in de loop der tijden van vorm veranderde, in het midden van de 19e eeuw wijzigde van een enkelschots- in een repeteerwapen (semi-automatisch: de patronen bevinden zich in een patroonhouder, die in het magazijn in de kolf van het pistool wordt geschoven) en steeds korter werd, bleef de oorspronkelijke draaghouding ongewijzigd in een holster (op het zadel te paard) of pistooltas.

Aan het einde van de 20e eeuw raakte het sneltrekholster (Engels: quick release holster) in gebruik, dat aan de broekriem en met elastische banden aan het bovenbeen is bevestigd.

Bij het semi- of halfautomatische pistool wordt bij elk schot de patroonhuls uitgeworpen, waarna een nieuwe patroon in de loop wordt gebracht. Pistolen hebben in de regel een kaliber van 6,35 mm, 7,62 mm of 9 mm. De effectieve dracht is tegenwoordig gemiddeld zo'n 25 ŗ 50 meter.

Een van de bekendste pistolen is de Duitse Luger ("Selbstladepistole Parabellum"), nog altijd geliefd bij sportschutters. Andere bekende pistolen zijn de FN Browning (de voorloper van de Glock 17 bij de Koninklijke Landmacht), Glock 17, SIG Sauer en Walther P5 (in gebruik bij de Nederlandse politie).

Pistoolbewapenden binnen de Koninklijke Landmacht dragen het wapen in het pistoolholster aan de linkerzijde, de schouderriem van het pistoolholster over de rechterschouder.

Een afzonderlijk vorm is de revolver (draaipistool of pistool met draaiende ladingcilinder), ontworpen door de Amerikaan Samuel Colt in het organieke kaliber .45.

De revolver onderscheidt zich van het pistool door een draaiende trommel waarin zich de patronen bevinden. Bij het afvuren van een schot wordt automatisch de volgende patroon voor de loop gebracht door een mechanisme dat ervoor zorgt dat bij het spannen van de haan - later: het overhalen van de trekker - de ladingcilinder, die gewoonlijk is voorzien van zes kamers parallel aan de rotatie-as, deels wordt gedraaid. Onder andere de geringe vuurkracht en de onnauwkeurigheid leidden ertoe dat de revolver langzaamaan in onbruik raakte ten gunste van het semi-automatische pistool.

Het gouden pistool dat Francisco Scaramanga hanteert in de James Bond-film 'The Man with the Golden Gun' (1974). Met zijn pistool vuurde Scaramanga, gespeeld door de Britse acteur Christopher Lee, alleen gouden patronen af met het fictieve kaliber 4,2 mm.

Het pistool van Joop Hueting, oud-dienstplichtig militair in Nederlands IndiŽ.
Bron: de Volkskrant, 14 juli 2012.

Een bijzonder soort pistool is het Very-pistool, uitgevonden door luitenant Samuel W. Very in 1877.

Het pistool - dat witte, gele, rode of groene licht-sas-pillen (light cartridges; signal flares) in een bepaalde volgorde kon verschieten - werd vooral gebruikt om verbindingssignalen gecodeerd over te brengen. Het gebruik van het Very-pistool speelde vooral in de laatste jaren van de Eerste Wereldoorlog een rol, omdat telefoonverbindingen tijdens artilleriebombardementen beschadigd waren en draadloze verbindingen nog in de kinderschoenen stonden. Het meest voorkomende Very-pistool had een gladde loop en een kaliber van 1 inch (2,54 cm). Uit het Very-pistool evolueerde het seinpistool. Binnen de KL wordt het seinpistool GECO gebruikt.

Zie ook: Glock 17 en seinpistool.

Terug naar Boven

 

PLAATSING IN DE TUCHTKLASSE

Zwaarste straf die de Wet op de Krijgstucht kende (tot de wijziging van die wet in 1974). De krijgstuchtelijke straf was het uiterste middel om de militair wegens ondisciplinair gedrag tot zijn plicht te brengen en tot een beter militair te vormen.

De duur van de plaatsing in de tuchtklasse was minimaal drie maanden en maximaal één jaar; in de praktijk duurde deze doorgaans drie of vier maanden.

De militair in de tuchtklasse geplaatst werd uitgesloten tot het verrichten van elke dienst en opgesloten in provoost of cachot: hij onderging de straf in eenzame opsluiting bij dag en nacht, soms zelfs in een donker hok of kelder.

Zie ook: Militair Penitentiair Centrum Stroe, Nieuwersluis en tuchtrecht.

Terug naar Boven

 

PLANNING

Duits: Planung. Engels: planning. Frans: planning. Het georganiseerde proces van het creŽren, slijpen en polijsten van het plan voor de uitvoering van een operatie. Lange- en kortetermijnplanning van toekomstig operationeel optreden wordt op macroniveau uitgevoerd door staven, waarbij plannen worden voorbereid en uitgewerkt, maar uiteraard ook op microniveau. Elke commandant – van opperbevelhebber tot plaatsvervangend groepscommandant – heeft ermee te maken, hetzij voor plannenmakerij voor de inzet van (delen van) de krijgsmacht, dan wel voor de planning van opdrachten in een inzetgebied (mission planning).

In militaire plannen – in de regel gemaakt in overeenstemming met militaire doctrines – wordt toegewerkt naar het bereiken van een end-state (eindsituatie), waarmee een operatie succesvol kan worden beŽindigd. In traditionele operaties is de end-state in de regel de militaire nederlaag van de vijand in zijn zwaartepunt, terwijl in hedendaagse militaire operaties doorgaans niet zozeer de militaire overwinning maar een functionerende samenleving de eindsituatie is. In het laatste geval worden bij het plannen zonder meer culturele, economische, psychologische, religieuze en sociale aspecten in overweging genomen (comprehensive approach).

Militaire planning wordt gewoonlijk onderverdeeld in drie hiŽrarchieke niveaus: strategisch, operationeel en tactisch. De niveaus bepalen zowel het planningsproces als het resultaat hiervan: de uitvoering.

Commandanten zullen drie vormen van planningsfactoren incalculeren:

die voortkomen uit de opdracht en de commander’s intent van het hogere niveau;
die voortkomen uit de beoordeling van de toestand (BVT) en ontwikkeld zijn gedurende het planningsproces;
die de uitvoering van de operatie beïnvloeden.

Terwijl militaire planning impliciet vraagt rekening te houden met zowel een intelligentere vijand als allerhande complex-dynamische omgevingsfactoren, blijft de grootste antagonist en manipulator van militaire planning te allen tijde frictie. Denk hierbij aan de wijze woorden van de 19de-eeuwse Pruisische generaal Helmuth von Moltke Sr. (1800-1891): “Kein Operationsplan reicht mit einiger Sicherheit über das erste Zusammentreffen mit der feindlichen Hauptmacht hinaus.” (“Met enige zekerheid overleeft geen enkel operatieplan het eerste gevecht met een vijandelijke hoofdmacht.”). Er is geen grotere oorzaak voor de beÔnvloeding van een uit te voeren operatie dan frictie.

Juist hedendaagse militaire operaties dienen in toenemende mate het hoofd te bieden aan nieuwe uitdagingen, zoals bindende voorwaarden die voorkomen uit internationale verdragen en wetgeving (mandaat e.a.), contacten met en het opgaan van de lokale bevolking in het strijdverloop en de behoefte aan snelle (real-time) en oplossingsgerichte proactie en reactie.

Bij opdrachtgerichte commandovoering vinden (politieke) besluitvorming en (militaire) planning centraal plaats, terwijl de uitvoering gedecentraliseerd is.

Zie ook: frictie en opdrachtgerichte commandovoering.

Terug naar Boven

 

PLANNINGSFACTOR

Duits: Planungsfaktor. Engels: planning factor. Frans: facteur de planification. Planningsinstrument in het besluitvormingsproces dat de commandant helpt de toestand te beoordelen (BVT’en) en een beslissing te nemen.

Planningsfactoren zijn een vermenigvuldigingsfactor (multiplier) en/of een concrete veronderstellingen. Immers, een plan moet te allen tijde worden opgevat als een veronderstelling.

Als vermenigvuldigingsfactor kan worden gedacht aan het berekenen en schatten van de gedachte tijdsduur (optreden bij duisternis, in verstedelijkte gebieden), verbruikshoeveelheden (b.v. klasse I t/m X) en verhoudingsgetallen (ratio’s).

Concrete planningsfactoren zijn afgeleid van de opdracht dan wel het oogmerk van de naasthogere commandant. Hierbij kan worden gedacht aan:

ambitieniveau van de politiek

eventualiteitenplanning (contingency planning)

kerntaken (core-business) van een eenheid

lines of communication (aanvoerlijnen)

prioriteitstoewijzingen aan specifieke gebruikers

vereiste voorbereidingstijd

zwaartepunt

Frictie is geen planningsfactor.

Terug naar Boven

 

PLATINUM 10 MINUTES

Binnen de traumageneeskunde zijn de eerste 10 minuten na een incident het belangrijkst: de Platinum 10 Minutes.

In deze tien, pre-hospitale minuten worden met name levensreddende handelingen verricht. Hierna volgt het ijltransport naar het ziekenhuis; dit valt binnen het Golden Hour.

Op basis van ervaringen in conflictgebieden als Afghanistan en Irak hebben de NAVO-landen consensus over de geneeskundige tijdslimieten bereikt: de klassieke 1-2-4-regel (1 uur, 2 uur, 4 uur) is vervangen door de 10-1-2-regel (10 minuten, 1 uur, 2 uur):

10 minuten
(Platinum 10 Minutes)

Binnen de eerste 10 minuten na het incident worden eerste opvang, levensreddende handelingen en stabilisatie uitgevoerd door niet-medisch personeel (Non-Medical First Responders of combattanten met een geneeskundige neventaak), zoals de gewondenhelper (Combat Life Saver), Medic en, in BelgiŽ, aidman.

 

1 uur
(Golden Hour)

Uiterlijk 1 uur na het incident moet medisch personeel het slachtoffer kunnen bereiken met een evacuatiemiddel (voertuig, helikopter) en dient Advanced Trauma Life Support (ATLS) te worden verleend.

 

2 uur

Uiterlijk 2 uur na het incident moet een slachtoffer dat een chirurgisch ingreep dient te ondergaan een Role 2 Medical Treatment Facility (of hoger) bereiken om de initiŽle chirurgische behandeling te krijgen.

Door de inzet van goed getrainde en uitgeruste (Non-Medical) First Responders binnen de krijgsmacht wordt een veelbetekenende verbetering van de overlevingskans (survival rate) gezien.

In Nederland heeft de Hoogste Medische Autoriteit (HMA) van de krijgsmacht, de commandant van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO), bovenop de 10-1-2-regel bepaald dat binnen 15 minuten na het incident de inzet van de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV) is gewaarborgd.

In de eerste 10 minuten zijn middelen als het Combat Application Tourniquet (CAT) en hemostatisch verband essentieel om levensreddende handelingen uit te voeren.

Zie ook: Advanced Trauma Life Support (ATLS), aidman, Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV), Combat Application Tourniquet (CAT), geneeskundige tijdslimieten, gewondenhelper (Combat Life Saver), Golden Hour, Medic, Role 2 Medical Treatment Facility, TRAUMATATIJD (ijltransport).

Terug naar Boven

 

PLATTE KNOOP

Officieel: halve steek.

De platte knoop wordt toegepast om twee einden van een lijn (tampen) van gelijke dikte en gelijke belasting met elkaar te verbinden:

► Pak in elke hand een tamp van Ī 50 cm van de met elkaar te verbinden lijnen;

► Leg de rechter tamp over de linker tamp en haal deze eronder door;

► Leg nu de linker tamp over de rechter tamp en haal deze eronder door;

► Trek de knoop aan beide kanten strak;

► Maak aan beide kanten van de knoop een veiligheidsknoop (halve knoop).

Terug naar Boven

 

PLEIN 4

Plein 4 in Den Haag is de locatie van de Bestuursstaf van het Ministerie van Defensie.

Het gebouw aan het Plein is een in 1746 gebouwde aristocratische patriciŽrswoning, die sinds 1820 het onderkomen is van het toenmalige Departement van Oorlog.

Tegenwoordig is het gebouw aan het Plein het hoofdgebouw van het ministeriŽle complex, dat is gevestigd tussen het Plein en de Kalvermarkt.

Terug naar Boven

 

PLUNJEZAK

Seesack.
kit-bag; baggage muster.
sac de marin.

Ook genaamd: plunjebaal (pluba). Officieel: zak, goederen, legergroen, KL.

Cilindrische goederenzak met een lengte van 90 cm en een diameter van 45 cm. De plunjezak, van 100% katoencanvas of niet-geÔmpregneerd zeildoek, heeft een handvat en een adreslabelvakje.

Wanneer de sluitbeugel door alle zes in de plunjezak gestanste zeilringen is gestoken, kan de goederenzak aan de bovenkant worden gesloten door de musketonhaak - die aan de draagriem is bevestigd - vast te maken aan de sluitbeugel.

Met een hangslotje door de sluitbeugel wordt de plunjezak afgesloten en met een label aan de sluitbeugel of in het adreslabelvakje wordt de goederenzak voorzien van een label met naam, rang, registratienummer en eenheid.

De goederenzak werd al in 1940 ingevoerd, maar de eerste modellen waren - in tegenstelling tot de huidige egaal groene (olijfgroene) - kakikleurig.

De plunjezak wordt nog altijd gebruikt voor vervoer en opslag van PGU (voorheen PSU), onder andere bij alarm, mobilisatie of de verhuizing naar een andere standplaats.

Terug naar Boven

 

P.M.E.S.I.I.

Model dat binnen de NAVO in het kader van de Comprehensive Approach wordt gebruikt. Het beschrijft de operationele omgeving, waarin commandanten militair vermogen inzetten, aan de hand van de aspecten politiek, militair, economisch, sociaal, infrastructuur en informatie.

Het model is een hulpmiddel dat de (antropologische) aspecten ordent, commandanten, inlichtingenfunctionarissen en staven helpt om inzicht in de operationele omgeving te krijgen en kan voorkomen dat de processen in een militaire operatie fluÔde (vluchtig) blijven.

PMESII beschrijft de basale kenmerken van een vijandelijk (of bondgenootschappelijk) land. Dit ondersteunt het bepalen van de sterke en zwakke punten van dat land, waardoor afwegingen kunnen worden gemaakt over de effecten die vervolgacties hebben. PMESII is een verzameling van (f)actoren van invloed voor, tijdens en na een militaire interventie. De fysieke omgeving (terrein en weer/klimaat) en de actoren uit de maatschappelijke omgeving (PMESII) oefenen invloed uit op elkaar en op de (operationele omgeving). Dit veroorzaakt dynamiek, die ook kan leiden tot frictie.

Het grondig bestuderen van deze (f)actoren binnen de operationele omgeving zorgt ervoor dat het dreigings- en omgevingsbeeld compleet wordt gemaakt. Hierdoor wordt het denken in effecten mogelijk: welke vervolgactiviteiten zijn gewenst om geplande doelstellingen en uiteindelijk de beoogde end-state te behalen. De te bereiken effecten zijn leidend voor de samenstelling van de noodzakelijke capaciteiten.

P

Political

Staatsvorm, grondwet, regering, wetgeving, politieke agenda, verkiezingen

M

Military

Veiligheidssituatie,  compositie en dispositie van militaire eenheden, missie, middelen en uitrusting, area of operations

E

Economic

Bancair en monetair, handel, industrie, internationale kredietwaardigheid, landbouw, veeteelt, olie en gas

S

Social

Demografie, bevolking, culturele achtergronden en verschillen, etniciteiten, geletterdheid, levensstandaard, migratietrends, opleidingsniveau, religies, talen, urbanisatie

I

Infrastructure

Gezondheidszorg- en onderwijsinstellingen, (spoor- en water-)wegen, bruggen, havens, vliegvelden, nutsvoorzieningen (elektriciteit, water), transport, vliegvelden

I

Information

Media, dag- en weekbladen, radio en tv, persvrijheid, communicatiemogelijkheden

PMESII is van groot belang voor analisten, CIMIC-specialisten, cultureel adviseurs (CULAD), geo-profilers, juridisch adviseurs (JURAD), ontwikkelingssamenwerkingadviseurs (OSAD), politiek adviseurs (POLAD) en overige Subject Matter Experts (SME's).

Vragen die conform PMESII, en de verschillende deelaspecten, moeten worden beantwoord zijn waarom die relevant zijn voor de lokale bevolking en hoe die de stabiliteit beÔnvloeden. Op basis van de aspecten kunnen aannames worden gedaan over te verwachten scenario's in de operationele omgeving. In de scenario's worden naast de Enemy Courses of Action (ECoA) ook de mogelijke activiteiten van andere, niet-gewelddadige actoren weergegeven.

De wijze van optreden van eenheden met inzet van personeel en materieel zal steeds verschillen; dit verschil zal zichtbaar zijn tijdens de deployment, de inzet en de redeployment.

Zie ook: 3D-benadering (Defense, Diplomacy, Development), D.I.M.E. en Effects-Based Approach to Operations (EBAO, effectgebaseerde aanpak).

Terug naar Boven

 

P.N.O.D.

Voluit: Pool Niet-Operationeel Dienstvervoer.

Sinds 2014/'15 een pool van civiele dienstvoertuigen binnen de krijgsmacht die wordt gebruikt voor het uitvoeren van dienstreizen e.d., niet voor operationele taken.

De poolvoertuigen kunnen worden gebruikt door alle Defensiemedewerkers met een B-rijbewijs en staan op Ī 15 minuten afstand van de meeste werklocaties.

In totaal heeft de PNOD-organisatie de beschikking over zo'n 3.500 poolvoertuigen van verschillende merken, onderverdeeld in:

► (kleine) personenauto's

► 5-deurs personenauto's met veel bagageruimte

► bestelauto's (combo's) met een kleine laadbak

► busjes voor 2 tot 8 personen met een groot laadvermogen

Het reserveren van een PNOD-voertuig is mogelijk via het intranet van Defensie, zowel via CDC Direct als DIDO. De aanvraag dient minimaal twee werkdagen van tevoren te worden ingediend.

In het geval van een reserveringsaanvraag via DIDO gaat deze tevens naar de PeopleSoft-manager (lijnmanager, in de regel de PC). Zodra hij/zij akkoord geeft, heeft de Defensiemedewerker formeel toestemming voor een dienstreis.

Het dienstvoertuig kan op elk gewenst tijdstip binnen de gereserveerde periode worden opgehaald.

Indien geen civiel dienstvoertuig meer beschikbaar is op de door de medwerker gewenste locatie, kan in voorkomend geval vanuit een andere poollocatie een voertuig worden gebracht of, in het uiterste geval, een voertuig worden ingehuurd. Bij calamiteiten kan de PNOD-organisatie zelfs met spoed een voertuig regelen.

De PNOD-organisatie is 24/7 telefonisch bereikbaar, maar niet voor voertuigreserveringen.

Op de poollocatie checkt de medewerker in met de Defensiepas. De kaart wordt via een card-reader uitgelezen aan de bovenzijde van de bestuurderszijde van de voorruit, waardoor het voertuig open gaat of sluit. De autosleutel bevindt zich aan een staaldraad in het voertuig.

In het PNOD-voertuig bevindt zich geen rittenstaat (voertuigboekje): het Civiele dienstauto Gebruik Informatie Systeem (CGIS) registreert de positie, technische staat van het voertuig, kilometerstand en of een servicebeurt benodigd is.

Het bedrijfsbureau van de PNOD-organisatie bevindt zich op Camp New Amsterdam in Huis ter Heide.

Zie ook: DIDO en Global Positioning System (GPS).

Terug naar Boven

 

POEROET

Warme chocolademelk. Ook geschreven als: purut.

Term uit de koloniaal-militaire overlevering van de Oost en het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL).

De betekenis van poeroet is "citroen"; het verband tussen warme chocolademelk en citroen is onduidelijk.

Zonder de aanvulling met glŁhwein of rum is poeroet een ideaal hulpmiddel ter voorkoming van koudeletsels.

De chocoladedrank kan ook worden gemaakt met behulp van de ingrediŽnten uit het gevechtsrantsoen: cacaodrankpoeder, koffie, coffee-whitener (creamer) en suiker.

Zie ook: gevechtsrantsoen.

Terug naar Boven

 

POINT OF DISEMBARKATION

Afgekort: POD.

Ontschepingspunt.

Het eerste punt in het operatietoneel (inzetgebied) waar de eenheden hun voertuigen, materieel en containers oppikken nadat dit door de lucht, via het spoor of over zee is vervoerd.

POD's worden onderscheiden in:

■ Bij luchtvervoer

APOD

Aerial Point of Disembarkation

■ Bij railvervoer

RPOD

Rail Point of Disembarkation

■ Bij zeevervoer

SPOD

Sea Point of Disembarkation

Keten van de Fysieke Distributie

Het POD kan deel uitmaken van het traject van de Fysieke Distributie en/of RSOM&I, bij de (re)deployment van eenheden.

Zie ook: aanvulcentrum (AC) en Point of Embarkation (POE).

Terug naar Boven

 

POINT OF EMBARKATION

Afgekort: POE.

Inschepingspunt.

Het laatste punt in eigen land dan wel voorafgaand aan de strategische verplaatsing, waarnaar de eenheden hun voertuigen, materieel en containers wegbrengen ten behoeve van vervoer door de lucht, via het spoor of over zee.

POE's worden onderscheiden in:

■ Bij luchtvervoer

APOE

Aerial Point of Embarkation

■ Bij railvervoer

RPOE

Rail Point of Embarkation

■ Bij zeevervoer

SPOE

Sea Point of Embarkation

Keten van de Fysieke Distributie

Het POE kan deel uitmaken van het traject van de Fysieke Distributie en/of RSOM&I, bij de (re)deployment van eenheden.

Zie ook: aanvulcentrum (AC) en Point of Disembarkation (POD).

Terug naar Boven

 

POINT OF IMPACT

Afgekort: PI.

1)

Aufschlagpunkt; Einschlagpunkt.
point d'impact.

Nederlands: inslag- of trefpunt.

De locatie waar een projectiel (bom, granaat, kogel) inslaat op een doel of op het maaiveld.

Met betrekking tot (mortier)granaten en raketten is het point of impact tevens de volgende inslaglocatie, die kan worden berekend als het gemiddelde van de inslagen van meerdere afgevuurde projectielen op eenzelfde mikpunt. Een dergelijke berekening van de, zo minimaal mogelijke, spreiding van een schotbeeld vindt in de regel plaats door een vuurleidingcentrum met behulp van een grondluchtradar, zoals de Britse MAMBA.

Een point of impact zegt nog nauwelijks iets over de dodelijke werking van een afgevuurd projectiel noch over collateral damage.

 

2)

Auftreffpunkt; Landepunkt.
point d'atterrissage.

Nederlands: toegewezen landingspunt.

Niet te verwarren met het, in het Engels gelijknamige point of impact (betekenis 1).

De zone waar de eerste parachutisten landen of de eerste lading (cargo) wordt gedropt.

Terug naar Boven

 

POLITIONELE ACTIES

Algemeen

Twee opeenvolgende militaire operaties, respectievelijk in 1947 en '49, die Nederland op Java en Sumatra heeft uitgevoerd tegen de zelfuitgeroepen Republiek IndonesiŽ.

Het doel was gebieden onder Republikeinse controle te bezetten, omdat de Republikeinen tegen Nederlands wil een eenheidsstaat wilden vormen.

Tussen 1945 en '51 vervoerden gecharterde troepentransportschepen tienduizenden militairen en burgers naar en van Nederlands-IndiŽ.

Ondanks de eufemistische naamgeving - die probeerde de kritiek op het repressieve karakter te temperen - ging het in beide gevallen om een contraguerrilla in plaats van een actie die op enigerlei wijze politioneel op gang was gebracht. (In de krijgsgeschiedenis wordt alleen operatie MUSKETEER, de Brits-Frans-IsraŽlische aanval tegen Egypte in 1956 om het behoud van het Suezkanaal, een "politionele actie" genoemd.)

© Illustratie: Cyprian Koscielnak (NRC Handelsblad: 9 augustus 2014).

Vanuit dit perspectief is het niet verwonderlijk dat de IndonesiŽrs de Politionele Acties respectievelijk AGRESSI SATU (1) en AGRESSI DUA (2) noemden.

Het grootste deel van de Nederlandse troepenmacht in IndonesiŽ werd ingezet.

Hiertoe behoorden de 1e divisie '7 December', de Palmboom- (of 2e of D-divisie), 10.000 Oorlogsvrijwilligers (OVW'ers) en het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), In totaal ging het om ruim 120.000 militairen.

De KL-eenheden waren hierbij bewapend en georganiseerd naar Brits voorbeeld uit WO II.

Tijdens de gedwongen contraguerrilla kwamen in totaal Ī 5.000 Nederlandse militairen om het leven, van wie ongeveer de helft door gevechtshandelingen, de overigen als gevolg van ongevallen en ziekten.

Aan kant van de Tentara Nasional Indonesia (TNI), de strijdkrachten van de Republiek, vielen naar schatting 150.000 doden.

Weliswaar werden met de Politionele Acties niet de doelen behaald die de Nederlandse regering voor ogen had, maar werd meer dan voldoende ervaring opgedaan op het gebied van contraguerrilla (vergelijk Uruzgan) en anti-ambush-drills (hinderlagen).

Tijdens beide acties waren met name snelheid en improvisatie noodzakelijk voor het welslagen.

1e Politionele Actie

Na de capitulatie van Japan in WO II hoopte Nederland op een spoedig herstel van de vooroorlogse situatie in Nederlands-IndiŽ. De nationalisten van de TNI eisten tegelijkertijd echter erkenning van de Indonesische Republiek. Beide partijen stonden lijnrecht tegenover elkaar.

Hoewel de Britse bevrijders van de archipel eisten dat Nederland met de nationalisten om de tafel ging zitten, verliepen de onderhandelingen uiterst moeizaam, onder andere omdat Soekarno door Nederland als een collaborateur van Japan werd gezien, en weigerde Nederland een volledig onafhankelijk IndonesiŽ te erkennen. In plaats van te onderhandelen met een provocerende Soekarno, reageerde Nederland met geweld.

Op 20 juli 1947 zegde de Nederlandse regering onder leiding van minister-president Louis Beel - en in belangrijke mate gesouffleerd door partijgenoot Carl Romme - eenzijdig het Akkoord van Lingaddjati (1946) op.

In dit akkoord was onder andere geregeld dat Java en Sumatra op termijn een deelstaat in de Verenigde Staten van IndonesiŽ (VSI) zouden worden, met als overblijvende deelstaten Borneo en Oost-IndonesiŽ. De VSI zou met Nederland in een Nederlands-Indonesische Unie verbonden blijven, maar wel 'kolonie-af' zijn.

Soekarno bleef echter de eis om meer onafhankelijkheid op tafel leggen. Op 27 mei 1947 stuurde de Nederlandse regering opnieuw een brief naar Djakarta: ditmaal moest de Indonesische Republiek de aangeklede versie van het Akkoord van Linggadjati alsnog accepteren.

Op 8 juni deed de Indonesische Republiek weliswaar concessies, maar die waren voor Nederland allesbehalve voldoende.

Op 23 juni 1947 overhandigde Huib van Mook, de luitenant-Gouverneur-Generaal van Nederlands-IndiŽ, de regering van de Indonesische Republiek een volgend ultimatum: de Tentara Nasional lndonesia (TNI) moest zich eenzijdig 10 km van de demarcatielijnen terugtrekken. De Republiek IndonesiŽ verwierp de eis, waarna de Nederlandse regering de datum voor de 1e Politionele Actie vaststelde op 20 juli.

(Op dat moment was de Republiek IndonesiŽ als onafhankelijke staat reeds erkend door de Arabische Staten, Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten.)

Operatie PRODUCT was erop gericht de plantages (cacao, koffie, pinda's, rijst, rubber, tabak en thee) en de olievelden opnieuw onder Nederlands gezag te brengen, met als doel de economie weer op gang te brengen.

Met de naam operatie PRODUCT probeerde de Nederlandse regering ook de internationale gemeenschap ervan te overtuigen dat het louter om optreden binnen het Koninkrijk der Nederlanden tegen een groep opstandelingen ging.

Met de opbrengsten konden de kosten van de oorlog - zo'n drie miljoen gulden (omgerekend bijna Ä 1,4 miljoen) per dag - worden gefinancierd. Op enig moment beliepen de totale militaire uitgaven van Nederland 19% van de Koninkrijksbegroting.

Genisten herstellen een brug bij Tasikmalaja tijdens de opmars van de 1e Politionele Actie in 1947. Tasikmalaja ligt in het zuidoosten van West-Java.

De 1e Politionele Actie, die van de IndonesiŽrs de naam AGRESSI SATU (1) meekreeg, was cruciaal: de personele inzetbaarheid van de Nederlanders was uitgeknepen tot het bot door een toename aan gewonden en zieken en de toestand van het materieel was ronduit abominabel.

Op 4 km van Djokjakarta op Midden-Java tijdens de 1e Politionele Actie.

Nederland, bang om Nederlands-IndiŽ voorgoed te verliezen, stuurde de troepen van generaal Spoor naar Java en Sumatra om "orde en rust te herstellen" en arresteerde vele politieke activisten.

Op 21 juli landde de Mariniersbrigade op het strand van Pasir-Poetih op Oost-Java, terwijl al dezelfde dag landmachteenheden door de straten van Bandoeng op West-Java trokken.

Snelheid was geboden, omdat een politiek van de verschroeide aarde dreigde. Grote delen van het Republikeinse gebied werden heroverd, waarmee operatie PRODUCT militair gezien een succes was.

Generaal Spoor wilde het offensief doorzetten tot Djokjakarta in Nederlandse handen was. De VN-Veiligheidsraad dwong de Nederlandse troepen echter de opmars voortijdig af te breken: op 1 augustus 1947 nam de Veiligheidsraad met algemene stemmen resolutie 27 aan, die beide partijen opriep tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en bemiddeling om het conflict op te lossen.

Hoewel de TNI nog lang niet verslagen was, maakte resolutie 27 een einde aan de Nederlandse plannen. Het door de VN opgelegde staakt-het-vuren resulteerde in frustratie en onbegrip bij de Nederlandse troepen, temeer omdat de TNI de guerrilla niet stopzette.

Op 4 augustus 1947 om middernacht beŽindigde Nederland onder buitenlandse politieke druk operatie PRODUCT. Aan Nederlandse zijde kostte de miliiaire actie aan 169 militairen het leven.

In de door de VN opgedrongen pacificatiefase ging de TNI over tot het voeren van een guerrillaoorlog, pleegde aanslagen op militaire posten en patrouilles en vernielde wegen en bruggen. In de eerste maand na de wapenstilstand waren er naar schatting tien meldingen van TNI-acties per dag.

Na de 1e Politionele Actie duurde het nog tot december 1947 voordat er, onder toezicht van de VN, weer besprekingen op gang kwamen. Onder leiding van de United Nations Truce Commission werden de Nederlands-Republikeinse onderhandelingen heropend aan boord van het Amerikaanse troepentransportschip U.S.S. Renville dat in de haven Tandjong Priok van Batavia lag.

De ondertekening van de Overeenkomst van Renville, op 17 januari 1948, betekende dat Nederland beschadigd uit de diplomatieke onderhandelingen kwam. Hoewel met de overeenkomst in grote lijnen het eerder opgezegde Akkoord van Linggadjati doorgang vond, bleek de uitvoering van de overeengekomen afspraken onmogelijk door de ver uiteenlopende uitgangspunten:

■ de overeenkomst zette het Nederlands-Indonesische conflict definitief op de wereldkaart;
■ Soekarno verwierf internationaal aanzien als 'overwinnaar'.

Het wantrouwen tussen beide regeringen bleef onverminderd groot, de guerrilla nam haast vanzelf opnieuw toe en Nederland was daarom genoodzaakt een nog grotere troepenmacht in Nederlands-IndiŽ te ontplooien.

In de zomer van 1948 arriveerde 41 Zelfstandige Infanteriebrigade (F-Brigade) met zes infanteriebataljons, die ter versterking van de 1e Divisie '7 December' op West-Java werd ontplooid.

Na de 1e Politionele Actie voerde het Korps Speciale Troepen, onder leiding van kapitein Raymond Westerling, verschillende zuiveringsoperaties in moeilijk te pacificeren gebied uit, zoals op Zuid-Celebes. Daarbij deden zich ook geweldsexcessen voor.

In Nederland is inmiddels op 20 september 1948 de Grondwet gewijzigd die een mogelijke soevereiniteitsoverdracht aan de Republiek IndonesiŽ mogelijk maakte.

2e Politionele Actie

De argwaan onder de Nederlanders bleef groot; het lukte niet de impasse over een definitieve politieke regeling langs de weg van onderhandelingen op te lossen. Elf maanden later, op 19 december 1948, werd Djokjakarta op Midden-Java bezet.

Dit gebeurde in weerwil van het gegeven dat het staand houden van een troepenmacht in de Oost intussen een steeds zwaardere financiŽle last voor Nederland betekende.

Bovendien dacht Nederland - ten onrechte, zo bleek later - meer vrijheid van handelen te hebben omdat de regeringsvertegenwoordigers van Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten al met Kerstreces waren.

De 2e Politionele Actie, onder de codenaam operatie KRAAI, was gericht tegen de regeringszetel van IndonesiŽ in Djokjakarta.

Voor deze militaire operatie werd de gevechtsgroep M gevormd: 2.600 militairen onder leiding van KNIL-kolonel D.R.A. van Langen.

Nederland wilde met de bliksemsnelle operatie KRAAI, die van de IndonesiŽrs de naam AGRESSI DUA (2) kreeg, de tijdens operatie PRODUCT nog niet bezette delen van Java en Sumatra alsnog bezetten.

In de operatie vervulde het Korps Speciale Troepen de hoofdrol: de 1e Paracompagnie en de Paracompagnie KST vormden de Paragevechtsgroep, geleid door kapitein Willem Eekhout. De 250 parachutisten van de Paragevechtsgroep beten in operatie KRAAI het spits af met een verrassingsaanval op de Republikeinse hoofdstad.

Operatie KRAAI in beeld: de opmars van de B-Divisie en gevechtsgroep M op Midden-Java.

Dag D was 19 december 1948.

In de vroege ochtend van 19 december 1948 vielen Nederlandse jachtvliegtuigen van het type P-51 Mustang en P-40 Kittyhawk het vliegveld Magoewo, acht kilometer ten oosten van Djokjakarta, aan.

De inleidende beschieting van de jachtvliegtuigen maakte de weg vrij voor zestien Douglas DC-3 Dakota's.

De Dakota's stegen tussen 03.30 en 04.00 uur op van vliegveld Andir bij Bandung om de parachutisten van de Paragevechtsgroep - allemaal voorzien van een leg bag met wapen, munitie, handgranaten, noodrantsoen, noodverband e.d. - te droppen.

Voor het eerst in de Nederlandse krijgsgeschiedenis werden massaal parachutisten ingezet bij een luchtlandingsoperatie.

De staticlijn springende KST-para's baanden de weg.

De eerste parachutisten sprongen, vanaf een hoogte van nog geen tweehonderd meter, om 06.45 uur. Al een half uur later was het vliegveld in handen. Daarna kwam vanuit het 100 km noordelijker gelegen Semarang een luchtbrug op gang. IJlling werden eerst de commando's en vervolgens enkele duizenden infanteristen ingevlogen.

Op 1 januari 1945, tijdens de 2e Politionele Acties, halen Nederlandse militairen een gevangene uit een legertruck.

De foto is gebruikt bij het artikel 'Helden met bloed aan de handen' van Dirk Vlasblom, NRC Handelsblad (externe link), 5 november 2016.

© foto: Jan Stevens, Collectie Archief Spaarnestad (externe link).

Onder de Nederlanders waren er na de luchtlanding enkele lichtgewonden, aan de kant van de Republikeinen zo'n 170 doden.

Op 23 december 1948 keerden de KST'ers terug naar Bandung.

Op 29 december - codenaam EKSTER - werd de Paragevechtsgroep ingezet op Zuid-Sumatra om het vliegveld Paal Merah en de drie olievelden van de Bataafsche Petroleum Maatschappij bij Djambi te vermeesteren. De Paragevechtsgroep kreeg de olievelden onbeschadigd in handen.

Tot slot stelde de Paragevechtsgroep op 5 januari 1949 - codenaam MODDER - de olievelden van Rengat en Ajer Molek veilig.

Volgens het 'Besluit aanvullingen van opschriften op vaandels en standaarden' van 16 december 1977, artikel 16, is goedgekeurd dat het vaandel van Korps Commandotroepen is aangevuld met de opschriften: DJOKJAKARTA 1948 en MIDDEN-SUMATRA 1948-1949

Uiteindelijk waren de verliezen in de operaties KRAAI, EKSTER en MODDER beperkt, was Djokjakarta bezet en de kopstukken van de Republikeinse regering, onder wie president Soekarno en vicepresident Mohammed Hatta, gevangengezet.

De top van het Republikeinse leger ontsnapte. Opperbevelhebber Soedirman verschool zich in de bergen, maakte zich op voor de confrontatie met de Nederlanders en begon aan een lange mars die zeven maanden later op West-Java zou eindigen.

Een zeer effectieve en bloedige guerrilla volgde, waardoor de opmars van de Nederlanders op Midden- en Oost-Java uiterst moeizaam verliep.

Ondanks enkele amfibische operaties en de grootschalige inzet van artillerie- en luchtsteun lukte het niet om de TNI te omsingelen en de gebieden te zuiveren.

Nederland kwam tot het inzicht dat het conflict in een onhoudbare militaire patstelling was geraakt.

Opnieuw werd Nederland door internationale druk, van zowel de Verenigde Naties als de Verenigde Staten, gedwongen de wapens neer te leggen. De VS dreigde zelfs onmiddellijk de Marshall-hulp aan Nederland stop te zetten.

De Australische afgevaardigde in de VN-Veiligheidsraad, William Roy Hodgson, noemde "die Blitzkrieg op klompen" - zoals Jan Wolkers de 1e Politionele Actie noemde in zijn roman 'De Walgvogel' uit 1974 - "Worse than even Hitler did to the Netherlands in 1940."

De partijen kwamen een staakt-het-vuren overeen, waarbij beiden zich aan weerszijden van een demarcatielijn terugtrokken. Een even bloedige als zinloze contraguerrilla volgde.

Op 31 december 1948 kwam op Java een einde aan de acties, elders pas op 5 januari 1949. De verharde strijd was terug te vinden in de Nederlandse verliescijfers: tijdens operatie KRAAI sneuvelden 282 Nederlandse militairen.

Op 19 mei 1949 werd in het Van Royen-Roem-akkoord besloten tot een rondetafelconferentie ter voorbereiding op de soevereiniteitsoverdracht.

In Djokjakarta werd, na een half jaar bezetting, op 30 juni 1949 begonnen met de ontruiming van de stad. Hoewel de acties opnieuw een militair succes genoemd konden worden, mondden de onderhandelingen in augustus 1949 uit in de vrijlating van Soekarno en Hatta. In politiek opzicht was de 2e Politionele Actie hierdoor wederom een internationale nederlaag.

Special Nederlandse troepen in de Oost (De Onderofficier, januari/februari 2015).

Special Nederlandse troepen in de Oost.
De Onderofficier, januari/februari 2015.

De para's van Djokja schoten meteen – interview met oud-para Ruud van Groeninghen

De para's van Djokja schoten meteen - interview met oud-para Ruud van Groeninghen
Brabants Dagblad, 15 december 2008.

Terug naar Boven

 

P.O.M.S.-SITE

Lagerort fŁr ausgelagertes Einsatzgeršt.
dťpŰt de prťpositionnement de matťriel de dotation organique.

Voluit: Prepositioned Organizational Material Storage.

NAVO-depots. Vooruitgeschoven magazijnen voor het geconditioneerd opslaan en onderhouden van grootschalige hoeveelheden gevechtsgereed militair materieel tijdens de Koude Oorlog. In voorkomend geval, bij (de dreiging van) vijandelijkheden met het Warschau Pact, hoefden alleen de Amerikaanse troepen nog te worden ingevlogen. Het personeel haalde bij de POMS-site het materieel op en verplaatste direct oostwaarts om de reeds in het Europese operatietoneel aanwezige Amerikaanse strijdkrachten aan te vullen.

De POMS-sites vielen organisatorisch onder de U.S. Army Combat Equipment Group Europe (CEGE). De CEGE had als taak het ontvangen, samenstellen, opslaan, onderhouden en het verzorgen van de uitgifte van uitrustingen die werden aangeduid met de naam POMCUS (Prepositioning Of Materiel Configured in Unit Sets) - de term die door het Amerikaanse ministerie van Defensie werd gehanteerd.

De Netherlands POMS (NL/POMS) beheerde de POMS-sites; het onderhouds- en bewakingspersoneel was in dienst van het Nationaal Commando (NatCo) en het salaris, betaald door het Nederlandse ministerie van Defensie, werd gedeclareerd bij het Pentagon.

In 1982 werd begonnen met de bouw van de depots in Nederland; de bouwkosten werden gedeeld door de NAVO, de Verenigde Staten en Nederland. De locaties weredn vooral gekozen op de aanwezigheid van directe spoorverbindingen met de Bondsrepubliek Duitsland en goede laad- en losgelegenheden. Vanaf 1994 waren in Nederland alle vijf POMS-sites operationeel.

Ten tijde van de Koude Oorlog telde Nederland vijf POMS-sites: drie in het noorden (Coevorden, Ter Apel en Vriezenveen) en twee in het zuiden van Limburg (Brunssum en Eygelshoven).

De POMS-site in Brunssum.

In Nederland waren de POMS-sites - later omgedoopt tot Combat Equipment Bases (CEB's) - gevestigd in:

Brunssum

Limburg, oostelijk van Brunssum. Gelegen in de buurt van HQ Allied Forces Central Europe (AFCENT), het tegenwoordige Allied Joint Force Command Brunssum. Gesloten in 2004.

Coevorden

Drenthe, zuidelijk van Coevorden. Gelegen aan het Vechtkanaal. Laatste Amerikaanse eenheid was 20th Combat Equipment Company. In 1985 in gebruik genomen, gesloten in 2000.

Eygelshoven

Limburg, gemeente Kerkrade. Tien loodsen en 28 werkplaatsen. In 1984 in gebruik genomen, gesloten in 2006.

Ter Apel

Groningen, gemeente Vlagtwedde. Laatste Amerikaanse eenheid was 21st Combat Equipment Company. Gesloten in 1995.

Vriezenveen

Overijssel, gemeente Twenterand (voorheen: Almelo). Laatste Amerikaanse eenheid was 19th Combat Equipment Company. Als POMS-site gesloten in 2004.

Behalve in Nederland waren onder andere POMS-sites in:

BelgiŽ

Grobbendonk en Zutendaal.

Duitsland

Karlsruhe, Miesau, MŲnchengladbach, Nahbollenbach en Straelen/Herongen.

Luxemburg

Bettembourg/Dudelange.

In de late jaren '80 van de 20e eeuw ontstond het plan om al in de eerste week van een conflict met het Warschau Pact drie complete divisies naar Europa te sturen. Daarbij zouden topprestaties op het gebied van logistiek, te beginnen bij het strategisch transport, moeten worden verricht om de immense hoeveelheden materieel en personeel per schip en vliegtuig trans-Atlantisch aan te voeren.

Gezien de dreiging in de Koude Oorlogsjaren en de wensen van zowel een vereenvoudiging van de logistiek als een zo klein mogelijke reactietijd, was een realistischer strategie het stationeren van eenheden, uitrustingsstukken en voorraden in de directe omgeving van het operatietoneel. Met minder strategisch transport en meer beschikbare tijd om de opbouw in het operatietoneel uit te voeren, werd vooruitgeschoven ('prepositioned') gevechtsmateriaal opgeslagen in de directe omgeving van de veronderstelde frontlinie.

In 1978 vroeg de Amerikaanse regering Nederland om binnen haar landsgrenzen het gevechtsmaterieel voor in totaal ruim ťťn divisie in POMS-sites op te slaan. De overeenkomst tussen de VS en Nederland werd getekend op 23 maart 1981, waarbij de locaties voor de opslag en het onderhoud van Army Prepositioned Stocks (APS) werden gekozen aan de grens met de Bondsrepubliek Duitsland.

Fotobewerking van de POMS in Vriezenveen. Op de foto is het depot te zien kort voor de opening in 1984. De foto van Bert van de Maat is bewerkt door Tubantia-journalist Frank Timmers.

De voormalige POMS-site in Vriezenveen, telt zestien identieke, klimaatgeconditioneerde loodsen. Om waardevermindering van het opgeslagen materieel te voorkomen, wordt de luchtvochtigheid in deze loodsen gereguleerd tussen 55 ŗ 60%: nat is slecht voor elektronische componenten, terwijl droogte schadelijk is voor banden, draden en slangen.

De POMS-site werd in 1984 in gebruik genomen; tot 2004 waren de loodsen op het ruim 36 hectare grote terrein bedoeld als vooruitgeschoven locatie voor de opslag van Amerikaans materieel ten tijde van de Koude Oorlog. Het depot heeft zelfs een spooraansluiting.

Tegenwoordig is in Vriezenveen de Uitvoeringsorganisatie Vriezenveen (UOV) van de Defensie Materieel Organisatie (DMO) gevestigd. De UOV voert werkzaamheden uit met betrekking tot het beheer, de opslag, de instandhouding en het verkoopgereed maken van overgedragen uitrustingsstukken, daaraan gerelateerde middelen en zowel overtollige als overtallige reservedelen. De verkoop vindt plaats aan buitenlandse strijdkrachten.


In 2013 maakte Defensie bekend dat JordaniŽ 60 overtollige Cheetah PRTL's (Pantser Rups Tegen Luchtdoelen) koopt.

Het geÔntegreerde wapensysteem met opsporings- en vuurleidingsradar en twee 35mm Oerlikon snelvuurkanonnen tegen luchtdoelen, gemonteerd op een aangepast Leopard 1 onderstel, was van 1979 tot en met 2006 operationeel binnen de Koninklijke Landmacht.

Op het afstotingscomplex van de Defensie Materieel Organisatie (DMO) in Vriezenveen sleutelden verschillende monteurs en systeemspecialisten van het Projectteam Afstoting Grondgebonden Systemen (PAGS) en de Uitvoeringsorganisatie Vriezenveen (UOV), beiden van de DMO, aan de Cheetahs.

Alle werkzaamheden vonden op de site zelf plaats, zoals conservering, preservering (gereedmaken voor langdurige opslag) onderhoud en zelfs complete revisie. Alle rups- en wielvoertuigen, communicatiemiddelen, elektronische en hydraulische apparatuur en geniemateriaal doorliepen voortdurend een onderhoudscyclus. Daartoe waren op de POMS-sites dan ook werkplaatsen en magazijnen met reserveonderdelen aanwezig.

Het einde van de Koude Oorlog betekende voor de VS een herziening van de opslag van vooruitgeschoven materieel in Europa. Als gevolg van de vermindering van de Amerikaanse militaire aanwezigheid, van strategische overwegingen en van bezuinigingen binnen de Amerikaanse strijdkrachten, werden de meeste POMS-sites ontruimd en gesloten.

De POMS-sites in Nederland hadden een gezamenlijke organisatiesterkte van Ī 900 voltijdsfuncties, waarvan het grootste deel werd bezet door personeel dat een arbeidsrelatie had met het Nederlandse ministerie van Defensie.

Na de Koude Oorlog werd vanuit de POMS-sites materieel aangevoerd voor de conflicten in voormalig JoegoslaviŽ, Kosovo en Irak.

Ter gelegenheid van de sluiting van de POMS-site in Eygelshoven in 2006 verscheen de 94 pagina's tellende herinneringsuitgave 'NL POMS 1983-2006. De daadwerkelijke operationele ondersteuning van de Koninklijke Landmacht aan de Amerikaanse landmacht' van L.W. de Vries.

Zie ook: Cheetah, Eygelshoven na 10 jaar weer in handen VS (1 oktober 2016), Koude Oorlog en NAVO.

Terug naar Boven

 

'PONCKE' PRINCEN, JAN

(21 november 1925 te Den Haag - 21 februari 2002 te Djakarta). Omstreden Nederlander, die als dienstplichtig militair in Nederlands-IndiŽ de kant van de Indonesische vrijheidsstrijders (Republikeinse nationalisten) koos. Oud-strijders en veteranen beschouwen Princen als een landverrader.

Van Princen kan alleen achteraf worden gezegd dat hij wellicht het gelijk aan zijn kant had, omdat de geschiedenis IndonesiŽ en de IndonesiŽrs gelijk heeft gegeven. In het toenmalige tijdsgewricht, volgens de tijdgeest van het Nederlandse optreden in Nederlands-IndiŽ, geldt dat een korporaal die overloopt van eigen naar vijandzijde niets anders genoemd kan worden dan een verrader van zijn maten. Het is dan ook niet vreemd dat veteranen het onvergeeflijk vinden dat hij de wapens opnam tegen zijn eigen landgenoten. De enkele keren dat hij naar Nederland terugkeerde - in de jaren '70 ťn in 1994 - leidden dat tot hevige discussies.

Beruchte foto van commandant Poncke Princen aan het hoofd van een speciale eenheid

Jan Princen werd in maart 1946 voor zijn nummer opgeroepen voor uitzending naar Nederlands-Indi. Hij weigerde en vluchtte naar Frankrijk, maar werd bij terugkeer in Nederland gearresteerd door de Militaire Politie. In afwachting van zijn proces voor de krijgsraad wegens desertie, zat Princen in het Depot Nazending IndiŽ in Schoonhoven. Van daaruit werd hij alsnog uitgezonden: op 7 mei 1946 was hij ingelijfd bij de 1ste Geneeskundige Afdeling in Ede. Op 28 december 1946 vertrok hij vanuit Rotterdam naar Nederlands-IndiŽ, waar hij op 24 januari 1947 in Tandjong Priok aanmeerde. Op 22 oktober 1947 zat hij vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf uit in het strafkamp Tjisaroea. De totale straf voor zijn desertie was twaalf maanden, waarvan acht voorwaardelijk.

Op Java werd Princen ingedeeld bij de 1ste Hulpverbandplaatsafdeling; tijdens de Eerste Politionele Actie zat zijn eenheid te Sukabumi. Na zijn vier maanden gevangenisstraf was hij overgeplaatst naar de foerage-afdeling van de Stafcompagnie van de 2de Infanteriebrigadegroep in Purwakarta, ook op West-Java.

Op 27 september 1948 deserteerde Nederlands bekendste van 26 daadwerkelijke IndiŽ-deserteurs naar de Tentara Nasional Indonesia (TNI). Op 9 augustus 1949 had een eenheid onder leiding van luitenant Henk Ulrici van het Korps Speciale Troepen en zijn strijdgroep 'Eric' Princen in de desa Tjiloetoeng-Gerang bijna te pakken, maar hij wist te ontsnappen. Wťl werden zijn jonge Soendanese echtgenote (die met een tommy-gun - Thompson pistoolmitrailleur - op schoot zat) ťn tenminste vijftien TNI-strijdmakkers gedood. Volgens Ulrici, drager van de Militaire Willems-Orde, beschikte Princen en zijn mannen over kisten Nederlandse munitie. Tijdens deze actie kreeg Ulrici het dagboek van Princen in handen.

Na zijn overlopen kreeg Princen met zijn speciale eenheid van de Siliwangi-divisie van de TNI de opdracht veiligheidstroepen van ondernemingen te ontwapenen en politieposten te overvallen voor wapens. Princen's eenheid voerde een ware guerrilla ten zuiden van het Gunung Gedeh-gebergte op West-Java. Een overval op de desa Padaasih, op 28 maart 1949, vestigde Princen's geduchte reputatie. Daarna is hij betrokken geweest bij vuurcontact dat tot de dood van Nederlandse militairen heeft geleid.

Zijn eenheid was gevreesd bij de Nederlanders, zodanig dat er op enig moment 50.000 gulden op zijn hoofd stond. Helaas is Princen nooit gepakt. In 1984 werd hem zijn Nederlands paspoort ontnomen en sindsdien, tot 1994, was hij officieel persona non grata in Nederland. Hij is voor altijd uit de gunst en gehaat gebleven bij zijn Nederlandse oud-strijdmakkers, ondanks het gegeven dat zijn desertie al sinds 28 september 1960 verjaard was.

(Bronnen onder andere: driedelige artikelenreeks 'De lotgevallen van Poncke Princen' door Wiecher Hulst in NRC Handelsblad van 14, 21 en 28 september 1991).

Zie ook: landverraad.

Terug naar Boven

 

PONTONBRUG

Ook genaamd: aanbrug, schipbrug, drijvende brug. Duits: PontonbrŁcke, SchiffbrŁcke, SchwimmbrŁke. Engels: pontoon bridge; bateau bridge; floating bridge. Frans: pont ponton.

Militaire oeververbinding die op meerdere met elkaar verbonden pontons op het water drijft. De ponton zelf is het drijflichaam of vaartuig dat het brugdek - de pontonbrug - en de dynamische belastingen tussen de brugelementen draagt.

In oorlogstijd wordt de pontonbrug gebruikt om tijdelijk een oeververbinding te creŽren op een plaats waar voorheen een brug lag of een plaats waar brugslag nodig is in verband met de eigen troepenbewegingen.

Soms wordt een pontonbrug na eigen gebruik vernietigd of afgezonken om de vijand het gebruik ervan te ontzeggen.

Pontonbruggen zijn sinds de oudheid in gebruik en speelden in de recente krijgsgeschiedenis onder andere een rol van betekenis in de Slag van Garigliano in 1944 en de Arabisch-IsraŽlische oorlog van 1973.

De scheepvaart wordt door een eenmaal gelegde pontonbrug ernstig belemmerd; de enige manier om het scheepvaartverkeer door te laten is door een deel van de brug weg te varen.

De afzonderlijke brugelementen zijn zo ontworpen en op elkaar afgestemd dat ze eenvoudig en snel kunnen worden ge(de)monteerd. Het gebruik van een pontonbrug is begrensd aan een maximaal draagvermogen, dat afhankelijk is van de gebruikte brugelementen.

Pontonbrug tussen het Oostenrijkse Braunau-am-Inn en het Duitse Simbach, zes maanden na het einde van WO II.

De brug is geslagen door militairen van het 245th (US) Engineer Combat Battalion.

De Slag van Garigliano vond plaats op 18 en 19 januari 1944. De Garigliano is een rivier in het zuiden van ItaliŽ die door de 5th (UK) Army moest worden bedwongen om de Duitsers te verdrijven.

De 9th (US) Army passeert in 1945 een pontonbrug over de Rijn in Wallach, Nordrhein-Westfalen.

De tijdelijke oeververbinding is geslagen door de Echo Company van 17th (US) Armored Engineer Battalion en de Charlie Company van 202nd (US) Engineer Combat Battalion.

Omdat in Dinant de Maaslinie niet was versterkt, blies het Belgische leger ook hier de brug over de Maas op.

Duitse pontonniers slaagden er echter in, onder vijandelijk vuur, een pontonbrug over de rivier aan te leggen, bedoeld om het XV. Armeekorps te laten oversteken.

Een Amerikaanse M2 Bradley passeert in 2003 de pontonbrug die is geslagen door 299th (US) Engineer Company.

De locatie is 'Objective Peach', de codenaam voor de essentiŽle oeververbinding over de rivier Eufraat op Ī 30 km ten zuidwesten van Bagdad.

De pontonbrug tijdens de Vierdaagse van Nijmegen in 2014.

In 1934 slaat de genie bij Cuijk voor het eerst een pontonbrug over de Maas voor de wandelaars; vanaf 2013 wordt de aanleg van de pontonbrug niet langer betaald uit het budget voor het wandelevenement, maar telt de brugslag mee als oefening.

Naast de Vierdaagse van Nijmegen excelleren de genisten jaarlijks in het aanleggen van een pontonbrug bij de Rode Kruis Bloesemtocht in Geldermalsen en het Bevrijdingsconcert van het Nationaal Comitť 4 en 5 mei op de Amstel in Amsterdam.

Terug naar Boven

 

Pontonnier

Ook genaamd: pontonist.

Traditionele benoeming van een militair van het wapen der genie die zich heeft gespecialiseerd in het leggen van al dan niet geïmproviseerde bruggen, pontons en vlotten, waarmee militairen water oversteken.

De hedendaagse pontonnier is geplaatst bij een brugcompagnie of duikerpeloton.

Zie ook: Baileybrug, genie, medium girder bridge, mineur, pionier, sappeur en vouwbrug.

Terug naar Boven

 

POOLING & SHARING

Pooling en sharing vullen elkaar aan. Pooling is het gemeenschappelijk gebruiken of onder één beheer brengen van gelijksoortige capaciteiten (personeel en/of materieel) van twee of meer landen om het gebruik daarvan te optimaliseren. Sharing is het – op betaalbare wijze – gezamenlijk verwerven en gebruiken van militaire capaciteiten.

Voor pooling en sharing is tenminste gemeenschappelijk begrip nodig van elkaars militaire probleemstellingen. Sharing betekent immers niet alleen het delen van capaciteiten, bi- en multinationaal initiatief op dit vlak wil evenzeer zeggen dat lasten en risico’s worden gedeeld, respectievelijk burden sharing en risk sharing. Samenwerking bij pooling en sharing biedt hiermee de mogelijkheid capaciteiten in een bi- of multinationale variant te behouden.

Uit de aard vindt pooling en sharing plaats met de krijgsmachten van andere landen: combined. Tot op heden staan landen open voor pooling and sharing, waar die (nog) niet open staan voor rol- en taakspecialistatie van (delen van) hun strijdkrachten.

Vanwege de druk op de Defensiebudgetten van de lidstaten van zowel Europese Unie als NAVO staat pooling en sharing  vanaf de 21ste eeuw bij beide organisaties hoog op de agenda. De European Defence Agency (EDA) en een taakgroep onder leiding van het NATO Allied Command Transformation inventariseren bij de lidstaten de mogelijkheden en de bereidheid om intensiever samen te werken en daarmee kosten te besparen.

Zie ook: Smart Defence.

Terug naar Boven

 

POOLSTER

Stella Polaris. De helderste ster uit het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minor), maar niet de helderste ster aan de hemel.

Locatie van de Poolster ten opzichte van de Grote Beer

De Poolster staat tussen de Grote Beer (Ursa Major) en Casseiopeia, die diametraal tegenover elkaar staan.

De Poolster is zeer helder, gemakkelijk met het blote oog waarneembaar en staat als enige aan de noordelijke horizon altijd op dezelfde plaats: loodrecht boven het geografische noorden.

De afstand tot de aarde is ± 675 lichtjaar.

Zie ook Casseiopeia, Grote Beer en Kleine Beer.

Terug naar Boven

 

P.O.P.

Voluit: Persoonlijk Ontwikkel(ings) Plan.

Terug naar Boven

 

P.O.r.

Betekenis: Personeelsontspanningsruimte. Ruimte, niet zijnde op een vredeslocatie, waarin personeel tussen de diensten door de mogelijkheid van enige ontspanning wordt geboden. Op een dergelijke locatie kan van alles worden gedaan en gelaten, zoals boeken lezen, computeren, koffie, thee en niet-alcoholische dranken nuttigen en spellen spelen.

Een POR bevindt zich, bij voorkeur, aan de achterzijde van een tijdelijke militair bouwwerk, zoals een geneeskundige inrichting te velde.

Terug naar Boven

 

PORNOLAT

Tegenwoordig: posterlat. Lat op een legeringskamer, zowel bij dienstplichtigen als beroepsmilitairen, waar posters aan werden opgehangen.

De lat zat op zo'n twee meter hoogte aan de muur in de gehele legeringskamer.

Om de tentoonspreiding en verspreiding van posters en dergelijke enigszins in goede banen te leiden - het bleef immers een militaire verblijfsruimte - mochten alleen op deze lat wandversieringen worden opgehangen. Meestal benadrukten de posters, met afbeeldingen van obsceen getoonde dames, sterk de seksualiteit; het was dan ook niet zo vreemd dat deze lat al gauw de benaming ‘pornolat' kreeg.

Cartoon van Ben uit de brochure 'Onvrijheid van meningsuiting' (1980) van de VVDM.

Bron: Seedorf 40 Weblog. Bert Hendrickx' website over de Legerplaats Seedorf 1963-2006 (externe link).

De 'pornolat' werd in het dienstplichttijdperk ook gebruikt voor het ophangen van wervingsposters van de vakbonden voor dienstplichtigen, Vereniging Van Dienstplichtige Militairen (VVDM) en Algemene Vereniging Nederlandse Militairen (AVNM).

In 2006 vaardigde de Commandant der Strijdkrachten een verbod uit voor het vertonen van porno in openbare ruimten bij Defensie; ook geldt dat geen websites mogen worden bezocht noch e-mails mogen worden verstuurd die pornografisch (of racistisch) materiaal bevatten en dat het zichtbaar voorhanden hebben van pornografische lectuur en afbeeldingen niet is toegestaan.

Binnen de krijgsmacht geldt hoe dan ook dat het niet is toegestaan aanstootgevend dan wel ongewenst gedrag te vertonen.

Zie ook: dienstplicht en gedragscode Defensie (punt 4).

Terug naar Boven

 

PORTACOUNT

Apparaat van de firma TSI dat dient om de fittest (luchtdichtheidstest, lektest) van het CBRN-masker af te nemen, zoals die is beschreven in de Instructiekaart Persoonlijke CBRN Bescherming (JDP 3.8.3.1). Het apparaat is in staat om partikels te tellen die kleiner zijn dan ťťn micrometer (µm, ťťnmiljoenste van 1 meter).

Iedereen moet zijn CBRN-masker periodiek onderwerpen aan de fittest, maar altijd voorafgaand aan operationele inzet en voorafgaand aan of tijdens operationele inzet bij vervanging van het CBRN-masker of bij verandering van de gelaatsomvang.

Bij voldoende resultaat is het CBRN-masker goed passend en werkend (luchtdicht) bevonden en de protectiefactor afdoende; bij onvoldoende resultaat moet het CBRN-masker opnieuw worden afgesteld en de test worden herhaald. Blijft het resultaat onvoldoende dan moet het CBRN-masker worden geruild.

Zie ook: FM-12 (CBRN-masker).

Terug naar Boven

 

PORTFOLIO

Oorspronkelijk: map waarin een fotomodel, kunstenaar of architect zijn werk bewaart. Het portfolio is een nieuwbakken fenomeen: een verzamelmap waarin een werknemer informatie over zichzelf heeft verzameld, inclusief zijn carrière/loopbaan én persoonlijke doelstellingen voor een bepaalde periode.

Meestal is het porfolio een elektronisch gedigitaliseerd bestand. Omdat de reflectie van de werknemer essentieel is, dient de werknemer zijn professionele en persoonlijke groei hierin te documenteren. De werknemer stelt dan ook zelf zijn portfolio samen, al dan niet in een aangeboden format.

Als minimale kenmerken voor een portfolio gelden:

Curriculum vitae

►levensloop
►persoonlijke gegevens (onder andere hobby's)
►leerervaring (onderwijs)
►werkervaring (betaald en vrijwilligerswerk, beroepspraktijkvormingen, cursussen, stages)
►verworven competenties (bekwaam- en vaardigheden)

 

Analyse

►eigen reflectie (zelfreflectie) op de stand van zaken, in het bijzonder op de (nog niet) verworven competenties

 

Dossier

►formele bewijzen (zoals assessments, beoordelingen, certificaten, diploma's, getuigschriften)
►gestandaardiseerde bewijzen (eenvoudig interpreteerbaar: test- en toetsresultaten)
►niet-gestandaardiseerde bewijzen (interpretatie vraagt meer tijd: good practices, zoals evaluaties, verslagen en werkstukken)

 

Persoonlijk ontwikkelingsplan

►persoonlijk gestelde doel(stelling)en voor een bepaalde periode

Zie ook: assessment en persoonlijk ontwikkelingsplan (POP).

Terug naar Boven

 

POSTACTIEF

Alle militairen en burgers die niet meer in actieve dienst zijn. De status 'postactief' is niet alleen voorbehouden aan militairen die met functioneel leeftijdontslag (FLO) of pensioen zijn gegaan, maar geldt voor alle militairen die na een contractperiode de dienst hebben verlaten. Dit geldt ook de militair in FPS-2 na uitdiensttreding - vergelijkbaar met de beroepsmilitair voor bepaalde tijd (BBT'er) van voorheen - en de reservist na het beŽindigen van zijn aanstelling bij het reservepersoneel.

Het personeelsbeleid voor postactief - en actief - Defensiepersoneel wordt geleid door de Hoofddirectie Personeel (HDP); sinds 1989 verzorgt de dienst Zorg Postactieve Militairen de uitvoering van alle wetten en regelingen voor postactief militair personeel.

Als wordt voldaan aan de definitie wordt de gewezen militair ook veteraan.

Zie ook: Up or Out-systeem (Flexibel Personeels Systeem, FPS) en veteraan.

Terug naar Boven

 

POST MET CBRN-CONSIGNES

CBRN Observation Post (dismounted).
poste d'observation et de dťtection CBRN.

Post met aanvullende CBRN-consignes en voorzien van extra CBRN-gerelateerd materieel, van waaruit waarnemingen moeten worden uitgevoerd om de eigen en/of naasthogere eenheid tijdig te kunnen waarschuwen voor het gebruik van CBRN-middelen.

De post met CBRN-consignes is uitgestegen en wordt toegewezen door de CBRN-kern.

Vanaf de CBRN-beschermingsgraad matig moet elke eenheid van pelotonsgrootte of hoger tenminste ťťn van zijn posten kunnen voorzien van CBRN-consignes – zoals vermeld in de coŲrdinerende bepalingen.

Tactisch teken van een post met CBRN-consignes.

Verdere kenmerken van de post met CBRN-consignes:

►bevindt zich tenminste 500 meter bovenwinds van de eenheid

►bij voorkeur is een level 1-ploegcommandant commandant van de post

►CBRN-consignes worden in de vorm van een VEITONO aan de post met CBRN-consignes verstrekt, waarbij per punt de CBRN-aspecten worden ingevuld

►heeft de beschikking over tenminste twee verschillende communicatiemiddelen

►kan een bestaande waarnemings- en luisterpost (WLP) uit de nabijbeveiliging van de eenheid zijn die CBRN-consignes krijgt en daarmee uitsluitend voor deze taak waarneemt

►in het beste geval gelegen op een hoger terreindeel

►post met CBRN-consignes is altijd één dress-state en ťťn CBRN-beschermingsgraad hoger dan de rest van de eenheid

►voor de post met CBRN-consignes kan iedereen worden ingezet

Zie ook: consigne, coŲrdinerende bepalingen, level-indeling CBRN, waarnemen en waarnemings- en luisterpost (WLP).

Terug naar Boven

 

POST STRIKE VERKENNING

Engels: post strike reconnaissance. Vaststellen of een doel, zoals de verwachting was, feitelijk is vernietigd. Het beoordelen van de schade aan een doel (target damage assessment) vindt plaats door visueel en/of sensoren-onderzoek.

Terug naar Boven

 

POSTTRAUMATISCHE STRESSSTOORNIS

Posttraumatische Belastungsstörung (PTBS)
Post Traumatic Stress Disorder (PTSD).
syndrome de stress post-traumatique (SSPT); trouble de stress post-traumatique (TSPT).

Afgekort: PTSS.

PTSS is een sinds 1980 beschreven klinisch syndroom, dat bestaat uit een samenstel van fysieke en psychische ziekteverschijnselen. Als gevolg van sociale en politieke ontwikkelingen in de jaren '70 van de 20e eeuw, toen de aandacht uitging naar de psychische gevolgen van WO II, Vietnamoorlog en huiselijk geweld, werd PTSS als een angststoornis opgenomen in het Diagnostic and Statistical Manual of the Mental Disorders (DSM) van de American Psychiatric Association.

In de DSM-5 (externe link), gepubliceerd in 2013, valt PTSS voortaan onder 'psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen'.

De Griekse oorlogsheld Ajax is de eerste militair waarbij over PTSS werd geschreven.

'Ajax' is een tragedie van de Griekse dichter Sophocles. Het stuk werd voor het eerst opgevoerd in Athene rond 442 v. Chr.

Volgens Homerus' Ilias was Ajax, na Achilles, de grootste held van de Grieken die in de Trojaanse oorlog vocht.

Ajax draait helemaal door wanneer niet hij maar Odysseus van de godenkoningen Agamemnon en Menelaos de wapenuitrusting van zijn gedode vriend Achilles krijgt uitgereikt.

Ajax is in zijn eer gekrenkt, wordt furieus en slacht in een vlaag van verstandsverbijstering een complete kudde schapen af.

Dankzij de godin Athene denkt hij dat de schapen Odysseus, Agamennon en Menelaos zijn.

Als Ajax badend in het bloed van de gedode schapen ontwaakt, wordt hij overweldigd door waanzin, schaamte en schande.

Uiteindelijk pleegt Ajax zelfmoord door zich in zijn eigen zwaard te laten vallen.

Voorafgaand aan de Vietnamoorlog kende het syndroom een veelheid van namen, zoals choq de guerre, Granatshock, klop, Kriegsneurose en shell shock. Het syndroom werd vooral gezien als een neurose (ziekelijke angst) als gevolg van oorlogshandelingen of tenminste -omstandigheden.

Naamgever van PTSS is de Amerikaanse psychiater dr. John P. Wilson (1945-2015), die onderzoek deed bij de overlevenden van de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941.

Vijftien tot twintig jaar na de Vietnamoorlog werd bij ruim 15% van de mannelijke en 8,5% van de vrouwelijke veteranen PTSS vastgesteld.

Van de bijna drie miljoen Amerikanen die hun 'tour of duty' naar Vietnam maakten, lijden er naar schatting 750.000 aan PTSS.

In 1988 schatte de National Vietnam Veterans Readjustment Study de kans op PTSS bij Vietnam-veteranen op tenminste 15,2%.

Onderzoek wijst uit dat de maatschappelijke acceptatie van oorlog belangrijk is: zowel Amerikaanse veteranen uit de Vietnamoorlog als Nederlandse uit voormalig Nederlands-Indië werden vergeleken met misdadigers, weggehoond en genegeerd.

De verschijnselen van PTSS verdwijnen niet zomaar "met de tijd": vele tientallen jaren na dato toonde 30 ŗ 55% van de getraumatiseerde ex-krijgsgevangenen uit WO II (Konzentrationslager- of KZ-syndroom) nog altijd verschijnselen van PTSS. Bij Nederlandse verzetsveteranen uit dezelfde periode zijn vergelijkbare percentages gevonden: 27% van de mannen, 20% van de vrouwen.

Tijdens missies opereert de Nederlandse militair vaak onder onbeheersbare en fysiek en mentaal zware omstandigheden. Militairen kunnen te maken krijgen met (levens)bedreigende, traumatiserende omstandigheden, zoals fysieke bedreigingen en groot menselijk leed. Voorbeelden hiervan zijn het meemaken van een IED-strike, gevechtshandelingen (troops in contact), gijzeling, hinderlaag, marteling, mijnongevallen of andermans dan wel eigen lichamelijk leed.

Naast (levens)bedreigende en traumatiserende omstandigheden is 'wachten' voor militairen vaak minstens even erg als vechten:

► afnemen van concentratie en reflexen

► voor zich houden van emoties (binnenvetter)

► opspelen van (over)vermoeidheid

► zich afsluiten van/voor de buitenwereld

Een missie kan chronische stressbelasting veroorzaken en het risico op het ontwikkelen van psychische problemen (traumatische piekbelasting) verhogen. Na een missie ontwikkelen sommige militairen PTSS.

De belangrijkste elementen van PTSS zijn:

► gevoelens lijken afgestompt (vervlakt)

► herinneringen aan het trauma keren regelmatig terug, al dan niet als hallucinaties

► nervositeit, onrust en spanning

► situaties die aan het trauma doen denken worden vermeden

PTSS kan uiteindelijk leiden tot asociaal gedrag, misbruik van drank, drugs en/of geld en problemen in de relationele sfeer, zoals huiselijk geweld. Sinds de 21e eeuw lijkt het dat het aantal nieuwe gevallen van stressgerelateerde stoornissen onder (oud-)militairen en veteranen aanzienlijker wordt.

In 1993 schreef luitenant-kolonel R.W. Jacobs in 'Stress, het operationele optreden en psychologische ondersteuning' in Militaire Spectator dat uit ervaringen van Amerikanen en IsraeliŽrs blijkt dat 25% van de troepenuitval een direct gevolg van PTSS is.

Het Nederlandse Ministerie van Defensie houdt op langere termijn rekening met PTSS bij 10% van het aantal uitgezonden militairen.

Ideaal bezien bestaat de behandeling van PTSS uit:

► haptotherapie (waarbij wordt geconcentreerd op het gevoelsleven en op aspecten van menselijke affectie).

► herbeleving door hypnose en meditatie (EMDR, 3MDR)

► ontspannings- en/of cognitieve gedragstherapie (waarbij interne, mentale processen aan bod komen)

Medicamenteuze therapie geniet niet de voorkeur. Wanneer tůch voor de behandeling (van verschijnselen) van PTSS met geneesmiddelen wordt gekozen, valt in de regel de keuze op antidepressiva, zoals amitriptyline of paroxetine.

De KMA-afstudeerscriptie 'BGT gevechtsstress: een basisgevechtstechniek voor de preventie en aanpak van (gevechts)stress door de pelotonscommandant en de groepscommandant' (1993) van eerste luitenant Chris Sievers is in 1994 verheven tot beleid.

Sievers beschrijft stress als "een normale reactie op een abnormale situatie". Spanningen in het militaire beroep kunnen onder andere ook worden veroorzaakt door slaapdeprivatie of slechte verhoudingen met meerderen.

Omdat het karakter van het militaire beroep nog steeds als 'macho' wordt gezien, weigeren sommige militairen met verschijnselen van PTSS in actieve dienst soms de militaire arts of andere hulpverleners om hulp te vragen (zorgmijders). Mogelijk is de angst voor disciplinaire maatregelen groot, evenals pesterijen van collega's en meerderen.

Psychiater en onderzoeker Eric Vermetten noemt de kans op PTSS groter naarmate er meer dreiging is en meer gevoelens van machteloosheid. Typerend voor PTSS noemt hij "gevaar zoeken, risico's nemen, balanceren op het randje": risicozoekend gedrag om een verslavend adrenalineniveau van doodsangst te bereiken. Militairen hebben volgens Vermetten minder kans op PTSS als de groepscohesie groot is en de groep het nut van de missie ziet.

Volgens psycholoog kapitein-luitenant ter zee Marten Meijer van het Veteraneninstituut kan ook understress (gebrek aan prikkels en uitdagingen) leiden tot problemen, zoals demotivatie, frictie, frustratie en spanning. Meijer's statement lijkt het spreekwoord "De mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest" te onderstrepen.

Preventief wordt steeds meer gedaan aan het proberen uit te sluiten, onderkennen en erkennen van PTSS in de toekomst. Preventieve maatregelen zijn onder andere:

► buddy om mee te praten

► militairen leren tijdig het hart te luchten

► scholing van kaderleden in de vroegtijdige herkenning van stressreacties

► screening bij werving en selectie (keuringen)

De beleidsmatige nazorg bestaat uit een debriefingsgesprek (individueel, vlak voor vertrek uit het inzetgebied of juist net na terugkomst) en een re-integratiegesprek (individueel of groepsgewijs, 6 ŗ 8 weken na terugkomst uit het inzetgebied).

Indien toch verschijnselen van PTSS optreden, staat alleen al binnen het Ministerie van Defensie een multidisciplinair netwerk aan psychosociale hulpverleners gereed: Geestelijke Verzorging (GV), Dienstencentrum Bedrijfsmaatschappelijk Werk (DCBMW, voorheen MDD) en Militaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ).

EMDR

Eye Movement Desensitization and Reprocessing.

Psychotherapeutische methode, in 1989 geÔntroduceerd door de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro, voor de specifieke behandeling van chronische PTSS. Bij PTSS zijn het persoonlijk functioneren en het sociaal systeem ontwricht, wat tot uiting komt in irritaties, nachtmerries, onrust, prikkelbaarheid en schrikreacties.

EMDR is gebaseerd op de denkbeeldige blootstelling aan de traumatische ervaring. In zijn verbeelding speelt de patiŽnt het filmpje van zijn traumatische ervaring af en zet het beeld stil bij moeilijk te verdragen gedachten en gevoelens.

Met de ogen volgt de patiŽnt tientallen seconden een externe prikkel, zoals de heen en weer bewegende vingers van de therapeut of de afwisselend links en rechts hoorbare piepjes op een koptelefoon. De patiŽnt focust zich op de meest opvallende herinneringen, waarbij hij zijn ervaringen bespreekt met de therapeut.

De patiŽnt gaat bij zichzelf na of hij nog fysieke spanning voelt, bijvoorbeeld op de borst, en concentreert zich op positieve gedachten en gevoelens.

Het geheugen koppelt op deze wijze de herinnering los van het trauma en slaat die anders in het geheugen op. Uiteindelijk verminderen of verdwijnen bij 80 ŗ 90% van de patiŽnten de klachten.

Bij EMDR hoeft de patiŽnt zijn schokkende gebeurtenis niet aan de therapeut te 'bekennen'. De patiŽnt kijkt naar zichzelf en zijn eigen belastende ervaring, zonder details te hoeven blootleggen.

  
PTSS-informatiebrochure voor patiënten van de Afdeling Militaire Psychiatrie CMHPTSS-informatiebrochure voor patiŽnten van de Afdeling Militaire Psychiatrie CMH.
Strijd van binnen. Oratie prof. dr. kolonel-arts Eric Vermetten, 23 mei 2014

Strijd van binnen. Oratie prof. dr. kolonel-arts Eric Vermetten, 23 mei 2014

Zie ook: 3MDR en Mlitaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ).

Terug naar Boven

 

P.O.T.L.O.O.D.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor de maatregelen die kunnen worden getroffen om de toestand van een patiënt die in shock dreigt te raken te verbeteren:

P Pijn bestrijden: verbinden, stil- en hoogleggen, evt. medicatie

 

O Onrust bestrijden: aanwezigheid geneeskundig (hulp)personeel, geruststelling, afleiding, praten tegen de patiënt

 

T Temperatuur reguleren (ter voorkoming van koude- respectievelijk warmteletsel):
  • slachtoffer heeft het koud: extra laag kleding laten aantrekken, deken omdoen, reddingsdeken omdoen met de zilverkant naar het lichaam van het slachtoffer
  • slachtoffer heeft het warm: in de schaduw leggen, zorgen voor extra verkoeling, reddingsdeken omdoen met de zilverkant naar buiten
L Ligging (zo comfortabel en verantwoord mogelijk, bepalend is de aard van de  verwonding, op aangeven van de patiënt, bewusteloze slachtoffers in de stabiele zijligging)

 

O Onder

 

O Ongunstige (niet-ideale) of primitieve omstandigheden

 

D Drinkbeleid toepassen, behalve als de patiënt:
  • reeds in shock is
  • niet zelf kan drinken of slikken
  • een borst-, buik-, hals- of kaakverwonding heeft

Laat de inhoud van twee sachets Oral Rehydration Solution (ORS), opgelost in een volle veldfles water op drinktemperatuur, door het slachtoffer sloksgewijs leegdrinken

Terug naar Boven

 

PRAATJE - PLAATJE - DAADJE

De werkwijze van de feitelijke instructie van een les in de opdrachtvorm, met name gericht op de praktijkles. Het is de meest gebruikte manier voor het overbrengen van skills en drills in de praktische uitvoering. Hierbij staat het voordoen en laten nadoen van deze praktijkuitvoering centraal.

In schematische vorm:

Praatje

Duidelijke, korte, bondige en KISS-gerichte uitleg van de praktijkles. Visualiseer de lesstof zo veel mogelijk. Zorg ervoor dat de sfeer zo goed mogelijk is.

 

Plaatje

Zelf een goede demonstratie geven. Geef goede aanwijzingen, tips en tools. Het goede voorbeeld is essentieel.

 

DaadjeDOA

Voor de eerste maal: Doe op aanwijzing. Geef algemene aanwijzingen. Leerlingen luisteren en oefenen.

 

DOMA

Doe op minder aanwijzing. Geef individuele aanwijzingen. Leerlingen nemen waar en oefenen.

 

DOZAVoor de laatste maal: Doe zonder aanwijzing. Leerlingen oefenen.

Het principe DOA-DOMA-DOZA is gebaseerd op de gedachte: "Luisterende leerlingen leren, waarnemende leerlingen leren meer en oefenende leerlingen leren het meest."

Terug naar Boven

 

Prefab

Afkorting van: prefabricated. Geprefabriceerde legerings- of werkruimte. Van tevoren vervaardigde wooncontainer of Porta Cabin ter grootte van een 20-voet-container of groter die de militair tijdens een uitzending met één of meerdere collega’s deelt. De meeste militairen maken van het uitzendverblijf een gezellig privé-onderkomen met een eigen plekje en tenminste een beetje privacy. Een dergelijke prefab is voorzien van een deur en (soms) meerdere ramen, voldoende wandcontactdozen en, tijdens de huidige missies in Bosnië-Hercegovina, zelfs airconditioning / heater (verwarming) én een internetaansluiting.

Prefab zoals die onder meer in gebruik was tijdens Dutchbat-II in Simin Han (Bosnië-Hercegovina)

De indeling is vrij, mits die voldoet aan brand- en overige veiligheidsvoorschriften: (veld)bedden met matrassen en vaak zelf, van palletmateriaal en overig houtafval in elkaar gezette bureaus en kasten.

De prefabs worden ook gebruikt als kantoor, opslag of vergaderruimte. Rijen prefabs worden vaak een "straat" genoemd, wat de vertrouwelijkheid bevordert.

In Uruzgan zijn de legering en werkruimtes als volgt opgebouwd: 24 containers zijn samengevoegd tot een chalet; per container slapen 3 à 4 militairen. De containers bieden bescherming tegen blast en kleinkaliberwapen-munitie. Omdat het dak van de containers een grotere beschermende waarde heeft dan de wand, worden ter bescherming van de wanden hesco’s met steenslag of zand geplaatst.

Zie ook: hesco.

Terug naar Boven

 

PRESENCE, POSTURE AND PROFILE

Afgekort: PPP.

Onderdeel van de Influence Activities (IA) van Information Operations (Info Ops).

Om het gewenste effect (desired endstate) van een informatieoperatie te bereiken, onderkent de NAVO een aantal aandachtsgebieden: een daarvan is Presence, Posture and Profile. Letterlijk betekent dit: "Aanwezigheid, uitstraling en profilering.".

Presentie en gedrag van militairen hebben een niet te onderschatten effect op de mening die andere actoren over hen vormen; dit is niet altijd direct merkbaar noch meetbaar. Militairen moeten inzien dat elk handelen of juist nalaten van handelen (in)directe gevolgen zal hebben op de houding van anderen en daarmee op hun toekomstige gedrag.

PPP is een drill om militairen te helpen bij het bepalen van de houding, de wijze van optreden en het veiligheidsniveau.

Voorbeelden van andere vormen van Influence Activities zijn:

Civil-Military Co-operation (CIMIC)

Computer Network Operations (CNO)

Electronic Warfare (EW; elektronische oorlogvoering)

Key Leader Engagement (KLE)

misleiding

Psychological Operations (PsyOps)

Public Affairs (PA; onderdeel van Public Relations)

De grondgedachte bij PPP is dat het zwaartepunt erin bestaat dat coalitietroepen door gedisciplineerd en rustig gedrag op vriendschappelijke voet met de lokale bevolking staan, maar indien nodig bereid en gereed zijn om geweld direct agressief en contraproductief te beantwoorden.

Op patrouilles ter bevordering van de communicatie over en weer met de lokale bevolking, waarbij Hearts & Minds aangrijpingspunt zijn, kunnen coalitietroepen op tactisch gunstige momenten bijvoorbeeld een baret in plaats van een helm dragen.

Opstandelingen zullen voortdurend worden gedestabiliseerd door het initiatief dat de coalitietroepen ontplooien, zowel in geweldsmaatregelen als door Influence Activities.

Leidend hierin is 'pre-emption': een actie uitvoeren om op een incident te anticiperen. Hierdoor worden de wil en het begrip van de opponent ondermijnd. Hierbij geven de uitstraling en de profilering van zowel de individuele militair als de eenheid een belangrijke boodschap af over de wijze van optreden en de intenties van de eenheid.

Zie ook: CIMIC (Civil-Military Co-operation), elektronische oorlogvoering (EOV), Hearts & Minds, misleiding, PsyOps (psychologische operaties) en zwaartepunt.

Terug naar Boven

 

PRIKREGELS

Regels die moeten worden toegepast bij het zgn. "prikstappend voorwaarts gaan" bij het onderkennen dan wel de vermeende aanwezigheid van landmijnen, zowel antipersoneels- (AP) als antitank- (AT) mijnen.

Dit is bijvoorbeeld mogelijk op een route waarover wordt verplaatst, zowel bereden als uitgestegen (te voet).

Prikstappen is zeer arbeidsintensief en tijdrovend.

Het prikstappen kan het best worden uitgevoerd met een bajonet, mijnenprikstok, lange schroevendraaier, zakmes of enig ander lang, aan het uiteinde puntig voorwerp.

De prikregels zijn:

► Onder een hoek van 30 graden met het maaiveld

► In een vlak met een breedte van 2 cm

► In een vlak met een lengte van 4 cm

► Niet te hardhandig en/of te ruw

◄ De prikregels in de praktijk.

 

 

Wanneer de grond bevroren is, heeft het geen nut om prikstappend voorwaarts te gaan.

Zie ook: Ammunition Awareness (AAW), B.M.W. , Explosieven Opruimingscommando KL en maaiveld.

Terug naar Boven

 

PRIMARY SURGERY

Synoniemen: Immediate Surgery; Initial Surgery, primaire chirurgie. Chirurgie die primair is gericht op het herstel van lokale fysieke schade die is veroorzaakt door een verwonding, in plaats van op de correctie van afgeleide effecten.

Het NAVO-document M(ilitary) C(ommittee) 326/2 geeft aan dat wanneer de 60 minuten waarbinnen bij acute en ernstige traumagewonden Primary Surgery zou moeten worden uitgevoerd niet haalbaar is, de planningstijden voor interventie worden verlengd naar 2 uur voor Damage Control Surgery en niet meer dan 4 uur voor Primary Surgery.

Primary Surgery wordt in de geneeskundige behandel- en afvoerketen in de regel uitgevoerd in een Role 3 geneeskundige inrichting, in Nederland ook in een Role 2 Enhanced van de hospitaalcompagnieŽn van 400 Geneeskundig bataljon. De Primary Surgery op de operatiekamer (OK) wordt in de regel uitgevoerd door een team dat bestaat uit:

► chirurg

► anesthesist

► operatieassistent

► anesthesiemedewerker

► operatiekamertechnicus (OKT, ter ondersteuning)

Primary Surgery, die gemiddeld 2Ĺ uur per gewonde kost, is altijd gekoppeld aan peri-operatieve zorg: preoperatieve zorg en risico-inschatting van gewonden, zorg tijdens de operatie en postoperatieve nazorg.

Vertraging in primaire chirurgie kan leiden tot complicaties, meer ziekte (morbiditeit), handicaps als restletsel en meer sterfte (mortaliteit).

Bronnen:

► Aanwijzing SG V/26, Grondslagen, hoofdlijnen en systeemeisen militaire gezondheidszorg.

► AJP-4.10, Allied Joint Medical Support Doctrine.

► Doctrinebulletin 06/01, 'Van normen naar grondvorm. Optimale gezondheidszorg onder uitdagende operationele omstandigheden'.

► MC 326/2, NATO Principles and Policies of Operational Medical Support.

► Trainingscompendium CLAS.

Zie ook: 400 Geneeskundig bataljon, Damage Control Surgery (DCS), gewondennest, marsgewondenverzamelpunt, MOGOS, Role, Role 2 (verbandplaats) en Role 3 (hospitaal).

Terug naar Boven

 

PRINS BERNHARD

Voluit: Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter, prins der Nederlanden, prins van Lippe-Biesterfeld. Geboren op 29 juni 1911 te Jena (Saksen-Weimar), overleden op 1 december 2004 te Utrecht. Prins Bernhard was Ridder Militaire Willems-Orde der 2de klasse (Commandeur).

Op 4 juli 2009 bleek dat Z.K.H. Prins Bernhard premier Jan Peter Balkenende twee dagen voor zijn overlijden op 1 december 2004 een brief heeft gestuurd waarin hij zich uitsprak tegen voortzetting van een (afgeslankt of ingekort) defilé in Wageningen.

Hij noemde het zijn grote wens dat een Veteranendag zou worden gehouden op zijn geboortedag, 29 juni. Naar aanleiding van de brief zette het Ministerie van Defensie na 2005 haar steun aan het defilť stop. Het Ministerie van Algemene Zaken– het ministerie van de premier – bracht de brief echter nooit in de openbaarheid, waardoor veteranenorganisaties en individuele veteranen aan het bestaan ervan twijfelden.

Zeker omdat zij ervan overtuigd waren dat het beëindigen van het defilé op 5 mei in Wageningen nooit de intentie van Bernhard kon zijn geweest. De uitgetypte brief van Prins Bernhard luidt:"Geruchten bereikten mij dat Defensie het voornemen heeft toch in afgeslankte vorm op 5 mei 2006 en gedurende de daarop volgende jaren een klein defilť te Wageningen te doen plaatsvinden. Het is mijn grote wens dat dit niet zal gebeuren en dat er uitsluitend een veteranendag wordt gevierd op 29 juni."

De Gelderlander deed een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) en vroeg Balkenende om een kopie van de brief. Aanvankelijk werd die niet verstrekt, waarna de krant bezwaar maakte. De minister-president heeft het bezwaar gegrond verklaard en De Gelderlander alsnog een kopie doen toekomen.

"Ik ben zwaar teleurgesteld in prins Bernhard en vind het gek dat de brief nu ineens boven water komt", reageert Olaf de Jongh, oud-commando en tot 2007 raadslid voor de VVD in Wageningen. De Jongh twijfelde openlijk aan het bestaan van de brief en stelde pogingen in het werk een kopie te pakken te krijgen. Hij vindt het nog steeds moeilijk te bevatten dat juist Bernhard - die jarenlang voor Hotel De Wereld het defilť van oud-strijders en verzetsmensen afnam - hieraan een einde heeft willen maken.

Op 20 en 21 maart 1941 bezocht Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard Congleton. Hij inspecteerde de militairen van het detachement Koninklijke Nederlandse troepen, die in de houding staan met de bajonet op het geweer geplaatst.

Naast de prins loopt luitenant-generaal Gerard Benjamin Noothoven van Goor, de detachementcommandant van op dat moment Ī 700 Nederlandse militairen; achter de prins kolonel der infanterie H.J. Phaff.

Prins Bernhard in de werkkamer van Koningin Wilhelmina in Londen.
  

De staf van de Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten (BNS) droeg een embleem in de vorm van een accoladeschild, geborduurd van gouddraad.

Op het schild bevindt zich een kruis van blauwe zijde, met in het midden - eveneens in gouddraad geborduurd - een naar links gerichte klimmende leeuw uit het Nederlandse wapen met zwaard en pijlenbundel.

Het 'Prinselijke teken' werd met een MinisteriŽle Beschikking van 6 november 1945, nr. 412, overgenomen door de Inspecteur-Generaal der Koninklijke Landmacht (IGKL). De IGKL ging later op in de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK).

13 juli 1945. Op de Lange Voorhout in Den Haag brengt Prins Bernhard de militaire groet bij het defilť ter ere van de opheffing van de Prinses Irene Brigade.

Prins Bernhard, op dat moment Inspecteur-Generaal van de Koninklijke Landmacht, woonde op 1 september 1961 de viering bij van het tienjarig bestaan van de Onderofficiersschool. De school kreeg in dat jaar de naam Koninklijke Militaire School. Links van de prins de toenmalige commandant van de school, kolonel C.A. Rijnders.

Op 16 januari 1975 bracht Z.K.H. Prins Bernhard in zijn hoedanigheid van Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, een werkbezoek aan de KMS.

In aanwezigheid van zijn vrouw, Prinses Juliana, werden op 20 juni 1946 de versierselen behorende bij Ridder der 2de klasse (Commandeur) in de Militaire Willems-Orde aan Z.K.H. Prins Bernhard uitgereikt door zijn schoonmoeder, Koningin Wilhelmina.

Prins Bernhard was op deze dag één van de ruim dertig strijders uit de meidagen van 1940 en uit het verzet die de MWO kregen uitgereikt. Met de toekenning van de hoogste dapperheidsonderscheiding aan haar schoonzoon, volgde Hare Majesteit de traditie dat de commandant van een legerkorps, in zijn geval de Binnenlandse Strijdkrachten, deze onderscheiding na een behaalde overwinning ontvangt.

De uitreiking vond plaats op de militaire vliegbasis Soesterberg. Bernhard werd als Bevelhebbber der Binnenlandse Strijdkrachten (BNS) gedecoreerd, voor zijn inspirerend leiderschap tijdens de Tweede Wereldoorlog en vanwege zijn bijdrage aan de opbouw van de naoorlogse krijgsmacht. Als de BNS (sinds 1944) nam hij in mei 1945 deel aan de capitulatie-besprekingen in Wageningen.

Prinses Juliana en Prins Bernhard op de dag van de MWO-uitreiking.

“Spelderholt draagt de naam van een buiten op de Veluwe, waar Z.K.H. Prins Bernhard na de bevrijding met zijn staf woonde.” (bron: Een stem uit het veld. Herinneringen van de ritmeester-adjudant van generaal S.H. Spoor, R.M. Smulders, 1988).

Nadat de staf van de Binnenlandse Strijdkrachten landgoed Anneville bij Breda had opgegeven ten faveure van Koningin Wilhelmina, werd besloten een locatie boven de rivieren te betrekken. De keuze viel op Kasteel Spelderholt in Beekbergen. In een prachtig heuvelachtig landschap werd hier het hoofdkwartier betrokken. Op Het Loo, door de Duitse bezetter uitgeleefd, was de staf van het 1ste Canadese legerkorps gevestigd.

Voordat Prins Bernhard het kasteeltje betrok, woonde Seyss-Inquart er. De Rijkscommissaris liet er een vliegveldje aanleggen, waar Bernhard na de oorlog als één van de eersten gebruik van maakte. Nog in ’45 kreeg luitenant-generaal H.D.G. Crecar, bevelhebber van het 1ste Canadese legerkorps, door Prins Bernhard het Grootkruis Oranje-Nassau met de zwaarden uitgereikt op Spelderholt.

Prins Bernhard in 1942.

De stalen helm van Prins Bernhard, die hij droeg als Bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten.

De prins bekleedde deze functie in de rang van generaal (vier sterren) 375 dagen: van 3 september 1944 tot 13 september 1945.

Tegelijkertijd was hij hoofd van de Nederlandse missie bij het Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (SHAEF).

Aansluitend op zijn eervol ontslag werd hij benoemd tot Inspecteur-generaal der Koninklijke Landmacht.

Zie ook: Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK).

Terug naar Boven

 

PRINSES IRENE BRIGADE

In de zomer van 1940 besluit de Nederlandse regering in ballingschap tot de oprichting van een Nederlands Legioen. Dit zou zij aan zij met de geallieerden moeten vechten tegen nazi-Duitsland. De rekrutering komt nauwelijks van de grond. Op 11 januari 1941 wordt in Congleton (Cheshire, Engeland) uit dit Nederlands Legioen de Koninklijke Nederlandsche Brigade opgericht.

Feitelijk is de brigade een voorzetting van de Nederlandse landstrijdkrachten in ballingschap.

Op 22 februari 1942 krijgt de brigade de naam Brigade Prinses Irene.

De brigade ontstaat uit Nederlandse militairen die na de Duitse bezetting in mei 1940 naar Engeland uitwijken, onder wie Engelandvaarders en mariniers, en Nederlanders in het buitenland die bij de brigade hun dienstplicht vervullen of zich vrijwillig aanmelden. Het doel van de eenheid is om een bijdrage te leveren aan de geallieerde oorlogsinspanning tegen de Duitsers.

Op 1 september 1941 wordt kolonel David van Voorst Evekink - voorheen docent aan de officiersopleiding en militair attachť in Brussel en Parijs - de eerste commandant van de brigade in Wolverhampton.

Van Voorst Evekink wil de brigade het liefst naar Nederlands-IndiŽ sturen en wordt daarin gesteund door Prins Bernhard. Voor Koningin Wilhelmina staat vast dat de brigade als zelfstandige eenheid in de voorste gelederen Nederland dient binnen te rijden.

Onmiddellijk nadat hij op 8 december 1941 via de radio heeft gehoord dat Nederland Japan de oorlog heeft verklaard, stuurt Van Voorst Evekink minister van Binnenlandse Zaken Hendrik van Boeijen een rekest - met afschrift aan Koningin Wilhelmina en oorlogspremier Pieter Gerbrandy - waarin hij voorstelt [...] het strijdbare gedeelte van de Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene', met het vaandel en onder bevel van haar brigadecommandant naar het strijdtoneel in Nederlands-IndiŽ te zenden."

De brigade wordt echter niet naar de Oost gestuurd om de defensie te versterken - een besluit dat na WO II is bekritiseerd door de EnquÍtecommissie. Van Voorst Evekink slaagt er overigens wťl in personeel te werven voor het Korps Insulinde, dat bereid is naar het Verre Oosten te trekken.

Het Korps Insulinde komt voort uit de Prinses Irene Brigade en No. 2 (Dutch) Troop.

Op 6 januari 1942 schepen in Glasgow ruim 150 militairen, onder wie kolonel Van Voorst Evekink, in op het koopvaardijschip Colombia. Dit komt op 7 maart 1942 aan op Ceylon.

Pas op 1 augustus 1942 wordt het Korps Insulinde - dat is gelegerd in Kamp D(utch) in de kustplaats Laksapatiya - officieel opgericht.

Onder commando van voormalig KNIL'er majoor Frits Mollinger voert het Korps Insuldine commandoacties uit tegen de Japanners bezetter in Nederlands-IndiŽ.

Uiteindelijk is de Prinses Irene Brigade de enige Nederlandse brigade die deelneemt aan de bevrijding van Nederland in WO II.

5 augustus 1939Prinses Irene, "Zij die vrede brengt", de tweede dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard, wordt op Soestdijk geboren.
11 januari 1941Oprichting van de Koninklijke Nederlandsche Brigade in Congleton (Cheshire, Engeland).

20 maart 1941

Oprichting van het Light Aid Detachment (LAD), de herstelwerkplaats van de brigade (oprichtingsdatum van het Regiment Technische Troepen).

Op 31 mei wordt tijdelijk kapitein der artillerie J. Bredt de eerste commandant van de LAD, die na 1 februari '44 Independent Workshop Detachment (IWD) heet.

Mei 1941

De eerste 700 Nederlandse militairen vestigen zich in Wrottesley Park, Wolverhampton, in juli '41 gevolgd door nogmaals 700 Nederlanders.

Locatie van Wolverhampton.
© 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, 1939-1945', deel 9, 1e helft.

Het nieuwe kamp biedt plaats aan 2.200 militairen.

27 augustus 1941

In Wolverhampton ontvangt de brigade zowel het vaandel als de erenaam 'Prinses Irene' van Koningin Wilhelmina.

Hare Majesteit spreekt de woorden: "Vertrouwend op God, onzen onbuigzamen wil en de overwinning onzer bondgenootschappelijker wapens zal het u gegeven zijn eenmaal als zegevierende bevrijders van Nederland met dit vaandel den Nederlandschen bodem te betreden."

1 september 1941Kolonel David van Voorst Evekink wordt de eerste brigadecommandant.
6 januari 1942Kolonel der artillerie Albert Cornelis de Ruyter van Steveninck volgt Van Voorst Evekink op als brigadecommandant.
22 maart 1942

48 vrijwilligers van de brigade beginnen in Achnacarry aan de opleiding tot commando (oprichtingsdatum van het Korps Commandotroepen).

Augustus 1942

Als onderdeel van de brigade wordt een batterij veldartillerie opgericht, die vier stukken 25 ponder telt.

De batterij, naar Brits voorbeeld, telt 92 militairen en staat onder bevel van kapitein J.A. Risseeuw.

Juli 1943Ten behoeve van de invasie wordt de brigade ingedeeld bij 6th (UK) Airborne Division onder generaal-majoor Richard Gale.

5 augustus 1943

In het Odeon Theatre in Londen gaat de propagandafilm 'Glorious Colours' over het ontstaan van de Prinses Irene Brigade in premiŤre.

De 28 minuten durende documentaire onder regie van Alfred Travers is gemaakt in opdracht van de Nederlandse regering in ballingschap.

De Nederlandse titel luidt: 'O schitterende kleuren'.

11 maart 1944

Generaal Bernhard Montgomery bezoekt de brigade in Frinton-on-Sea.

De brigade krijgt voor het eerst te horen over de aanstaande operatie OVERLORD, de invasie van Europa.

Begin 1944Onder druk van generaal Bernard Montgomery, die de brigade numeriek te zwak vindt, worden honderd Nederlandse mariniers uit Camp Lejeune (North Carolina, VS) aan de brigade toegevoegd.
6 - 8 augustus 1944

De 1.205 militairen van de brigade, ingedeeld bij 6th (UK) Airborne Division onder generaal Richard Gale, landen bij Graye-sur-Mer, Arromanches-les-Bains en Courseulles-sur-Mer aan de Normandische kust.

8 - 12 augustus

De brigade verzamelt zich in het concentratiegebied in Cresserons.

Dit kamp bevindt zich 15 km noordelijk van Caen.

14-18 augustus 1944

Vuurdoop van de brigade bij Brťville-les-Monts, waar ze de Duitsers verjaagt uit Château Saint-Côme aan de rivier Orne.

26 augustus 1944Samen met 1 (BE) Infanterie Brigade 'Piron wordt Pont-Audemer bevrijd.
27 augustus 1944Pont L'Eveque wordt bevrijd.
6 september 1944

De brigade bereikt Sint-Pieters-Leeuw, ten zuiden van Brussel, en maakt zich op voor de bevrijding van Nederland.

Intussen is de brigade heringedeeld bij XXX (UK) Corps onder generaal Brian Horrocks.

20 - 21 september 1944

In navolging van de Britse Household Cavalry passeert de brigade bij Bergeijk de Nederlandse grens en rukt op naar Eindhoven.

22 september - 22 oktober 1944

De brigade voert bewakingstaken uit aan de Maasbrug bij Grave.

24 - 27 oktober 1944

De brigade draagt bij aan de bevrijding van Tilburg. De commandant van 15th (Scottish) Infantry Division gunt de eer van de bevrijding aan de Brigade Prinses Irene.

Acht leden van de brigade sneuvelen.

Tilburg staat als krijgsverrichting op het vaandel van het regiment.

23 - 26 april 1945

De brigade levert zware gevechten bij Hedel.

Twaalf leden van de brigade sneuvelen.

8 mei 1945Als eerste geallieerde eenheid trekt de brigade Den Haag binnen.
13 juli 1945

Het vaandel van de brigade wordt gesierd met de versierselen behorend tot Ridder 4e klasse van de Militaire Willems-Orde.

De brigade houdt op te bestaan.

15 april 1946Oprichting van het Regiment Prinses Irene.
1 juni 1948 Het Regiment Prinses Irene wordt verheven tot het Garderegiment Prinses Irene.
12 maart 1952Toekenning van het predikaat 'Fuseliers'. De officiŽle benaming is voortaan Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (GFPI).
10 januari 1969De naam Legerplaats Oirschot verandert in Generaal-majoor de Ruyter van Steveninck-kazerne.

Koningin Wilhelmina in Wolverhampton op 27 augustus 1941.

 

augustus 1944: GRAYE-SUR-MER, ARROMANCHES-LES-BAINS EN COURSEULLES SUR-MER

De 1.205 mannen van de Prinses Irene Brigade (PIB) ontschepen op 6, 7 en 8 augustus 1944 aan de Normandische kust. Op 6 augustus zijn de kwartiermakers en de Compagnie Aanvullingstroepen al aangekomen bij Graye-sur-Mer.

De drie gevechtsgroepen gaan op 7 augustus via de kunstmatige Mulberry-haven van Arromanches-les-Bains op Gold Beach aan land, zo'n tien km van Bayeux.

Een dag later worden de brigadetrein (bevoorrading), het Light Aid Detachment en de verbindingsafdeling door landingsschepen vijftien kilometer oostelijker op het strand van Courseulles-sur-Mer afgezet. Diezelfde dag komen ook het stafkwartier van de brigade, de verkenningsafdeling en de artilleriebatterij aan op het strand van Graye-sur-Mer.

7 augustus 1944: een deel van de Prinses Irene Brigade gaat aan land.

Evenals 1 (BE) Infanterie Brigade 'Piron' is de PIB ingedeeld bij de 6th (UK) Airborne Division onder generaal-majoor Richard Gale.

Op 8 augustus verzamelt de gehele brigade zich in het concentratiegebied in Cresserons, waar ze tot 12 augustus blijft.

Van 12 tot 24 augustus 1944 bezet de PIB rond Château Saint Come een gebied dat voortdurend onder Duits vuur ligt, bijgenaamd de Hell Fire Corner. Bij het kasteel, in het oord Brťville-les-Monts, krijgen ze hun vuurdoop.

Door hevig Duits artillerie- en mortiervuur valt hier op 14 augustus de eerste dode: de 37-jarige wachtmeester Piet Lammers, de enige onderofficier van de Geneeskundige Dienst, Stafkwartier PIB.

Ambulances op ťťn van de drijvende pieren - door de geallieerden gecodeerd als 'Whale' (Walvis) - van de kunstmatige Mulberry haven aan de kust ter hoogte van Arromanches-les-Bains.

PIB trekt verder via Caen. Na een opmars van zo'n honderd km door de Noord-Franse ruïne bevrijdt de brigade, samen met 1 (BE) Infanterie Brigade, op 26 augustus de stad Pont-Audemer.

Na de verovering van Pont-Audemer rukt de PIB via Amiens, Doullens, Arras, Douai en BelgiŽ op naar Nederland.

Afscheidsparade van de Prinses Irene Brigade op 13 juli 1945 op het Lange Voorhout in Den Haag.

In een op de Duitsers buitgemaakte open Mercedes-Benz staat Prins Bernhard naast de commandant van de enige Nederlandse brigade die deelnam aan de bevrijding van Nederland, kolonel Albert Cornelis de Ruyter van Steveninck.

Op dezelfde dag sprak Prins Bernhard op de binnenplaats van de Haagse Clingendaelkazerne (later: Prinses Julianakazerne) de mannen van de Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene' toe en hechtte hij de versierselen van de Militaire Willems-Orde 4e klasse aan het vaandel (Koninklijk Besluit van 3 juli 1945, nr. 28).

Daarnaast reikte hij nog negenentwintig andere dapperheidsonderscheidingen uit - waarvan een aantal postuum - aan (onder)officieren en manschappen van de brigade. Kolonel De Ruyter van Steveninck werd door Prins Bernhard onderscheiden met de Bronzen Leeuw.

De Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene' hield op te bestaan (Koninklijke Besluit nr. 11).

Bernhard verklaarde: "Gelukkig zullen de tradities welke gij in de maanden van strijd op het continent hebt verworven, niet verloren gaan. Uit de brigade zal onder meer gevormd worden de kern voor het Regiment Prinses lrene, een regiment dat om uw vaandel zal worden gevormd en op uw traditie zal voortbouwen."

Alle militairen van de Prinses Irene Brigade die in de periode van 7 t/m 15 augustus 1944 in NormandiŽ aan land kwamen, ontvingen in maart 1945 op voordracht van Koningin Wilhelmina een speciaal herinneringskoord.

Dit gevlochten koord, in de kleuren oranje en blauw (van het Koninklijk Huis) werd aanvankelijk invasiefluitkoord (Engels: lanyard) genoemd, later kortweg invasiekoord.

De koordtraditie is na WO II voortgezet door de eenheid die de regimentstradities bewaakt. Sinds 1991 is dat 17 Pantserinfanteriebataljon.


17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, gestoken in het roodzwarte ceremonieel tenue.

De Brigade Prinses Irene heeft uiteidelijk een omvang van slechts 1.200 militairen en is dus feitelijk een versterkt bataljon.

In de oorlogsjaren heeft de brigade als taak de regio Midlands te beveiligen, het centrale deel van Engeland. Hierdoor wordt ze aanvankelijk niet in de strijd betrokken. De brigade wordt door de regering in ballingschap gebruikt als een soort depoteenheid, met als gevolg dat ze, wanneer in de herfst van 1943 de invasie in het verschiet komt, niet voldoende is geoefend en de organisatie grote gaten vertoont.

Tenslotte bestaat de brigade uit een staf, stafcompagnie, korpstrein, verkenningsafdeling met drie pelotons, een sectie anti-tankgeschut, drie zelfstandige gevechtsgroepen (met elk drie tirailleurpelotons en een ondersteuningsgroep), een sectie 3 inch mortieren, een sectie 6 ponder anti-tankgeschut, een peloton zware mitrailleurs en artilleriebatterij 25 ponder met vier stukken.

In totaal hebben in WO II zo'n 3.000 militairen voor korte of langere tijd bij de Prinses Irene Brigade gediend.

Zie ook: 17 Pantserinfanteriebataljon en invasiekoord.

Terug naar Boven

 

PRINSES MARGRIETKAZERNE

De Prinses Margrietkazerne ligt oostelijk van het dorp Wezep, aan de Kolonel D.J. Teesweg, op zo'n 10 km ten zuiden van Zwolle.

Wezep maakt deel uit van de gemeente Oldebroek, gelegen op de Veluwe.

In de gemeente ligt nog een andere kazerne: de Willem de Zwijgerkazerne. Na de opheffing van de laatste bewoners van deze kazerne - het KMar-bataljon - is deze overgenomen door de Glenn Millsschool van de Hoenderloogroep 1998/99.

De kazerne huisvest tegenwoordig met name de enige twee operationele geniebataljons:

  

11 Pantsergeniebataljon

► 105 Brugcompagnie
► 111 Pantsergeniecompagnie

 

101 Geniebataljon

► 101 NBC-Verdedigingscompagnie
► 102 Constructiecompagnie
► 103 Constructiecompagnie
► 104 Constructiecompagnie

De Prinses Margrietkazerne is de thuisbasis van de meeste genisten.

Het walhalla van de parate genie maakt deel uit van een stuk grond dat op 23 december 1875 door de Staat der Nederlanden werd aangekocht om een kampement in te richten. Direct na de bezetting van Nederland in mei 1940 begonnen de Duitsers met de bouw van een permanente legeringsplaats. Daarbij is er overduidelijk op gelet dat de kazerne een dorpse uitstraling kreeg om het geheel afdoende te camoufleren.

Na WO II is het kampement korte tijd als interneringskamp voor politieke gevangenen gebruikt. Daarna is het complex vernoemd naar de derde dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard, die is geboren op 19 januari 1943 in Ottawa (Canada).

Op 2 en 9 juni 2007 was de Prinses Margrietkazerne het decor voor de jaarlijkse Landmachtdagen.

Zie ook: genie.

Terug naar Boven

 

PRINS MAURITS

Zie verder: Prins Maurits (Militaire Canon).

Externe links: Maurits Instituut en Prins Mauritsmedaille (ingesteld door de Koninklijke Nederlandse Vereniging 'Ons Leger').

Terug naar Boven

 

PRINS MAURITSMEDAILLE

De Nederlandsche Vereniging ‘Ons Leger’ is op 30 maart 1912 opgericht door een groep Nederlanders die zich zorgen maakten over de verwaarlozing van onze krijgsmacht en de mate van ongeÔnteresseerdheid en laksheid van ons volk ten aanzien van de verdediging van onze vrijheid en onafhankelijkheid. De vereniging probeert een brug te zijn tussen de bevolking en de krijgsmacht.

Op 20 september 1921 verleende Koningin Wilhelmina de vereniging het predicaat Koninklijke.

Op 6 juli 1935 door de Koninklijke Nederlandse Vereniging 'Ons Leger' ingestelde onderscheiding, die wordt uitgereikt aan personen (burgers of militairen) en organisaties die door loffelijke daden en/of krijgsgeschiedkundig onderzoek hebben bijgedragen tot verhoging van het aanzien van de Koninklijke Landmacht en aan hen, die op buitengewone wijze hebben bijgedragen aan de kennis van de krijgshistorie van de Nederlandse krijgsmacht.

Sinds 1984 wordt de medaille alleen nog als draagmedaille uitgereikt en is de legpenning afgeschaft.

De massief zilveren medaille, met een diameter van 3Ĺ cm, vertoont op de voorzijde het borstbeeld van Prins Maurits.

De naam van medaille-ontwerper Jac. J. van Goor is vermeld aan de onderzijde van het borstbeeld. Binnen het randschrift is, in een kleiner lettertype, de naam "Maurits Prins van Oranje, Graaf van Nassai" te lezen. Het randschrift op de voorzijde luidt: "Stichter van de Nederlandsche krijgsmacht".

De keerzijde vertoont de tekst "Voor het vaderland, Koninklijke Nederlandsche Vereniging 'Ons Leger', Voor loffelijke daden en krijgsgeschiedkundig onderzoek". Het lint waaraan de medaille wordt gedragen is oranje met aan weerszijden brede banen Nassaublauw en wit met de blauwe banen aan de buitenzijde.

In 1962 werd Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden gelauwerd met de Prins Mauritsmedaille. Sinds 1935 hebben, naast verschillende individuen, slechts vier organisaties de Prins Mauritsmedaille toegekend gekregen:

2015

Korps Nationale Reserve

2004

Korps Onderofficieren Koninklijke Landmacht

2003

Korps Commandotroepen

1994

1 (NL/BE) Verenigde Naties Transportbataljon (voormalig JoegoslaviŽ)

Externe link: Prins Mauritsmedaille (ingesteld door de Koninklijke Nederlandse Vereniging 'Ons Leger').

Terug naar Boven

 

PRINS VAN ORANJE

De Prins van Oranje in zijn Dagelijks Tenue in de rang van brigadegeneraal bij de Koninklijke Landmacht.

Willem-Alexander Claus Georg Ferdinand van Oranje-Nassau, het oudste kind van Koningin Beatrix en Prins Claus, is op 27 april 1967 geboren in Utrecht. Vanaf de inauguratie van Beatrix tot Koningin tot aan zijn eigen inauguratie tot Koning op 30 april 2013 droeg hij als troonopvolger de titel ‘Prins van Oranje’.

Sinds 2 februari 2002 is de Koning getrouwd met de Argentijnse Maxima Zorreguita. Het prinselijke paar heeft drie kinderen: Catharina-Amalia (7 december 2003), Alexia (26 juni 2005) en Ariane (10 april 2007). In relatie tot de krijgsmacht is de band met zijn grootvader, Z.K.H. Prins Bernhard, belangrijk te noemen. Van hem mocht hij veel kennis en inzicht in de krijgsmacht ontvangen.

Aan de Rijksuniversiteit Leiden studeerde Willem-Alexander van 1987 tot 1983 geschiedenis; hij studeerde in ‘93 af bij prof. dr. Henk Wesseling. Zijn afstudeerscriptie behandelde de Nederlandse reactie op het besluit van de Franse president De Gaulle om in 1967 uit de geïntegreerde militaire commandostructuur van de NAVO te treden en daarmee een status aparte in te nemen. De Gaulle wilde een zelfstandig Frankrijk met een eigen atoommacht ('force de frappe'), maar Frankrijks deelname aan NAVO-optreden in het kader van collectieve verdediging is nooit uitgesloten. Zijn afstudeerscriptie is nooit openbaar gemaakt.

Na zijn studietijd vervulde hij van augustus 1985 tot januari 1987, in het kader van zijn opleiding tot het Koningschap, de militaire dienstplicht bij de Koninklijke Marine. Tijdens zijn dienstplicht volgde hij enige maanden een opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) in Den Helder. Ook diende de Prins aan boord van het luchtverdedigings- en commandofregat fregat Hr.Ms. Tromp en de mijnenveger Hr. Ms. Abraham Crijnssen. Voor een herhalingsoefening in 1988 voer hij een aantal weken mee als wachtofficier aan boord van het standaardfregat Hr. Ms. Van Kinsbergen.

Na zijn afstuderen in 1993 behaalde de Prins het groot militair vliegbrevet bij 334 Transportsquadron van de Koninklijke Luchtmacht. In 1994 volgde hij gedurende een aantal maanden colleges bij het Instituut Defensie Leergangen (IDL), waar de nadruk ligt op aspecten van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht.

Van 27 april 2005 tot 30 april 2013 bekleedde de Prins de volgende militaire rangen:

Commandeur der Koninklijke Marine Reserve

Reserve Brigadegeneraal der Infanterie van de Koninklijke Landmacht

Reserve Brigadegeneraal der Koninklijke Marechaussee

Reserve Commodore van de Koninklijke Luchtmacht

Binnen de Koninklijke Landmacht liggen zijn 'roots' bij het Garderegiment Grenadiers en Jagers, waar hij in 1995 als majoor bij het reserve-personeel aantrad (overste 1997, kolonel 2001). Sinds 2001 was de Prinss/is de Koning drager van het Officiers- of Jeneverkruis.

De Prins van Oranje - getooid met het baretembleem van de grenadiers van het Garderegiment Grenadiers en Jagers - op 26 oktober 2005. Zijne Koninklijke Hoogheid bezocht de oefening 'Urban Indian' in het kader van OVG van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Regiment Van Heutsz in Marnehuizen.

Terug naar Boven

 

PROBLEEM

Binnen de krijgsmacht bestaan er idealiter gťťn problemen: een probleem wordt gezien als een uitdaging (Duits: herausforderung, Engels: challenge, Frans: défi). Of je het nu problemen of uitdagingen noemt, het is de kunst om van het probleem dat jezelf hebt het probleem van een ander te maken. In managementjargon: een ander probleemeigenaar te maken. Een probleemeigenaar is dan ook iemand die de opdracht krijgt het probleem of te lossen, voor de probleemoplossing verantwoordelijk is en daarover verantwoording zal moeten afleggen aan een (naast)hogere commandant. Wordt ook wel “afschuiven” genoemd.

Andere moderne kreten in het kader van probleembenadering zijn knelpuntbenadering, ist-soll (van huidige situatie naar gewenste situatie), keep it stupidly simple (KISS), oplossingsgericht denken, probleemanalyse en probleemstelling.

De gemakkelijkste probleembenadering is die in onderstaand schema:

Terug naar Boven

 

PROPAGANDA

Duits: Kriegspropaganda. Engels: propaganda. Frans: propagande (de guerre).

Vorm van communicatie (psychologische oorlogvoering, PSYOPS) waarbij de propagandist bij de ontvanger een reactie probeert teweeg te brengen, die een informerende dan wel desinformerende (misleidende, valse of verzonnen) bedoeling heeft.

Bij deze niet-gewelddadige subversieve activiteit gaat het erom doctrines, ideeën, informatie of zelfs een gericht appel te verspreiden om attitude, emotie, gedrag en/of publieke opinie van een specifieke groep (in)direct te beïnvloeden.

Met propagandamateriaal kan onder andere een ideëel of politiek doel worden verwezenlijkt; het moreel van de eigen bevolking worden gesteund en dat van de vijand ondermijnd; het vijandbeeld naar behoefte worden aangepast; de effecten van vijandelijke propaganda-inspanningen worden tenietgedaan; en worden aangezet tot het benadelen van de vijand.

Propaganda is de techniek van het overtuigen: wanneer de juiste ‘feiten’ door de propagandamachine worden gepresenteerd, kan de propagandist velen sturen.

Voorbeelden van propaganda.

Als vormen van propaganda worden onderscheiden:

Witte propaganda (propagande blanche; white propaganda)

De propaganda is afkomstig van een herkenbare of gemakkelijk te identificeren bron. De inhoud is niet leugenachtig en benadert zelfs de waarheid, maar de informatie wordt gekleurd gepresenteerd. Daardoor lijkt de eigen (politieke) ideologie de beste.

Grijze propaganda (propagande grise; grey propaganda)

De bron van de propaganda kan niet met zekerheid worden vastgesteld, terwijl de nauwkeurigheid van de inhoud twijfelachtig is (combinatie van leugen en waarheid). Propagandavorm die onder andere wordt gebruikt voor rechtvaardiging van een actie.

Zwarte propaganda
(propagande noire; black propaganda)

De propaganda is afkomstig van een valse bron en/of onjuiste informatie (leugens) en moet de tegenstander misleiden. De bron wordt echter niet vermeld. Zowel waarheid als desinformatie kunnen aanwezig zijn, maar zijn altijd ten voordele van de propagandist en niet noodzakelijkerwijs in het voordeel van de ontvanger.

Een voorbeeld van propaganda in de goede zin van het woord: een strooibiljet van de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan, verspreid boven de Baluchivallei in Uruzgan.

Bronnen: Als een nacht met duizend sterren, Joeri Boom, 2010, pagina 328 en ‘De gedachtewereld als strijdveld. De counterinsurgencytheorie van Kilcullen en de resultaten van de Nederlandse strategie in Uruzgan’, Floor de Koning, 2010, pagina 83.

Leaflet in het Pashtun, ťťn van de officiŽle talen van Afghanistan, zoals dat is uitgestrooid door de vredesmacht ISAF in Afghanistan.

Het gebruik van propaganda, in het bijzonder tijdens de Koude Oorlog, is het meest bekend dankzij communistische regimes zoals die in China, Noord-Korea en de Sovjet-Unie. Maar ook door, bijvoorbeeld, de nationaalsocialistische Duitse regering tijdens de Tweede Wereldoorlog werd maximaal gebruik gemaakt van het propagandistische wapen.

Door de ongekende mogelijkheden van moderne massacommunicatiemiddelen (internet, mobiele telefonie, 24/7-nieuwszenders als CNN) is het schadelijke effect van propaganda alleen maar toegenomen – met als meest extreme vorm cyber warfare. Zo wordt veel ‘nieuws’ tijdens oorlogen uit propagandadoeleinden intentioneel gekleurd gebracht; tegenwoordig zal elke oorlogsstrategie media en propaganda de hoogste prioriteit geven.

Terug naar Boven

 

PROVIDE care

Humanitaire operatie in Goma, Zaïre (nu: Democratische Republiek Congo), van eind juli tot september 1994. De stad Goma ligt noordelijk van het Kivumeer in het noordoosten van de D.R. Congo aan de grens met Rwanda; de dichtstbijzijnde Rwandese stad is Gisenyi. Weliswaar lag Provide Care in het verlengde van de United Nations Assistance Mission for Rwanda (UNAMIR), omdat zij buiten Rwanda opereerden vielen zij niet onder de VN noch onder het UNAMIR-mandaat.

Als gevolg van een genocide op de Tutsi’s in buurland Rwanda speelden zich in 1994 in Goma erbarmelijke taferelen af. 600.000 tot ruim 1.000.000 vluchtelingen, met name Hutu’s, staken in een door de Rwandese regeringstroepen (Tutsi’s) georkestreerde massale uittocht de Rwandees-Zaïrese grens over om te ontkomen aan mogelijke wraakacties.

Door de enorme vluchtelingenstroom ontstonden vluchtelingenkampen, zowel in de stad Goma als in de omgeving: op enkele vierkante kilometers verrezen in totaal zes primitieve kampen, onder andere Katale, Kibumba en Mugunga. In de kampen was de hygiënische situatie slecht. Doordat er al meteen in het begin onvoldoende betrouwbaar drinkwater (uit het Kivumeer) en sanitaire voorzieningen beschikbaar waren, brak in juli/augustus 1994 een cholera-epidemie uit. Ook verspreiden zich dysenterie, malaria, meningitis en shigellosis. De ziekten maakten grote aantallen slachtoffers onder de vluchtelingen, geschat 50.000. Een onvergelijkelijke humanitaire ramp was het gevolg.

Het Ministerie van Defensie stuurde, in coŲperatie met Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, in totaal 118 Nederlandse militairen naar Goma. Dat gebeurde in nauwe samenwerking met verschillende internationale hulporganisaties (NGO’s) en de United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR), de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Tijdens de operatie werd voornamelijk samengewerkt met onder meer Disaster Relief Agency (DRA), Médecins Sans Frontières (MSF) en Memisa.

Defensie stuurde op 29 juli 1994 een noodhulpverkenningsteam naar het gebied, dat moest vaststellen welke hulp gewenst was. Begin augustus vertrokken een geneeskundige eenheid (landmacht, luchtmacht en marine), MOVCON-eenheid (landmacht), technisch detachement (luchtmacht), watertransport- en waterzuiveringeenheid per Hercules C-130 naar de Rwandese hoofdstad Kigali en Goma; mariniers bewaakten de Nederlandse hulpgoederen op Goma International Airport.

De nadruk in operatie Provide Care lag op het bewaken van hulpgoederen, medische noodhulp, MOVCON en waterzuivering en –distributie. Commandant van het gehele Nederlandse detachement was luitenant-kolonel A.N. van de Graaf (luchtmacht).

In een hulppost van een Israëlisch veldhospitaal werkten Nederlanders aan medische nazorg: vaccineren en verplegen van zieken en gewonden. Verder werkte geneeskundig personeel in de vluchtelingenkampen Katale (cholera treatment centre met MSF) en Mugunga (met Memisa) en bracht zij gewonden uit de vluchtelingenkampen naar het Israëlische veldhospitaal.

De watertransporteenheid vervoerde in totaal ruim 4½ miljoen liter schoon water met 6 uit Nederland overgevlogen waterwagens en door de Verenigde Staten beschikbaar gestelde watertrucks; de transportgroep vervoerde medicijnen, rijplaten en voedsel naar de kampen; MOVCON coördineerde het cargo- en pax-verkeer dat op Goma International Airport arriveerde. Nederland vloog ook nog eens ± 400 ton aan goederen en materieel over naar Goma en verstrekte aan een bataljon uit Zambia onder andere 50 vier-tonners en 27 Land-Rovers, die arriveerden per Antonov-vrachtvliegtuig.

Het merendeel van de Nederlanders aanvaardde begin september 1994 de terugreis. Als gevolg van de operaties Provide Comfort (1991, Noord-Irak, hulp aan de Koerden) en Provide Care zag Defensie de behoefte in om haar personeel beter voor te bereiden en militaire humanitaire hulpoperaties beter te structureren. Dat leidde tot het ‘Generieke plan CDS humanitaire noodhulp defensie’.

Operatie Provide Comfort heeft veel gevergd van het personeel, lichamelijk en geestelijk. Uit onderzoek van het Veteraneninstituut blijkt dat zij vrijwel allemaal PTSS hebben opgelopen. Dankzij de inspanningen van de Nederlandse militairen zijn veel mensen van een wisse dood gered.

Artikel over operatie Provide Care uit Checkpoint juni 2003 (181 kB)

Artikel over operatie Provide Care uit Defensiekrant 15 mei 2003 (83 kB)

Terug naar Boven

 

PROVIDE COMFORT

Humanitaire hulpverleningsoperatie annex beschermingsoperatie voor de op de vlucht geslagen Koerden en voor de NGO’s – vooral UNHCR – in het noorden van Irak (en, later, in het zuidoosten van Turkije) van april tot december 1991. Om het neutrale imago van UNHCR veilig te stellen, kreeg zij opdracht om op geen enkel moment de vlaggen van de VN en VS tegelijkertijd uit te hangen.

Strikt juridisch gezien was Provide Comfort niet onomstreden, omdat de VN-resolutie waarop zij gebaseerd was niet expliciet sprak over het instellen en met geweld afdwingen van een safe haven in Noord-Irak op basis van peace-enforcement. Met name de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk redeneerden echter anders, waarna de eerste grote humanitaire interventie na de beëindiging van de Koude Oorlog een feit werd.

Onmiddellijk na de Tweede Golfoorlog (operatie Desert Storm) werden diverse aan de geallieerden ontsnapte divisies van de Republikeinse Garde van Saddam Hoessein ingezet om binnenlandse opstanden in het noorden en zuiden van Irak, door respectievelijk de Koerden en Sjiieten, neer te slaan. Omdat in Noord-Irak door de oproep van de geallieerden om tegen het Iraakse regime in opstand te komen een Koerdische tegenopstand en een politiek vacuüm ontstond – zonder lokaal bestuur, medische zorg of economische activiteiten – rees bij de internationale gemeenschap de dringende noodzaak tussenbeide te komen.

Voor de Koerden kwam operatie Provide Comfort: uit angst voor de wraak van Saddam Hoesseins troepen en de gevreesde geheime politie waren ruim een ½ miljoen Koerdische burgers naar de bergen langs de grenzen met Turkije en Iran gevlucht, waar winterse temperaturen heerste, gebrek aan onderdak en water was en het gevaar van epidemieën dreigde.

De Joint Task Force ten behoeve van Provide Comfort werd uitgevoerd door de anti-Iraakse coalitietroepen onder leiding van de Amerikaanse generaal John M. Shalikashvili. De operatie – waaraan ± 21.000 militairen deelnamen uit België, Canada, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Luxemburg, Portugal, Spanje, Turkije, de Verenigde Staten en Nederland – was het directe gevolg van resolutie 668 van de VN-veiligheidsraad (5 april 1991). Hierin werden de VN-lidstaten opgeroepen de hulpverlening aan de Koerdische vluchtelingen in Irak actief te steunen.

Voor de Iraakse krijgsmacht betekende de operatie onder andere dat het verboden was om zich in het luchtruim boven de Koerdische autonome zone te bevinden. Op de Turkse luchtmachtbasis Incirlik gestationeerde gevechtsvliegtuigen van de NAVO droegen zorg voor het vliegverbod in de no-fly-zone. Ook werd, min of meer ad hoc, een veilige zone (safe haven) voor de Koerden ingesteld, waarbinnen de soevereiniteit van Irak tijdelijk was opgeschort. Het was de taak van de anti-Iraakse coalitietroepen het gebied binnen de safe haven te beveiligen, de terugkeer van vluchtelingen naar huis of naar opvangkampen te begeleiden, toezicht te houden op Koerdische verzetstrijders en een begin te maken met de bouw van een opvangkamp.

De Nederlandse regering besloot op 19 april 1991 een geïntegreerde eenheid van 400 mariniers en ruim 600 militairen van de Koninklijke Landmacht naar Noord-Irak te sturen. De landmachteenheid opereerde als 11 Geniehulpbataljon, bestaande uit een Geneeskundige compagnie, Genieconstructiecompagnie en Staf en stafverzorgingscompagnie. Contingentscommandant was kolonel der mariniers E.C. Klop, commandant van 11 Geniehulpbataljon luitenant-kolonel Marcel Urlings, commandant van het helikopterdetachement (3 Alouette-helikopters en personeel van het 298 Squadron) luitenant-kolonel Philip Whittle en commandant van de twee versterkte infanteriecompagnieën van het 1ste Mariniersbataljon luitenant-kolonel der mariniers C.P.M. van Egmond.

Het Nederlandse basiskamp was gesitueerd ten oosten van de Iraakse stad Zakho.

De Geneeskundige compagnie verzorgde vluchtelingen in hulpposten en een licht veldhospitaal in het kader van noodhulp aan de Koerdische bevolking; de Alouette-helikopters maakten pendelvluchten tussen het provisorische Amerikaanse vliegveld bij Silopi en Diyarbakir in Zuidoost-Turkije, vluchten ten behoeve van Médecins Sans Frontières (MSF) dat in de bergkampen actief was en voerden liaisonopdrachten door het hele gebied uit; de Genieconstructiecompagnie bouwde tijdelijke vluchtelingenkampen, herstelde openbare nutsvoorzieningen in de steden Batufa en Zakho, hielp MSF bij het opzetten van een hulppost in Darcan (loodgieter- en timmerwerk) en zette ± 3.000 tenten op voor het basiskamp van de militairen en 3 vluchtelingenkampen, incl. de aanleg en installatie van latrines, waterverdeelpunten en drainage; het Korps Mariniers voerde beveiligingstaken uit en assisteerde bij de reconstructie van de restanten van Koerdische dorpen om de Koerden in staat te stellen terug te keren.

Tot slot was een detachement van de Koninklijke Marechaussee ingedeeld, alsook een verbindingsdetachement van 104 Waarneming- en Verkenningscompagnie van het Korps Commandotroepen om te zorgen voor gegarandeerd verbindingen met de staf in Den Haag.

Bij de structuur van de vluchtelingenkampen werd rekening gehouden met de sterke familiebanden die bestaan binnen de Koerdische bevolking. Het complete vluchtelingenkamp besloeg ± 4 km² en had een maximale capaciteit van 20.000 vluchtelingen.

De vluchtelingenorganisatie UNHCR nam in dit gebied, gelegen ten noorden van de 36ste breedtegraad en ongeveer 5.000 km² groot, de verantwoordelijkheid op zich voor de humanitaire hulp.

De coalitie-eenheden werd, na beëindiging van Provide Comfort, door de UN Guards Contingent in Iraq (UNGCI) afgelost, bestaande uit ± 500 VN-bewakers.

Bronnen:

  • ‘Humanitaire hulpverlening in Noord-Irak (april-juni 1991). Een terugblik op een grootse VN-missie’, J.J.M. Hogenboom, Militaire Spectator, 1998
  • ‘Mariniers in Irak en Turkije 1991’, D.C.L. Schoonoord, 1992
  • ‘Noodkreet uit de bergen. Humanitaire hulp aan de Koerden in Noord-Irak’, E. de Graaf, 1991

Terug naar Boven

 

P.R.O.V.O.K.E.

Ezelsbruggetje om de verschillende vormen van huidafwijkingen te kunnen beschrijven tijdens een lichamelijk onderzoek. Deze beschrijving is de eerste stap; vervolgens wordt de meest kenmerkende huidafwijking bepaald, een differentiaaldiagnose opgesteld en de (waarschijnlijkheids)diagnose gekozen.

P

Plaats

Op de handpalm

R

Rangschikking

Gegroepeerde erupties

O

Omvang (aantal en grootte)

Zeven plekjes die ongeveer even groot zijn

V

Vorm

Ovaal

O

Omtrek

Scherp begrensd

K

Kleur

Lichtroze

E

Efflorescentie

Erythematosquameus

PROVOKE is onder andere in zwang bij artsen en Algemeen Militair Verpleegkundigen (AMV'ers). Vervormingen van de huid worden efflorescentie, eruptie of laesie genoemd (huiduitslag).

Terug naar Boven

 

P.R.W.F.

Prioriteiten die bij survival (overleven) het leven kunnen redden. Het ezelsbruggetje is “Please Remember What's First!” (“Vergeet niet wat het belangrijkst is”).

Protection

Bescherming

Bescherming jezelf tegen de elementen (schaduw), extreme omstandigheden, gevaarlijke flora en fauna e.d. Voorkom hyper- of hypothermie.

Rescue

Redding

Zorg dat je gered kunt worden. Maak een SOS-teken met materiaal uit de omgeving (hout, stenen, rook) en maak jezelf zichtbaar.

Water

Water

Blijf in leven, anders heeft redding geen zin. Water vinden heeft de hoogste prioriteit. Je kunt 3 uur leven zonder voldoende bescherming tegen extreme hitte of kou, 3 dagen zonder water en 3 weken zonder voedsel.

Food

Voedsel

Leer jezelf voedsel te vangen, maar vind eerst bessen, larven en maden om energie tot je te nemen.

Ontleend aan het boek ‘Man vs. Wild’ (2008) en de gelijknamige tv-serie van avonturier en survivalexpert Bear Grylls op Discovery Channel.

Terug naar Boven

 

P.S.I.V.C.A.M.E.

Medisch profiel (Medische Basis Selectie, MBS) van de Belgische krijgsmacht, vergelijkbaar met de Nederlandse A.B.O.H.Z.I.S.

Door de Dienst Onthaal en Oriëntatie (DOO) van de Belgische krijgsmacht worden de verschillende testen uitgevoerd in het Militair Hospitaalcentrum op het Kwartier Koningin Astrid in de Brusselse deelgemeente Neder-over-Heembeek. Voor elke test wordt een cijfer van 1 tot en met 5 toegekend; hoe lager de score, des te beter. Zo is de minimale P.S.I.V.C.A.M.E.-eis om bij de Belgische paracommando's te worden aangenomen 22223322.

Als aanname-eis voor de Belgische paracommando's geldt een P.S.I.V.C.A.M.E. van 22223322; rechtsboven het logo van de Belgische para's met de tekst "United we conquer" ("Vereend strijden wij")

P.S.I.V.C.A.M.E. is een Franstalig ezelsbruggetje en betekent:

FRANS

NEDERLANDS

VERDERE UITLEG

P

Physionomie

lichaamsgestel

röntgenfoto's van de rug + ECG

S

Membres supérieures

bovenste ledematen

armen, schouders en bovenlichaam

I

Membres inférieures

onderste ledematen

benen, voeten en onderlichaam

V

Vision

gezichtsveld

C

Couleur

kleurenblindheid

A

Audition

gehoor

M

Mentale

psychische toestand

vragenlijsten

E

Emotion

emotionele toestand

gesprek psycholoog

Zie ook: A.B.O.H.Z.I.S.

Terug naar Boven

 

PSYOPS

Voluit: Psychological Operations. Duits: psychologischer Kriegsführung. Frans: opťrations militaires d’influence. Operaties die gebruikmaken van activiteiten om het moreel en de loyaliteit van de vijand te verzwakken door beïnvloeding van de mentale component. Einddoel is het overhalen tot steun aan de politieke en militaire doelen van het eigen beleid en (inter)nationale doelstellingen. Daarbij wordt geprobeerd de vijand te demoraliseren door desinformatie te verspreiden.

Voorbeelden van psychologische oorlogvoering: links een Amerikaanse geluidswagen in Irak, rechts een Nederlandse militair die pamfletten uitdeelt tijdens een sociale patrouille in Travnik, Bosnië-Hercegovina.

Desinformatie en propaganda kunnen gevoeglijk hetzelfde worden genoemd en zijn niet als zodanig herkenbaar:

INFORMATION / PROPAGANDA

BLACK

berust op leugen
subtiel gebracht
onduidelijk wie de boodschapper is

  

WHITE

berust op waarheid
selectief gebracht
duidelijk wie de boodschapper is

Verspreiding van desinformatie/propaganda is mogelijk langs positieve weg - bewustwording van mijnengevaar, corruptie, wapeninleverprogramma's Ė maar ook langs negatieve weg Ė het breken van weerstand e.d.

De mentale dimensie van een conflict is minstens even belangrijk is als de fysieke: conflicten worden niet alleen uitgevochten op het slagveld, maar ook in de meningen van de strijdkrachten, besluitvormers en bevolking in en buiten het operatiegebied. Het winnen van de hearts & minds is daarom minstens zo belangrijk.

PsyOps maken deel uit van de sectie Operatiën & Plannen op divisieniveau en hoger (G3). PsyOps en Civil Military Cooperation kunnen hand in hand gaan.

Zowel het droppen van voedsel en medicijnen als het strooien van pamfletten (leaflets) om de vijand tot overgave te dwingen, dienen uiteindelijk hetzelfde doel.

Beiden zijn uiteindelijk gericht op wederopbouw van een land in een post-conflict fase.

PsyOps kan ook gebruikmaken van radiozenders, het uitdelen van pamfletten tijdens sociale patrouilles en het uitwerpen van leaflets door vliegtuigen.

PsyOps kan een force multiplier zijn, die Ė als zij op de juiste manier wordt toegevoegd aan én aangewend door de krijgsmacht Ė de gevechtskracht verhoogt.

Geluidswagen van één van de twee Tactical Psychological Operations-Teams (TPT's) binnen de brigadestaf, zoals die als primeur deelnamen aan de NATO Response Force-oefening 'Bison Prepare' van 3 t/m 9 september 2004 op de Truppenübungsplatz Bergen-Hohne (© 'Landmacht', oktober 2004).

Psychologische beïnvloeding is één van de oudste middelen van oorlogvoering. Het eerste voorbeeld van uit vliegtuigen gedropte propaganda in het kader van PsyOps was tijdens de Turks-Italiaanse oorlog (1911-1912).

Voorbeelden zijn verder:

De radio-uitzendingen van de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog; het uitzenden van Engelse lessen in de verder geheel Duitstalige uitzendingen op Soldatensender Calais, inclusief Duitse vertalingen voor zinnen als ďYour boats are sinking" en "The Channel crossing's water is coldĒ

 

De zwoele vrouwenstem van Hanoi Hannah (in werkelijkheid: Trinh Thi Ngo), de radiostem die in de jaren '60 vanuit Noord-Vietnam (Radio Hanoi) de Amerikaanse militairen in de Vietnam-oorlog opriep te deserteren

Typische voorbeelden van propaganda uit het tijdperk van de Koude Oorlog zijn:

In 1981 beschuldigde de Amerikaanse Minister van Defensie Alexander Haig de Sowjet-Unie van het leveren van het schimmelgif ĎYellow Rain' Ė een chemisch wapen dat alles met uitzondering van staal en steen zou wegvreten Ė aan de regimes in Laos en Vietnam

 

In het midden van de jaren '80 lekte de geheime dienst van de Sowjet-Unie, KGB, het gefingeerde verhaal dat de ziekte AIDS zou zijn uitgevonden door de Amerikaanse geheime dienst CIA aan een Italiaanse krant

  

De Afghan National Army (ANA) deelt in een dorpje foto's uit van een uitgeschakeld kopstuk van de Taliban om zo de publieke opinie te beïnvloeden.

Op het vlak van PsyOps staan de Verenigde Staten voorop, gevolgd door Groot-BrittanniŽ, Frankrijk en Duitsland. Generaal Albert N. Stubblebine richtte in 1977 in Fort Bragg, North-Carolina, de Amerikaanse PsyOps-organisatie op.

Voor het grote publiek is PsyOps doorgebroken tijdens de Amerikaanse invasie in Panama in 1989 (operatie Just Cause).

De Amerikaanse krijgsmacht maakte in Panama met soundblasters en geluidswagens een einde aan het bewind van Manuel Noriega - die zijn toevlucht had gezocht in de pauselijke nuntiatuur - door de dictator met psychologische oorlogvoering tot overgave te dwingen. Keihard en onafgebroken werd muziek afgespeeld, zoals 'Somebody's Watching Me' van Rockwell en 'Voodoo Chile' van Jimi Hendrix.

Ook zijn recenter voorbeelden uit Afghanistan en Irak bekend: bij het ondervragen van Iraakse krijgsgevangenen werden ĎEnter Sandman' van heavy metal-band Metallica en ĎThe Roof Is On Fire' van The Bloodhound Gang Ė met de fraaie zinsnede ďBurn, motherfucker, burnĒ Ė onafgebroken ten gehore gebracht, evenals liedjes uit kinderseries als Sesamstraat en Barney the Purple Dinosaur (ĎI Love You').

Zorgde in het begin de radiozender Ď Voice of America' voor Amerikaans-georiënteerde propaganda, tegenwoordig lijkt tv-zender CNN dat te hebben overgenomen. Zo maakte CNN tijdens de Kosovo-oorlog (1999) dankbaar gebruik van de diensten van de 4th Psychological Operations Group Ė de enige parate eenheid op het gebied van PsyOps in de U.S. Army.

Fysische effecten, zoals de vernietiging van een tank, kunnen het vijandelijk gedrag ten eigen gunste veranderen, maar psychologische effecten - zoals beledigende bekladdingen aan het adres van de vijand – kunnen veel harder treffen (bron: Militaire Spectator, jaargang 178, nummer 10, 2009, pagina 511).

Zie ook: hightech en propaganda.

Terug naar Boven

 

PULL

Real time, reactief. Begrip bij het beheersen van de logistieke keten volgens fysieke distributie (FD).

Logistieke diensten en/of goederenstromen worden ‘getrokken’ door de aanvrager. De herbevoorrading wordt bepaald door de vraagzijde (afnemer, klant).

De logistieke aanvoer vindt plaats op basis van een logistieke behoeftestelling (aanvraag) naar aanleiding van het werkelijke verbruik van de vragende operationele eenheid.

In zijn algemeenheid betreft pull vooral gespecialiseerde artikelen of diensten.

Zie ook: fysieke distributie (FD), logistiek en push.

Terug naar Boven

 

PUNJI

Door de Viet Cong (VC) tijdens de Vietnam-oorlog gegraven kuil of put, bedekt werden met bladeren en takken.

Levensgevaarlijke punji

In de kuil of put waren bamboe- en houtstaken rechtop gezet, met aan de bovenzijde vlijmscherp gemaakte spiesen. De spiesen waren ingesmeerd met uitwerpselen en lichaamssappen van dode dieren.

Het doel van de punji was om bij de Amerikaanse militairen die in deze booby-trap vielen, infectueuze verwondingen te veroorzaken. In elk geval liep de ongelukkige een tetanusvergiftiging op.

De punji werd ook wel de "poor man's landmine" genoemd: landmijn van de armen.

Terug naar Boven

 

PUNT 50

Mitrailleur .50 inch Browning M2 HB

Schieten met een punt 50-mitrailleur vanaf de 155mm-houwitser M-109 van 11 Afdeling Rijdende Artillerie

Zie: mitrailleur .50 inch Browning M2 HB.

Terug naar Boven

 

PUPTENT

Zie ook: berenlul.

Terug naar Boven

 

PUSH

Gepland, proactief. Begrip bij het beheersen van de logistieke keten volgens fysieke distributie (FD).

Logistieke diensten en/of goederenstromen worden ‘geduwd’ door de aanbieder. De herbevoorrading wordt bepaald door de aanbodzijde (logistieke keten).

De aanvulling van de logistiek vindt plaats op basis van planningsgetallen die zijn gegenereerd uit de gemiddelde verbruiksgegevens van de betreffende operationele eenheid.

In zijn algemeenheid betreft push organieke artikelen of diensten.

Zie ook: fysieke distributie (FD), logistiek en pull.

Terug naar Boven

 

PX

Voluit: Post Exchange.

Militaire winkel waar tegen gereduceerd tarief of belastingvrij (taxfree) kan worden gekocht. Heeft vaak het meest weg van een mix tussen een supermarkt en een gezinswinkel. Het aanbod reikt er van levensmiddelen, parfums en souvenirs tot outdoor-artikelen, kleding en elektronica.

Alleen militairen en hun gezinsleden kunnen de PX bezoeken, ook militairen van andere NAVO-landen.

Voorbeelden van PX'en, in meer of minder uitgebreide vorm, zijn:

 

Economat des Armťes

Frankrijk

AAFES

Army and Air Force Exchange Service

Verenigde Staten

DAS

Dutch Army Shop

Nederland

NAAFI

Navy, Army and Air Force Institutes

Groot-BrittanniŽ

Terug naar Boven

 

PX-10

 

Terug naar Boven

 

PYRIDOSTIGMINE

Voluit: pyridostigminebromide. Afgekort: PB. Pyridostigmine is een profylactisch middel bij de dreiging van een aanval met zenuwblokkerende strijdmiddelen (zenuwgassen). Het middel beschermt tijdelijk tegen zenuwgassen en voorkomt op die manier de ziekteverschijnselen die optreden na het gebruik van zenuwgassen.

De ingenomen dosis pyridostigmine is erop afgestemd om 20 ŗ 30% van het cholinesterase tijdelijk te blokkeren. Pyridostigmine, in 1988 geÔntroduceerd binnen de Nederlandse krijgsmacht, is een parasympathicomimeticum (middel dat het parasympatisch zenuwstelsel stimuleert en hiermee het lichaam in een toestand van herstel en rust brengt).

Het werkingsmechanisme van PB is complex. PB is een cholinesteraseremmer: het middel bindt tijdelijk aan het enzym acetylcholinesterase (AChE) en blokkeert gedeeltelijk haar enzymatische werking, d.w.z. het afbreken van acetylcholine (ACh). AChE speelt een rol bij de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen onderling en tussen zenuw- en spiercellen. De afbraak van ACh door zenuwgassen wordt geblokkeerd.

Wanneer pyridostigmine is gebonden aan de actieve plaats van AChE kunnen zenuwgassen zich daaraan niet binden. De binding is echter omkeerbaar en duurt slechts enkele uren; dit in tegenstelling tot zenuwgassen die zich permanent kunnen binden. AChE wordt vervolgens spontaan gereactiveerd. Gedurende de periode waarin het enzym is gebonden door pyridostigmine, wordt de actieve plaats beschermd tegen een aanval door andere verbindingen, zoals zenuwgassen. Na enkele uren verlaat pyridostigmine de actieve plaats op het enzym, waardoor het enzym weer functioneert en het zenuwstelsel blijft werken.

Cholinesteraseremming heeft geen noemenswaardige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Wťl kunnen er bijwerkingen optreden, met name op de blaas en het maagdarmkanaal: braken, buikkrampen, diarree, frequentere stoelgang, misselijkheid, speeksel- en tranenvloed en verstopte neus. Bij overdosering met PB ontstaat cholinesterasevergiftiging. De verschijnselen hiervan zijn dezelfde als de bijwerkingen, aangevuld met bradycardie (vertraagde hartwerking) en miosis (pupilvernauwing).

In gedragstoxicologisch onderzoek is aangetoond dat na toediening van pyridostigmine geen afname van de militaire taakverrichting optrad; ook werden geen nadelige fysiologische stoornissen gezien. De incidentie van bijwerkingen in deze studies was lager dan 5%, maar slechts enkele procenten van de militairen riepen medische hulp in vanwege de ernst van deze bijwerkingen. In minder dan 1% van de gevallen werd de profylactische behandeling gestaakt.

Met de orale inname van PB wordt tevens de doeltreffendheid van atropine vergroot tegen de G-gassen tabun (GA), sarin (GB), soman (GD), cyclosarin (GF) en VX. Atropine is, bij de Nederlandse krijgsmacht, gecombineerd met obidoxim en (pro-)diazepam in de auto-injector. In combinatie met pyridostigmine verbeteren de vooruitzichten voor slachtoffers van aanvallen met zenuwgas ten opzichte van therapie met alleen de auto-injector.

Na de profylactische behandeling met pyridostigmine kan bij werkelijke inzet van zenuwgas de behandeling met de auto-injector niet achterwege worden gelaten. Pyridostigmine kan maximaal gedurende vier (4) weken worden gebruikt; drie extra doordrukstrips per militair zijn bij het onderdeel opgeslagen als aanvulling. De inname van PB moet worden voortgezet totdat de commandant opdracht geeft om te stoppen ůf zodra de vergiftigingsverschijnselen van een zenuwblokkerend strijdmiddel worden opgemerkt.

Kenmerken en gebruiksaanwijzing:

chemische formule

C9H13N2O2

gebruiksaanwijzing

  • Uitsluitend beginnen met innemen in opdracht van de commandant (gewoonlijk bij chemisch hoog); de inname van PB beginnen dan wel eindigen is niet een plaatselijke noch een individuele beslissing.
  • Om de acht (8) uur, stipt volgens het schema op de strip, ťťn (1) tablet innemen, bijvoorbeeld gezamenlijk op een ingelast appŤl. Wanneer de tijdsinterval van acht uur niet in acht wordt genomen, verliest PB zijn werking en vermindert bijgevolg de bescherming. Ook onder CBRN-omstandigheden moet met de inname worden voortgezet.
  • Na toediening van een auto-injector mag geen pyridostigmine meer worden geslikt.
  • Nooit meer dan drie (3) tabletten per 24 uur innemen.
  • De strip PB moet, tegen vocht, in een etui worden bewaard, op de organieke opbergplaats: in de draagtas van het CBRN-masker.
  • PB verliest haar werking na langdurige blootstelling aan de lucht.

inhoud doordrukstrip

21 tabletten

inhoud tablet

30 mg

NSN

6505-17-101-1693

werkzaamheid

30 minuten na inname; goede bescherming 2½ uur na eerste dosis

Zie ook: auto-injector, C.B.R.N.-middelen en Golfoorlogsyndroom.

Terug naar Boven

 

PYRRHUSOVERWINNING

Pyrrhussieg.
Pyrrhic victory.
victoire ŗ la Pyrrhus.

Marmeren buste van Pyrrhus in het Museo Archeologico Nazionale in Napels.

Synoniemen: Pyrrhustriomf; schijnoverwinning; schijnsucces.

Overwinning die gelijkstaat aan een nederlaag.

De Griekse koning Pyrrhus van Epirus (319-272 v.C.) was de eerste die de strijd met het opkomende Romeinse rijk - het grootste dat de wereld ooit had gezien - durfde aangaan, juist in een periode dat vele volkeren hun zelfstandigheid aan Rome dreigden te verliezen.

Met een expeditieleger van Ī 25.000 man en twintig olifanten stak Pyrrhus de Adriatische Zee over en versloeg de Romeinen achtereenvolgens bij Heraclea (280) en Ausculum (279).

Na de veldslag bij Ausculum riep Pyrrhus, volgens de geschiedschrijver Plutarchus, met een vooruitziende blik uit: "Si alteram talem victoriam reportavero, mea erit pernicies" ("Nog zo'n overwinning en ik ben verloren").

Beide overwinningen bleken inderdaad feitelijk nederlagen: Pyrrhus leed verliezen die zwaarder waren dan die van de verliezer, de Romeinen, en hij trok zich noodgedwongen terug.

De Romeinen weigerden zich te laten onderwerpen en Pyrrhus' overwinningen bleken de opmaat voor zijn uiteindelijke Waterloo.

In 275 v.C. werd Pyrrhus bij Beneventum, in het zuiden van het huidige ItaliŽ, verslagen door de Romeinse veldheer Manius Curius Dentatus. Hierbij gingen zijn kampement en het grootste deel van zijn leger verloren, waarna Pyrrhus niets anders restte dan terugkeren naar Epirus. Hier overleed hij in 272 v.C.

De achterliggende reden van Pyrrhus' steeds terugkerende verliezen waren een falende herbevoorrading en een gebrek aan personele versterkingen vanuit Griekenland.

Na Pyrrhus' pogingen om het Romeinse rijk te gronde te richten, volgde de strijd van Hannibal uit Carthago. Hannibal kwam daadwerkelijk voor de poorten van Rome te staan, maar ook hij werd verslagen. Tegenover de Romeinse generaal Scipio beweerde Hannibal dat Pyrrhus de tweede beste militaire commandant aller tijden was.

Terracotta medaillonportret van Pyrrhus Epir. Rex, koning van Epirus, dat zich in een reeks van 36 portretten van Griekse en Romeinse wijsgeren en veldheren op de binnenplaats van het Kasteel van Breda (KMA) bevindt.

Terug naar Boven

 

Laatste update:05.05.2017