Inhoudsopgave V
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

VAANDEL

Fahne.
colours.
drapeau.

Het woord 'vaandel' kwam vroeger ook voor in de betekenis van 'compagnie'.

Het vaandel bestaat uit het vaandeldoek, de vaandelstok met vaandeltop en een koord met vaandelkwasten. Het vaandeldoek wordt als hoogste blijk van waardering voor getoonde inzet, daden en (krijgs)verrichtingen door of namens de regerend Vorst(in) uitgereikt. Aan het vaandel worden dezelfde eerbewijzen gebracht als aan de Koning(in).

In vroeger tijden was het vaandel de herkenningsvlag van de onbereden wapens, van oorsprong bij de infanterie. Bij de bereden wapens - de eenheden die voor 1940 te paard opereerden: artillerie, cavalerie (ruiterij), Koninklijke Marechaussee en Regiment Wielrijders - is het equivalent van het vaandel de standaard.

Tot 24 september 2002 voerden artillerie-eenheden geen vaandel of standaard maar een sjabrak: op deze datum, tijdens de viering van 325 jaar artillerie, reikte Koningin Beatrix op de Legerplaats bij Oldebroek standaarden uit aan het Korps Rijdende Artillerie en het Korps Veldartillerie - de enige onderdelen van de Koninklijke Landmacht die tot op dat moment geen onderdeelvlag hadden - en een vaandel aan het Korps Luchtdoelartillerie.

Aan het vaandel van het Regiment Van Heutsz zijn zowel de Militaire Willems-Orde als de Atjehmedaille bevestigd.

Het vaandeldoek hangt aan de bovenkant van de vaandelstok. De vaandeldrager draagt het vaandel met behulp van een riem die zowel om de heup als over de schouder en de borst (bandelier) valt. Hieraan is de vaandelstokhouder (schoen) bevestigd. Gestoken in de schoen, draagt de vaandeldrager met de rechterhand het vaandel verticaal.

De Korps- of Regimentsadjudant treedt bij ceremoniële plechtigheden, zoals een beëdiging, commando-overdracht, defilé e.d., op als vaandeldrager.

Vroeger was de vaandrig (infanterie) of kornet (cavalerie) de vaandeldrager, maar ook de oudste adjudant, "een sterke onderofficier, die men vertrouwen kan" (H.M.F. Landolt) mocht wel het vaandel dragen.

Op 14 september 2006 reikte de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Peter van Uhm het vaandel van het heropgerichte Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG) uit op de markt in Ermelo.

Het vaandel werd in ontvangst genomen door de commandant van 45 Pantserinfanteriebataljon, luitenant-kolonel Kees de Rijke.

In vroeger tijden gebruikten strijdmachten het vaandel als herkenningsteken voor strijdende troepen te velde (veldteken). Met het ontplooide vaandel werden niet alleen commando's geseind die in het kabaal van de strijd verbaal onhoorbaar waren, het vaandel markeerde ook de positie van de eenheidscommandant en hielp ter oriëntatie bij het handhaven van de opmarsrichting op het gevechtsveld. Sloeg de eenheid in het gevecht uiteen, dan konden guides (richtmannen) en het vaandel de hoofdrichtingslijn herbevestigen.

Het vaandel symboliseert verleden, heden en toekomst van de eenheid. Door de vermelding van de krijgsverrichtingen worden de daden, offers en gevallenen voor de herinnering bewaard en geëerd. Daarnaast verbeeldt het vaandel de verbondenheid en trouw aan Koning(in) en Vaderland. Dit is de reden dat aan ontplooide vaandels en standaarden de hoogste eerbewijzen worden gebracht. Ook van ongeüniformeerden (burgers) wordt verwacht dat ze een eerbewijs brengen of, in elk geval, gaan staan als ze daartoe in staat zijn.

Tekst van Abraham Kuyper (1837-1920), premier van 1901 tot 1905.

De passage verscheen in 1906 voor het eerst in Onze Gids van de Nationale Christen Onderofficieren Vereniging, de voorloper van de Algemeen Christelijke Organisatie van Militairen (ACOM).

Vaandels en standaarden zijn gebonden aan vorm, uiterlijk en afmetingen, zoals aan het einde van de 19e eeuw is vastgelegd:

Het vaandeldoek is een groot vierkant dundoek van oranjekleurige zijde: dubbelzijdig gevoerd en onafgebroken omzoomd met een franje van gouddraad. De kleur oranje verwijst direct naar de familie Van Oranje-Nassau.

De rand van het vaandeldoek is een in goud geborduurde bloemslinger (guirlande), behalve bij de vaandeldoeken van de Garderegimenten. Die zijn omgeven met een 10 mm brede rand van goudgalon en omzoomd met een franje van gouddraad die om de 25 mm is onderbroken door twee spiraalvormig om elkaar gedraaide draden van goud (torsade).

Het vaandel van 4 Regiment Infanterie (4 RI), van 1853 en tot 1940 in de slagorde.

Aan de stokzijde heeft het vaandeldoek een broeking waar de vaandelstok doorheen geschoven wordt.

Het vaandel meet 87 bij 87 centimeter; bij gemechaniseerde eenheden 60 bij 60 cm. Het doek van de standaard is kleiner: 50 bij 50 cm.

Op de voorkant van het vaandeldoek zijn geborduurd:

► de naamletter van de Vorst(in) die het vaandel uitreikte (midden)
► de Koninklijke kroon (midden boven)
► de naam van het Korps, Regiment, wapen of groter verband - zoals de Koninklijke Luchtmacht of onderdelen van de marine: Eskader, Marine Luchtvaartdienst, Mijnendienst of Onderzeedienst
► de opschriften die herinneren aan de belangrijkste krijgsverrichtingen (vanaf 1896)

De vaandelopschriften zijn per afzonderlijk Koninklijk Besluit vastgelegd.

Op de achterkant van het vaandeldoek bindt het lint in de kleuren van de Militaire Willems-Orde een eiken- (links) en lauwertak (rechts) samen die het Rijkswapen omgeeft. Beide vaandeldoekzijden zijn voorzien van een ononderbroken oranjetak. De vaandeldoeken worden sinds 1893 geborduurd in plaats van beschilderd.

In 1816, na de val van Napoleon, stelde luitenant-generaal Ralph Dundas Tindal (1773-1834) aan Koning Willem I voor om naar Frans voorbeeld vaandels in te stellen én toe te kennen aan de afdelingen infanterie.

In 1820 werden de eerste vaandels en standaarden uitgereikt: zeventien vaandels aan evenzoveel afdelingen nationale infanterie en standaarden aan de afdelingen Kurassiers No. 1, 2, 3 en 9, het regiment Lansiers No. 10, de regimenten Dragonders No. 4 en 5 en de regimenten Huzaren No. 6 en 8.

Schilder Jan Willem Pieneman (1779-1853) maakte voor Koning Willem I een ontwerp met de naamletter 'W' en de naam van het Korps of Regiment aan de voorkant en het Rijkswapen op de achterkant, beiden geschilderd op een oranje veld van zijde. Dit ontwerp dient nog steeds als voorbeeld, met dien verstande dat de naamletter wordt aangepast aan die van de regerend Vorst(in).

De houten vaandelstok is matzwart gelakt.

De vaandelstok, met een diameter van 3,2 cm, meet 2 meter 50: bij gemechaniseerde eenheden 2 meter 20 en bij standaarden 2 meter. Bovenin is de vaandeltop van verguld messing aangebracht.

De vaandeltop, ontworpen door beeldhouwer Gilles Lambert Godecharle (1750-1835), toont de liggende Statenleeuw op een voetstuk en daaronder een lauwerkrans.

In zijn rechterklauw draagt de leeuw een opgeheven zwaard; zijn linkerklauw rust op een bundel van zeven pijlen, als symbool voor de oorspronkelijke zeven provinciën en samenwerking.

Bij het vooraanzicht van het vaandeldoek dient de leeuw met de kop naar links gewend de toeschouwer aan te kijken: waakzaam en alert!

Het voetstuk meet 17 (lengte) bij 7 (breedte) bij 7 (hoogte) cm. Op de korte zijden hiervan staat in hoogreliëf de gekroonde naamletter van de Koning(in). Omsloten door een slang in hoogreliëf, die zichzelf in de staart bijt (ouroboros) als symbool voor de keer op keer hernieuwde band tussen de eenheid met Koning(in) en Vaderland, staat op de lange zijden in hoogreliëf het opschrift 'Koning(in) en Vaderland'.

Onder het voetstuk, maar boven het vaandeldoek, bevindt zich een eikenkrans als symbool voor getoonde militaire moed. Aan de eikenkrans is een buis bevestigd, waaraan het goudkleurige koord met twee ongelijk hangende vaandelkwasten wordt vastgemaakt. Indien van toepassing worden hieraan ook aan de eenheid verleende dapperheidonderscheidingen en/of cravattes (linten) bevestigd.

De vaandeltop.

Vaandel van het Regiment Infanterie Johan Willem Friso (RI JWF), waarvan de geschiedenis terugvoert op het Regiment Rennenberg.

Dit werd in 1577 opgericht door stadhouder George van Lalaing, Graaf van Rennenberg. Daarmee is het RI JWF het oudste infanterieregiment.

Het gebruik van het vaandel heeft tegenwoordig voornamelijk ceremoniële betekenis voor het betreffende Korps, Regiment, wapen of groter verband.

Het vaandel bindt de eenheid in esprit de corps. Iedere nieuw aangestelde militair - uitgezonderd dienstplichtigen die geen officier waren - legt na het beëindigen van zijn opleiding de eed of belofte 'op het vaandel' af: tijdens het uitspreken van de eed of belofte wordt met de linkerhand het vaandel vastgehouden.

Ook vroeger zworen militairen trouw op het vaandel. Het verlies van het vaandel vernederde zowel de eenheid als de vaandeldrager, die het dan ook met zijn leven verdedigde.

VAANDELVLUCHT

Verouderd synoniem en germanisme (Fahnenflucht). Letterlijk: wegvluchten van het vaandel.

Het in tijd van oorlog opzettelijk verlaten van het vaandel was buitengewoon laf en een schande voor de eenheid en de vaandeldrager.

Het in- en uittreden van ontplooide vaandels en standaarden gaat altijd gepaard met het brengen van de eregroet door militairen.

Het vaandel kan ook worden gevoerd in een vaandelwacht of -groep (met meerdere vaandeldragers).

Met de gevoerde vaandels kan aan de Koning(in) een vaandelgroet - salueren met het vaandel - worden gebracht. Bij het passeren van het staatshoofd wordt het vaandel als ereblijk naar voren gebogen (genegen).

De vaandelwacht van het Regiment Van Heutsz.

De commandant is uitgerust met pistool en klewang, de vaandeldrager met klewang in de schede en de overigen met klewang in de schede en karabijn M95 Hembrug.

Een vaandel- en standaardgroep van de Koninklijke Landmacht.

Een vaandelwacht kan gecombineerd zijn met een standaardwacht en/of met andere krijgsmachtdelen (interservice vaandelwacht van tenminste twee krijgsmachtdelen).

Diversen

► De opgelegde vaandels van de Regimenten Infanterie Chassé en Menno van Coehoorn bevinden zich in het Infanteriemuseum in Harskamp.

 

► De 6e Poolse Luchtmobiele Brigade (6 Brygada Powietrznodesantowa) uit Kraków heeft de tradities van de 1e Zelfstandige Poolse Parabrigade overgenomen.

Aan haar vaandel worden zowel de Militaire Willems-Orde als een cravatte met de tekst 'Arnhem 1944' bevestigd. De 1e Zelfstandige Poolse Parabrigade en de 82e (USA) Airborne Division zijn als enige buitenlandse eenheden onderscheiden met de MWO.

 

► Op 27 augustus 1941 overhandigt Koningin Wilhelmina, in het bijzijn van Prins Bernhard, in Wolverhampton het vaandel aan de Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene'.

Bij de deelname aan D-Day en haar vervolgopdrachten is het vaandel in Wolverhampton achtergebleven.

 

► Het opschrift 'Rotterdam 1940' op het vaandel van het Regiment Verbindingstroepen verwijst naar de inzet van de in deze stad gelegen opleidingseenheid voor de verbindingstroepen en het gevecht om de Vier Leeuwenbrug (Koningsbrug).

Bij die strijd sneuvelen negen militairen van de verbindingstroepen. Op de 25e verjaardag van de verbindingsdienst als zelfstandig wapen, op 1 mei 1974, reikt Prins Bernhard namens Koningin Juliana het vaandel uit aan het regiment.

 

► Op 11 april 1995 is de fusie tussen de Garderegimenten Grenadiers (Staf-stafverzorgings- en Alfa-compagnie van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel) en Jagers (Bravo- en Charlie-compagnie) een feit.

Koningin Beatrix reikt, in aanwezigheid van Prins Willem-Alexander, op de Oranjekazerne in Schaarsbergen het nieuwe vaandel uit aan de Regimentscommandant, luitenant-kolonel Peter van Uhm.

 

► Het Cadettencorps van de Koninklijke Militaire Academie heeft sinds 1903 een eigen vaandel.

Het huidige, vernieuwde vaandel is in 1978 door de burgerij als geschenk aangeboden ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de KMA.

 

► In 1954 zijn de traditionele gouden kwasten en koorden aan het vaandel van het Garderegiment Fuseliers 'Prinses Irene vervangen door oranjeblauwe invasiekoorden en kwasten.

 

► Op 22 december 1955 reikt Koningin Juliana het vaandel uit aan het Korps Commandotroepen.

 

► Op 29 april 1949 reikt Prins Bernhard in 's-Hertogenbosch het vaandel uit aan het Regiment Stoottroepen.

Op voordracht van het voormalig verzet in WO II hecht Koningin Beatrix op 31 augustus 1982 aan het vaandel het Verzetsherdenkingskruis.

Op 28 juni 2002 hecht Prins Bernhard op Paleis Soestdijk zelf de cravatte met daarop de nieuwe naam van het regiment: Regiment Stoottroepen Prins Bernhard.

 

► Op 7 maart 2001 reikt Koningin Beatrix op de Kolonel Palmkazerne in Bussum het vaandel uit aan het nieuw opgerichte Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen.

 

► Op 14 april 1979 reikt Koningin Juliana op de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum aan het Regiment Geneeskundige Troepen het vaandel uit.

Het olieverfschilderij 'Vaandeluitreiking door Wilhelmina, koningin der Nederlanden (1880-1962), op het Malieveld te 's-Gravenhage op 21 september 1893' van Jan Hoynck van Papendrecht.

Op het Malieveld in Den Haag reikte Koningin Wilhelmina die dag, in tegenwoordigheid van en ter zijde gestaan door haar moeder Koningin-regentes Emma, tien vaandels en drie standaarden uit.

Staand in een open rijtuig overhandigde de toen 13-jarige Majesteit onder meer vaandels aan het Regiment Grenadiers en Jagers, 1 Regiment Huzaren, 2 Regiment Infanterie, 3 Regiment Infanterie en 6 Regiment Infanterie.

Op de foto neemt het Regiment Limburgse Jagers uit handen van Koningin Juliana haar vaandel in ontvangst.

Op 8 oktober 1951 reiken Hare Majesteit en Prins Bernhard op de Infanterie Kazerne (Juliana van Stolberg) aan de Leusderweg in Amersfoort aan drie regimenten het vaandel uit.

Behalve de Limburgse Jagers ontvangen ook het Regiment Infanterie Johan Willem Friso en het Regiment Infanterie Oranje Gelderland hun vaandel.

© Leger Film en Fotodienst (LFFD).

Zie ook: cravate, desertie, eed en Militaire Willems-Orde en vlaggenband (uitzendlint).

Terug naar Boven

 

VAANDELGROET

Fahnen senken.
flourish; lowering the colours.
salut au drapeau.

Salueren van dan wel met het ontplooide vaandel.

Bij het groeten met het vaandel brengt de vaandeldrager de vaandelstok in horizontale stand (nijgen), zonder dat het vaandeldoek de grond raakt.

Het nijgen van het vaandel is een eerbewijs dat alleen is voorbehouden aan gekroonde hoofden, familieleden in de lijn van troonopvolging en Staatshoofden: een eregroet en aanhankelijkheidsbetuiging van de eenheid aan de Koning(in).

Het brengen van een vaandelgroet is niet uitsluitend voor de krijgsmacht, maar ook aan bijvoorbeeld exercitiegenootschappen, schuttersgilden, schutterijen en studentenweerbaarheden.

De Koning(in) passeert nooit een ontplooid vaandel zonder het te groeten. Daarbij betuigt hij/zij respect voor alle heldhaftige verrichtingen en gebrachte offers. De vaandelgroet wordt bijvoorbeeld gebracht bij het betreden en verlaten van een paleis van de Koning(in) of op Prinsjesdag bij het betreden en verlaten van de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag.

Ter gelegenheid van het jubileum 200 jaar Koninklijke Landmacht is op 9 januari 2014 op Plein 1813 in Den Haag de vaandelgroet gebracht aan Koning Willem-Alexander.

Zie ook: vaandel.

Terug naar Boven

 

VAANDELMARS

Ceremonieel eresignaal dat wordt gespeeld (geblazen of geslagen) bij het in- of uittreden (aan- en afmarcheren) van de vaandelwacht (of standaardwacht bij de bereden wapens), dus bij het in- of uittreden van vaandels of standaarden.

Wanneer een muziekkorps of trompettist bij een plechtigheid is ingedeeld, worden aansluitend aan de Vaandelmars de eerste vier maten uit het eerste couplet van het Wilhelmus ten gehore gebracht.

Bij de vlaggenparade van de Koninklijke Marine wordt tijdens het hijsen en neerhalen van de vlag de Vaandelmars gespeeld.

Het commando voor de Vaandelmars luidt: "Muziek - de Vaandelmars".

De Vaandelmars is gecomponeerd door Bartholomeus Ruloffs (1741-1801). Ruloffs was organist van de Oude Kerk en orkestmeester van de Schouwburg en Felix Meritis in Amsterdam.

Download hier de vaandelmars.Vaandelmars.
Bartholomeus Ruloffs (1741-1801). Patriot en musicus te Amsterdam – Margaret Krill, Akkoord Magazine, oktober/november 2012 (externe link).

Bartholomeus Ruloffs (1741-1801). Patriot en musicus te Amsterdam – Margaret Krill, Akkoord Magazine, oktober/november 2012 (externe link).

Zie ook: vaandel, vaandelwacht en Wilhelmus.

Terug naar Boven

 

VAANDELWACHT

Fahnenwache.
colour party.
garde du drapeau.

De vaandelwacht - vroeger ook: vaandelpeloton - bewaakte oorspronkelijk letterlijk het vaandel.

Tegenwoordig beschermt de vaandelwacht met name de symbolische waarde. De vaandelwacht verplaatst zich nooit in de looppas en staat nooit in de tweede rust. Wanneer meerdere vaandels zijn ingedeeld, wordt een vaandelgroep samengesteld.

In 2009, tijdens het eerste lustrum van de Nederlands Veteranendag, voerde een interservice vaandelgroep van dertien militairen van alle krijgsmachtdelen onder meer de vaandels mee van de Koninklijke Luchtmacht en de Marine Luchtvaartdienst en de standaarden van het Korps Rijdende Artillerie en de Koninklijke Marechaussee.

De commandant vaandelwacht was afkomstig van de Koninklijke Marechaussee.

Van oudsher was de plaats van het vaandel midden 'in de troep'; de vaandelwacht, die alleen bestond uit officieren en onderofficieren, was dan ook in het midden van de eenheid gepositioneerd.

De vaandelwacht van het Regiment Geneeskundige Troepen.

Het vaandel wordt hier gedragen door Regimentsadjudant John Ooms.

Tegenwoordig bestaat de vaandelwacht uit de commandant vaandelwacht (officier), de vaandeldrager (adjudant-onderofficier, in de regel de Korps- of Regimentsadjudant) en vijf militairen, onder wie tenminste één onderofficier. Er wordt naar gestreefd dat allen die deel uitmaken van de vaandelwacht zoveel mogelijk van gelijke lengte zijn.

De vaandelwacht bestaat uit twee gelederen van drie militairen met een onderlinge tussenruimte van één meter.

De vaandeldrager staat in het midden van het eerste gelid; links naast de militair in het voorste gelid is separaat de commandant vaandelwacht gepositioneerd.

Bij militaire plechtigheden waarbij het vaandel of de standaard is ingedeeld, draagt de vaandel- of standaardwacht het Dagelijks Tenue met zwarte gevechtslaarzen.

De commandant vaandelwacht en de vaandeldrager dragen op de heup aan de linkerkant het pistool Glock 17; de onderofficier en de overige militairen dragen het geweer Colt. Uit oogpunt van traditie hebben alle regimenten afwijkingen op het voorgeschreven tenue en/of de bewapening,

Een vaandelwacht van het garnizoen Assen bij een feestelijke mars door de stad in 1928.

De afwijkingen betreffen alle vaandelwachten (de Garderegimenten Fuseliers Prinses Irene en Grenadiers en Jagers, KMA en KMS, de Korpsen Commandotroepen, Luchtdoelartillerie, Militaire Administratie en Nationale Reserve, en de Regimenten Bevoorradings- en Transporttroepen, Geneeskundige Troepen, Genietroepen, Infanterie Johan Willem Friso, Infanterie Oranje Gelderland, Limburgse Jagers, Stoottroepen Prins Bernhard, Technische Troepen, Van Heutsz en Verbindingstroepen) en standaardwachten (de Korpsen Rijdende Artillerie en Veldartillerie en de Regimenten Huzaren Prins Alexander, Huzaren Prins van Oranje, Huzaren van Boreel en Huzaren Van Sytzama).

Vaandelwacht van het Korps Commandotroepen.

De vaandelwacht van de Hoofdcursus, één jaar voor de opheffing, voor de Henricuspoort van het Kasteel van Breda. Van 1869 tot 1928 stelde de Hoofdcursus aan de KMA onderofficieren in de gelegenheid om officier te worden, waarmee de cursus een voorloper was van de omscholing onderofficier tot officier (OOTO).

Alle door de commandant vaandelwacht gegeven commando's worden voorafgegaan door: "Vaandelwacht". In de eerste rust (houding) beperkt de vaandelwacht zijn bewegingen tot het minimum.

Als de vaandeldrager met het vaandel is ingetreden, wordt de vaandelwacht uigericht op het commando: "Vaandelwacht, op het vaandel, richten".

Overige commando's voor de vaandelwacht zijn:

Groet brengen

"Vaandelwacht, brengt groet"

Halt houden

"Vaandelwacht, halt"

In de eerste rust komen

"Vaandelwacht, in de houding, staat"

Marcheren op de plaats

"Vaandelwacht, markeert de pas, mars"

Marcheren vanuit de rusthouding

"Vaandelwacht, voorwaarts, mars"

Veranderen van richting

"Vaandelwacht, naar rechts / links zwenken, mars"

Bronnen: Exercitiereglement (VS 2-1592) en Defensiepublicatie 20-20 (DP 20-20, Handboek exercitie voor de krijgsmacht).

De vaandelwacht van het Regiment Van Heutsz, dat de tradities van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) voortzet.

Op 15 augustus 2007 stond de vaandelwacht bij het Indisch Monument in de Scheveningse Bosjes (Den Haag) aangetreden bij de herdenking van de capitulatie van Japan.

Zie ook: Dagelijks Tenue (DT). gelid en vaandel.

Terug naar Boven

 

VAARSCHOOL

Ingeburgerde bijnaam van één van de locaties van het Korps Commandotroepen (KCT): het Trainingscentrum Waterrijkgebied (TCW).

De Vaarschool ligt aan de noordzijde van de Bergsche Maas onder de rook van de brug over de snelweg A27 bij Keizersveer (gemeente Raamsdonkveer), in het verlengde van de Maas, en sluit aan op Amer, Hollandsch Diep en Biesbosch. Aan de noordkant van de Bergsche Maas was de Pontonnierskazerne gevestigd, maar die is intussen gesloopt.

De Vaarschool wordt door de commando's traditiegetrouw Tjilatjap genoemd. Tjilatjap, gelegen aan de Schildpadden-baai aan de zuidkust van West-Java, was in de jaren 1947-'49 de locatie van het boottrainingskamp van het Regiment Speciale Troepen. Hier werden landingsoperaties op de kust uitgevoerd. Tijdens de 1e Politionele Actie werden landingen op Tjilatjap uitgevoerd

Op de Vaarschool vinden alle watergerelateerde (riverine) tactische trainingen plaats, zoals het aangrijpen van hindernissen op of aan het water, navigatie- en vaaroefeningen en het tactisch verplaatsen op en onder water: zwemmend (combat swim, duiken, drijfpakket), gemotoriseerd (powerboat, Rigid Hull Inflatable Boat, Zodiac) of enig ander hulpmiddel (kajak, kano e.v.a.).

Watergerelateerd optreden wordt in de regel gekenmerkt door nauwelijks bevaarde waterwegen en geringe communicatiemogelijkheden. Het Korps Commandotroepen werkt in dit specialisme nauw samen met het Amfibisch Verkenningspeloton van het Korps Mariniers (maritieme SF) en de Dienst Speciale Interventies (DSI). Ook reguliere eenheden maken gebruik maken van de faciliteiten die de Vaarschool voor opleiding, training en vorming biedt. Daarbij wordt in hoofdzaak geïnstrueerd op het gebied van het maken van een drijfpakket e.d.

De Vaarschool van het KCT mag niet worden verward met de Defensie Vaarschool.

Terug naar Boven

 

VAAR-WAL VERHOUDING

Van origine bij de Koninklijke Marine de verhouding tussen het personeel dat op de schepen vaart en het personeel dat aan de wal werkzaam is.

Bij uitbreiding van het begrip geldt de vaar-wal verhouding krijgsmachtbreed de verhouding tussen het personeel dat uitgezonden is en het personeel dat niet uitgezonden is.

De toenmalige Chef Defensiestaf, luitenant-admiraal Luuk Kroon, zei hierover in het interview 'Ook Nederland kan vechten' in de Volkskrant van 19 juni 2004:

"Iedereen moet uitzendbaar zijn. Maar af en toe moeten militairen kunnen thuisblijven, dat noemen we bij de marine de vaar-wal verhouding. Momenteel worden veel 'rustfuncties' bezet door ouderen die we niet kunnen uitzenden. Daardoor ontstaat een onevenredig grote druk op anderen."

 

Terug naar Boven

 

VACCINATIE

Vaccineren is met een vaccin inenten tegen een bepaalde ziekte. Een vaccin is een uit verzwakte ziekteverwekkers bestaande entstof waarmee wordt ingeënt. In het kader van de Wet immunisatie militairen (1953) en de daaruit voortvloeiende Regeling immunisatie militairen (2002) wordt elke militair in werkelijke dienst ter gelegenheid van de opkomst gevaccineerd tegen:

bof, mazelen en rode hond (BMR)

difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP)

hepatitis A en B

buiktyfus

Dit is het zgn. basispakket vaccinaties. Deze vaccinatie is nodig omdat militairen soms in omstandigheden werken met een groter risico op bepaalde infecties. Het basispakket vaccinaties krijgt de militair gevaccineerd op één van de verschillende gezondheidscentra óf bij de Dienst Militaire Gezondheidszorg (DMGZ) van de Arbodienst Koninklijke Landmacht, gehuisvest op de Luitenant-generaal Knoopkazerne (Mineurslaan 500, 3521 AG Utrecht).

De meest voorkomende bijwerkingen van de vaccinaties zijn:

bof, mazelen en rode hond (BMR)

5 à 12 dagen na vaccinatie koorts of roodheid rond de injectieplaats; soms opgezette halsklieren; 2 à 4 weken na vaccinatie gewrichtsklachten

difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP)

roodheid, pijn of zwelling rond de injectieplaats; zelden is er sprake van hoofdpijn, koorts of moeheid

hepatitis A

geen bijwerkingen

hepatitis B

soms pijn, roodheid en zwelling rond de injectieplaats, die binnen 48 uur verdwijnt

buiktyfus

plaatselijk én binnen 24 uur lichte pijn, lichte zwelling en roodheid rond de injectieplaats; soms een lichte temperatuurverhoging

De ziektes waartegen de militair in het kader van het zgn. basispakket vaccinaties wordt gevaccineerd, worden op de volgende wijzen overgedragen:

BMR: bof

door inademen van besmet speeksel via neus of mond

BMR: mazelen

via contact met (de besmette adem van) patiënten met mazelen

BMR: rode hond

via contact met (de besmette adem van) patiënten met rode hond

DTP: difterie

via contact met besmette personen, besmette voorwerpen of wonden

DTP: tetanus

via bacteriën uit aarde, straatvuil of dierlijke ontlasting

DTP: poliomyelitis

via contact met besmette personen, voedsel en/of drinkwater

hepatitis A

via besmet voedsel en/of drinkwater

hepatitis B

door contact met bloed(producten) en door onveilige seks

buiktyfus

via besmet voedsel en/of drinkwater

De vaccinatiestatus van de militair wordt bijgehouden in het zgn. ‘Gele Vaccinatieboekje’: Internationaal Bewijs van Inenting tegen gele koorts, vastgesteld door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Het Gele Vaccinatieboekje is, behalve voor het noteren van de inenting tegen gele koorts, dus ook bedoeld voor alle andere vaccinaties die door de World Health Organization (Wereld Gezondheidsorganisatie, WHO) worden aanbevolen.

Zonder vaccinatie veroorzaken de ziekten:

BMR: bof

ziekte van de speekselklieren die in 5 op de 1000 keer complicaties geeft als hersen-(vlies)ontsteking; kan onvruchtbaarheid tot gevolg hebben

BMR: mazelen

veroorzaakt hoge koorts en huiduitslag; complicaties zijn oorontsteking, bronchitis, longontsteking en hersenontsteking

BMR: rode hond

ernstig voor het nog ongeboren kind; 1 op de 4 met rode hond besmette zwangere vrouwen loopt kans op een kind met een afwijking: doof, blind, geestelijke achterstand 

DTP: difterie

veroorzaakt verstikkingsgevaar; tast zowel hart als zenuwstelsel aan

DTP: tetanus

geeft een verkramping van de kaakspieren (kaakklem), die zich uitbreidt naar andere spieren, waaronder de slik- en ademhalingsspieren; mogelijk neveneffect is ernstig zuurstofgebrek

DTP: poliomyelitis

bekend als kinderverlamming; leidt tot ernstige verlammingsverschijnselen

hepatitis B

besmettelijke leverontsteking die leidt tot chronische infectie

Terug naar Boven

 

VAK

Deel van het gevechtsveld. De grenzen van een vak worden flank genoemd.

Terug naar Boven

 

VAKMAN / LEIDER / INSTRUCTEUR

Het domein van de onderofficier kent, van sergeant tot en met adjudant, de taakaspecten vakman, leider en instructeur. Begint de onderofficier met een directe verantwoordelijkheid voor een groep, hij werkt zich met het stijgen der rangen op tot de onderofficier naast zijn commandant en onderofficier die aspirant-onderofficieren opleidt.

Onderofficieren zijn het middenkader van de KL. Op de werkvloer (uitvoerend niveau) voert de onderofficier de door de officier geformuleerde opdracht uit, waarbij hij de directe leidinggevende van (lager gegradueerde onderofficieren) korporaals en soldaten is.

Daarnaast zorgt de onderofficier voor detectie en selectie: binnen zijn groep (peloton, compagnie, bataljon) houdt hij vinger aan de pols voor geschikte kandidaten voor het onderofficierschap.

Tot slot bewaakt de onderofficier zijn domein en verbetert hij voortdurend zijn taakaspecten vakmanschap, leiderschap en instructie.

  

Vakman

Vakmanschap bestaat uit de door de onderofficier tijdens opleidingen en door functievervulling op­gedane kennis en ervaring op het gebied van de algemene militaire basiskennis en vaardigheden en de aan zijn wapen of dienstvak gerelateerde kennis en vaardigheden.

De onderofficier is tegelijkertijd generalist en detaillist: hij vormt zich tot een expert in zijn vakgebied, zowel algemeen militair als wapen- of dienstvaktechnisch.

 

Leider

Ook onder grensverleggende en verzwarende omstandigheden zorgt de onderofficier ervoor dat de aan hem en zijn eenheid opgedragen taken worden voorbereid, uitgevoerd en geëvalueerd.

In de uitvoering bewaakt hij de veiligheid van het hem toevertrouwde personeel en materieel.

Hij draagt zorg voor de gevechtsbereidheid en vorming van het hem toevertrouwde personeel; is in staat de discipline te handhaven, de gedragscode te volgen en de motivatie te stimuleren; is in houding en gedrag een voorbeeld voor zijn personeel; vervult een rol als begeleider en vraagbaak en is verantwoordelijk voor "zorg voor het personeel" op de werkvloer.

 

Instructeur

De instructeur draagt kennis, vaardigheden (kunde), ervaring en vormingsaspecten over aan zijn personeel.

Hij is verantwoordelijk voor de opleiding en training op tenminste niveau I (individu) en II (groep) van zijn eenheid en is in staat de opleiding en training te plannen en te bewaken. Hiermee draagt hij er zorg voor dat zijn eenheid op haar taak is berekend.

Door zijn vakkennis staat hij borg voor een gedegen training en begeleiding van zijn personeel in algemene militaire vaardigheden en de specifiek wapen- of dienstvakgebonden vaardigheden.

Zie ook: onderofficier.

Terug naar Boven

 

VALBLOK

Duits: Fallkörpersperre. Engels: falling block obstacle. Evenals een brugvernieling, storend mijnenveld of verhakking: een in de regel situationele hindernis in het kader van één van de hoofdtaken van de genie: contramobiliteit (gereedmaken van het terrein ten nadele van het optreden van de vijand).

Dit is een betonnen, rots- of stenen blok dat zich naast een weg bevindt. Door het stellen van een kleine springlading zal het blok op een gewenst tijdstip over de weg vallen. Hierdoor kan de vijand op een naderingsweg tijdelijk de doorgang worden belet, wat zorgt voor het ophouden en/of vertragen van de vijand.

Een valblok is doorgaans pantserremmend.

Terug naar Boven

 

VALSTRIK

1) Verraderlijke poging om iemand in moeilijkheden of ten val te brengen (Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal).

Voorbeelden zijn het arrangeren van een ogenschijnlijk onschuldige ontmoeting met als doel iemand te kunnen arresteren en het derouteren van een colonne of konvooi met als doel het in beslag nemen van militaire voertuigen en/of materieel.

2) Boobytrap. Ook genaamd: sluik-, truc- of valstrikbom dan wel valstrikmijn.

De boobytrap is de letterlijke valstrik: een verborgen of heimelijk aangebrachte springlading die abrupt tot detonatie wordt gebracht wanneer iemand een ogenschijnlijk onschuldig voorwerp aanraakt, nadert of onschadelijk probeert te maken (bijvoorbeeld bewust achtergelaten granaten, landmijnen, struikeldraden of andere door middel van ontstekingsmechanisme op scherp gestelde voorwerpen), dan wel een ogenschijnlijk veilige handeling verricht. Bij ogenschijnlijk onschuldige voorwerpen moet worden gedacht aan achtergelaten en eventueel beschadigde militaire uitrusting en voertuigen, geneeskundige ge- en verbruiksartikelen, kinderspeelgoed en het door de Conventies van Genève beschermde Rode Kruis-teken

De boobytrap, die wordt opgezet om in werking te treden bij iedereen die “in de val loopt” , is gericht op het doden of, liever nog, verwonden van dom of onvoorbereid personeel, maar ook tegen onschuldige burgers en dieren. Het psychologisch effect van al dan niet geplaatste boobytraps is zéér groot.

Voorbeelden van boobytraps zijn:

autobom die afgaat zodra de contactsleutel wordt omgedraaid

explosief dat afgaat zodra lijken, munitie, oorlogssouvenirs of vijandelijke gewonden worden aangeraakt of weggenomen

explosief dat afgaat zodra een deur , poort of raam wordt geopend

In crisisgebieden wordt een boobytrap vaak gebruikt om eigen bezit (verlaten gebouwen) te beschermen. Het plaatsen van een boobytrap is een oorlogsmisdaad volgens het ‘Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996, gehecht aan het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben'.

Tijdens de Vietnam-oorlog werden nep-boobytraps door eigen troepen geplaatst om gehate (onder)officieren schrik aan te jagen in het kader van fragging. De Israel Defence Force maakte, tijdens de intifadah, bij het vermoeden van een boobytrap soms gebruik van het ‘human shield': burgers allereerst een deur, poort of raam laten openen. Als de methode van het ‘human shield' niet werkte, werden de huizen simpelweg gebulldozerd.

Zie ook: B.M.W., hinderlaag, Improvised Explosive Device, pionier en punji.

Terug naar Boven

 

VAN HORNEKAZERNE

Op 22 september 1944 bevrijdden militairen van het 1ste bataljon van het Suffolk Regiment de stad Weert. Het Suffolk Regiment maakte deel uit van 8th (UK) Infantry Brigade van 3rd (UK) Division.

Na de bevrijding bleven de Suffolks nog enige tijd in Weert. Ook Engelse militairen van het hoofdkwartier van 12th (UK) Corps vestigden zich op de Van Hornekazerne.

De Onderofficiersschool (OOS), geboren op 1 september 1951 en voortgekomen uit het 1ste Vrijwilligers Opleidingscentrum (VOC) in Wezep en het 2de VOC in Ede, vestigde zich vanaf 1952 op de Van Hornekazerne.

Op 2 september 1961 herdoopte Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard de OOS tot Militaire School. Weer vijftien jaar later volgde het predicaat 'Koninklijk'.

De Koninklijke Militaire School zoals vele generaties onderofficieren haar kennen, met de entree aan de Kazernelaan in Weert.

Op 19 december 2014 vond de ceremoniële sluiting van de Van Hornekazerne plaats rond het monument bij de hoofdingang. De ceremonie werd bijgewoond door ± 400 genodigden en belangstellenden.

Sinds 1951 bewoonde de KMS de Van Hornekazerne. In het kader van de bezuinigingen besloot het kabinet in 2013 definitief dat de KMS moest worden verplaatst naar de Legerplaats Ermelo.

In zijn afscheidswoorden sprak burgemeester Ton Heijmans van Weert van "een inktzwarte dag voor Weert". Als blijk van zeer grote waardering en erkentelijkheid ontving de commandant van de KMS, kolonel Ton Nijkamp, uit zijn handen de Penning van Verdiensten van de gemeente Weert.

De sluitingsceremonie van de Van Hornekazerne op 19 december 2014. Van links naar rechts: KMS-adjudant Ad Koevoets, de commandant van de KMS, kolonel Ton Nijkamp, en de burgemeester van Weert, Jos Heijmans.

Foto met dank aan de heer Pim Ermers.

Zie ook: Koninklijke Militaire School (KMS).

Terug naar Boven

 

VASTGOED

 

Terug naar Boven

 

VECHTMES EICKHORN (bAYONET SYSTEM 2005)

Advanced Combat Knife.

Meest gebruikte benaming: gevechtsmes Eickhorn.

Synoniem: multifunctioneel gevechtsmes.

Multifunctioneel gevechtsmes dat als persoonlijk verdedigingswapen (bajonet) kan worden geplaatst op het uiteinde van het geweer Colt.

Het gevechtsmes heeft één snijkant, die aan de bovenkant een deel doorloopt.

De grote opening van het gevechtsmes kan in één handbeweging in de stootplaat over de mondingsvlamdemper van de Colt worden geschoven. Daarbij grijpen de bajonetfitting van het gevechtsmes en die van de Colt in elkaar.

In combinatie met de schede kan het gevechtsmes in noodomstandigheden ook worden gebruikt als draadkniptang en schroevendraaier.

In 2005 schafte de Koninklijke Landmacht ruim 5.000 gevechtsmessen aan voor de pantserinfanteriebataljons. Militairen van 11 Luchtmobiele Brigade en het Korps Commandotroepen hebben de M9 bajonet (Buck M9) in hun uitrusting.

Het gevechtsmes wordt gemaakt door Carl Eickhorn Waffenfabrik GmbH (Solingen, Duitsland). Dit bedrijf produceerde ook de bajonetten voor de Mannlicher M95, het standaardgeweer van de Nederlandse krijgsmacht van 1885 tot en met WO II.

Specificaties:

gewicht, incl. schede

800 gram

lemmet

anticorrosief koolstof

lengte gevechtsmes

30,8 cm

lengte lemmet

18 cm

Zie ook: bajonet, Colt.en M9 bajonet (Buck M9).

Terug naar Boven

 

VEHICLE MOVEMENT CODE

Afgekort: VMC. Missiespecifieke operationele veiligheidsmaatregel die als onderdeel van de force protection is afgekondigd in de Standing Operational Procedures (SOP). Vergelijkbaar met Alert State, CBRN Dress State en Dress Code.

De Vehicle Movement Code omvat de gestandaardiseerde, drillmatig uit te voeren operationele veiligheidsmaatregelen bij voertuigbewegingen (bereden verplaatsingen), inclusief konvooien.

De operationele commandant stelt de missiespecifieke operationele veiligheidsmaatregelen vast, waarbij het laagste cijfer de hoogste mate van beveiliging aangeeft. Zo kan een Vehicle Movement Code aangeven dat in de hoogste staat alleen essentiële voertuigverplaatsingen mogen plaatsvinden, gefaseerd afgebouwd van het minimaliseren van verplaatsingen tot het toestaan van routineverplaatsingen.

Ook kan de Vehicle Movement Code aangeven wat minimaal per voertuig aanwezig moet zijn. Als voorbeeld: eenmaal gevechtsrantsoen per inzittende (chauffeur en bijrijders), 1½ liter water per inzittende, eerstehulpuitrusting, sneeuwkettingen en de voertuiguitrusting volgens de detaillijst.

De Senior National Representative (SNR), C-Contingentscommando (C-Contco) of de detachementscommandant ter plaatse kunnen hierop aanvullende regels geven. Zo kan de Vehicle Movement Code worden aangepast voor een Area of Responsibility (AOR), een bepaald gebied, bepaalde routes, of kunnen met betrekking tot het tenue wijzigingen worden afgekondigd.

De militair in het inzetgebied wordt geacht de maatregelen te kennen en te kunnen toepassen; dit geldt ook voor Alert State, CBRN Dress State en Dress Code. Hierbij zijn ook mandaat, Status of Forces Agreement (SOFA), Memorandum of Understanding (MOU), Rules of Engagement (ROE), vaste orders (SOP's) en geweldsinstructie richtinggevend.

De missiespecifieke operationele veiligheidsmaatregelen zijn niet automatisch aan elkaar gekoppeld en kunnen door elkaar heen en afzonderlijk van elkaar worden afgekondigd.

De commandant geeft voorafgaand aan een actie aan zijn personeel aan welke operationele veiligheidsmaatregelen van kracht zijn en wat deze inhouden. De wacht van een base (compound) attendeert uitgaand personeel door middel van een bord op het naleven van de geldende Vehicle Movement Code.

Zie ook: Alert State, checkpoint, Dress Code, force protection, freedom of movement (FOM), konvooi, restriction of movement (RM) en roadblock.

Terug naar Boven

 

VEILIGHEID EN VAKMANSCHAP (VEVA)

Veiligheid & Vakmanschap is een instroomrichting die 15- à 16-jarige leerlingen aan het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs (VMBO) kunnen volgen om zich voor te bereiden op een mogelijke eerste functie bij Defensie.

In 2008 startte de pilot Vrede en Veiligheid op niveau 2 en 3. Dit was de voorloper van de opleiding Veiligheid en Vakmanschap, op dezelfde niveaus. Met ingang van het schooljaar 2009-2010 startte de opleiding VeVa voor het Commando landstrijdkrachten (CLAS), het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) en het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK).

De eerste functie kan bij alle krijgsmachtdelen worden vervuld. Het CLAS en het CZSK (Korps Mariniers) laten de leerlingen kennismaken met het grondoptreden (GROP):

■ MBO-2 duurt 18 à 24 maanden en bereidt voor op een functie als soldaat/korporaal
(beginnende beroepsbeoefenaren)

■ MBO-3 duurt 30 à 36 maanden en bereidt voor op een startfunctie als onderofficier.
(beginnende zelfstandige beroepsbeoefenaren)

De opleiding wordt deels op een Regionaal Opleidingencentrum (ROC), deels in de beroepspraktijkvorming (BPV) op de kazerne gevolgd.

Na het algemene deel volgt de leerling een vakrichting. Uiteindelijk ontvangt de VeVa-leerling een volwaardig MBO-diploma ontvangen, waarmee ook buiten Defensie werk kan worden gevonden.

Wanneer de leerling er na zijn MBO-opleiding voor kiest voor Defensie te gaan werken, volgt hij een aanvullende opleiding. Daarna is hij geschikt voor plaatsing op een startfunctie. De totale opleiding die bij Defensie door de opleidingsinstituten, zowel algemeen-militair als vaktechnisch, wordt verzorgd, wordt door VeVa verkort.

Externe link: website Veiligheid & Vakmanschap.

Terug naar Boven

 

VEILIGHEIDSRAAD VERENIGDE NATIES

Duits: Sicherheitsrat der Vereinten Nationen. Engels: United Nations Security Council (UNSC). Frans: Conseil de sécurité de l'Organisation des Nations unies (ONU).

Dagelijks bestuur van de Verenigde Naties, gehuisvest aan First Avenue in Manhattan, New York. De VN Veiligheidsraad is het belangrijkste van de hoofdorganen van de Verenigde Naties - een supranationale organisatie van bijna alle overheden ter wereld.

De VN Veiligheidsraad werd ingesteld met de oprichting van de Verenigde Naties op 26 juni 1945; de raad kwam op 17 januari 1946 voor de eerste maal bij elkaar.

Haar primaire verantwoordelijkheid is het handhaven van de internationale vrede en veiligheid volgens de doelstellingen van de Verenigde Naties zoals die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties (Charter of the United Nations). Het gaat daarbij om de bijzondere rol van de Verenigde Naties in het kader van de collectieve veiligheid: het voorkomen van agressie dan wel op vreedzame wijze bijleggen van geschillen.

De VN Veiligheidsraad neemt dan ook het voortouw bij het vaststellen van de aanwezigheid van bedreigingen van de vrede of (inter- dan wel intrastatelijke) daden van agressie. De VN Veiligheidsraad heeft vergaande bevoegdheden in het opleggen van embargo's, (economische) sancties of zelfs het autoriseren van geweld om de internationale vrede en veiligheid te kunnen handhaven of herstellen. Wanneer het reeds binnen een land of tussen twee landen tot wapengeweld is gekomen, probeert de raad een staakt-het-vuren te bewerkstelligen.

De Veiligheidsraad geeft ook aanbevelingen aan de Algemene Vergadering (General Assembly) over het benoemen van de Secretaris-generaal; samen met de Algemene Vergadering kiest de VN Veiligheidsraad de rechters van het Internationaal Gerechtshof (International Court of Justice).

De Veiligheidsraad bestaat uit 15 leden van de Verenigde Naties, waaronder de 5 permanente leden (P5). De P5 zijn de militaire overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog: China, Frankrijk, Groot-Brittannië, Rusland (voorheen: Sovjet-Unie) en de Verenigde Staten. Dat de permanente leden met hun tegenstem (vetorecht) zoveel macht hebben in de besluitvorming over internationale vrede en veiligheid, zorgt regelmatig voor kritiek. Opkomende economische grootmachten als Brazilië, India en Zuid-Afrika zien hun belangen eveneens graag permanent vertegenwoordigd in de VN Veiligheidsraad.

De overige 10 landen worden steeds voor twee jaar gekozen door de Algemene Vergadering; elk jaar worden vijf nieuwe landen gekozen. Het voorzitterschap van de Veiligheidsraad rouleert steeds op de eerste dag van de nieuwe maand, in alfabetische volgorde op basis van de Engelse naam van de lidstaten.

Nederland was tot op heden vijfmaal (tijdelijk) lid van de VN Veiligheidsraad:

Jaren

Vertegenwoordiger Nederland

1946

Eelco van Kleffens

1951-'52

Day von Balluseck

1965-'66

Jacobus de Beus

1983-'84

Max van der Stoel

1999-2000

Peter van Walsum

Nederland is in de race voor een tijdelijke zetel in de VN Veiligheidsraad voor 2017-'18.

Om een besluit in de VN Veiligheidsraad te kunnen aannemen, moeten negen lidstaten vóór stemmen en mag géén van de vijf permanente leden tegen stemmen. Omdat de permanente leden vetorecht hebben, kunnen ze elke resolutie met betrekking tot de internationale vrede en veiligheid kan blokkeren. Tijdens de Koude Oorlog is frequent van het vetorecht gebruik gemaakt, waardoor de Veiligheidsraad vaak niet tot een beslissing kon komen.

Hoewel het Handvest van de Verenigde Naties vereist dat alle vijf permanente lidstaten moeten instemmen voordat een voorstel doorgang kan vinden, is het door de jaren heen gewoonterecht geworden dat onthouding van stemming dan wel afwezigheid bij de stemronde geen belemmering hoeft te zijn voor het aannemen van een voorstel.

Een besluit van de VN Veiligheidsraad wordt neergelegd in een resolutie. De raad kan zowel maatregelen aanbevelen (conform het internationaal recht: niet bindend) als opleggen (bindend). Bindend zijn bijvoorbeeld het instellen van sancties en het gebruik van militair geweld. Ingevolge het Handvest zijn alle lidstaten verplicht de besluiten van de raad uit te voeren. In de periode 1946-2000 werden in totaal 1.334 resoluties door de Veiligheidsraad aangenomen.

De blauwe baret en helm van militairen in VN-vredesmissies zijn de meest opvallende symbolen van vredesinspanning van de Verenigde Naties.

De vredestroepen, samengesteld uit militairen die vrijwillig door de diverse landen ter beschikking worden gesteld, zijn onpartijdig, helpen bij het instellen en handhaven van een staakt-het-vuren en vormen zonodig een buffer tussen de strijdende partijen. De aanwezigheid van blauwhelmen vergroot de mogelijkheden om een (gewapend) conflict langs vreedzame, diplomatieke weg op te lossen. Terwijl vredestroepen de vrede te velde bewaren, handhaven of herstellen, bemiddelen VN-diplomaten met de leiders van de betrokken strijdende partijen of landen om tot een vreedzame oplossing te komen.

VN-vredestroepen doen meer dan alleen het bewaren, handhaven of herstellen van vrede. Ook worden landmijnen geruimd, infrastructuur als bruggen en wegen hersteld, toezicht gehouden bij verkiezingen en gewaakt over de eerbiediging van de mensenrechten.

Van 1948 tot 2000 hebben zo'm 750.000 VN-vredestroepen - militairen, ongewapende militairen (UNMO's), politiefunctionarissen en burgers - deelgenomen aan ruim vijftig vredesmissies.

Zie ook: interstatelijk conflict, intrastatelijk conflict, Koude Oorlog, UNMO, vredesafdwingende operatie (peace enforcement) en vredeshandhavende operatie (peacekeeping).

Terug naar Boven

 

VEILIGHEIDSREGEL

Kennis hebben van en het kunnen toepassen van de (CBRN-)veiligheidsregel behoort tot de Militaire Basisvaardigheden (MBV). De veiligheidsregel, waarin de regels staan wanneer het CBRN-masker moet worden geplaatst, kan worden teruggevonden op DF 3508004 (Persoonlijke bescherming tegen de uitwerking van CBRN-middelen en ROTA).

In de veiligheidsregel worden situaties genoemd waarin, totdat het tegendeel wordt aangetoond, de aanwezigheid van chemische strijdmiddelen of giftige stoffen moet worden aangenomen. Wanneer zich zo'n situatie voordoet, moet iedereen onmiddellijk de van toepassing zijnde reactiedrill uitvoeren en daarna anderen alarmeren. Voor de persoonlijke bescherming in het kader van chemische oorlogvoering is het van levensbelang de aanwezigheid van chemische strijdmiddelen zo snel mogelijk vast te stellen.

De veiligheidsregel geldt uiteraard ook wanneer anderen het CBRN-masker reeds in beschermstelling hebben geplaatst!

Terug naar Boven

 

VEILIG RIJDEN

Terug naar Boven

 

V.E.I.T.O.N.O.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt als een (wacht)post te velde is ingericht, welke fungeert als ogen en oren van de wacht.

V
Vijand
EI
Eigen troepen in het voorterrein
(verkenners, BVE, infiltranten, exfiltranten, partizaan)
T
Terreinsector van verantwoordelijkheid
(klokmethode 11 tot 1)
O
Opstelling van de eigen post (coördinaat, afstandsregistratiekaart)
Wachtwoord
Wijze van waarschuwen van de wacht
N
Nevenopstellingen
(links en rechts van de eigen opstelling)
O
Opstelling van de wacht
Opstelliing van de wachtcommandant
Wijze van in- en uitkomen van de post te velde/waarnemings- en luisterpost (WLP)

Terug naar Boven

 

VELDBED

In militair jargon: veldbed, opklapbaar, aluminium. Duits: Feldbett. Frans: lit de camp. Engels: camp bed; (folding) cot. Onder militairen wordt ook het Maleis "tampat(je)" gebruikt, dat oorspronkelijk de slaapplaats is van een matroos aan boord van een oorlogsschip. Synoniem: stretcher.

Algemeen uitrustingsstuk. Draagbaar, eenvoudig uit- en opklapbaar en lichtgewicht bed op tweemaal drie pootjes met een aluminium frame en een verstevigde canvas of nylon bedbodem in de kleur olijfgroen.

Het weerbestendige veldbed kan snel uitgeklapt, -gevouwen en geplaatst worden, bijvoorbeeld in noodsituaties wanneer snel behoefte is aan huisvesting voor slachtoffers.

De solide en stabiele constructie kan tot maximaal 400 kg aan gewicht dragen.

Het veldbed wordt met name gebruikt wanneer militairen te velde in tenten worden gelegerd, maar kan ook in de open lucht worden gebruikt. Het verdient aanbeveling zo mogelijk op een veldbed, vrij van de grond, te slapen.

Onder (sub)tropische omstandigheden wordt aangeraden om op het veldbed een klamboe te bevestigen.

Het veldbed wordt, behalve voor algemene doeleinden, ook gebruikt voor de tijdelijke opname en verpleging van patiënten op de holding van een Role 1 Medical Treatment Facility (hulppost) tot het moment van afvoer naar een hoger echelon.

Slapen als je slapen kunt...

Specificaties:

breedte

76 cm

gewicht

± 7 kg

hoogte

43 cm

lengte

198 cm

maatvoering opgeklapt en -gevouwen

100 x 21 x 13 cm (L x B x H)

Terug naar Boven

 

VELDDIENST

Militaire dienst te velde. Duits: Felddienstübung. Engels: field exercise; field training exercise (FTX). Frans: exercice militaire en terrain. Bij uitbreiding: tactische oefening met troepen (TOMT).

Een velddienstoefening is een oefening in het terrein – in de regel bossen en/of oorden – waar de theoretisch aangeleerde kennis en vaardigheden in de praktijk worden beoefend. De velddienst is een onderdeel van initiële of functieopleidingen of maakt deel uit van het organieke (generieke) of specifieke trainingsprogramma van één of meerdere eenheden. Tijdens meerdaagse velddiensten wordt vaak een bivak ingericht, van waaruit de trainingsaspecten worden gerealiseerd en waar de nacht kan worden doorgebracht.

In de 19de eeuw en tot en met de Tweede Wereldoorlog werd met de velddienst in het bijzonder ook de voorpostendienst aangeduid.

Behalve de basale militaire onderwerpen, zoals koken te velde, verbindingen, schietoefeningen e.d., kunnen te velde alle mogelijke militair-tactische aspecten worden behandeld, zoals het opwerpen van blokkades en hindernissen, innemen van opstellingen, breachen van gebouwen, verplaatsen (zowel te voet als bereden) en uitvoeren van verkenningen.

In de regel wordt tijdens velddiensten, als hoofd- of nevendoel, de fysieke gesteldheid van de militair verbreedt en verdiept.

Zie ook: S.M.E.V..

Terug naar Boven

 

VELDDIENSTTEKEN

In België ook genoemd: gevechtssignaal. Duits: Übermittlungszeichen. Engels: hand signal; transmission signal. Velddiensttekens zijn drillmatig gegeven arm- en handsignalen, inclusief de middelen die worden gebruikt ter herkenning en identificatie van eigen troepen. die worden gegeven onder strikte geluids- en lichtdiscipline

Het is een alternatief militair contactmiddel voor de korte afstand dat door elke militair bij optreden te voet, gewoonlijk onder tactische omstandigheden, kan worden gebruikt. Een velddienstteken – dat een bepaald commando inhoudt – wordt gebruikt als aanvulling op òf in plaats van mondelinge bevelen. Zij onderscheiden zich van licht- en fluitsignalen, pyrotechnische middelen e.d., bijvoorbeeld omdat zij de afwezigheid vereisen van zichtbelemmerende omstandigheden (duisternis, mist, smog) en terreinbeperkingen.

Nadelen van velddiensttekens zijn dat ze pas goed kunnen worden begrepen door voldoende onderricht en geoefend personeel; daarnaast zijn ze in zekere mate kwetsbaar zijn voor vijandelijke onderkenning.

Zie ook: camoulage (geluids- en lichtdiscipline).

Terug naar Boven

 

VELDFLES

Volledig: Veldfles, (legergroen (lgr), kunststof. Duits: Feldflasche. Engels: canteen. Frans: gourde.

De plastic veldfles behoort tot de standaarduitrusting van de militair en heeft een foedraal in het patroon woodlandcamouflage. De inhoud van de legergroene veldfles is 0,7 liter. Het drinkgerei is met een dop afsluitbaar en bedoeld voor het meevoeren van drank, bijvoorbeeld te velde en tijdens marsen.

De veldfles, die precies past in de bijbehorende mok (veldbeker, veldfles, roestvrijstaal), kan worden meegevoerd in de opbouwtas van het draagharnas of het opsvest.

Voorheen waren veldflessen bijvoorbeeld van aluminium, blik of glas. Vroeger was het ook populair om, behalve water, in de veldfles een kleine mondvoorraad jenever, wijn of andere drank mee te voeren.

De grotere zwarte, eveneens plastic veldfles, met een inhoud van 1 liter, heeft een dop met drinkconnector ten behoeve van het nuttigen van drank of speciale voeding onder CBRN-omstandigheden.

Aan het uiteinde van de drinkslang van het CBRN-masker zit een drinkslangconnector die past in de connector van de veldflesdop. Wanneer het CBRN-masker in beschermstelling is geplaatst kan op deze manier worden gedronken.

De veldflesdop met drinkconnector wordt ook los verstrekt en moet in de draagtas van het CBRN-masker worden meegenomen.

Bij threat level Medium moet, in het kader van de persoonlijke beschermingsmaatregelen bij een biologische, chemische of TIM-dreiging, onder andere de drinkconnector op de veldfles geplaatst worden.

Tips en tools:

►bij warmweeromstandigheden: tweede veldfles op de man

►bij gebruik van Oral Rehydration Salts (ORS) op een volle veldfles mogen twee sachets tegelijkertijd worden toegevoegd

►bij koudweeromstandigheden: veldfles mee in slaapzak om bevriezing van het drinkwater te voorkomen

►top de veldfles voor vertrek en bij elke nieuwe mogelijkheid op

►voer regelmatig de drill uit om vanuit het in beschermstelling geplaatste CBRN-masker uit de veldfles te drinken met behulp van de drinkconnector

►waterzuiveringstabletten mogen in de veldfles worden gebruikt

Tip voor het gebruik van de veldfles: 'Leven na Uruzgan', Niels Roelen (Uitgeverij Carrera, 2013), pagina 182.

Terug naar Boven

 

VELDKIJKER 6 X 42 EDNAR

Officiële benaming: kijker, binoculair, 6 x 42, 6400 mils. NSN 6650-17-056-1054. Foutief: verrekijker. In 1989 in de Nederlandse krijgsmacht geïntroduceerde kijker in een olijfgroene rubberen behuizing, geproduceerd door Ednar (Leica) in Japan. Binnen de KL het gestandaardiseerde optisch instrument voor gebruik te velde. De kijker is spatwaterdicht.

De kijker is samengesteld uit riemen voor zowel draagtas als kijker, een kap voor het oculair en een zonnefilter, de kijker zelf en de draagtas.

Vergroot zesmaal en heeft een objectiefdoorsnede van 42 mm. De lichtsterke Ednar veldkijker is, ondanks een gewicht van 990 gram, zeer hanteerbaar, snel te richten en kan goed worden gebruikt bij daglicht en, als het doel verlicht is, ook bij nacht.

Het zichtveld op 1.000 meter is 128 meter. Bij volledige duisternis is de veldkijker niet te gebruiken.

Voor het gebruik moeten de beschermkappen voor beide objectieven worden omgeklapt en doorgebogen; daarmee zijn ze gefixeerd.

Scherpstellen gaat als volgt:

►bij bekende dioptrie-waarden het betreffende oculair op de juiste waarde instellen (dioptrie: eenheid waarin de sterkte - convergerend vermogen - van de lens wordt uitgedrukt)

►bij onbekende dioptrie-waarden de kijker op een ver verwijderd doel richten en door instelling van het betreffende oculair het beeld voor beide ogen onafhankelijk van elkaar instellen

►in het linker oculair wordt gelijktijdig het verdeelmerk scherpgesteld

Is de waarde van de oogafstand bekend, dan kan die worden ingesteld met de schaalverdeling op de midden-as. Bij een onbekende waarde van de oogafstand met beide ogen gelijktijdig door de kijker naar een ver verwijderd doel kijken en daarbij de twee kijkerdelen om de midden-as verdraaien totdat het linker- en rechterkijkbeeld hetzelfde zijn.

De schaalverdeling, die in de kijker is aangebracht, kan worden gebruikt voor het leiden van vuur, aanduiden van doelen en meten van hoeken. De schaalverdeling bestaat uit een horizontale en vertikale verdeling: 50 duizendsten naar links, naar rechts en naar boven en 10 duizendsten naar beneden.

 

De kijker is gegarandeerd vochtvrij dankzij vulling met stikstof (N), waardoor ook bij extreme temperatuurverschillen geen interne condensvorming kan optreden.

De veldkijker heeft geen voeding. De kruisdraden geven een verdeling in mils (duizenden), zodat de kijker te gebruiken is bij het berekenen van de BAD-formule en/of OT-factor.

Wat betekent 6 x 42?

De lenzen die zich aan de kant van de ogen bevinden, de kleine lenzen, heten oculair; de voorste grote lenzen objectief. Het eerste getal in 6x42 geeft de vergroting aan, in dit geval 6; het tweede de diameter van het objectief in mm, in dit geval 42. De zgn. uittreepupil bepaalt het lichtverzamelend vermogen van de kijker. De formule van de uittreepupil luidt: diameter gedeeld door vergroting.

Bij de Ednar-veldkijker is de uittreepupil 7. Daarmee is de kijker ook bij weinig licht bruikbaar: zelfs in de schemering en bij mist kunnen nog details worden waargenomen.

Zolang de uittreepupil kleiner is dan de oogpupil van de waarnemer (bij de gemiddelde volwassene 7 mm), is met de kijker een goed bruikbare vergroting mogelijk. De uittreepupil is zichtbaar als een rond, egaal verlicht schijfje in één van de twee oculairlenzen als de kijker met gestrekte arm tegen het licht wordt gehouden met het oculair naar de waarnemer toe.

Fotogebruik met toestemming van Rogier Vermeulen / www.roview.nl

Terug naar Boven

 

VELDPOST

Post zoals die door de Militaire Post Organisatie (MPO), het postbedrijf van het Ministerie van Defensie, wordt verwerkt binnen de vier krijgsmachtdelen én daarbuiten. De MPO maakt sinds 1 januari 2004 deel uit van de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO) van het Commando Diensten Centra (CDC).

De geschiedenis van de veldpost gaat terug tot 27 april 1831: bij 'Koninklijk Besluit, houdende daarstelling eener veldpost bij het mobiele leger' (nummer 237) werd op dezelfde datum een Reglement op de Dienst der Veldpost bij het Mobiele Leger vastgesteld.

De veldpost was vervolgens een taak van de etappen -en verkeersdienst van het hoofdkwartier, sinds 1945 van de Verbindingsdienst en sinds 2004 van bovengenoemde interservice-organisatie van Defensie.

De postverzendingen vinden in binnen- en buitenland plaats naar zowel geplaatste, oefenende als uitgezonden individuele militairen en eenheden.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van een eigen militair postsysteem, met eigen Militaire Postcodes (MPC) en Netherlands Army Post Office (NAPO) adressen.

In totaal worden dagelijks ± 10.000 stuks post verstuurd naar zo'n driehonderd locaties wereldwijd. In 2001 verzond het toenmalige Centraal Veldpost Kantoor bijna 100.000 kg post naar de uitzendgebieden; ± 23.000 kg post werd uit de uitzendgebieden teruggestuurd naar Nederland.

Post wordt vanuit veldpostkantoren, onder andere gevestigd in de uitzendgebieden, verdeeld door de facteurs (postboden) van de eenheden.

Voor de Defensiegebruiker gelden geen portokosten; voor de externe gebruiker gelden alleen portokosten naar het distributiecentrum van de MPO te Utrecht, dat voorheen Centraal Veldpost Kantoor heette. Postzendingen kunnen hier niet worden afgegeven.

Ten tijde van de missie UNPROFOR in voormalig Joegoslavië bevond zich op 1 (NL) VN Logbase Split onder meer een veldpostkantoor. De logistieke basis van de Nederlandse VN-militairen was gevestigd in de Divulje Barracks aan de Dalmatische kust, 20 km van de Kroatische stad Split.

Op alle poststukken waarin zich goederen bevinden (niet alleen op pakketpost) naar een NAPO-bestemming moet een douaneformulier CN22 (Duits: Zollinhaltserklärung, Engels: customs declaration, Frans: déclaration en douane), "het groentje" worden geplakt.

Op de CN22, die gratis verkrijgbaar is op het postkantoor, worden in elk geval de waarde in euro's, het totaalgewicht en een handtekening gezet.

Alle post, zowel dienstgerelateerd als privé, moet voorzien zijn van een afzenderadres, tenminste bestaande uit een postcode en huisnummer.

Verstuurde post wordt teruggezonden naar de afzender wanneer:

  • De adressering onjuist is.
  • De CN22 ontbreekt bij poststukken waarin zich goederen bevinden.
  • De geadresseerde niet meer in het inzetgebied aanwezig is.
  • De post niet aan de eisen voldoet.
  • De postzending zwaarder is dan 2 kg.

De adressering naar de ontvanger bestaat uit:

Rang + Voorletters + Achternaam + Werknemers-ID

Naam van de eenheid

NAPO-nummer

Postcode + Utrecht

De plaats waar de militair is geplaatst mag niet in het postadres worden vermeld.

Het gewicht van briefkaarten, brieven, drukwerk, kranten, tijdschriften en pakketpost is maximaal 2 kg. Met name voor pakketpost gelden strikte veiligheidsregels. Bij gebruik van eigen verpakkingsmateriaal (ompakking) geldt dat de maximale afmetingen van de pakketpost 20 cm x 30 cm x 40 cm moeten zijn, waarbij de optelsom van lengte x breedte x hoogte niet meer is dan 90 cm.

Ook mogen de volgende goederen niet worden verstuurd:

  • Alcoholhoudende drank
  • Artikelen die onderhevig zijn aan accijns, zoals shag en sigaretten
  • Artikelen die onderhevig zijn aan belasting, tenzij niet duurder dan € 45 en bestemd voor eigen gebruik
  • Bederfelijke (etens)waren
  • Brandbare, explosieve, ontbrandbare, ontvlambare en/of op andere wijze gevaarlijke stoffen
  • Breekbare of scherpe voorwerpen
  • Diensten van TNT Post, zoals handtekening-retour, rembourszendingen en verzekerd vervoer
  • Erotische, immorele, obscene en/of pornografische lectuur en/of voorwerpen
  • Geld en/of overige betaalmiddelen
  • Illegale kopieën van CD's en/of DVD's
  • Landgebonden verboden zendingen
  • Post vanuit Nederland per koeriersdienst (DHL, UPS) aan te bieden aan een NAPO-adres
  • Poststukken gevuld met poeder of zand
  • Spuitbussen (deodorant, scheerschuim e.d.)
  • Verdovende middelen
  • Vloeistoffen
  • Wapens, munitie en/of delen hiervan

Adressering:

Militaire Post Organisatie (MPO)

Postbus 90003

3509 AA Utrecht

Terug naar Boven

 

VELDTELEFOONTOESTEL TA-4881

field telephone TA-4881.

NSN 5805-17-047-9083. Bijnaam: "krekel" (vanwege de toon die wordt teweeggebracht door het elektronisch belsignaal).

In militair jargon: telefoontoestel, veld, TA4881; telefoon tsl TA-4881.

Gefabriceerd door E(lektrisk) B(ureau) in Billingstad, Noorwegen. Noorse benaming: TP-6N (Feltteleffon).

Vanaf 1982 stroomde in totaal 9.000 stuks van de TA-4881 in bij de eenheden van 1 Legerkorps.

De TA-4881 verving de verouderde veldtelefoontoestellen EE-8, TA-3001 en TA-3017. Zestig stuks van deze ingestroomde toestellen kregen de benaming TA-5415: hierbij was aan het basistoestel TA-4881 een kiesschijf bevestigd. Bij verbindingsdiensteenheden was de TA-5415 in gebruik voor het onderhouden van verbindingen met het civiele telefoonnet.

De TA-4881 behoort tot de tweede generatie veldtelefonieapparatuur binnen de Koninklijke Landmacht.

Het toestel maakt spraakcommunicatie met andere veldtelefoontoestellen en veldtelefooncentrales (onder andere de TC-4859, TC-5160 en KL/MTC-3167) mogelijk over tweedraads verbindingen, zoals de WD1/TT. Als lijnverbindingstoestel is de TA-4881 het meest geschikt in stationaire situaties of voor het onderhouden van verbindingen in achtergebieden.

Het veldtelefoontoestel wordt geleverd in een canvas tas met draagband en is vervat in een olijfgroene, waterdichte en aluminium kast; de telemicrofoon is van versterkt plastic.

De TA-4881 heeft een ingebouwde oproepindicator (LED-lampje), die aangeeft dat de batterijen moeten worden vervangen. Met de oproepindicator kan ook een lijntest worden uitgevoer; hiermee kan een lijnbreuk of lijnsluiting worden geconstateerd. Ook heeft de TA-4881 een ingebouwde spreeksleutel ("press-to-talk"); deze mag niet langer dan drie seconden ingerukt blijven, omdat anders de batterijen snel uitgeput raken.

Het snoer tussen de kast en de telemicrofoon mag niet om de veldtelefoon worden gewikkeld, omdat anders de batterijen leeglopen.

Procedures:

Uitgaande oproep

Druk de spreeksleutel gedurende 4 seconden in; LED-lampje licht op

Inkomende oproep

LED-lampje licht op; belsignaal is hoorbaar via de telemicrofoon

Spreken en luisteren

Druk de spreeksleutel in

Einde gesprek

Druk de spreeksleutel gedurende 2 seconden in

Specificaties:

afmetingen

25 x 19 x 6 cm

belsignaal

25 Hertz

bereik

maximaal 35 km bij gebruik van WD1/TT

frequentiebereik300-3.400 Hertz

gewicht, excl tas en batterijen

1,3 kg

gewicht, incl. tas en batterijen1,65 kg

indicatie lijnbreuk

oproepindicator bij ingedrukte spreeksleutel is gedoofd

indicatie lijnsluiting

oproepindicator bij ingedrukte spreeksleutel knippert langzaam

instructiekaarten

► IK 000216
Instructiekaart voor de bediening van het telefoontoestel, veld, TA4881, TA30028 en TA30082

► IK 11-462
Telefoontoestel, veld, TA4881

levensduur batterijen

3,5 maand (bij acht uur gebruik per dag)

voeding

3 x batterij BA-30 / D-cel (4,5 Volt)

 
Het kenmerkende 'krekel'-geluid van de TA-4881.
Het kenmerkende 'krekel'-geluid van de TA-4881.

Zie ook: WD-1/TT.

Terug naar Boven

 

VELDZAKBOEK

Voluit: Veldzakboek Algemeen. Voorschrift (VS) 2-1392.

1e druk dateert van 1959 (Departement van Defensie, vastgesteld op 6 oktober 1959), 3e en laatste van 1979 (Ministerie van Defensie, vastgesteld door COKL/AFO op 11 juli 1979).

Het 'Veldzakboek Algemeen' heette aanvankelijk 'Veldzakboek voor officieren' en is intussen vervallen.

In alfabetische volgorde bevatte het Veldzakboek Algemeen, 3e druk, 1979, de volgende hoofdstukken:

► aanvragen en leiden van artillerie- en mortiervuur door niet-organieke waarnemers

► gemotoriseerde niet-tactische verplaatsingen

► inlichtingen & veiligheid

► logistiek

► ontwijken, ontsnappen en overleven

► oorlogsrecht

► tekens en afkortingen

► troepenaanvoering

► veiligheidsmaatregelen bij rivierovergangen en amfibisch optreden

► veldversterkingen

► verbindingen

  

◄ Een andere voorbeeld van een veldzakboek binnen de Koninklijke Landmacht is het 'Handboek voormalig Joegoslavië', in de volksmond - vanwege het zakformaat - ook wel aangeduid als veldzakboek.Deze uitgave dateert van maart 1994.

Het 'Handboek Onderofficier' (HB 2-07) telt twee delen. Deel B (HB 2-07/B) geldt als het veldzakboek.

Terug naar Boven

 

VELOS

Vanaf 2004 zijn de instructeurs binnen de schoolbataljons van het Opleidingscentrum voor Initiële Opleidingen (OCIO) druk doende met het project VELOS. VELOS staat voor:

VE

Velddienst

LO

Lopen

S

Sporten

Het project VELOS wil komen tot een betere fysieke afstemming en opbouw in het Algemene Militaire Opleiding (Luchtmobiel)-traject van de rekruut bij het schoolbataljon.

Vooral de (fysieke) afstemming tussen de Gevechtsopleiding Buddy Systeem (uit het Handboek KL-militair), fysieke training en de lessen Lichamelijke Opvoeding/Sport is nog eens tegen het licht gehouden. Hopelijk kan met de nieuwe aanpak het hoge uitvalpercentage bij de schoolbataljons worden teruggebracht.

Terug naar Boven

 

VERARMD URANIUM

Duits: verbrauchtes Uran. Engels: depleted uranium (DU). Frans: uranium épuisé. Begin 21ste eeuw begonnen media en publieke opinie zich te roeren over het gebruik van verarmd uranium in Armor-Piercing (AP) Ammunition.

Munitie met onder andere verarmd uranium.

DU heeft in elk geval een groot militair voordeel: het heeft een dichtheid gelijk aan tweemaal die van staal. Met gemak doordringt DU gepantserde voertuigen en stellingen, zoals bleek in de Eerste Golfoorlog: de door het Irakese leger gebruikte Russische T-72 gevechtstank was een lonend doel, zelfs als de tank was opgewaardeerd met explosieve reactieve bepantsering.

Een projectiel met een penetrerende staaf DU heeft, dankzij de dichtheid, een vergrote hoeveelheid kinetische energie. De energie, tezamen met de supersonische snelheid waarmee het projectiel wordt afgevuurd, geeft het haar pantserdoordringende vermogen. In drie oorlogen in tien jaar tijd hebben geallieerde troepen, met name de Amerikanen, DU gebruikt:

   

Eerste Golfoorlog

1991

 

Bosnië

1995

10.000 projectielen met DU

Kosovo

1999

31.500 projectielen met DU

DU is vooral bekend vanwege het gebruik in granaten van het gevechtsvliegtuig A-10 Thunderbolt en de AH-64 Apache gevechtshelikopter én in de 120 mm-granaten van de Abrams M1A1/2-gevechtstank en de M60A1-gevechtstank.

Verarmd uranium is radioactief, hoewel 40% minder dan natuurlijk uranium en 115 maal minder dan verrijkt uranium. Verarmd uranium is het restproduct wanneer verrijkt uranium (om brandstof voor kernreactoren te produceren) is gescheiden van natuurlijk uranium. Het resterende uranium - voor 99,8% de uranium-isotoop 238 - wordt verarmd uranium genoemd.

Als een projectiel met DU doel treft, vindt bij de detonatie spontane verbranding plaats (pyrofore werking). Het licht-radioactieve DU verbrandt, waardoor een stofnevel van uraniumoxide (partikels van 10 micron of minder) vrijkomt. De stofnevel verdampt relatief snel, maar DU heeft een chemisch toxiciteit. Door inademing en/of ingestie (eten of drinken) van de licht-radioactieve stofnevel van uraniumoxide komen de partikels in de bloedsomloop terecht en hopen zij zich uiteindelijk op in met name nieren, lever en beenderen.

Omdat DU alleen in extreem hoge doses een gezondheidsrisico zou opleveren, is er volgens gezondheidsdeskundigen en militair specialisten niets aan de hand. Toch klagen uitgezonden militairen onder bepaalde omstandigheden wel degelijk over gezondheidsklachten die uiteenlopen van chronische vermoeidheid tot leukemie. Hoewel een oorzakelijk verband tussen het gebruik van DU-munitie en de gezondheidsklachten niet is aangetoond, neemt het de onrust en de vele vragen bij uitgezonden militairen niet weg.

DU wordt, behalve in munitie en bepantsering, ook gebruikt als ballast en contragewicht.

Zie ook: munitie.

Terug naar Boven

 

VERBETERD OPERATIONEEL SOLDAAT SYSTEEM

Afgekort: VOSS.

VOSS voorziet krijgsmachtbreed in een extra uitrustingspakket voor operationele eenheden die te voet of uitgestegen in groepsverband dan wel individueel infanterie- of verkenningstaken uitvoeren. De ontwikkelingen omvatten die van de individuele bescherming, interne communicatie, wapens en zicht- en richtmiddelen.

VOSS maakt deel uit van het Soldier Modernisation Programme van de NAVO, waaraan Nederland vanaf 1998 deelneemt.

'Dirk' van het Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS).

Zie ook: Soldier Modernisation Programme (SMP).

Terug naar Boven

 

VERBINDINGSDIENST

Afgekort: Vbdd.

Binnen de Koninklijke Landmacht installeert, bedient, onderhoudt en herstelt de verbindingsdienst diverse soorten telecommunicatieapparatuur en verbindingen, zoals telefoons, straalzenders, satellietcommunicatie (SatCom), radio's, lijnverbindingen en computers. Ook houdt de verbindingsdienst zich bezig met de veldpost (militaire post), informatie- en communicatietechnologie (ICT) en elektronische oorlogsvoering (EOV).

Bij Koninklijk Besluit van 18 februari 1874 werd besloten tot het vormen van "eene afzonderlijke afdeeling veldtelegraphisten, ingedeeld bij het bataillon mineurs en sappeurs" bij de Koninklijke Landmacht. Deze datum wordt beschouwd als het officiële begin van de verbindingsdienst.

De veldtelegrafisten, de eerste (dienstplichtige) verbindelaars die zich bezighielden met het overseinen en ontvangen van telegrammen, waren dus ingedeeld bij het Bataljon Mineurs en Sappeurs van de genie en deden dienst op de Willemskazerne in Utrecht.

Het motto van de Verbindingsdienst is: "Nuntius transmittendus" ("Het bericht moet door").

Later werd bij het Korps Genietroepen een Spoorweg- en Telegraafcompagnie ingedeeld en bij het Regiment Genietroepen Telegraafcompagnieën. In 1927 veranderde de naam Telegraaftroepen in Verbindingstroepen.

Pas op 1 mei 1949 wordt bij Ministeriële Beschikking van 25 april 1949 het 'wapen van de verbindingsdienst' als zelfstandig erkend - een logisch gevolg van de steeds grotere verschillen in taken en organisatie van de verbindingsdienst en de genie. Hiermee is de verbindingsdienst - evenals artillerie, genie en Koninklijke Marechaussee, een wapen met een direct ondersteunende taak.

Militairen van de verbindingsdienst brengen in de jaren '60 een DAF YA-328 in stelling. In de "Dikke DAF" bevindt zich de radio-installatie AN/GRC 26A, een HF-radiotelex met grootvermogen.

Een militair adagium luidt immers: "Zonder verbindingen geen bevelvoering". De verbindingsdienst is het instrument dat bevelvoering - een van de elementen van commandovoering - mogelijk maakt.

  

De verbindingsdienst bestaat tegenwoordig uit twee Communication and Information Systems (Communicatie- en Informatiesystemen, CIS)-bataljons:

► 101 CIS Bataljon uit Garderen verzorgt de ondersteuning van alle eenheden binnen het Commando Landstrijdkrachten (CLAS);

► Het CIS Battalion van 1 (GE/NL) Corps, gelegerd in Eibergen (Bn Staff, Staff Coy en 1 CISCoy) en Garderen (2 CISCoy), verzorgt de steun voor de eenheden van het 1e Duits/Nederlandse Legerkorps (1GNC).

Tot de eenheden van de verbindingsdienst behoren daarnaast:

102 Elektronische Oorlogvoeringscompagnie (102 EOVCie) van het Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition & Reconnaissance Commando (JISTARC);

► School Verbindingsdienst (Svbdd) van het Opleidings en Trainingscommando Manoeuvre (OTCMan).

Binnen de bataljons en brigades is de Sectie 6 gespecialiseerd in Command, Control, Communications, Computers & Intelligence (C4I). C4I gaat veel verder dan 'slechts' het faciliteren van verbindingen, onder andere ook over het inzetten van (schaarse) verbindingsmiddelen en ondersteuning van de commandovoering in de breedste zin van het woord.

Op compagnies- en bataljonsniveau binnen de eenheden ondersteunt de C2 Ondersteuningsgroep (C2 Ostgp) de commandant bij alles wat te maken heeft met operationele (netwerk)verbindingen; binnen de C2 Ostgp bevindt zich de sergeant verbindingen (Foxtrot).

Terug naar Boven

 

VERBINDINGSMIDDELEN

Zonder verbindingen geen bevelvoering.

Na WO II kreeg Nederland veel overtollig legermaterieel van de geallieerden, zoals de Britse draagbare radio WS-18.

De door Pye Ltd. geproduceerde Wireless Set No. 18 had een frequentiebereik van 6 tot 9 megahertz en een zendvermogen van 0,25 watt.

Drum t.b.v. WD-1/TT (kabelhaspel).

AB3600 Alange mast (optimaliseren positie antenne bij radiodragende voertuigen)
ABAafstandsbedieningapparatuur
BA3030batterij 1,5 Volt (NBA 30)
C-3686 afstandbedieningseenheid (remote control box) van de ABA
C-3686Alokale bedieningseenheid (local control box) van de ABA
C-3686Blokale bedieningseenheid (local control box) van de ABA
C-4526

regelaar t.b.v. radio-installatie

C9003

afstandbedieningseenheid (remote control)

DR-8

drum t.b.v. WD-1/TT (kabelhaspel)

Extercom

mogelijkheid om buiten het voertuig te communiceren via WD-1/TT tussen voertuiginstallaties en C9003

FM-3600verouderde serie radio-instalaties(in jaren '70, 20e eeuw, aangekocht; voertuigversie met bereik 3, 8 of 30 km; draagbare versie met bereik 3 of 8 km)
FM-4600verouderde serie radio-installaties (in 1982 aangekocht toen FM-3600 niet meer in productie was)
FM9000gevechtsveldradio (Combat Net Radio, CNR); Franse PR4G (Poste Radio de 4ème Génération) van Thomson-CSF

H-3600

handtelemicrofoon t.b.v. RT-3610 (5-polige steker)

H-6060

handtelemicrofoon t.b.v. RT-4610 (5-polige steker)

H-7188

handtelemicrofoon

H-9000

handtelemicrofoon t.b.v. RT-9200

H-9003

hoofdtelemicrofoon

HF7000High Frequency (korte golf)-radio van Harris (KL/PRC-7110)

KL/GRA-3686(A)

afstandsbedieningapparatuur

KL/GRA-9000afstandsbedieningapparatuur t.b.v. FM9000
KY 9710

Tactische Data Terminal (TDT; maakt data versturen en ontvangen mogelijk)

KY 9724

fillgun (opslag van verkeerselementen, nodig om digitale radionetten in de radio te laden)

LS-166/Uluidspreker van de ABA
NBA 30batterij 1,5 Volt (BA3030)

PRC-9100

portofoon; handheld radio; RT-9100

RL-39

draagsysteem t.b.v. drum DR-8

RT-3610

radiotoestel met afstandsbereik 3 km

RT-4533dubbele RT-9500

RT-4610

radiotoestel met afstandsbereik 8, 15 of 30 km

RT-9100handheld radio FM9000 (max. bereik ± 2 à 3 km); PRC-9100

RT-9200

manpack radio FM9000 (max. bereik ± 8 km)

RT-9500voertuiginbouwradio FM9000 (max. bereik ± 30 km)
RT-9600airborne radio FM9000
SOTAS

Signal Onboard Two-wire Audio System (intercomsysteem voor tanks en pantservoertuigen)

TA30028veldtelefoontoestel
TA30082

veldtelefoontoestel

TA-4881

veldtelefoontoestel

TA-5415TA-4881 met daaraan bevestigde kiesschijfeenheid
TA-5417

kiesschijfeenheid (dail key base) van de TA-5415

TE-33

lijnwerkerstang

WD-1/TT

kabel voor veldtelefonie

Zie verder: FM9000 en WD-1/TT.

Terug naar Boven

 

VERBONDEN WAPENS

(Gefecht der) verbundenen Waffen (GefVbuWa); (Operation) verbundener Kräfte (OpvbuKr).
combined arms (CA).
interarmes.

Voluit: optreden van verbonden wapens.

Van oudsher betekent de tactiek van de verbonden wapens: het gezamenlijk optreden van de wapens der infanterie, cavalerie en artillerie (manoeuvre). Het combineren van en manoeuvreren met de wapens leidt tot effecten die afzonderlijk niet kunnen worden behaald, tot synergie.

Tegenwoordig houdt het optreden van verbonden wapens (combined arms maneuver) in dat gevechtseenheden (manoeuvre) zo optimaal mogelijk combineren en integreren met gevechtssteuneenheden (Combat Support) en gevechtsverzorgingssteuneenheden (Combat Service Support).

Gaandeweg WO I begonnen landstrijdkrachten dit nieuwe concept van oorlogvoering uit te voeren.


De verbonden wapens in beeld gebracht binnen de gemechaniseerde brigade, vóór het opheffen van de tankbataljons en het verdwijnen van de artillerie.

Op 9 februari 2012 nam de KL afscheid van 11 Tankbataljon Regiment Huzaren van Sytzama (13 Gemechaniseerde Brigade) en 42 Tankbataljon Regiment Huzaren Prins van Oranje.

42 Brigadeverkenningseskadron Huzaren van Boreel (13 Lichte Brigade) en 43 BVE Huzaren van Boreel (43 Gemechaniseerde Brigade) maken deel uit van de brigades, 103 en 104 Grondgebonden Verkenningseskadron (GGVE) van het JISTARC.

Met het oprichten van het Vuursteun Commando (VustCo) op 25 januari 2013 verdween de artillerie uit de bevelsstructuur van de brigades: 11 Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders) bij 13 Gemechaniseerde Brigade, 14 Afdeling Veldartillerie bij 43 Gemechaniseerde Brigade.

Vanaf WO I begint ook de opmars van airpower, van een nagenoeg irrelevante militaire factor tot een cruciaal element in het gevecht van verbonden wapens. Het bieden van luchtsteun (Close Air Support) aan landstrijdkrachten maakte het optreden van verbonden wapens compleet.

Dit kwam tot uitdrukking in "Fahren, funken, schießen", het credo van de Duitse generaal Heinz Guderian, luidde de Blitzkrieg in Polen in 1939 in en kenmerkte de Duitse militaire campagne in West-Europa in WO II.

De taktiek van de verbonden wapens verschoof geleidelijk naar een lager niveau: in de 19e eeuw was dit nog de divisie ("divisie-tactiek", aldus H.M.F. Landolt), in de 20e eeuw was dit algemeen de brigade (zie kader: de brigade) en tegenwoordig vindt dit feitelijk al plaats op bataljonsniveau:

Kolonel b.d. Leo J.J. Dorrestijn schrijft in Vuur geëindigd! Artillerie-officier tijdens de Koude Oorlog (2006) dat het optreden van de verbonden wapens al op bataljonsniveau (niveau V) begint.

Bataljons, die uit traditie functioneel zijn ingericht (artillerie, cavalerie, genie, infanterie), kunnen een specifieke opdracht wel degelijk kortstondig uitvoeren als verbonden wapens.

Omdat het manoeuvreren met verbonden wapens een grote expertise, integratie en oefening vereist, vormt een gevechtseenheid van compagniesgrootte (niveau IV) in het gevecht van verbonden wapens de belangrijkste bouwsteen.

Daarbij ligt, zoals steeds, de nadruk op de integratie van gevechts(verzorgings)steun, manoeuvre en vuursteun, zodat uiteindelijk ook 1UP (bataljon) en 2UP (brigade) een zo groot mogelijke operationeel effect wordt bereikt. Pas na training op compagnies- en bataljonsniveau kan op het niveau van verbonden wapens worden getraind.

Sinds het einde van de 20e eeuw wordt het gevecht van verbonden wapens, naast luchtsteun, gecombineerd en geïntegreerd met de inzet van helikopters, multinationale stafcapaciteit en commandovoering (Command & Control) en specialismen als Civiel-Militaire Samenwerking (CIMIC), desinformatie/propaganda (PsyOps) en inlichtingen.

Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in een vorm van specialisatie binnen het optreden van verbonden wapens:

► De verscheidenheid in brigades in de Koninklijke Landmacht sinds begin 21e eeuw (gemechaniseerde, lichte en luchtmobiele brigade);

► Het modulair samenstellen van capaciteiten in inzetverbanden als de Battle Group (BG, met het bataljon als basis) en Task Force (TF, met de brigade als basis). Het vermengen van capaciteiten stelt de KL in staat per missie tailor-made eenheden samen te stellen om specifieke operaties optimaal uit te voeren.

de brigade

In de Koninklijke Landmacht is de brigade of brigadetaakgroep traditioneel het laagste niveau (niveau VI) waarop het gevecht van verbonden wapens wordt gevoerd.

Op dit (tactische) niveau kan de integrale planning en uitvoering van een operatie gesynchroniseerd en bijgestuurd worden.

Met geïntegreerde gevechtseenheden en wapensystemen kan de brigade een beperkte tijd (48 uur) zelfstandig het gevecht voeren in het gehele geweldspectrum, haar middelen snel en over grote afstanden concentreren en verspreiden en hindernissen, ook die van de opponent, slechten.

Door haar vuurkracht en beweeglijkheid is de brigade geschikt voor het uitvoeren van alle gevechtsvormen.

In regulier optreden zijn de verbonden wapens het kenmerk van nabijoperaties (close operations).

Bij het positioneren van de tactische activiteiten (tactical activities) geldt het niveau dat tactical operations plant en uitvoert als dat van de verbonden wapens. Dit niveau kent de manoeuvrevormen en de voor- en achterwaartse doorschrijding.

Kenmerken van de eenheden die het gevecht van de verbonden wapens aangaan:

► Alle functies van militair optreden zijn herkenbaar;

► Door samenvoeging van functionele (wapen)systemen en eenheden ontstaat een grotere gevechtskracht dan met afzonderlijke (wapen)systemen en eenheden;

Force multiplier;

Gevechts- en gevechtssteuneenheden ter grootte van een bataljon blijven in organiek verband opereren;

► Logistiek zelfstandig platform (gevechtsverzorgingssteun).

In het optreden van verbonden wapens zijn hindernissen en beweging concurrerende elementen. Het in evenwicht houden en/of brengen van contramobiliteit en mobiliteit is een continue taak van staven.

Geen einde van zware wapens. Terug naar het manoeuvreoptreden voor de landmacht, kolonel drs. ing. P.J.T.M. Hagenaars, Militaire Spectator, 1 juli 2013.

Geen einde van zware wapens. Terug naar het manoeuvreoptreden voor de landmacht, kolonel drs. ing. P.J.T.M. Hagenaars, Militaire Spectator, 1 juli 2013 (externe link).

Zie ook: combined arms team (CAT) en smallest unit of action (SUA).

Terug naar Boven

 

VERDEDIGEND GEVECHT

Verteidigung.
defence.
défense.

Het verdedigend gevecht is een van de drie gevechtsvormen.

Afhankelijk van het niveau waarop het gevecht wordt gevoerd, wordt de verdediging aangeduid als verdedigende gevechtsactie, verdedigend gevecht of defensief.

De correcte naamgeving voor (grote) eenheden en formaties is:

Eenheden
(bataljon en lager)

verdedigende gevechtsacties

Grote eenheden
(brigade en divisie)

verdedigend gevecht

Formaties
(legerkorps en hoger)

defensief

Doel is het verdedigen van het ter verdediging toegewezen vak - zoals in de Algemene Verdedigingstaak (OPPLAN 1) – of terreindeel, met behoud van het eigen tactisch essentieel gebied.

Het verdedigend gevecht kent twee manoeuvrevormen:

Gebiedsverdediging

De commandant zoekt de beslissing met name in alle stroken.
De verdediging begint in het voorste deel van het toegewezen vak, waarna die, voorzover nodig, wordt voortgezet in de diepte van het vak.
Vroegtijdig en onnodig terreinverlies moet worden voorkomen.
In de diepte moet de reserve het gevecht in het zwaartepunt kunnen overnemen.

 

Positieverdediging

De commandant zoekt de beslissing in het voorste deel van het toegewezen vak, met name in de voorste stroken.
Van de vooreenheden is dit in de regel het infanteriezware (pantserinfanteriebataljon).
De tweede strook ligt traditiegetrouw 3 à 5 km achter de eerste strook.

Zie ook: verbonden wapens, aanvallend gevecht en vertragend gevecht.

Terug naar Boven

 

VERDEDIGING

Verdediging wordt onderscheiden in actieve en passieve verdediging:

Actieve verdediging
Passieve verdediging
Alle door een eenheid genomen maatregelen om een vijandelijke aanval af te schrikken of te voorkomen dan wel de effectiviteit van een vijandelijke aanval te verminderen of te neutraliseren.Alle door een eenheid genomen maatregelen om de gevolgen van een vijandelijke grond- of luchtaanval te minimaliseren. Passieve verdediging bestaat uit camouflage, CBRN-verdediging, concealment (dekking), fysieke bescherming van personeel en essentieel materieel en verspreiding.

Terug naar Boven

 

VERDEELPLAATS

Subeenheid van de geneeskundige compagnie, opgenomen in het logistiek peloton; bij een hospitaalcompagnie bevognk (bevoorrading geneeskundig) geheten. De verdeelplaats heeft een spilfunctie voor de instandhouding van de geneeskundige keten, want zij verzorgt het bij de groothandel inleveren en aanvragen en binnen de eigen eenheid distribueren van geneeskundige verbruiksartikelen (onderdeel van de klasse VIII), zoals bijvoorbeeld geneesmiddelen, infuussystemen en –zakken en naalden.

Uitgifte van geneesmiddelen geschiedt volgens het ABCA-protocol: aanname van het recept, bereiding van het geneesmiddel, controlevan geneesmiddel met receptuur en afgifte van het geneesmiddel aan de klant.

Binnen de verdeelplaats is een apotheker-assistent werkzaam, in de rang van sergeant-majoor of adjudant. De apotheker-assistent bewaakt de kwaliteit van de geneeskundige verbruiksartikelen, zoals:

conditionering

doorstroom

expiratie

temperatuurregistratie

Aanvraag van geneeskundige verbruiksartikelen geschiedt door de gebruiker per Verzamel Mutatie Formulier (VMF).

Terug naar Boven

 

VERENIGDE NATIES

 

◄ De Kevlar® helm Schuberth B826 in de VN-blauw gekleurde uitvoering zoals die door de Nederlandse militairen tijdens de missie United Nations Protection Force (UNPROFOR) in voormalig Joegoslavië is gedragen.

De (Gefechts- of Shutzhelm) Schuberth B826 wordt geproduceerd door zowel Schuberth GmbH in Duitsland als Induyco SA in Spanje.

Terug naar Boven

 

VERHAKKING

Baumsperre.
abatis.
abattis.

Synoniem: boomvelling.

Een in de regel situationele hindernis in het kader van een van de hoofdtaken van de genie: contramobiliteit.

De verhakking is in dit opzicht vergelijkbaar met hindernissen als een brugvernieling, kratering, storend mijnenveld of valblok.

De verhakking is een wegversperring door het laten omvallen van bomen met behulp van een bijl, zaag of verhakkingstas (voor de bevestiging van een springstoflading), waardoor de opponent op een naderingsweg tijdelijk de doorgang kan worden belet. Dit zorgt voor het ophouden of vertragen van de opponent.

De verhakking wordt uitgevoerd door bomenrijen aan weerzijden van een naderingsweg zo te laten vallen dat ze met de top richting vijandzijde terechtkomen. Dit bemoeilijkt het ruimen van de omgevallen bomen.

De verhakking is het meest effectief als deze:

► is bemijnd (mogelijk pantserremmend)

► onder waarneming ligt

► plaatsvindt in een bosperceel

► bomen gekruist over elkaar heen vallen en takken ineengevlochten zijn

Zie ook: brugvernieling, genie, hindernis, kratering, pantserremmend, pantserstoppend en valblok.

Terug naar Boven

 

VERKEER, MILITAIR

Militaire verkeer vindt, zeker wanneer het relatief grote aantallen voertuigen betreft die in colonneverband verplaatsen, in de regel plaats volgens een van te voren opgesteld vast patroon. Hierbij wordt al in de planningfase bepaald wie op welk moment over welke route verplaatst. Ook zijn vooraf kritieke punten aangegeven zodat noodzakelijke maatregelen kunnen worden getroffen. De militaire verkeersleider, zoals de commandant colonne en de routetijdrijder, volgen de opgedragen militaire verkeersafwikkeling, waarbij wordt gebruikgemaakt van vooraf gemaakte operatiebevel, marsbevel en routetijdtabel. Slechts bij calamiteiten wordt ingegrepen.

Militair verkeer vond aanvankelijk plaats onder leiding van het Korps Motordienst, dat per 1 augustus 1949 overging in het dienstvak der Aan- en Afvoertroepen (AAT). Na de Eerste Wereldoorlog, toen het Nederlandse leger door toename van motorisering steeds meer behoefte aan mobiliteit kreeg, werden voertuigen ingedeeld bij het Veldleger. Hoewel eenheden ook toen al in colonneverband verplaatsten, waren de verkeersintensiteit en de te overbruggen afstanden nog relatief gering, zodat werd geoordeeld dat wegverkeersleiding niet nodig was.

Pas tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond behoefte aan wegverkeersleiding, onder meer als gevolg van frequente confrontatie met civiele vluchtelingenstromen bij militaire verplaatsingen, onbekendheid met het operatiegebied, sterke toename van de (militaire) verkeersintensiteit, uitvoering van verplaatsingen over (relatief) grote afstanden en verhoogde flexibiliteit van de strijdende partijen.

Als gevolg van motorisering en mechanisatie van de KL in de jaren '50 en '60, reorganisaties (zoals de oprichting van de brigades in 1963) en grotere mobiliteit van de eenheden en frequentere aflossing van gevechtseenheden door intensivering van het gevecht (waardoor de kwantiteit van de verplaatsingen toenam), ontstond ook in het voorste deel van de gevechtszone behoefte aan wegverkeersregeling (MovCon). Het doel is namelijk de gevechtseenheden zo optimaal mogelijk te kunnen verplaatsen en inzetten.

De AAT bereidde militaire verkeersregelingen voor, welke zich aanvankelijk vooral richtte op niet-tactische verplaatsingen in de nationale sector, het operatiegebied en het legerkorpsachtergebied. Ook werd, traditiegetrouw, al veel aandacht besteed aan verplaatsingen naar buitenlandse oefengebieden.

Pas in 1969 gaf de C-1 Legerkorps zijn eerste aanwijzingen met betrekking tot gevechtsverkeersleiding (tactische verkeersleiding) uit.

Binnen Defensie is DVVO belast met wegverkeersleiding, daarbij voor de wegverkeerscontrole al dan niet bijgestaan door personeel van de Koninklijke marechaussee. Voorheen was de wegverkeersleiding in handen van verschillende ondercommandanten van de BLS (nu: CLAS).

Door het motoriseren en mechaniseren van de gevechtseenheden van 1 LK, waardoor eenheden veel mobieler werden en zich sneller konden verplaatsen (verspreiden/concentreren), konden commandanten steeds verrassender optreden. Tactische verplaatsingen beperkten zich hierbij niet alleen tot verharde wegen, maar ook tot het terrein. Het naasthogere niveau plande en coördineerde verplaatsingen die de vakgrens van twee eenheden overschrijden.

Door voortschrijdende hightech, vinden gevechtsacties en daaraan gerelateerde tactische verplaatsingen steeds vaker ook bij duisternis en onder ongunstige klimatologische omstandigheden plaats.

Zie ook: colonne, MovCon en veilig rijden.

Terug naar Boven

 

VERKENNING

Aufklärung.
reconnaissance (recce).
reconnaissance.

Volgens het VS 2-7200 (Militaire Woordenboek Koninklijke Landmacht) was de definitie van 'verkennen':

"Verrichtingen die ten doel hebben gegevens te verzamelen over vijand, eigen troepen, terrein, weer en hulpbronnen."

Het uit militair oogpunt onder waarneming houden of op enige andere wijze observeren van objecten, gebieden, personen en/of materieel, met als doel het verzamelen van de alle beschikbare en benodigde informatie over de capaciteiten, intenties en activiteiten van een actuele of potentiële opponent, dan wel het verwerven of verifiëren van gegevens over geografische, hydrografische en/of meteorologische kenmerken, zoals locaties en/of sterkte van de opponent en weersomstandigheden.

Informatie kan in dit verband worden verzameld langs elektronische, fotografische, infrarode, sensorische, visuele of enig andere weg.

Niet alleen de verkenningsresultaten uit louter militaire bronnen hebben 'nut en belang', zeker ook de informatie uit de lokale overheid en bevolking.

Verkenningen worden onderscheiden naar:

Dimensie

grondverkenning
► luchtverkenning
► (onder)waterverkenning

Middel

► onbemand
► gepantserd
► ongepantserd
UAV's (onbemande vliegtuigen voor grote en middelgrote hoogte)

Niveau

► strategische verkenning
► operationele verkenning (DART)
► tactische verkenning

Oogmerk

Battle Damage Assessment (doelevaluatie, poststrike reconnaissance): vaststellen van de toegebrachte doelschade dan wel verliezen)
► CBRN-verkenning
► elektronische verkenning (Electronic Support Measures)
► genieverkenning (routeverkenning: beschikbaarheid en begaanbaarheid van routes)
► offensieve verkenning
► Special Reconnaissance (lange afstand, stay behind e.d.) door Special Forces

Een eenheid kan (deels) in zijn behoefte aan gevechtsinformatie en inlichtingen voorzien door het laten uitvoeren van verkenningen (verkenningspeloton) én (on)gevraagde meldingen van eigen ondereenheden.

De informatie- en inlichtingenbehoefte vergt naast verkenning (doelopsporing en -aanwijzing) ook een capaciteit voor gegevens- en dataverwerking, alsmede de beoordeling daarvan, doorgaans op het naasthogere niveau.

Een MB die dienst doet als verkenningsvoertuig.

Primair zijn verkenningen - welke in de regel worden uitgevoerd aan de hand van een verkenningsplan - erop gericht het optreden van de vijand te ontregelen. De commandant die opdracht geeft tot een verkenning wil het beeld dat hij heeft kunnen bevestigen of ontkennen.

Zo zal een op een bepaald coördinaat uitgevoerde verkenning waarbij geen contact met de vijand mag plaatsvinden, informatie over locaties en/of sterkte kunnen bevestigen. Algemeen geldt dat het uitvoeren van verkenningen operaties begunstigen; gebrekkige of achterwege gelaten verkenningen leiden sneller tot onverwacht vijandcontact.

Verkenningen komen de operationele veiligheid ten goede (hoe nauwkeuriger de ingewonnen informatie, des te doelgerichter de te treffen maatregelen), evenals tegenverkenningsmaatregelen in het kader van tegenverkenningsactiviteiten. Het onderscheppen, en tijdig vernietigen, van een infiltrerende vijandelijke verkenningseenheid is eerste prioriteit. Daarnaast is het correcte eigen gebruik van het terrein, camouflage, verplaatsingen bij duisternis of verminderd zicht en door geluids-, licht-, sporen-, infraroodemissie- en elektronische discipline.

Tactische verkenningen op land - bereden of uitgestegen (te voet) - zijn er in verschillende soorten: gebiedsverkenning, object-- of nabijverkenning (Close Target Recce, CTR) en route- of wegverkenning

Alle verkenningen zijn gericht op de (vermoedelijk) aanwezige vijand (vijandgericht) en/of de bruikbaarheid van het terrein (terreingericht):

Gebiedsverkenning

Objectverkenning

Routeverkenning

Verkenning van een duidelijk op de kaart aangegeven en zo mogelijk in het terrein herkenbaar en begrensd terreindeel.

De grootte van het te verkennen gebied kan op de stafkaart worden aangegeven met vakgrenzen, Named Area of Interest (NAI) of Target Area of Interest (TAI).

De verkenning kan in front, op de flanken en in het achtergebied van een eenheid worden uitgevoerd.

Hiertoe wordt het gebied onder andere (met elektronische/optische middelen) afgezocht om informatie te verkrijgen met betrekking tot de algemene situatie of bijzondere activiteiten.

Synoniem: nabijverkenning.

Verkenning van een militair belangrijk object:

brug
commandopost
knooppunt van (spoor)wegen
landingsite
logistieke installatie
oord
vliegveld
e.v.a.

met inbegrip van het gebied eromheen van waaruit invloed kan worden uitgeoefend op het object.

Kan deel uitmaken van een gebiedsverkenning.

Synoniem: wegverkenning.

Verkenning van één of meerdere wegen, de technische toestand van de weg (intact of niet), de tactische toestand van de weg (hindernissen of niet), alle terreindelen van waaruit invloed op de bewegingen op deze weg kan worden uitgeoefend en alle objecten die zich op de route of in het omliggende terrein bevinden.

Hiertoe zal minimaal één voertuig zich over de route moeten verplaatsen.

Kan deel uitmaken van een gebiedsverkenning.

Verkenningseenheden Nederland

103 Verkenningseskadron
Grondgebonden verkenningseskadron
JISTARC

104 Verkenningseskadron
Grondgebonden verkenningseskadron
JISTARC

42 BVE
Brigade Verkennings Eskadron
13 Lichte Brigade

43 BVE
Brigade Verkennings Eskadron
43 Gemechaniseerde Brigade

Zie ook: Brigade Verkennings Eskadron (BVE), Grondgebonden Verkenningseskadron (GGVE) en JISTARC.

Terug naar Boven

 

VERKENNINGSPATROUILLE

Verkennen in vijandelijk gebied, met als doel het verzamelen van informatie over groeperingen en het terrein. Verschilt van de gevechtspatrouille, waarbij het de bedoeling is om ongezien het vijandelijk gebied binnen te gaan teneinde aldaar personen en/of objecten uit te schakelen.

© Foto Rufus de Vries in NRC Handelblad d.d. 14 oktober 2000 (www.rufusdevries.nl)

Een organieke verkenningspatrouille kent de sterkte van een infanteriegroep:

1ste verkenner

2de verkenner

groepscommandant (gpc)

Minimi-schutter (voorheen: MAG-schutter)

geweerschutter (voorheen: MAG-helper)

geweerschutter

plaatsvervangend groepscommandant (plv gpc)

laatste man (tail end charlie)

De uitvoering van de verkenningspatrouille is tactisch. Voordat het eigen gebied via een post wordt verlaten, gaat de patrouille in rondom voor een functiecontrole enkele man (FUCO). Het te dragen tenue is situationeel afhankelijk: duur, intensiteit, weersomstandigheden en vijanddruk zijn bepalend.

De groepscommandant bereidt zich voor en maakt, indien nodig, een kaartplan. In het groepsbevel neemt de groepscommandant tenminste op:

gegevens uit de voorbereiding die van toepassing zijn

route

formatie

handelingen bij vijand- en/of vuurcontact

eerste uitwijkpunt

handelingen bij eigen gewonde

algemene wijze van uitvoeren

rapportage

mee te nemen uitrusting (HV, munitie, radio, wapens)

FUCO

Na uitvoering van de verkenningspatrouille keert de groep via de opgedragen route terug. Na terugkeer rapporteert de groepscommandant zijn bevindingen in een schriftelijk patrouillerapport (volgens STANAG 2003, ‘ Patrol Reports by Army Forces’). In dit patrouillerapport staat tenminste:

grootte en samenstelling patrouille

opdracht patroulle (soort patrouille, locatie, doel)

datumtijdgroep vertrek en terugkeer

routes heen en terug (uitwijkpunten, coördinaten, overlay)

beschrijving terrein en vijandposities

resultaten vijandcontact

status personeel aan einde patrouilleopdracht

conclusies en aanbevelingen

Zie ook: emergency rendezvous, patrouille te voet, satellietpatrouille en tail end charlie.

Terug naar Boven

 

VERKLARING VAN GEEN BEZWAAR

Afgekort: VGB.

Veiligheidsclearance als maatregel in het kader van personele beveiliging. Andere maatregelen in het kader van personele beveiliging zijn het veiligheidsonderzoek en de instelling van veiligheidsmachtigingniveaus (VMN's) voor bepaalde functies.

De VMN's worden aangegeven met een letter: A-, B- en C-functies komen voor bij het Ministerie van Defensie en defensieorderbedrijven; de Koninklijke Marechaussee heeft D- en E-functies.

Om in aanmerking te komen voor een aanstelling als militair moet een VGB in de zin van de Wet veiligheidsonderzoeken (WVO) worden afgegeven. Dit is het geval omdat alle militaire functies en vele burgerfuncties volgens de WVO, artikel 3, lid 1: "functies die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden"), worden aangemerkt als vertrouwensfunctie.

p align="left">De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) voert het wettelijk voorgeschreven veiligheidsonderzoek uit ten behoeve van zittend of nieuw aan te trekken personeel.

Zo ontvangt de aspirant-militair een vragenlijst ('staat van inlichtingen'), inbegrepen een verklaring van instemming.

De MIVD richt zich bij het veiligheidsonderzoek op het herkennen van mogelijke (be)dreigingen:

■ deelneming of steunverlening aan activiteiten die de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat kunnen schaden
■ justitiële inlichtingen
■ lidmaatschap van of steunverlening aan organisaties die doeleinden nastreven of middelen hanteren die een gevaar kunnen vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde
■ persoonlijke gedragingen en omstandigheden

Het veiligheidsonderzoek vraagt privégegevens (burgerlijke staat, woonplaats, partner, familierelaties e.d.), financiële situatie, justitiële gegevens, persoonlijke contacten en gedragingen op om te kijken of betrokkene voldoende integer is, in alle gevallen op betrouwbare wijze zijn werkzaamheden zal uitvoeren en niet chantabel is. Het veiligheidsonderzoek kan worden aangevuld met een huisbezoek.

Als uit het veiligheidsonderzoek geen nadelige antecedenten voortkomen - d.w.z. vanuit het oogpunt van de nationale veiligheid geen bezwaar tegen het laten vervullen van betrokkene op een vertrouwensfunctie is - neemt de minister van Defensie het besluit tot afgifte van de VGB.

De MIVD geeft de VGB aan de beveiligingsfunctionaris van het onderdeel van de militair en informeert de commandant van de militair.

De minister van Defensie kan weigeren een VGB af te geven als niet genoeg betrouwbare gegevens kunnen worden verzameld of onvoldoende zeker is dat een Defensiemedewerker de vertrouwensfunctie onder alle omstandigheden getrouwelijk zal vervullen.

Weigering van een VGB is bijvoorbeeld mogelijk op grond van:

► bepaalde veroordelingen uit het verleden van (partner van) betrokkene

► achterhouden van relevante informatie

► criminele activiteiten

► ernstige financiële problemen

► lang verblijf in het buitenland over welke periode de MIVD geen gegevens kan verkrijgen

► lidmaatschap van of steun aan een criminele, extremistische of terroristische organisatie

► omstandigheden of gedragingen waardoor betrokkene chantabel is/niet in alle gevallen zijn functie trouw kan uitvoeren

► onvoldoende respecteren van grondrechten

► verslaving aan alcohol, drugs of gokken

De VGB staat niet gelijk aan de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van het Ministerie van Justitie, die duidelijk maakt dat het gedrag van een werknemer geen belemmering vormt voor een baan. Het bijzondere ambt van militair, waarbij onder andere kan worden gewerkt met bijzondere informatie en geweld, gebiedt een VGB.

Het afgeven, weigeren of intrekken van de in de WVO genoemde VGB (artikel 1, lid 1, sub b: "Een verklaring dat uit het oogpunt van de nationale veiligheid geen bezwaar bestaat tegen vervulling van een bepaalde vertrouwensfunctie door een bepaalde persoon"), is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en moet onderbouwd worden genomen:

VGB

 

Geen VGB

Uit het veiligheidsonderzoek zijn geen nadelige antecedenten gebleken.

 

Het veiligheidsonderzoek adviseert negatief over de aanstelling tot militair wanneer niet genoeg betrouwbare gegevens kunnen worden verzameld en/of onvoldoende zeker is dat de sollicitant de vertrouwensfunctie onder alle omstandigheden op een integere wijze zal vervullen.

Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de sollicitant aangaande de veiligheid of op andere gewichtige belangen van de Staat ongeschikt is.

 

De minister van Defensie geeft namens de MIVD geen VGB af.

De sollicitant wordt hiervan niet op de hoogte gesteld.

 

De sollicitant wordt hiervan persoonlijk op de hoogte gesteld.

De verklaring is in principe 5 jaar geldig, waarna het onderzoek opnieuw moet worden uitgevoerd. Het intrekken van de VGB leidt de facto tot ontslag. Door omstandigheden kan eerder een nieuw veiligheidsonderzoek volgen, bijvoorbeeld bij een nieuwe partner, in verband met (verdenking van) het plegen van een strafbaar feit of een nieuwe functie met een ander veiligheidsmachtigingsniveau.

 

Voor functies bij het Ministerie van Defensie is een onberispelijk verleden vereist (onder andere maximaal zes maanden (on)voorwaardelijke vrijheidsstraf of 240 uur dienstverlening, geen veroordeling op grond van de Opiumwet).

Bij weigering van de verklaring van geen bezwaar na een veiligheidsonderzoek kan de aspirant-militair binnen 6 weken schriftelijk en voorzien van argumenten in bezwaar gaan bij het Bureau Personele Veiligheid van de MIVD.

Aangezien vrijwel alle Dfensiefuncties vertrouwensfuncties zijn, leidt het intrekken van de verklaring van geen bezwaar in feite tot ontslag.

Op 1 november 2013 is de nieuwe Beleidsregel veiligheidsonderzoeken Defensie (externe link) ingegaan. Deze gaat over situaties waarin de verklaring van geen bezwaar wordt geweigerd of ingetrokken.

Overzicht van 2004 tot en met 2007 van de aantallen VGB's waarvan de afgifte is geweigerd dan wel de uitgifte is ingetrokken.
Bron: Jaarverslag MIVD 2007.

Zie ook: Koninklijke Marechaussee, Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en minister van Defensie.

Terug naar Boven

 

VERLICHTINGSINSTALLATIE KL/GVQ-6769

Algemene verlichtingsinstallatie zoals die onder andere wordt gebruikt voor het aanleggen van verlichting in geneeskundige installaties die zijn gevestigd in boog- en kruistenten.

De gehele verlichtingsinstallatie, met uitzondering van drie kabelhaspels CX-6771, kan worden opgeborgen in vier transportkisten: drie van het type A, een van het type B.

De verlichtingsinstallatie kan worden aangesloten op zowel het lichtnet als een generatoraggregaat met 220 Volt/50 Hertz.

Inhoud transportkist A (driemaal identiek):

3
verdeeldoossamenstel J-6772 met elk 15 meter kabel
6
blauwe kleurfilter
6
groene kleurfilter
6
rode kleurfilter
6
lichtarmatuur MX-6773 met elk 4 meter kabel

Inhoud transportkist B:

1
verdeelkastsamenstel J-6770
2
kabelhaspel CX-6771 met elk 35 meter kabel
1
kabelsamenstel CX-6774 voor aansluiting op een 2-polige wandcontactdoos met randaarde (1 fase)
1
kabelsamenstel CX-6775 voor aansluiting op een 3-polige wandcontactdoos met randaarde (1 fase)
1
kabelsamenstel CX-6776 voor aansluiting op de klemmen van een generatoraggregaat met 3 fasen-aansluiting
1
doos reservedelen

Terug naar Boven

 

VERLIESVERWACHTING

Opferabschätzung.
casualty estimation.
estimation du nombre des victimes.

Geneeskundig plangetal van de gemiddelde personeelsverliezen tijdens of als gevolg van een militaire operatie, gerekend in het aantal doden, gewonden en zieken.

Personeelsverliezen zijn te verdelen in gevechtsverlies (battle casualties) en verliezen die niet direct het gevolg zijn van gevechtshandelingen (niet-gevechtsverliezen: Diseases and Non-Battle Injuries). Voor het gezondheidszorgsysteem zijn de gewonden en zieken van belang.

Evenals de geneeskundige tijdslimieten is de verliesverwachting een uitgangspunt voor de planning van de militaire gezondheidszorg in een operatie.

De personeelsuitval tijdens operaties maakt deel uit van de risicoanalyse in de Operationele Geneeskundige Plannings Richtlijn (OGPR).

Uit de analyse van de risico's volgt de verliesverwachting: een schatting van de aard en het aantal doden, gewonden en zieken afgezet tegen het gedachte operatieverloop. Het verliesgegeven resulteert in een capaciteitsplanning: de benodigde chirurgische capaciteit (OK-capaciteit).

Een grove schatting van de verliesverwachting is mogelijk aan de hand van de gevechtskrachtverhouding:

Gevechtskrachtverhouding

Betekenis

Verliesverwachting

Negatief

Vijand sterker dan eigen troepen

Ongunstig

Positief

Eigen troepen sterker dan vijand

Gunstig

Bij een offensieve operatie als DELIBERATE FORCE (Kosovo, 1999) - een vredesafdwingende operatie in het hoogste geweldsniveau - was de verliesverwachting bijvoorbeeld ruim 5%.

De verliesverwachting bij Peace Support Operations vindt plaats op basis van inschattingen en ervaringscijfers; voor de Algemene Verdedigingstaak (AVT) gelden onder andere:

Allied Command Europe Directive 85-8

ACE Medical Support Principles, Policies and Planning Parameters

Bi-SC MMPG Paper

Bilateral Strategic Command Maritime Medical Planning Guidance for NATO

De feitelijke inrichting van een tailor-made systeem van militaire gezondheidszorg voor operaties vindt niet alleen plaats op basis van de verliesverwachting (prognoses en ervaringscijfers), maar op grond van een analyse van vele aspecten van de operatie. Voorbeelden hiervan zijn het geweldsniveau (gekozen inzetoptie) en de tijd- en ruimtefactoren.

De militair die erop kan vertrouwen bij gewond raken terug te vallen op een tailor-made systeem van militaire gezondheidszorg zal een grotere gevechtsbereidheid tonen. Het moreelaspect is dan ook een belangrijke force multiplier in het kader van de operationele besluitvorming.

Zie ook: Diseases and Non-Battle Injuries (DNBI), geneeskundige tijdslimieten, gevechtskrachtverhouding, gevechtsverlies en operationele besluitvorming.

Terug naar Boven

 

VERPLAATSINGEN TE VOET

Verplaatsingen te voet vinden in verschillende variaties plaats, dus met een afwijkend aantal passen per minuut (km per uur):

SOORT VERPLAATSING

PASSEN PER MINUUT

KM PER UUR

Langzame pas

60

3

Gewone pas

120

6

Geforceerde pas (snelmars)

140

7

Looppas

160

9

Een verplaatsing te voet vergt, afhankelijk van de tijd, een gedegen voorbereiding:

► Bovenste vetergat schoenen openlaten ter preventie shin-split/scheenbeenvliesontsteking

► Eelt en likdoorns behandeld

► Geen lichaamsdelen afknellen

► Intacte en schone sokken (reservepaar meenemen)

► Kleding(lagen) afstemmen op weersomstandigheden

► Nagels recht afgeknipt

► Veldfles opgetopt

► Voeten afplakken, intapen of poederen (indien nodig)

Tijdens de uitvoering van een verplaatsing te voet moet, afhankelijk van de omstandigheden, de marstucht worden aangehouden:

► Binnen de bebouwde kom is zingen verboden

► Buiten de bebouwde kom geen storende teksten zingen

► Commandant bepaalt draagwijze hoofdeksel en wapen

► Commandant bepaalt gelegenheid tot drinken, roken, spreken of zingen

► Commandant waarschuwen bij uitvaller

► Handhaaf de toegwezen plaats in de formatie

► Stilte in acht nemen bij avond en nacht (geluidsdiscipline)

De marssnelheid is bepaald:

► Tenminste eerste 500 meter gebruiken voor warming-up

► Marstempo op goed begaanbare wegen 120 passen per minuut

► Marstempo op slecht begaanbare wegen verlagen

Ook het samenstellen van de formatie is aan regels gebonden:

► Colonne met tweeën op brede en rustige wegen bij goed zicht

► Commandant loopt linksachter, tenzij op een andere plaats de formatie beter kan worden overzien en/of bij moeilijke verkeerssituaties (vooraan)

► Vooraan opstellen slechte lopers en lopers met extra uitrustingsstukken

Bij militaire verplaatsing te voet op de openbare weg gelden artikel 2, 4, 9 en 37 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 1990 (RVV 1990).

Daarnaast heeft het Ministerie van Defensie aanvullende maatregelen gesteld om de verkeersveiligheid van militairen bij verplaatsingen te voet te verbeteren.

De maatregelen, opgesomd in de Regeling verplaatsingen te voet Defensie, zijn onder andere van toepassing op groepen militairen die in aaneengesloten formatie - colonne met tweeën - marcheren onder leiding van een commandant.

De fysiek te nemen veiligheidsmaatregelen binnen colonneverband houden in dat, overdag wanneer het zicht ernstig wordt belemmerd en bij nacht:

► de colonne linksvoor een naar alle kanten wit of geel licht uitstralende lantaarn voert;

► de colonne linksachter een naar alle kanten rood licht uitstralende lantaarn voert;

► alle leden van de colonne de reflecterende armband om de bovenarm of de enkel dragen aan de zijde waar het gevaar het meest waarschijnlijk is;

► de laatste, meest linker en meest rechter, personen van de colonne een reflecterende gevarendriehoek op de rug voeren.

 
Regeling verplaatsingen te voet DefensieRegeling verplaatsingen te voet Defensie.

Terug naar Boven

 

VERRASSING

Überraschung.
surprise.
surprise.

Het aangrijpen van de vijand op een plaats, tijd, wijze en/of met middelen waarop deze niet is voorbereid. Verrassing – naast beweeglijkheid en offensief handelen één van de grondbeginselen voor gevechtsoperaties – heeft tot doel de vijand op welke manier dan ook uit evenwicht te brengen, waardoor het initiatief in eigen handen blijft.

Verrassing kan een operatie in eigen voordeel beslissen, ook wanneer de eigen slagkracht numeriek kleiner is dan die van de vijand. In de regel heeft verrassing een tijdelijke uitwerking; van het mechanisme dient snel en beweeglijk te worden geprofiteerd om het momentum te handhaven.

Voor het element van verrassing zijn de elementen snelheid (tempo), agressiviteit en spreiding essentieel. Samen zijn de elementen van groot belang om een opdracht te laten slagen. Een krijgslist en misleiding realiseren verrassing. Voorbeelden van verrassing op zichzelf zijn de hinderlaag, overrompeling, overval, verrassingsaanval en vuuroverval.

Het voordeel van de verrassing kan onder andere worden uitgebuit door het combineren van:

■ direct uitwerkingsvuur en hoge vuursnelheid

■ ongunstig/onoverzichtelijk terrein (gemaskeerd door natuurlijke objecten)

■ optreden 's nachts en te voet

■ regelmatig wisselen van locatie (snel inrichten en afbreken)

■ route naar het doel niet voor de hand liggend naderen

■ snelle en betrouwbare inlichtingen en verbindingen

■ tactisch optreden

Om verrassing door de vijand te voorkomen wordt beveiligd en worden activiteiten van vijandelijke eenheden nauwlettend gevolgd.

Terug naar Boven

 

VERSCHROEIDE AARDE

Versengenmasse Verteidigung.
scorched-earth (policy).
terre brûlée.

Zich (bij het naderen van de vijand) terugtrekken uit een gebied en onmiddellijk door brand en dergelijke zaken die van militaire en/of economische waarde zijn, zoals gewassen (oogsten), infrastructuur, land, voorraden e.d., rücksichtslos vernietigen om gebruik ervan door de vijand te voorkomen.

Omdat vijandelijk hergebruik daarmee onmogelijk is geworden, worden de logistieke aanvoerlijnen voor de vijand steeds langer en dus zwaarder belast.

Voorbeelden zijn de Napoleontische oorlogen in Rusland, de Britten onder leiding van Kitchener tegen de Afrikaner tijdens de Boerenoorlogen (boerderijen van Boeren werden in brand gestoken, vee gedood, gewassen vertrapt en bronnen vergiftigd), generaal William T. Sherman tijdens de Amerikaanse Civil War, de Duitsers in februari/maart 1917 tijdens de terugtrekking achter de Hindenburg-linie (operatie ALBERICH), de Duitsers tegen de Finnen in de Laplandoorlog (1944-'45) en de systematische napalm-bombardementen van de Amerikanen tijdens de Vietnamoorlog.

In de Tweede Wereldoorlog probeerden de Duitsers deze tactiek met tien Duitse divisies in Joegoslavië toe te passen: het verzet onder leiding van Tito kon echter niet worden gebroken.

Ook in voormalig Nederlands-Indië werd de tactiek van de verschroeide toegepast. Enerzijds door het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), dat olieraffinaderijen, vliegvelden en havens vernielden om te voorkomen dat ze in Japanse handen zouden vallen, aan de andere kant na WO II door de Republikeinen op Java en Sumatra. Omdat de Republikeinen bij het toepassen van de verschroeide aarde-tactiek - inlands "Boemi Angus" genoemd - vele plantagebedrijven vernielden, bracht ze de Nederlanders grote financiële schade toe.

De grootste uitvoering van de tactiek van de verschroeide aarde werd in 1941, in WO II, beproefd door Stalin tijdens operatie BARBAROSSA.

Voor het eerst na de aanval van de Duitsers op 22 juni 1941, sprak Stalin op 3 juli 1941 de Sovjets toe in een radiotoespraak: "In geval van een gedwongen terugtocht van het Rode Leger moet al het rollend materieel van de spoorwegen mee terugkomen. De vijand mag geen enkele locomotief, geen enkele wagon in het bezit krijgen. Hij mag geen kilo graan vinden, geen liter brandstof."

Zonder blikken of blozen verwoestten de Russen alles wat niet kon worden meegenomen toen de Duitsers oprukten en het Rode Leger zich noodgedwongen terugtrok.

Van 9 tot 17 september 1993 lanceerden Kroatische troepen operatie ZEMLJA SPRENJA (Verschroeide Aarde) in de Medak-pocket, een Servische enclave in West-Kroatië. Behalve burgers werden ook militairen van de Servische republiek Krajina verdreven. Bij deze operatie waren ook Nederlandse vrijwilligers onder leiding van Johan Tilder betrokken.

Terug naar Boven

 

VERSPREIDINGSPUNT

Auslaufpunkt.
release point.
point de dislocation; point de dispersion.

Afgekort: vspt.

Een herkenbaar punt op de route (weg of terrein) waar het gecontroleerde deel van de verplaatsing - in de regel een (mars)colonne over een vastgestelde route, binnen een opgedragen tijd en onder leiding van een colonne- of hogere commandant - eindigt.

Op het verspreidingspunt eindigt de bevelsbevoegdheid van de colonnecommandant. De herkenbaarheid is gegarandeerd met het bordje 'verspreidingspunt'.

Verspreidingspunt (release point, RP) van 12 Infanteriebataljon.

Na het passeren van het verspreidingspunt wordt de voor de verplaatsing geldende groepering ontbonden, verlaat de eenheid het gecontroleerde deel van de route en verplaatst onder leiding van één of meer functionarissen van de eigen eenheid naar het opgedragen marsdoel (bestemmingspunt).

De verplaatsing van het verspreidingspunt naar het marsdoel is de verantwoordelijkheid van de eenheidscommandant.

Het deel van de verplaatsing tussen het verspreidingspunt en het bestemmingspunt is de uitlooproute. Vanaf het verspreidingspunt mag de eenheid de uitlooproute naar de opstellingen tijdelijk van onderdeelsbewegwijzering voorzien.

De onderdeelsbewegwijzering bestaat uit algemene bewegwijzeringsborden: rechthoekig met een witte punt waarop het eenheidsteken en -nummer zijn aangebracht).

De voertuigen worden "vanuit de beweging", zo snel mogelijk, naar de opstellingen gedirigeerd. De opstellingen kunnen in een verzamelgebied (vzgeb) liggen, waarbij er rekening mee dient te worden gehouden dat het voertuig dat als eerste in opstelling gaat, tijdens de verplaatsing vooraan rijdt.

Borden en pijlen markeren de route op het interne circuit naar de tevoren gemarkeerde opstellingen. In de opstellingen is spreiding van het grootste belang. Als vuistregel geldt dat voertuigen 50 à 80 meter en tenten 15 à 20 meter uit elkaar staan.

Zie ook: bewegwijzering en colonne.

Terug naar Boven

 

VERTICAL ENVELOPMENT

Militaire manoeuvre waarbij troepen door de lucht over de vijandelijke linies worden getransporteerd om de vijand vervolgens in de rug of op de flank aan te vallen.

De essentie van 'envelopment' ("inpakken") is dat de vijand op dezelfde plaats wordt gebonden, waarna vernietiging kan volgen - bijvoorbeeld door carpet-bombing. Als de vijand in de rug wordt aangevallen, worden de lines of communication (bevoorradings- en communicatielijnen) in het hart aangegrepen, waarmee een dergelijke aanval in de regel kwetsbaarder is dan die aan de frontzijde.

Een aanval in het kader van vertical envelopment heeft ook een psychologische impact: voor een vijand overtreft de inzet van luchtlandingseenheden voor vertical envelopment de numerieke sterkte van de eenheden.

Terug naar Boven

 

VERTRAGEND GEVECHT

Verzögerung.
delay.
retard.

Een van de drie gevechtsvormen. Afhankelijk van het niveau waarop strijd wordt geleverd aangeduid met vertragende gevechtsacties en vertragend gevecht. Op het niveau van formaties komt het vertragend gevecht niet voor:

Eenheden (bataljon en lager)

vertragende gevechtsacties

Grote eenheden (brigade en divisie)

vertragend gevecht

Formaties (legerkorps en hoger)

n.v.t.

Doel is de vijand over een opgedragen diepte in het toegewezen vak af te remmen én verliezen toe te brengen. Andere eigen eenheden wordt daarbij de gelegenheid gegeven op een andere plaats een verdediging of aanval voor te bereiden dan wel uit te voeren.

Het vertragend gevecht kent vier manoeuvrevormen:

Opeenvolgend
vertragen

De vijand wordt door de gehele eenheid vanuit opeenvolgende stroken tot ontplooiing gedwongen. In de stroken wordt de tijdelijke verdediging gevoerd. Tussen de stroken treedt een deel van de eenheid beweeglijk vertragend op.

Overlappend
vertragen

De eigen eenheid verdedigt tijdelijk achtereenvolgende stroken, dwingt de vijand tot ontplooiing, vertraagt en valt - elkaar overlappend (haasje-over) - terug op de vorige strook.

Combinatie
opeenvolgend/overlappend

 

Beweeglijk vertragen

Aaneenschakeling van op elkaar afgestemde aanvallende en verdedigende gevechtsacties. De vijand wordt zoveel mogelijk schade toegebracht door schietend terug te trekken.

Zie ook: verbonden wapens, aanvallend gevecht enverdedigend gevecht.

Terug naar Boven

 

VERZAMELGEBIED

Assembly Area (AA).

Afgekort: vzgeb.

Gebied waar een eenheid voor het uitvoeren van een opdracht wordt bijeengebracht. In dit gebied worden voorbereidingen voor de uitvoering van de opdracht getroffen. Met name worden de componenten van eenheden gecombineerd tot organieke of samengestelde eenheden en uitrustingen opgetopt.

Het is ook mogelijk dat in het verzamelgebied na een actie een hergroepering of recuperatie - activiteiten gericht op het herstel van de (gevechts)waarde van de eenheid - plaatsvindt.

De verplaatsing naar het verzamelgebied is tactisch. Omdat een verzamelgebied in de gevechtszone ligt, zijn maximale beveiligingsmaatregelen noodzakelijk, ook voor het (logistieke) verzorgingsgebied.

De eisen van het verzamelgebied:

► Bescherming en dekkingsmogelijkheden tegen vijandelijk vuur

► Faciliteiten voor personeel en materieel (afhankelijk van de verblijfsduur)

► Markerings- en camouflagemogelijkheden

► Mogelijkheden voor betrekken en verlaten van het verzamelgebied

► Verbindingsmogelijkheden (zowel radio als lijn)

► Vluchtwegen naar een verzamelpunt of een reserveverzamelgebied

► Waarnemings- en vuurmogelijkheden voor de eigen wapens

Zie ook: afwachtingsgebied, Staging Area en uitwijkgebied.

Terug naar Boven

 

VERZET

Synoniemen: illegaliteit; ondergrondse.

Het geheel van verzetplegers dat actief, vaak gewelddadig of met gewapende middelen, weerstand biedt tegen een vijand.

In WO II (1940-'45) bood het verzet in alle bezette landen, ook in Nederland, weerstand tegen het niet als wettig ervaren gezag dat het gevolg was van de Duitse bezetting. In georganiseerd verband en vanuit onderduikadressen werd het gewapend verzet in Nederland vooral gepleegd door leden van de Landelijke Knokploegen. Na WO II werd een aantal verzetsgroepen gebundeld in de Binnenlandse Strijdkrachten.

Het verzet in de Tweede Wereldoorlog verborg haar radio's vaak in boeken.

Onder verzetsdaden vielen bijvoorbeeld:

► drukken en verspreiden van illegale kranten

► helpen onderduiken van joden en geallieerde militairen, zoals neergestorte piloten

► liquideren van Duitse militairen en verraders

► luisteren naar Radio Oranje

► plegen van overvallen, o.a. voor bonkaarten of wapens, en sabotage

► schilderen van anti-Duitse leuzen op muren

► vervalsen van bonkaarten, officiële documenten en persoonsbewijzen

► zingen van spotliederen

Massaal openlijk verzet kwam relatief weinig voor en als dit zich voordeed, onderdrukte de bezetter dat hardhandig.

Zie ook: partizaan.

Terug naar Boven

 

VERY HIGH READINESS JOINT TASK FORCE (VJTF)

Afgekort: VJTF.

Synoniemen: NATO Spearhead en NAVO-flitsmacht. Duits: NATO-Speerspitze.

Initiatief van de NAVO waarmee door de staatshoofden en regeringsleiders van de NAVO-lidstaten is ingestemd tijdens de NAVO-topconferentie in Wales op 4 en 5 september 2014. De oprichting van de VJTF maakt deel uit van het Readiness Action Plan (RAP) van de NAVO dat tijdens de top is aangenomen.

Het RAP omvat maatregelen om snel, flexibel en slagvaardig te kunnen reageren op acute geostrategische dreigingen aan de grenzen van het NAVO-verdragsgebied.

In aanvulling op de conventionele oorlogvoering is het RAP ook ontworpen om met de veelheid aan dreigingen van hybride oorlogsvoering om te gaan. Daaronder vallen subversieve activiteiten, het gebruik van online en social media om bijvoorbeeld gefalsificeerd beeldmateriaal te verspeiden, intimidatie door het samentrekken van troepen aan de grenzen van het NAVO-verdragsgebied, misinformatie, propaganda e.d.

Nederlandse militairen stijgen uit een Armoured Personnel Carrier tijdens de oefening ALLIED SPIRIT I op het Joint Multinational Readiness Center van de U.S. Army in Hohenfels, Duitsland.

Aan de oefening ALLIED SPIRIT I, in januari 2015, namen ruim 2.000 militairen deel uit Canada, Groot-Brittannië, Hongarije, Nederland en de Verenigde Staten.

Oefeningen als deze dragen bij aan het snel, flexibel en slagvaardig kunnen reageren op acute dreigingen.

Het concept is tijdens de vergadering van de ministers van Defensie van de NAVO op 5 februari 2015 formeel goedgekeurd.

De Very High Readiness Joint Task Force moet, binnen de bestaande NATO Response Force (NRF), in staat zijn binnen een paar dagen (minder dan 48 uur) te reageren, vooral ter geruststelling van de bondgenoten en ter afschrikking van de opponent.

De VJTF bestaat primair uit landstrijdkrachten, aangevuld met passende lucht- en zeestrijdkrachten en Special Forces. Het totaal aantal militairen zal 4 à 6.000 moeten bedragen. In 2016 moet de VJTF Full Operational Capable (FOC) zijn.

De gereedheid (readiness) van de elementen van de VJTF zullen, met een korte Notice To Move (NTM), worden getest vanaf de herfst van dit jaar. Hierbij gaat het zowel om het verplaatsen als oefenen van de aan de VJTF toegewezen eenheden, waarvan de NTM beduidend hoger ligt dan die van de Immediate Response Force-eenheden van de NRF.

Een ander element van de VJTF zijn vooruitgeschoven, geprepositioneerde voorraden (pre-stocking) met materieel en wapens aan de grenzen van Oost-Europa, enigszins vergelijkbaar met de POMS-sites uit de Koude Oorlog. In eerste instantie wordt voor de locaties van deze depots gedacht aan Estland, Letland en Litouwen. De Baltische staten zijn sinds 2004 lid van de NAVO.

Nederland heeft met Duitsland en Noorwegen aangekondigd deel te nemen aan de interim-fase van de VJTF; tijdens de top in Wales werd reeds bekend dat Nederland een compagnie aan de VJTF zal bijdragen.

Zie ook: Koude Oorlog, NATO Response Force (NRF), NAVO, POMS-site en Eerste alarmeringsoefening VJTF geslaagd (9 april 2015).

Terug naar Boven

 

VERZORGINGSINSTRUCTIE GENEESKUNDIGE DIENST

Afkorting: VI-GNK. Veel van de hieronder aangehaalde voorbeelden zijn verouderd en worden niet meer toegepast.

VI GNK-008/4 Hulpmiddelen voor de behandeling van fosforbrandwonden
VI GNK-009/5 Tot PSU behorende artikelen
VI GNK-020/4 Cilinders medische gassen
VI GNK-027/7 Opiumwet-geneesmiddelen bij parate eenheden
VI GNK-028/8 Kort houdbare geneeskundige verbruiksartikelen
VI GNK-032 Vervanging van beperkt houdbare geneeskundige dienst-verbruiksartikelen bij parate eenheden
VI GNK-033 Uitbesteden van reparatie aan geneeskundige dienst-apparatuur
VI GNK-034/3 Röntgentoestellen voor medische doeleinden
VI GNK-036 Autorisatie van geneeskundige verbruiksartikelen t.b.v. OCMGD
VI GNK-038/6 Directe ruil van geneeskundige dienst goederen
VI GNK-041/6 Kwaliteitsbeheer van geneeskundige verbruiksartikelen bij parate eenheden
VI GNK-043/2 Werkinstructie bevoorrading geneeskundige verbruiksartikelen AS-23
VI GNK-058/1 Opslag van infusiematerieel
VI GNK-060/1 Identificatie van geneeskundige dienst-materieel ingedeeld bij geneeskundige formaties
VI GNK-061 Opslag en kwaliteit van röntgenfilms en röntgenchemicaliën
VI GNK-063/3 Rode Kruis-armband
VI GNK-067 Logboek geneeskundige dienst-materiaal
VI GNK-068 Aanbieden van geneeskundige dienst-materiaal voor periodiek 5de echelons onderhoud
VI GNK-069 Bevoorrading strooibus oefenpoeder voor huidontsmetting
VI GNK-072 Richtlijnen bij de eerstehulp-uitrusting dinghypack en survivalbelt
VI GNK-073/1 Afvoer van scherp potentieel besmet afval
VI GNK-074 Opleg van vochtgevoelig geneeskundige dienst-materiaal

Terug naar Boven

 

VERZORGINGSTEKENS

Onderstaand enkele van de meest voorkomende functionele verzorgingstekens, zoals die onder andere voorkomen in het basisteken van een logistieke inrichting/installatie:

Levensmiddelen (klasse I)
Munitie alle soorten
Munitie voor artillerie

Munitie voor lichte vuurwapens (kkw)

Munitie voor raketten en geleide wapens

Park
Reservedelen
Verkeer

Terug naar Boven

 

VESTIBULE

Tent die onder andere wordt gebruikt bij de opbouw van geneeskundige inrichtingen. De vestibule (NSN: 8340-17-050-6441) meet 2,27 x 2,27 meter en heeft een grondoppervlakte van 5,1 m².

Benodigdheden voor de vestibule zijn:

1 x tentdoek met foedraal

1 x nokligger met klauwen

2 x dwarsligger met klauwen

2 x staander 200 cm

2 x staander 260 cm

De specificaties van de vestibule zijn:

lengte 227 cm
breedte 227 cm
oppervlakte 5,1 m²
gewicht tentdoek in foedraal 29 kg
opzetten vestibule door 2 personen in 4 minuten

De vestibule kan worden gekoppeld aan de boogtent, die op zijn beurt kan worden gekoppeld aan de kruistent.

Terug naar Boven

 

VETERAAN

Synoniem: oud-strijder.

Artikel 1, sub C van de Veteranenwet definieert de veteraan als:

"De militair, de gewezen militair, of de gewezen dienstplichtige, van de Nederlandse krijgsmacht, dan wel van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, alsmede degene die behoorde tot het vaarplichtig koopvaardijpersoneel, die het Koninkrijk der Nederlanden heeft gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen."

Met de komst van de Veteranenwet, de Wet van 11 februari 2012 tot vaststelling van regels omtrent de bijzondere zorgplicht voor veteranen, verruimde de definitie van veteraan. Sindsdien kunnen actief dienende militairen eveneens veteraan zijn.

Direct na hun eerste uitzending krijgen militairen in actieve dienst de veteranenstatus toegekend. De status geeft recht op zowel de Veteranenpas als het draaginsigne veteranen (veteranenspeld).

Gelijkgesteld aan veteranen zijn:

► Employés Speciale Diensten van de Veiligheidsdienst Mariniersbrigade;

► Gewezen militairen die actief hebben deelgenomen aan de bevrijding van ons land, zich in Nederland hebben gevestigd en de Nederlandse nationaliteit hebben aangenomen;

► Gewezen militairen met de Nederlandse nationaliteit die vóór 2 maart 1946 waren verbonden aan de Explosieven- en Mijnopruimdiensten van de krijgsmacht en actief betrokken waren bij het mijnenvrij maken van onder meer vliegvelden, havens en kuststroken in de naoorlogse periode;

► Tolken die vóór 8 mei 1945 behoorden tot het Korps Tolken;

► Verpleegsters met de Nederlandse nationaliteit, die vanuit Nederland als militair of door het Rode Kruis zijn uitgezonden naar voormalig Nederlands-Indië en zijn ingezet voor medische verzorging van de Nederlandse Strijdkrachten en het voormalig KNIL, en die na afloop van de diensttijd naar Nederland zijn teruggekeerd of vertrokken.

Bron: Handboek Veteraan (Veteraneninstituut).

Een complicerende factor in relatie tot het begrip 'veteraan' is de oud-militair die diende ten tijde van de Koude Oorlog: hij/zij heeft niet de veteranenstatus.

De Koude Oorlog Vereniging voor (Oud-) Militairen (KOVOM, externe link) heeft in 2009 zelfs een Koude Oorlog Herinnerings Medaille in het leven geroepen, die overigens niet erkend is:

Zie ook: draaginsigne veteranen, Veteraneninstituut en Veteranenpas.

Terug naar Boven

 

VETERANENDAG

Om structureel bij te dragen aan de maatschappelijke erkenning en het begrip voor veteranen, zowel oude(re) als jonge, is in 2005 de Nederlandse Veteranendag ingesteld.

Veteranendag 2011.

Sinds 2008 is de nationale vlaginstructie aangepast en wordt op Veteranendag op de hoofdgebouwen van de Rijksoverheid de Nederlandse vlag gehesen ("uitgebreid vlaggen").

De eerste edities van de Veteranendag vonden plaats op 29 juni, de geboortedag van de 'peetvader' van het legioen oud-strijders, Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Vanaf het eerste lustrum in 2009 vindt de Veteranendag plaats op de laatste zaterdag van juni. De Nationale Veteranendag wordt georganiseerd door het Comité Nederlandse Veteranendag.

De jaarlijkse dag heeft het karakter van een nationale feestdag, waarbij de veteranen zowel tijdens het defilé als de militaire parade door tienduizenden belangstellenden worden aanschouwd en toegejuicht. De Veteranendag zorgt er tevens voor dat het imago en prestige van Defensie worden hooggehouden.

De maatschappelijke erkenning en het begrip voor veteranen uiten zich tevens in het Veteraneninstituut, het draaginsigne veteranen, een gratis abonnement op het veteranentijdschrift Checkpoint, het Handboek Veteraan, de veteranendagen bij de krijgsmachtdelen en de Veteranenpas.

Nederlandse Veteranendag

Veteranendag is een uitgelezen gelegenheid om de diversiteit aan wapens en kleding van de krijgsmacht te laten zien. Een eenheid die volledig is gekleed in junglecamouflage, bedoeld voor operaties in de extreme omstandigheden van het tropisch regenwoud.

Ook de Vereniging Veteranen Grenadiers en Jagers (VVGJ) nam op Veteranendag 2015 opnieuw deel aan het defilé.

Duidelijk herkenbaar aan de bordeauxrode VVGJ-polo en de rode baret liep een detachement van zo'n honderd veteranen, zowel buiten dienst als in actieve dienst, mee. Een groot deel van hen heeft deelgenomen aan de Dutchbat-missie in voormalig Joegoslavië.

Zie ook:draaginsigne veteranen, Prins Bernhard, Veteraneninstituut, Veteranenpas en Geslaagde 11e editie Veteranendag (27 juni 2015).

Externe link: Veteranendag.

Terug naar Boven

 

VETERANENINSTITUUT

Afgekort: Vi.

Opgericht op 10 mei 2000.

Op deze datum opende toenmalig premier Wim Kok in aanwezigheid van Prins Bernhard en staatssecreatris van Defensie Henk van Hoof, het VI door een gebouw te openen naast de bestaande gebouwen van de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en dienstslachtoffers (BNMO) in Doorn.

Het Veteraneninstituut beoogt de maatschappelijke erkenning en de zorg voor veteranen te verbeteren. Het Ministerie van Defensie stelt het veteranenbeleid vast en geeft daarmee de kaders voor de veteranenzorg aan die het Veteraneninstituut uitvoert.

Het Veteraneninstituut biedt (na)zorg, materiële en personele dienstverlening aan voor veteranen en hun thuisfront. Verder heeft het Veteraneninstituut tot doel de maatschappelijke erkenning en waardering voor veteranen te bevorderen.

Het logo van het Veteraneninstituut.

Omslag van het tijdschrift De Opmaat

Het Veteraneninstituut geeft sinds augustus 2000 tien maal per jaar het tijdschrift Checkpoint uit, de opvolger van De Opmaat (Tijdschrift over veteranen in oorlog en vrede).

Checkpoint bevat vele artikelen, ook over de Tweede Wereldoorlog in Nederland en Nederlands-Indië.

Ook het Kennis- en Onderzoekscentrum (KOC) maakt deel uit van het Veteraneninstituut. De taken van het KOC zijn het verzamelen en verspreiden van wetenschappelijke informatie en het bevorderen van onderzoek. Het KOC doet onder meer onderzoek naar hoe veteranen en militairen met hun ervaringen omgaan en aan welke ondersteuning zij behoefte hebben.

Omslag van het tijdschrift Checkpoint

De Stichting Veteraneninstituut heeft een Raad van Bestuur, waaraan als adviseurs de generaal-majoor der mariniers b.d. Ton van Ede en prof. dr. Berthold Gersons zijn toegevoegd. Directeur van het Veteraneninstituut is sinds 1 juli 2009 de kapitein ter zee van administratie Franc Marcus; hij volgde kolonel Loek Habraken op.

Het Veteraneninstituut kan op de volgende manieren worden bereikt:

Adres

Willem van Lanschotplein 2, 3941 XP Doorn

Postadres

Postbus 125, 3940 AC Doorn

Telefoon

088-3340050

Websitewww.veteraneninstituut.nl (externe link)

E-mail

info@veteraneninstituut.nl

 
Op 22 september 2010 is het tienjarig bestaan van het Veteraneninstituut officieel gevierd in het Officierscasino in Soesterberg.

Bij deze gelegenheid werd voor het eerst 'Af: een veteranenmonoloog' gespeeld door Cees Geel (als Srebrenica-veteraan Ben Verbrug), naar een tekst van theatermaker Kees van der Zwaard en geregisseerd door Ruud Hendriks.

Martin Zijlstra, voorzitter van het Veteraneninstituut, en demissionair minister van Defensie Eimert van Middelkoop hielden toespraken.